REGIETRASH
Het is bijna 15 jaar geleden dat Heather Mac Donald, politiek commentator, essayist, advocaat en auteur, haar artikel “The Abduction of Opera” publiceerde in City Journal. Dit artikel, waarin op afdoende wijze de vloer wordt aangeveegd met het Regietheater en waarin de troebele antecedenten van het abjecte verschijnsel aan het licht komen, is 15 jaar na dato nog net zo actueel, om niet te zeggen: actueler dan ooit. Het heeft echter één nadeel: het is te lang, en dat is voor velen een reden om er geen kennis van te nemen. Sinds de opera in Nederland bon ton is bij BN’ers en andere culturele parvenu’s, grofweg sinds de opening van Het Muziektheater, is de alsmaar groeiende, blinde acceptatie van regietrash omgekeerd evenredig met het afnemen van de meest fundamentele kennis omtrent de kunstvorm opera. Wij mogen in de pauzes van voorstellingen graag het oor te luister leggen bij de gesprekken van het witte wijn zippende publiek. Zonder in anekdotische casuïstiek te vervallen is onze waarneming dat er bij een voorstelling van de Opera van Tatarstan meer “operaverstand” in de zaal zit dan bij de onlangs toegeworpen Traviata-pastiche in Het Muziektheater.
Waarom genieten de Kleren van de Keizer een niet-aflatende, op drijfzand gebaseerde bewondering? Waar liggen de wortels van het schabouwelijke misverstand dat een regisseur even belangrijk is als de componist en librettist, zo niet belangrijker?

Het Regietheater in Europa is een van de meest deprimerende artistieke ontwikkelingen van onze tijd. Hoewel de meeste zangers, orkestleden en dirigenten ernstige bedenkingen hebben, zijn ook zij afhankelijk van overheidssubsidies en het handjeklap tussen subsidieverstrekker en de postmoderne culturele elite die het handje ophoudt.
Het zogenaamde “actualiseren” (lees: uit hun verband rukken) van opera’s is een ernstige vorm van barbarij. De New Yorkse criticus Alex Ross merkte terecht op dat er een abjecte intellectuele luiheid ten grondslag ligt aan het idee “dat het verleden moet worden geproblematiseerd en dat oudere werken moeten worden gered van hun ideologische vooronderstellingen”.

Voor de oorsprong van het Regietheater moeten we, net als voor de oorsprong van een scala aan maatschappelijke problemen, terug naar de jaren 60 van de vorige eeuw. Niet alleen het toneel (in Nederland de Actie Tomaat) en de concertpraktijk werden door een marxistisch angehauchte bende van intellectuelen, studenten en kunstenaars in de rug aangevallen, ook de opera moest bevrijd worden van “burgerlijke waarden”. Gérard Mortier leidde aan het eind van de jaren zestig een groep studenten-provocateurs die operaproducties verstoorden die zij “te traditioneel” vonden. In het operahuis moesten werken uit het verleden zo worden verdraaid dat ons zo veel interessantere zelf gespiegeld werd: náár onszelf. Michael Gielen, de Frankfurtse voorvechter van het Regietheater, verklaarde dat wat Haendel wilde in zijn opera’s irrelevant was; belangrijker was “wat óns interesseert … wat wij willen.”

Bovengenoemde Gérard Mortier verklaarde eens dat hij bij het actualiseren van opera’s probeert “een werk uit een bepaald tijdperk te transformeren, zodat het in onze tijd iets fris overbrengt”. Kolder natuurlijk. Niets is minder “fris” dan de vermoeiende iconografie van ijskasten, Cadillacs, rolstoelen en Kalasjnikovs. Wat écht nieuw is aan een opera van Mozart, is dat deze afkomstig is uit een wereld die niet meer bestaat. En het is vooral de muziek die dat verschil uitdrukt. Wanneer regisseurs opera’s uit hun historische context rukken, sluiten ze een kostbaar venster met uitkijk op het verleden. Als we de episodische normen en waarden weigeren serieus te nemen, maken we niet alleen de plot onbegrijpelijk (de idiote discrepantie tussen toneelbeeld en tekst wordt in ons tijdsgewricht nog altijd voor zoete koek geslikt), maar sluiten we onszelf ook af van een beter begrip van wie es gewesen ist.

Met veel plezier ga ik naar de opera Cast uit Kazan, wanneer sopraan Gulnora Gatin en Tenor Ahmed Agadi in Nederland zijn, wisselen we ook cadeautjes uit. Het voornemen is om rond begin februari 2023 een bezoek te brengen aan Kazan, er is dan een festival. Heden Tosca en Turandot. Zijn er meer liefhebbers?🎼🌷🌷🌷🌷🎼
‘kBegon er net een beetje aardigheid in te krijgen.
Even voor de goede orde, het artikeltje in Opera Gazet gaat niet over Mortier en al helemaal niet over zijn intendantschap. Mortier werd alleen zijdelings genoemd om te illustreren “wat er aan de hand was” (is).
Ja! IJskast, cadillac en kalasjnikov, keer op keer. Je zou haast zeggen: hoe oubollig. Buitengewoon treurig natuurlijk.
Wat u schrijft over Gerard Mortier is niet helemaal juist. Als student strooide hij niet tijdens, maar op het einde van een voorstelling in Gent pamfletten van het hoogste balkon. Dat was niet om de traditionele regie aan te vallen, maar als kritiek op de ondermaatse kwaliteit van het geheel, de amateuristische aanpak die nochtans professionele subsidies kreeg. Als directeur van de Munt trok hij grote regisseurs aan, dikwijls uit de theaterwereld, maar zijn sterproducties uit die periode waren bijna allemaal historiserend en stonden ver van de excessen van het regietheater die we nu te zien krijgen. In Salzburg, Parijs… Read more »
Dank voor uw reactie. Uiteraard zijn een librettogetrouwe aankleding en een librettogetrouwe temporele positionering geen garantie voor kwaliteit. Maar dat heeft Mac Donald nooit beweerd. Ik ook niet, trouwens.
Een van de indrukwekkendste belevenissen die ik ooit beleefde in een operatheater was Otello, in de Munt. Ergens in de jaren 80. Regie: Peter Stein. En ook veel andere voorstellingen in de tijd van Mortier waren van grote klasse. Ik herinner me bijv. Peter Grimes. Wat mij betreft, geen kwaad woord over Mortier. De uitwassen van het regietheater zijn van de laatste tijd, met die ”concepten” die te gek zijn om los te lopen.
De ingelijste omslag van Opernwelt waarop het iconische toneelbeeld (met de marmeren hand) van La Clemenza di Tito door de Herrmanns (regie, decors en costuums) onder Mortiers intendantschap, siert nog steeds mijn werkkamer. Deze productie uit 1982 betekende een ware revolutie in de operawereld.
Dag, Kersten! Alweer een mooie herinnering uit die tijd. Ook een mooie Zauberflote van de Herrmanns.
..en niet te vergeten (onmogelijk!) de gastvoorstelling van de Munt met La Finta Giardiniera (met de 40 buigende boompjes) in de Amsterdamse Stadsschouwburg ihkv het HF1987..
Jaaaa uit het hart gegrepenik ben langzamerhand bijna “blij” dat ik miet meer de middelen heb om al die wangedrochten ik het theater te bekijken.
De hele onzin van het regietheater in een paar alinea’s samengevat. Zangers hebben blijkbaar te weinig gewicht om het onheil te keren. Als zelfs een Netrebko er genoegen mee neemt om zich volkomen zinloos in een liftkooi te laten ophijsen in Macbeth, bij de opening van het seizoen in la Scala……is er geen redden meer aan.
N etrebko zei in een interview dat ze de regie prachtig vond. Opera van de toekomst.
De kolderieke La Traviata bij DNO deed voor mij de deur dicht. Ik ga niet meer
Ik zit allang in Luik!
Gelijk heeft u !
Ik kom daar ook, alleen Madame Butterfly met die lege kinderwagen in de finale! En in Duitsland, komende maanden, Hannover, Hamburg, Berlijn en Dresden. G2+booster en FFP2. Prima met de trein.🎼🌷🌷🌷🌷🎼