Philip Glass

PHILIP GLASS EN DE AMERIKAANSE REPETITIEVE MUZIEK

28 september 1976. De Muntschouwburg te Brussel. Op het programma: Einstein on the Beach. Het is onze eerste kennismaking met Philip Glass. De opera duurt bijna   vijf uur. Melding in het programmaboekje: er is geen pauze; de toeschouwers kunnen vrij de zaal in- en uit lopen gedurende de voorstelling. De buffetten blijven open.
Dit leek ons meteen een verdachte mededeling! Een operavoorstelling waar men zo maar in en uit kan lopen… ?

Van “minimal music” hadden wij toen nog niet gehoord en onvoorbereid als wij waren begonnen de eindeloos herhaalde bewegingen van de personages en de eveneens eindeloos herhaalde eenvoudige notenblokjes in het orkest ons na een goed uur flink op de zenuwen te werken. Onder het mom dat wij ons niet voor gek lieten houden, maakten wij gebruik van onze vrijheid de zaal te verlaten en gingen enkele pinten drinken op de Brusselse Grote Markt. Maar ergens had deze muziek ons toch al in haar greep, want wij wandelden terug naar de Munt waar Einstein on the Beach intussen enkele uren gevorderd was.

You can have any review automatically translated. Just click on the Translate button,
which you can find in the Google bar above this article.
 

En toen gebeurde het! Bij het betreden van de zaal heerste er een zwoele, quasi religieuze sfeer. De ganse zaal was in trance en wij voelden ons als een indringer in een heiligdom. Tot het einde van de voorstelling bleven wij op het toegangstrapje zitten om niemand te storen ! Enerzijds waren wij ontgoocheld dat wij ons niet hadden laten meevoeren, maar anderzijds waren wij blij dat wij als “buitenstaander” de impact van deze repetitieve muziek op de toeschouwers konden bestuderen.

WAT IS MINIMAL MUSIC ?

Het structuurprincipe van deze muziek is zo eenvoudig als het maar zijn kan: een bestendige herhaling van eenvoudige korte motieven en akkoorden. Voor de luisteraar geldt dat hij deze opzettelijk eenvoudige muziek niet beleeft, maar ze op een passieve manier ondergaat. Als hij even indommelt mist hij niets, want alles wordt genoeg herhaald en zodra er een wijziging in deze eentonige vloed van klanken optreedt, spitst hij automatisch opnieuw het oor.

Einstein on the Beach | 22 mei | de Doelen, Rotterdam

Er wordt geen spanningscurve opgebouwd en de muziek heeft bij manier van spreken aanvang noch slot; wel begin en einde, alsof men een fragment hoort uit een muzikaal continuüm dat er altijd is en waarvan men enkel een deel hoort. Een volledige analyse hierover vindt men in het boek “Amerikaanse repetitieve muziek” (klik op titel) van Wim Mertens.

De etnische muziek, de West-Europese polyfonie en de muziek van sommige popgroepen (Oldfield, Vangelis…), die repetitieve tendensen hebben, willen wij hier buiten beschouwing laten. Wel willen wij La Monte Young (geb. 1935), Terry Riley (geb. 1935) en Steve Reich (geb. 1936) vermelden, die samen met Philip Glass de repetitieve “school” vertegenwoordigen. Deze jongens zijn in hun beginfase niet altijd even serieus geweest. La Monte Young heeft uit de jaren ’60 enkele gekke “komposities” op zijn naam staan.

In Composition 1960 nr. 3 vraagt Young aan te kondigen wanneer het stuk begint en eindigt. Verder deelt hij mee dat er gedurende de voorziene tijd een totale vrijheid van handelen bestaat.

In Composition 1960 nr. 4 weet het publiek helemaal niet wanneer het werk begint, hoe het verloopt en wanneer het eindigt. De lichten worden uitgedraaid en na verloop van een bepaalde tijd – wanneer de lichten weer branden – deelt men mee dat het onderwerp van het stuk uit de handelingen en de reacties van het publiek bestaat.

Composition 1960 nr. 6 visualiseert het best de participatiegedachte van het publiek: niet het publiek kijkt naar de uitvoerder maar de laatste houdt het publiek zorgvuldig in de gaten.

Terry Riley hield zich bezig met vermenigvuldigingssystemen op tape-loop en onafgebroken herhalingen terwijl Steve Reich met zijn phase-shifting process en zijn repetitieve dualisme niet altijd au sérieux kan worden genomen.

OPERA- EN FILMTRILOGIE

Philip Glass, geboren te Baltimore in 1937 en grotendeels geschoold te Parijs bij Nadia Boulanger, is veruit de meest populaire van de minimalisten.

Dat hij zijn kunnen in dienst gesteld heeft van de opera en filmindustrie is daar zeker niet vreemd aan. Zijn operatrilogie Einstein on the beach (Avignon, 1976), (Einstein = de wetenschap), Satyagraha (Rotterdam, 1980) (Gandhi = de politiek) en Akhnathen (Stuttgart, 1983) (de farao die het monotheïsme wou invoeren = de godsdienst) kennen nu een wereldwijde vermaardheid.
Toen wij in 1983 in de Staatsoper van Stuttgart de creatie van Akhnaten bijwoonden, was Philip Glass nog een bescheiden figuur. Gedurende de pauze wandelde hij eenzaam tussen het publiek. Twee jongedames vroegen hem toch hun programmaboekje te ondertekenen, maar wat bleek? Hij had zelfs geen pen of potlood bij zich. Wij leenden hem met de glimlach onze Bic, waarmee hij de boekjes ondertekende en mij daarna deemoedig bedankte.

De film sound tracks van Mishima en vooral Koyaanisquatsi, Powaqqatsi, en Naqoyqatsi , drie anderhalf uur durende films waarvan de composities op geen enkel moment door commentaar onderbroken worden, hebben hem ook in dit medium definitief gevestigd.

DE EENVOUD VERLATEN

Philip Glass wijkt echter hoe langer hoe meer af van een basisprincipe van de minimal music: de eenvoud. Het kleine ensemble van zijn beginperiode (Einstein on the Beach) is in Akhnathen uitgegroeid tot een volwaardig opera-ensemble met een sterk bezet orkest, solisten die aria’s, duo’s en ensembles zingen en koorinterventies met een nauwe dramatische gebondenheid. Een terugkeer naar de traditionele Westerse muziek.

Sindsdien is de lijst van zijn opera’s sterk gegroeid. Wij tellen er meer dan twintig en van het merendeel zagen wij ook een opvoering: Civil Wars, The Perfect American, Kepler, In the Penal Colony, The juniper Tree…
Wat echter belangrijker is dan het aantal werken dat uit zijn pen vloeit, is dat ze na hun creatie geregeld terug in operahuizen opgevoerd worden. Zo bracht het Théâtre du Châtelet in Parijs in 2014 een prachtige herneming van Einstein on the Beach in quasi dezelfde regie van Robert Wilson als de creatie van 1976. Lucinda Childs, die er bij de creatie ook bij was, deed nu de choreografie.

CREATIE OP KOMST

Ondanks zijn gevorderde leeftijd blijft Philip Glass nog steeds op zoek naar nieuwe operavormen en uitdagingen. Circus Days and Nights is de titel van een nieuwe opera die hij componeerde in samenwerking met de librettist David Henry Hwang en circusdirecteur Tilde Björfors. Het werk is gebaseerd op een verzameling gedichten van de Amerikaanse dichter Robert Lax. Gecoproduceerd door Cirkus Cirkör en Malmö Opera, zal de samenwerking een unieke, nooit eerder vertoonde fusie van circus en opera bevatten.

“Ik heb al ongeveer tien jaar de rechten op het gedicht, maar ik kon het stuk niet schrijven omdat ik mijn circus niet had gevonden. Toen ik Tilde’s enscenering van Satyagraha zag, wist ik het meteen: hier is mijn circus ”, aldus Philip Glass.

De cast bevat onder meer sopraan Elin Rombo, bekend voor haar Eritea in Cavalli’s Eliogabalo in de Opéra National de Paris en haar Koningin van de Nacht in Mozarts Zauberflöte bij de Berliner Staatsoper. Afgelopen herfst zong ze de titelrol in Rufus Wainwrights Callas-geïnspireerde opera Prima Donna in The Royal Opera in Stockholm. Streaming van 29 mei tot 13 juni 2021! Klik HIER. Wij kijken ernaar uit!

Guillaume Maijeur
5 1 stem
Artikelbeoordeling
Guillaume Maijeur

REVIEWER

Founder of Opera Gazet (1999). Prefers the German repertoire, particularly the composers Wagner, Richard Strauss and Mozart.

Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties