Königskinder bij DNO. Recht in de roos.

Engelbert Humperdinck, Königskinder. Sprookjesopera in drie bedrijven. 1910. Uitwerking van het melodrama van de componist uit 1897. Libretto van Ernst Rosmer (Else Bernstein-Porges). Eerste uitvoering in de Metropolitan Opera, New York, op 28 december 1910. Bijgewoonde uitvoering: première, 6 oktober 2022, DNO, Muziektheater.

Muzikale leiding:  Marc Albrecht; Orkest: Nederlands Philharmonisch Orkest; Der Königssohn:  Daniel Behle; Die Gänsemagd:  Olga Kulchynska; Der Spielmann:  Josef Wagner; Die Hexe:  Doris Soffel; Der Holzhacker:  Sam Carl; Der Besenbinder:  Michael Pflumm; Der Ratsälteste:  Henk Poort; Der Wirt:  Roger Smeets; Die Wirtstochter:  Kai Rüütel; Der Schneider:  Lucas van Lierop; Die Stallmagd:  Eva Kroon; Koor van De Nationale Opera; Nieuw Amsterdams Kinderkoor; Regie:  Christof Loy.

Regie: 4,5*
Muziek: 4,5*

You can have any review automatically translated. Just click on the Translate button,
which you can find in the Google bar above this article.

“Waar gaat de opera over?”, in ernstiger gevallen zelfs “Waar gaat de opera nu eigenlijk echt over?” Dat is een vraag die ons menigmaal in de begeleidende operaschrifturen wordt gesteld. Een retorische vraag, want het is niet de bedoeling dat ú er antwoord opgeeft, dat doet de auteur. Die legt het u haarfijn uit, overbodig eigenlijk want het antwoord is makkelijk te geven: vat eenvoudigweg het libretto samen. Maar Mensen van Nu nemen daar geen genoegen meer mee, dus graaft de opera-explicateur naar “lagen”. Zo gaat Königskinder niet over een heks, een ganzenhoedster, een koningszoon en over een verhongerd, doodgevroren liefdespaar. Nee, de opera gaat over “de manier waarop je de wereld en de medemens behandelt”. U wordt dus onderwezen op welke wijze u de opera moet interpreteren, zo u daar al enige behoefte toe voelt. Want zelf nadenken is een discipline die u blijkbaar onvoldoende onder de knie heeft, u moet een handje geholpen worden, aldus de cultureel boven ons gestelden.

Verwarrend

In het Muziektheater, dat tijdens de première geteisterd werd door zaalvullende, lawaaiige jongeren achter in de zaal (menig betalende bezoeker zocht een goed heenkomen), bezochten wij Königskinder. De complexiteit van deze opera ligt op een onverwacht vlak: er zijn namelijk twee, nauwelijks te onderscheiden Engelbert Humperdincks, en er zijn ook twee “Königskinder”. Laat ons een poging doen deze knoop voor u te ontwarren.

Humperdinck 1 heet eigenlijk Arnold George Dorsey, een begenadigd zanger van het populaire lied (“No crooner has the range I have. I can hit notes a bank could not cash”) die in 1966 een megahit scoorde met “Please release me”. Hij kreeg de artiestennaam “Engelbert Humperdinck”. Dorsey kan smakelijk vertellen, een verhaal vol sappige anekdotes, over de manier waarop deze naam tot stand kwam; zie filmpje hieronder, klik op witte driehoek.

Dan is er Humperdinck 2, de componist; die komt nog aan bod.

We zijn er nog niet. Er bestaan ook twee Königskinder. Humperdinck 2 werd gevraagd om de toneelmuziek bij een theaterstuk van Elsa Berstein-Porges te componeren, maar hij maakte er een melodrama (1897) van. De tekst werd Sprechgesang. Enkele jaren later bewerkte Humperdinck 2  de tekst tot de sprookjesopera Königskinder.

Wij laten, met enige spijt, Humperdinck 1 nu achter ons, evenals het melodrama.

De wereldpremière van Königskinder (1910) vindt plaats in de MET, met echte, 5-sterrenwaardige ganzen op het toneel. Kudos! Het werd een groot succes en Humperdinck werd meteen een baan als directeur van het Conservatorium aangeboden. In Duitsland was het succes minder groot. Een Amerikaanse vriend van Humperdinck stak de componist een hart onder de riem: “We vernamen dat er in Duitsland  mechanische ganzen werden ingezet. Maar er waren wel degelijk echte ganzen aanwezig. Die  bevonden zich alleen niet op het podium maar in de zaal.”

De invloed van het voorafgaande melodrama is onmiskenbaar in de opera aanwezig. Königskinder lijkt in feite meer op een (schitterend) instrumentaal werk met zangstemmen, dan op een vocaal werk met orkest. Veel Sprächgesang, weinig oorwurmen of meezingers. Een nogal sombere opera, met een slechte afloop, niets voor de tere kinderziel. Hoewel de Hänsel und Gretel van Lotte de Beer, een wanproduct uit 2015, ook niks voor kinderen was en ook somberte uitstraalde, voornamelijk vanwege de kwaliteit van de regie die destijds door een absolute ondergrens zakte.

Humperdinck en Wagner

Humperdinck won in 1876 een beurs waarmee hij naar München kon gaan. In 1879 ging hij naar Napels, waar hij Richard Wagner ontmoette en in zich opzoog. In 1880-1881 assisteerde Humperdinck bij de productie van Parsifal. In 1887 keerde hij terug naar Keulen, en in 1890 werd hij benoemd tot professor aan het Hoch Conservatorium (Frankfurt-am-Main). Tegen die tijd had hij al verschillende werken voor koor en voor orkest gecomponeerd, die in Duitsland zeer goed werden ontvangen.

Humperdinck werd, een understatement, dus sterk beïnvloed door Richard Wagner. Hij was de eerste componist die van het bovengenoemde Sprechgesang gebruik maakte, dat later ook door Schoenberg werd toegepast (zie “Musik-Konzepte 112/113 – Schönberg und der Sprechgesang”).

Op 26 september 1921 kreeg Humperdinck tijdens de uitvoering van Der Freischütz van Carl Maria von Weber een hartaanval. (Tijdens de recente bewerking van Der Freischütz bij DNO bleef de schade bij het publiek beperkt tot depressieve klachten.) De volgende dag overleed hij.

Königskinder
DNO, Königskinder, 2022. ©Monika Rittershaus
Königskinder
DNO, Königskinder, 2022. ©Monika Rittershaus

De opera

Königskinder gaat meteen vol gas van start, met veel hoorns en een quasi-middeleeuwse notie; Humperdincks orkestratie is een lust voor het oor, zijn vindingrijkheid laat zich vergelijken met Wagner en Strauss. Verder horen wij in deze opera een toefje Brahms, een snufje Schubert en zelfs een vleugje Bach en Mozart. De met volksmelodietjes doorspekte muziek is zwaar op de hand, maar toch eenvoudig te behappen; het duurt wel erg lang allemaal, d.w.z. de eerste akte duurt erg lang. Associaties met het begrip “langdradig” dringen zich op, ook omdat de muzikale kwaliteit van de compositie in die eerste akte nogal varieert. (Lees: je verveelt je bij tijd en wijle een ongeluk. “Hoe kom ik deze avond door?!”)  Wij zagen in de eerste pauze weglopers, die het grootste ongelijk van de wereld kregen, want de tweede akte was boeiend, en de derde akte was wonderschoon (Tristan & Isolde meets La Bohème) en behoort tot het beste van wat er in Het Gebit aan de Amstel te zien en te horen is geweest. Het voorspel van de laatste akte is een symfonisch juweeltje. Jammer dat er zo nodig weer eens wat te zien moest zijn (een filmpje met als inhoud “de wereld is slecht”): in feite een belediging voor Humperdinck en het magistrale NedPho (dat orkest lijkt wel steeds beter te worden; dynamische differentiaties als meesterwerk) onder de als altijd bevlogen leiding van maestro Königskinder-is-just-my-thing Albrecht. Orkest: 10 met een griffel, schitterend. Tja, nog even terugkomend op die scenisch vervuilde ouvertures en tussenspelen. Het is het grootste maatschappelijke probleem van ons tijdsgewricht, samen met de uitvinding van het schabouwelijke ontbijtbuffet.

De cast

De cast was van uitzonderlijke klasse, met helaas een kleine kanttekening; daarover later. Jetske Mijnssen, “onze” Jetske Mijnssen, regisseerde een jaar of zes geleden ook een Königskinder, in Dresden, met dezelfde Königssohn, de tenor (en componist) Daniel Behle die wij nog kennen uit de DNO-productie  Alcina uit 2015. Behle is een tenor naar ons hart: feilloos in de hogere regionen en met een prima-de-luxe dictie. Olga Kulchynska, Die Gänsemagd (wat een heerlijk, erotiserend woord) slaagde erin  de massieve orkestpassages ruimschoots de baas te blijven. En wat een verrukkelijke stem.  Kulchynska heeft een fijne, jonge en heldere sopraan-from-heaven die zij op onnavolgbare wijze projecteerde, en ook qua dictie en acteren kon men zich niet beter wensen. De onbetwistbare ster van de avond.

Königskinder
DNO, Königskinder, 2022. ©Monika Rittershaus

Heel veel applaus kreeg Doris Soffel, die haar rol van Die Hexe op Herodias-achtige wijze benaderde. Raadselachtig, die ovaties. Dat Soffel de menselijke trek vertoont elk jaar een jaartje ouder te worden, is al sinds een decennium te horen. Zij grossierde deze avond in lelijke noten. Haar stem, onaangenaam hard en ongenuanceerd in het hoge en gesmoord in het lage register,  is niet meer je-dát, en de projectie ervan al helemaal niet. Het einde van haar carrière is in zicht, maar zij behoort nu eenmaal tot het DNO-meubilair, dus een Gruberova-achtige aftakeling  dreigt.

Om de bespreking van de cast -écht allen geweldig- positief af te sluiten nog een enkel woord over de in de kerker geworpen Spielmann, vertolkt door  Josef Wagner (bariton). Zijn krachtige basbaritonregister is van grote schoonheid en zijn nobel gezongen aria “Verdorben gestorben” maakte diepe indruk.

Er was ook nog een regie: bij Christoph Loy kan het vriezen of dooien. Deze keer dooide het en steeg het kwik zelfs tot lenteachtige waarden.  In zijn opera-ensceneringen laat regisseur Christof Loy zich voorstaan op zijn insteek om tot de psychologische en emotionele kern van een werk door te dringen. Daar hadden wij, afgezien van het storende, totaal verkeerd getimede filmpje, gelukkig weinig last van. Visueel uiteraard geen spoor van het stadsplein van Hellabrunn (akte 2) of van het Hellawald (nou ja, één excuusboom naast een blokhut van Hornbach); Loys bos Hellawald bleek wel over een deur te beschikken, waarschijnlijk leidend naar de  bushalte van Don Giovanni. Het decor was in de drie aktes eigenlijk hetzelfde (en uiteraard vol in het licht, want een echte sprookjes-Umwelt is natuurlijk kitsch), maar er gebeurde na de eerste akte genoeg om ook het oog te plezieren. De derde akte was, zoals gezegd, een esthetische samensmelting van “beeld en geluid”. In het armzalige tijdsgewricht van het Regietheater, was Loys enscenering een verademing.

Iets te lang

Volgens muzikaal leider Albrecht is de muziek van Humperdinck zo goed, dat het ondenkbaar is om coupures te maken in de drie uur durende opera. Ik waag van mening te verschillen; de vrijwel aria-loze muziek, met een eerste akte waar geen eind aan lijkt te komen, is nu ook weer niet zo boeiend dat je drie uur lang op het puntje van je stoel zit. Hoewel, aria-loos… Luister naar het wonderschone “Wohin bist du gegangen” (klik op titel). Nog enkele prachtaria’s zijn „Verdorben gestorben“, “Das ist der König und seine Frau”,  “Ei ist das schwer ein Bettler zu sein.“ Maar toch, Königskinder reduceren tot Butterfly-lengte lijkt ons geen slecht idee.

Königskinder is waarschijnlijk nu al het hoogtepunt van het huidige DNO seizoen.  Daar is weliswaar niet veel voor nodig, maar ere wie ere toekomt. Een prachtproductie. En laten wij nu niet merken dat u er niet heen gaat.

Olivier Keegel

Maduro
3.7 12 stemmen
Artikelbeoordeling
Olivier Keegel

EDITOR-IN-CHIEF AND REVIEWER

Chief Editor since 2019. Does not need much more than Verdi, Bellini and Donizetti. Wishes to resuscitate Tito Schipa and Fritz Wunderlich. Certified unmasker of directors' humbug.

Abonneer
Laat het weten als er
guest
10 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Chris
Chris
2 maanden geleden

Humperdinck 1 is the composer, whose name was stolen by that pop-singer.

Kersten van den Berg
Kersten van den Berg
1 maand geleden
Antwoord aan  Chris

Leo Riemens was er zeer verontwaardigd over dat een popzanger het had gewaagd de naam van zo’n groot componist aan te nemen.

Roy
Roy
2 maanden geleden

Sprechgesang is niet echt “mijn ding” (drie uur!) dus in de zaal zult u mij niet snel aantreffen. Brede en onderbouwde beschrijving. Het raadsel van de twee Engelberts is voor mij nu opgehelderd (“questions you were to lazy to research yourself”). Mijn interesse in Olga Kulchynska is in ieder geval gewekt!

Fred
Fred
2 maanden geleden

Ik vond het een zeer aangename avond, meeste indruk natuurlijk de tenor Daniel Behle, en zeker ook de Spielman van Josef Wagner, had ook veel plezier van de twee mindere grote rollen (houthakker en bezembinder) Sam Carl en Michael Pflumm, Dat Doris Soffel zoveel applaus krijgt, ja.. ze speelt het als een lekkere slechte heks. dat scoort punten. Het Nederlands Philharmonisch speelt zoals zo vaak TOP. ik ga zeker nog 1 keer luisteren en kijken, hoop ik nu met iets minder lawaai makende studiebollen.

Jan Willem Bultje
Jan Willem Bultje
2 maanden geleden

Prachtige recensie en het maakt mij heel nieuwgierig. Aanstaande dinsdag zal ik het zelf kunnen horen en aanschouwen. Je kon gelukkig weer het woord “schabouwelijk” gebruiken. Dank voor dit positieve stuk dat mooi onderbouwd is.

Ad Middendorp
Ad Middendorp
1 maand geleden

De enige Humperdinck die ik tot nu toe kende, was de onverlaat, die beurtelings met Tom Jones, onze echtgenoten in dusdanige staat van opwinding wisten te brengen, dat zij
hen op het podium met 2e hands lingerie bekogelden.
En dan moesten wij maar weer zien, hoe ze tot bedaren te brengen.
Uw Gazet raakt me dit keer waar het pijn doet.