Gesubsidieerde absurditeiten
Onlangs kwam ons een tekst onder ogen die, hoewel bijna 25 jaar oud, actueler is dan ooit. Bij de opening van de Salzburger Festspiele formuleerde schrijver Daniel Kehlmann scherpe kritiek op het regietheater en verdedigde hij met verve de libretto-getrouwe producties, ook wel ten onrechte “traditionele” of “conservatieve” producties genoemd. Respect voor de artistieke integriteit voor de makers, in casu de componist en de librettist, is tijdloos en kan dus nooit “traditioneel” en, in de huidige opera-Umwelt, zeker niet “conservatief” zijn. Integendeel.
Daniel Kehlmann betoogde met buitengewone realiteitszin dat het regietheater “was verworden tot de laatst overgebleven gekrompen vorm van linkse ideologieën”. Ook hij merkte op dat kritiek op “de reeds beproefde ingrediënten van de zogenaamde actualisering” niets van doen heeft met “reactionair” of wat dies meer zij. In tijden waarin niemand Karl Marx meer leest en controversiële discussies eigenlijk alleen nog maar over sport gaan, is regisseurstheater een “sterk gesubsidieerde absurditeit”: het resultaat van de “meest gedenkwaardige alliantie van de afgelopen decennia: de alliantie van kitsch en avant-garde”, aldus Kehlmann.
Wie zich een nader beeld wil scheppen van gesubsidieerde absurditeiten, kan uitstekend in Amsterdam terecht. Een ongekend dieptepunt was de in 2022 bij De Nationale Opera opgevoerde onzindelijke paskwil Der Freischütz, bereid in de beschimmelde kookpot van smeerpoets Kirill Serebrennikov, die met zijn narcistische persoonlijkheidsstoornis voorbestemd lijkt om huisregisseur bij DNO te worden.
Ook bij dwaallicht Serebrennikov geen spoor van enig respect voor componist Carl Maria von Weber en librettist Johann Friedrich Kind; nadenken is blijkbaar een discipline die hij onvoldoende onder de knie heeft. Wat de priapistische brodddelaar Serebrennikov ons brengt in “zijn Freischütz” is bijvoorbeeld het masturberen -hoe fijnzinnig- op de klanken van een meisjeskoor. Platte grappen en een jagerskoor in smoking: een armzalige eruptie van het “ontregelend, actueel en urgent muziektheater”.

Tja, dat jagerskoor in smoking: door Mensen van Nu en verlichte recensenten in de landelijke dagbladen met stuitende uitbundigheid verwelkomd. In de Volkskrant besloot Maartje Stokkers haar recensie met “Schaamteloos lachen om wat eigenlijk een serieuze opera is, werkt wel zo bevrijdend”, een opmerking van IQ 50-70-niveau die even raadselachtig als onbenullig is. “Wel zo bevrijdend….” (???) – zie hier het geopende venster van een tochtig denkraam.
Van 20 t/m 28 januari kunt u vijf keer naar La Sonnambula in Luik.
Olivier Keegel

De DNO is op. De inspiratie is ver te zoeken, er is geen respect en alle vaklui (decor, kostuums, licht) zijn duidelijk vertrokken, te zien aan de beelden van de afgelopen producties.
Waar gaat dit heen? Ik weet het wel, naar Luik 😉
U heeft volkomen gelijk, Luik is our safe house. DNO zit op een volledig dood spoor, niet opera maar “Woke en Nieuw Publiek” voeren de boventoon. De operakennis van het woke “nieuwe publiek”, de lichtgewicht kurk waar DNO (nog) op drijft, aangevuld met goedkope of gratis kaarten voor jan en alleman, loopt navenant achteruit. Het is een gesubsidieerde sterfhuisconstructie.
Inderdaad, een ongekend dieptepunt, Der Freischütz van DNO. Ik heb in de loop der jaren al best veel producties gezien die getuigen van totale respectloosheid voor het oorspronkelijke werk, maar Serebrennikov heeft de lat op dit vlak wel erg hoog gelegd en het zal lastig worden dit nog te overtreffen. Andere dieptepunten die mij zo te binnen schieten zijn de Tristan van DNO (regisseur Gosch) -Tristan die een kurkje los wurmde uit zijn lijf, waaruit een straaltje tomatensap spoot, hetgeen lachsalvo’s in de zaal veroorzaakte, ja, neem het de mensen eens kwalijk, en o, die walgelijke kostuums van die arme… Read more »
Inderdaad, de rij der wanproducten is eindeloos. Toch zouden we tekort schieten als we de rampzalige Macbeth van Andrea Breth niet ook zouden noemen.