Der fliegende Holländer – ook voor eenvoudige lieden

Aimez-vous Wagner ? Ja ! En nee! De marathon-opera’s zijn berucht, en toch kan  de gigantische lengte een kalmerend en zelfs euforisch effect hebben. Men WEET dat er geen eind aan komt, dus berust men, knapt zo af en toe een uiltje en laaft zich aan de bekoorlijke klanken. Het begrip “tijd” heeft even geen grip op u. In feite zijn notoir te lange opera’s waar geen eind aan lijkt te komen, moeilijker te verdragen dan de 16 uur die u aan Der Ring des Nibelungen kwijt bent. Denk aan Faust van Gounod (duurt een uur te lang), Carmen (kan de helft korter) en alle opera’s van Meyerbeer.

Wij zijn geen Wagneriaan, daarvoor zijn wij te eenvoudig van geest. Wij missen de noodzakelijke antecedenten, om niet te zeggen dat onze antecedenten uitgesproken contraproductief zijn. Wij zijn namelijk hartstochtelijk supporter van Ajax’ Superjoden en zoals u ongetwijfeld weet was Wagner fout in de oorlog. Dat verdraagt zich niet.

Toch is een van Wagners opera’s een absolute favoriet bij ons, en dat is Der fliegende Holländer. En wel voornamelijk vanwege een van de talloze motieven die in deze opera voorkomen: zo is daar het “Holländermotiv”, het “Geisterrufmotiv”, het “Liebestreuemotiv”, en nog zo een paar. Maar, 1 Korintiërs 13 parafraserend, de grootste daarvan is het “Matrosenchormotiv”. Een impuls voor het gedachtenleven, steeds opnieuw, en hoewel ons denkraam tochtig is en veel weten eruit is gewaaid, blijft het Matrosenchormotiv een diepe vervulling van eventueel en petit comité te benoemen maar voornamelijk niet nader te noemen behoeften.

Dat “Matrosenchormotiv” ziet er zo uit:

Der fliegende Holländer

En dat klinkt zo:

Akkoord, de ballade van Senta in de tweede akte zorgt ook voor aandrang in het gemoed, maar voor Het Motief zijn wij bereid verre reizen te ondernemen.

Wat wij dan ook deden. Tweemaal bezochten wij in de Franse hoofdstad Le Vaisseau fantôme in de regie van Willy Decker. De laatste keer was in 2010, met als  solisten o.m. Matti Salminen, Adrianne Pieczoncka en James Morris.

En met ingang van 7 oktober zet “Bastille” deze Decker-productie wederom op het programma. Decker is heus niet de  schabouwelijkste hupsafladderaar in regieland, er zijn er veel ergere. Maar toch. Decker verklaarde indertijd dat de zee onmogelijk op het toneel kan worden gebracht. Wij menen: welles! Een schip zat er bij Decker ook niet in. En de storm kan volgens Decker het best worden opgeroepen door de innerlijke strijd van de protagonisten, terwijl een krachtige ventilator hier goede diensten zou kunnen bewijzen. De opmerkingen van Decker klinken anno 2021 wat aandoenlijk; men wist nog niet wat er voor ons in het boldoenerig regisseursvat zou zitten. Als regisseurs gaan knoeien met het toneelbeeld liggen de pijnlijke discrepanties op de loer: wanneer Senta op het punt staat de legende van de Holländer te zingen, zeggen de vrouwen “laten we ophouden met werken”, terwijl ze net daarvoor hun werk al lang en breed hadden neergelegd.  “Laten we ophouden met werken” is dan ridicuul.

Der fliegende Holländer
Willy Decker, regie. Der fliegende Holländer. Parijs 2021. ©Gregor Kalus

Volbloed Wagnerianen tolereren minzaam Der fliegende Holländer, maar geven toch duidelijk de voorkeur aan de Ring en “de” Tristan. Eigenlijk is de Holländer een sympathiek stukje broddelwerk, is de achterliggende gedachte. Want was De Grote Meester niet ooit zelf van mening dat zijn jeugdwerk onvolledig was? In de jaren 1850 had hij al aan de orkestratie zitten sleutelen, maar hij kwam uiteindelijk als vijftigjarige tot de conclusie dat de jonge Wagner juist had weggelaten wat essentieel was: de verlossing van de ongelukkige zeeman door de toewijding en trouw van Senta. Wagner bracht voor deze omissie een “met de kennis van nu”-excuus in stelling. Maar hij had nu Isoldes “Verklärung” gecomponeerd, en er moest nodig wat aan de Holländer gedaan worden. Dus plakte hij er een nieuw Tristan-achtig einde aan en verordonneerde dat de opera alleen nog in de herziene vorm mocht worden uitgevoerd. En in de herziene vorm verzandt de nautische, stoere, spookachtige sfeer onder harpbegeleiding in een verzoenend, weeïg slot.

Ons kan het allemaal niet deren, want wij hebben het matrozenkoor “Steuermann, lass die Wacht”. Vooruit, nog een keer dan:

Opernchor Staatstheater Braunschweig, MET schip

Olivier Keegel

5 2 stemmen
Artikelbeoordeling
Olivier Keegel

CHIEF EDITOR AND REVIEWER

Chief Editor since 2019. Does not need much more than Verdi, Bellini and Donizetti. Wishes to resuscitate Tito Schipa and Fritz Wunderlich. Certified unmasker of directors' humbug.

Abonneer
Laat het weten als er
guest
2 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Manja de Riedmatten
Manja de Riedmatten
14 dagen geleden

Doe mij maar die met het schip!!!!

fred coeleman
fred coeleman
11 dagen geleden

Carmen met de helft korten, nou, kom op, dat is misschien iets te lang, maar altijd leuk om te zien . ja de vliegende hollander, ik vind het altijd heerlijk om te horen, en is ook een van de mindere Wagner opera s die ik toch nog wel es opzet.