Giulio Cesare in Egitto: geweld, vernedering, verkrachting, incest en sadomasochisme

Giulio Cesare in Egitto, opera (1724) in drie bedrijven  van George Frideric Händel. Libretto van Nicola Francesco Haym, naar een eerder libretto van Giacomo Francesco Bussani. Eerste uitvoering in het King’s Theatre, Londen, op 20 februari 1724. Bijgewoonde voorstelling: Het Muziektheater, Amsterdam, première op 16 januari 2023.

Muzikale leiding  Emmanuelle Haïm
Le Concert Astreé
Regie  Calixto Bieito
Giulio Cesare  Christophe Dumaux
Curio  Georgiy Derbas-Richter
Cornelia  Teresa Iervolino
Sesto  Cecilia Molinari
Cleopatra  Julie Fuchs
Tolomeo  Cameron Shahbazi
Achilla  Frederik Bergman
Nireno  Jake Ingbar

DNO introduceerde de opera met: “Waarschuwing vooraf – In deze productie komen seksueel getinte en gewelddadige scènes voor. Deze kunnen als aanstootgevend worden ervaren.” 
Muziek : 4,5*
Regie : 1,5*
You can have any review automatically translated. Just click on the Translate button,
which you can find in the Google bar above this article.

“En, hoe was het?”, vroeg het thuisfront. We stonden met de mond vol tanden. Hoe moesten we een woord vinden dat het hoge niveau van de musici verbond aan de regie waar de zangers mee te maken kregen? Hoofdschudden en schouderophalen was ons antwoord.
Wat moet men aanvangen met een stortvloed van decadentie, machtsvertoon, seksisme, geweld, vernedering, verkrachting, psychiatrie, incest, sadomasochisme, vampirisme en (auto)mutilatie, geplaatst in een kil decor met weliswaar indrukwekkend beeldwerk, maar waar de spelers geen binding mee lijken te hebben, of zij nu voor het decor staan, of zich er omheen of bovenop bewegen. Men kan zeggen dat de zangers zich met overgave hebben ingezet en de karakters goed hebben uitgediept, maar de regie zadelt hen op met afwisselend extreem gestoorde uitingen en doelloos heen en weer lopen op het voortoneel of onder een wolkenlucht. Wat zijn ze in hemelsnaam aan het doen?
Giulio Cesare
DNO. Giulio Cesare. ©Monika_Rittershaus
Le Concert Astreé o.l.v. Emmanuelle Haïm vormt, in tegenstelling tot de regie, een eenheid in klank en expressie. Met fijnzinnige handbewegingen en veel empathie laat Haïm het orkest spreken met één levendige, dynamische stem. Eensgezind, met de licht omfloerste klank van oude instrumenten, maar gelukkig niet al te geitenwollig, en ook niet al te geaffecteerd. Ook tussen orkestbak en zangers is de  eenheid optimaal. Dat hier en daar de zangers minder goed te horen zijn, wijten we aan de beroerde akoestiek. DNO, wanneer gaan jullie daar een keer wat aan doen? Het maakt duidelijk verschil of een zanger zich vooraan, achteraan, onderaan of boven het toneel bevindt.
De zangers zijn zonder uitzondering virtuoos, onnavolgbaar virtuoos zelfs. Het wonder van vliegensvlugge, trefzekere coloraturen werd ons in ruime mate geschonken. Onze muziekkast staat niet vol met countertenoren of mannelijke alten; wanneer te veel ademdruk op de stem komt, slaat die soms over, of klinkt zwak. Zijn emotie en stemfunctie in evenwicht, dan kunnen wij juist zeer genieten van dit stemtype. En dat evenwicht was er onmiskenbaar. Het was duidelijk dat alle zangers  hun rol uitvoerig hadden bestudeerd, en deze met volle overgave vertolkten.
Giulio Cesare.
DNO. Giulio Cesare. ©Monika Rittershaus.
Het decor bestaat uit een doos van geperforeerd metaal (restje Turandot?), die ook gekieperd kan worden, op een draaiende ondergrond. Dit object fungeert als een hypermodern appartement (niets erin), en wanneer het gekieperd wordt ontstaat onderaan een ruimte met hellend plafond, die beurtelings dienst doet als zwembad, heelal, kust. De spelers bewegen zich vóór, in, rondom en boven op deze doos. De video- en diaprojectie zijn dominant. De setting is kil, er is veel te zien qua kleur en licht, maar een riant verblijf in hemeltjesschatrijk Qatar kunnen wij er niet uithalen. De regie voelt als een met slechte draad aaneengeregen snoer van rariteiten. De bewegingen van de spelers lijken vaak doelloos, of erger nog: grappig bedoeld. Een strompelende Cornelia, een vliegende Cesar, een zwemmende Cleopatra. Een veldslag, uitgebeeld door boksende zangers op een rij. De regie wil laten zien hoe het decadente leven in elkaar steekt, in 48 v. Chr. en nu. Puissante rijkdom die leidt tot verveling, criminaliteit en gestoord, grensoverschrijdend gedrag. De vraag is of deze analogie het libretto en de muziek recht doet, of dat het misschien “een tikkeltje” over de top is. Hi, Maestro Händel, wat vindt u ervan? Toen wij dachten alles gehad te hebben beet de moeder de polsen van haar zoon door en smeerde zichzelf in met zijn bloed. En wat te denken van een vrolijke finale waarin de acht spelers welgemoed hun eigen gouden toiletpotten (en uitwerpselen?) omarmen?
Giulio Cesare
DNO. Giulio Cesare. ©Monika Rittershaus.
Christophe Dumaux (Cesar) ziet eruit als een gelikte Italiaanse topcrimineel, strak in het pak, met zonnebril. Zijn stem heeft een vrij unieke klank, gedragen door een hoge, pregnante trilling, flitsende coloraturen en spannende lage noten, die goed de ruimte krijgen. De scene van de jager, waarin hij mentaal armpje drukt met de samenzweerders Tolomeo en Achilla, is voortreffelijk gespeeld, met verwijzing naar La Cosa Nostra.
Julie Fuchs (Cleopatra) is een zeer begaafde sopraan met diepgang als actrice. Haar zoete en vederlicht vliegende lirico-leggero hapert nergens, draagt overal en de zangeres geeft blijk van creativiteit in haar versieringen. In haar tophit-aria “Piangerò la sorte mia” (HIER ook prachtig vertolkt door Natalie Dessay) toont zij met groot inlevingsvermogen de voortekenen van waanzin, wanneer het verdriet te groot is om te dragen. Ze heeft twee verschijningsvormen, een als Cleopatra en een als het dienstmeisje Lidia. Als Cleopatra draagt zij de duurste couture en verkleed als Lidia verschijnt ze als een sletje van de straat in fitness-outfit met hoody-jurkje, later als diva in badpak en op duizelingwekkende hakken. De twee rollen groeien echter naar elkaar toe, en op een gegeven moment vraagt men zich af wie de échtste Cleopatra is. Men is dan al ver verwijderd van de koninklijke Cleopatra anno 48 v.Chr.! Wij verwachten dat deze zangeres ook vocaal zal uitgroeien naar robuustere rollen.
Giulio Cesare
DNO. Giulio Cesare. ©Monika Rittershaus.
Tolomeo (Cameron Shahbazi), een door zijn zus zwaar vernederde, seksueel onderdrukte en wraakzuchtige mooie jongen op zilveren sleehaksneakers, komt in de tweede akte eindelijk uit de kast, wanneer hij zich omringd weet door goed gebouwde badgasten (zonder baarmoeder) die sensueel aan hun fallus-ijsjes likken. Shahbazi speelt zijn rol met overgave en laat daarbij soms de emotie de overhand over zijn stem krijgen (regie!?), waardoor deze wat kelig dan wel nevelig klinkt. Zijn gloedvolle countertenor heeft heel veel allure en kracht in huis, die gelukkig ook te horen waren. Een goede regisseur zorgt voor evenwicht!
Georgiy Derbas-Richter als Curio heeft een zeer mooie, nobele baritonklank en zijn toneelpersoonlijkheid is natuurlijk en evenwichtig. Klasse.
Nireno (Jake Ingbar), twee handen op een buik met Lidia-Cleopatra. Ingbar is een verrassende countertenor met een prachtig timbre en een sterke  toneelpersoonlijkheid. Zijn stem is helemaal op orde en sluit naadloos aan op zijn vocale en scenische expressie. De meesterlijke aria, waarin hij Cleopatra aanprijst als voorbeeld in liefdeszaken, spannend van harmonieën en swing, is hem op het lijf geschreven.
Achilla wordt door Frederik Bergman uitgebeeld als ploert in pak, een sadistische huurmoordenaar annex verzekeringsagent met oranje stropdas. Zijn bas-bariton heeft genoeg baritonale glans en allure. Hij geeft uitstekend gestalte aan zijn karakter: grof, rancuneus en toch hopend op liefde.
Giulio Cesare
DNO. Giulio Cesare. ©Monika Rittershaus.

Psychiatrische patiënt

Teresa Iervolino, als Cornelia, komt ondanks de mooie kwaliteit van haar alt dankzij de regie het minst uit de verf. De wijd en zijd begeerde vrouw met mythisch haar wordt neergezet als een psychiatrische patiënt aan de meds, die zwaar leunt op haar langharige corpsbal-zoon, incestueus, pervers, traag, en bij wijze van fameuze haardos is gekozen voor een steil bob-kapsel op de kaaklijn. De stem wordt niet vergund zich te uiten in het pathos van een vrouw wiens man vermoord is, zij klinkt afgevlakt en depressief. Ook haar beweging, kreupel en strompelend op stijve hoge hakken, heeft niets begeerlijks. Waarom doet een regisseur dat? En alsof het niet erg genoeg is, moet zij satanisme plegen op haar eigen zoon.
Sesto (Cecilia Molinari) is een corpsbal met stropdas en lang haar. De zangeres is vocaal behendig, met een mooi sopraan-timbre. In de coloratuurstorm gaat haar klank soms verloren in, alweer, deze akoestiek. Zo jammer, verspilling van kwaliteit. Sesto heeft stigmata op handen en voeten, hij is blijkbaar gekruisigd of beeldt zich dat in. Het door hem te dragen kruis is ook nogal wat: vader dood en een zwaar depressieve en geschifte moeder op zijn nek. Zijn karakter is geëxalteerd.
Voor een afvaardiging van het orkest was er weer eens een toneelrol weggelegd. In hippiekleding, zó uit Berkeley CA overgevlogen, om het liefdesspel van Cleopatra en Cesar in te leiden.


BOE-GEROEP

De regie werd bij het applaus bedankt met langgerekt boe-geroep door de helft van de zaal, waarop de andere helft Bravo! inzette: een ontlading van afreageren, als echo van de dynamiek op het toneel.

Esther Chayes

Esther Chayes

Reviewer

Esther Chayes received her soloist diploma at the Utrecht Conservatory. Specialization in the opera profession followed in New York, Milan and Turin. She sang with the choir of the Teatro Regio Torino and made her debut in the leading role in La Molinara by Paisiello. After performing several smaller to medium roles, Chayes turned to teaching.