Aïda? Lachen man!

AÏDA IN DE PIJPLIJN

MACERATA OPERA FESTIVAL 2021
BIJGEWOONDE VOORSTELLING 7 AUGUSTUS 2021

Aida: Maria Teresa Leva; Il Re: Fabrizio Beggi; Amneris: Veronica Simeoni; Radames: Luciano Ganci; Ramfis: Alessio Cacciamani; Amonasro: Marco Caria; Un messaggero: Francesco Fortes; Una sacerdotessa: Maritina Tampakopoulos; Conductor: Francesco Lanzillotta; Orchestra Filarmonica Marchigiana; Stage ensemble “Banda Salvadei”; Coro lirico marchigiano “Vincenzo Bellini”; Choir Master: Martino Faggiani; Direction: Valentina Carrasco.

Muziek: ****4****
Regie: *1*

Allereerst zijn wij onze lezers een waarschuwing verschuldigd. Er is een reden waarom wij besloten hebben ons commentaar op de onlangs in Macerata opgevoerde Aïda in twee delen te splitsen (wij zagen de live-uitzending op 7 augustus, en vervolgens de stream op de 12e). Eigenlijk zijn er verschillende redenen, maar één is de belangrijkste. Die kwam tot ons na het lezen van een recensie in het online tijdschrift Musicultura, die ons misschien wel voor het eerst in niet mis te verstane bewoordingen deed inzien hoe nabij de dood van de opera is. De vertaling van de eerste zin:

“We waren aangenaam verrast, want nadat we uitvoerig uitleg hadden gekregen over de Aïda van 1921, de Aïda van het eeuwfeest, verwachtten we een historische heruitvoering met traditionele Egyptische kostuums, beelden van goden, piramides, trompetgeschal, processies met vaandels en kamelen. In plaats daarvan stonden we voor de meest vernieuwende en onconventionele Aïda van de laatste jaren en, misschien wel voor de eerste keer deden we niet alleen aan “participatie” maar hadden we ook echt pret.” (aldus Alberto Pellegrino)

Ronduit belachelijk

Wij vrezen dat we misschien het diepste dieptepunt hebben bereikt: onthutsend, dat iemand echt enthousiast is over een voorstelling die absoluut niets gemeen heeft met Verdi’s Aïda (behalve de muziek, hier gereduceerd tot een soort soundtrack). De schrijver van het artikel is buiten zinnen van vreugde dat er van Aïda niets meer over is, behalve een huls van prachtige muziek, tot de rand gevuld met schabouwelijke flauwekul. Zeker, soms kleurrijke flauwekul, soms imposant en bij vlagen zelfs verrassend, een lust voor het oog, en volgens bovengenoemde recensent zelfs grappig. Wij hanteren liever de term “potsierlijk”.

Het is de eerste keer in ons lange leven dat we iemand tegenkomen die beweert “pret” te hebben gehad bij het bijwonen van Verdi’s Aïda. Want als je op zoek bent naar iets kleurrijks, naar iets “leuks”, dan ben je beter af bij een musical, of beter nog bij een komische circusact (sommige delen van deze voorstelling hadden veel weg van beide). Maar dit was Aïda, een cultureel meesterwerk, met een hart en een ziel. Aïda is niet bedoeld om “plezier” te maken, maar om diepe emotie op te wekken.

Bieito was hier

Leidend was weer eens dat eeuwige en volstrekt overbodige “concept” van de regisseur, in dit geval Valentina Carrasco (afkomstig uit Argentinië, maar het product van het Catalaanse Frankensteinlaboratotium “La Fura dels Baus”, geleid door Calixto Bieito. Need we say more? Toen wij, meer berustend dan verontrust toen we de naam van Carrasco op de affiche zagen, de persconferentie bijwoonden ter inleiding van de opera, hadden wij een zeer slecht voorgevoel over wat ons te wachten stond. De regisseuse had bij die gelegenheid vrijwel niets relevants te melden; ze vertelde ons over de affiches die zij had gezien van de Aïda die een eeuw geleden het Sferisterio als operagebouw inwijdde. Vooral een advertentie van Shell had indruk op haar gemaakt. Op dat moment moest het “concept” van de enscenering op perverse wijze tot haar denkraam zijn doorgedrongen. Aïda gaat over olie! De protagonisten sterven niet onder de “fatale steen”, maar verdrinken in een olieput. De uitwerking was een faliekante mislukking. Er vloeide wat zwartige substantie over de twee zangers heen. Zelfs tijdens het zingen sijpelde de “olie” langs hun mond. Een onvoorstelbaar absurde en onzinnige scène. En een belediging voor componist, zangers en publiek.
Carrasco’s Aïda zou en moest draaien rond het thema “kolonialisme”, en dus heeft de regisseuse eenvoudigweg een fragmentarisch verhaal verzonnen, dat zich afspeelt in een onbekende woestijn en in een niet nader gespecificeerd tijdperk. Voor de kostuums van Amneris werd echter specifiek gekozen voor de jaren twintig van de vorige eeuw. Wie er iets van begrijpt mag het zeggen.

Aïda

Radamès op de golfbaan

Naar het beroep van Radamès blijft het gissen. Aanvankelijk lijkt hij een ontdekkingsreiziger, of een toerist, gekleed in gewone kleren, maar plotseling wordt hij een zwaar gedecoreerde generaal. Een klaarblijkelijk helderziende criticus – want zijn mening wordt door geen enkel bewijs gestaafd – weet te melden dat hij een Europese generaal is in dienst van de Khedivé. Als hij een huurling was, zouden al zijn praatjes over vaderland en eer dus gebakken lucht zijn; coherentie en de regisseur voor Mensen van Nu leven nu eenmaal constant op gespannen voet. Hoe dan ook, Radamès houdt van een dienstmeisje van bedenkelijk niveau, want regisseuse Carrasco ziet de rol van Aïda meer als een dienstertje dan als een gezelschapsdame, waardoor hun relatie volledig wordt vertekend en in strijd is met de echte Aïda (die van Verdi). Aïda wordt in een Uptown Downstairs Abbey schortje gestoken en gedwongen haar meesteres in de woestijn te volgen, haar drankjes te serveren en natuurlijk haar golftas te dragen. Want Amneris speelt een deksels potje golf; lachwekkend, maar op een andere manier dan de regisseuse bedoelt. Radamès is met een verrekijker en een kaart uitgerust om het golfterrein te verkennen. De koning komt aan zijn kleding te zien uit het Midden-Oosten, of waarschijnlijker nog uit Turkije, maar Amneris zelf lijkt zeer verwesterd, net als haar hofhouding, die aan het begin van het tweede bedrijf verschijnt tijdens een van de beroemdste Aïda-scènes: de woestijnpicnic. Deze vindt plaats aan het begin van de tweede akte. Het is een dolle boel: men werpt Bifi’s, grutspritsen en M&M’s naar de inboorlingen, die er letterlijk om vechten!

De openingsscène van de opera zegt al veel… of zelfs alles. Radamès (zoals gezegd, van onzekere afkomst, maar met een onmiskenbaar 20e-eeuws voorkomen) verkent met verrekijker en landkaart de woestijn, die al snel als golfterrein wordt geëxploiteerd. Wanneer hij een priester-achtige van een onbekende inlandse denominatie tegenkomt, is het eerste wat hij hem vraagt: “La sacra Iside consultasti?” (“Heb je de heilige Isis geraadpleegd?”). Met dergelijk gedrag beland je in onze dagen al gauw bij de GGZ. Eerlijk gezegd zijn we er nog niet uit of deze scène diep-treurig of oerkomisch is. Waarschijnlijk ronduit tragisch, aangezien men ons werkelijk wil doen geloven dat we naar Verdi’s Aïda zitten te kijken. Tijdens de gehele opera is er vrijwel geen moment waarin de personages niet het ene zeggen en het andere doen. Kortom, het Theater van de Lach, of eerder nog Jiskefet: terug van weggeweest!

Van wat er in Aïda werkelijk gebeurt, blijft in de schizofrene “geactualiseerde versie” van Carrasco niets over. De toeschouwer vermoedt sterk dat hij het verkeerde theater is binnengelopen, en dreigt er met een wiebelig hoofd weer uit te lopen: hij heeft geluisterd naar het één en gekeken naar het ander.

Aïda

Één ding is vrijwel zeker, nadat de regisseuse getroffen was door haar “concept” en er een idioot verhaal aan had opgehangen, heeft ze nooit meer de moeite genomen genomen om een blik te werpen op dat oude, saaie, stoffige libretto. Dit blijkt tevens uit haar onbenullige uitspraken in het interview dat in het programmaboekje staat. “In mijn visie slagen Amneris en Aïda erin als vriendinnen nader tot elkaar te komen.” Zoals in Opera Gazets visie Serge Gainsbourg en Jane Birkin er destijds ook uitstekend in geslaagd zijn nader tot elkaar te komen. Als Carrasco nu eens de moeite had genomen om de versie van librettist Ghislanzoni en Verdi tot zich te nemen, had zij zich de moeite van het oproepen van een “visioen” kunnen besparen.

Libretto – een onderzettertje

De regisseuse beweert dat Amneris, “wanneer zij in de finale om vrede smeekt, zij dit voor de twee geliefden vraagt, maar ook voor zichzelf: het is duidelijk dat zij geen van beiden zal overleven”. Afgezien van dit “bewijs” van de mogelijke dood van Amneris (zou een legitieme hypothese van de regisseuse kunnen zijn, die haar daadwerkelijk zelfmoord laat plegen door haar polsen door te snijden), blijkt dat Carrasco niet weet – of liever opzettelijk negeert – dat in de echte Aïda (die van Verdi), Amneris de twee geliefden geen vrede kan toewensen, omdat zij niet weet dat Aïda in het graf ligt (in casu onder de oliekraan…) en dat de twee geliefden samen zullen sterven. Dat staat natuurlijk in het libretto, maar het libretto gebruikt Carrasco als onderzetter voor haar mok met takkenbosthee.

Vragen ontwijken

In hetzelfde interview licht zij uitvoerig de historisch-politieke context van het kolonialisme en de gevolgen daarvan toe. In een poging haar terug te brengen tot de realiteit werd de precieze vraag gesteld hoe zij in dit alles Aïda‘s plot recht kan doen. Dan maakt Carrasco een doorzichtige omtrekkende beweging. (Want: “kweenie”.) Sterker nog, ze ontwijkt de vraag compleet en verandert van onderwerp: “Het kwam ook nog in me op om een Suezkanaal op de set na te bouwen, maar dat bleek nog niet zo eenvoudig. Ik dacht meer aan een infrastructuur die diende om de bodemschatten te roven, in dit geval dus het zwarte goud, olie. Het idee van die oliepijplijn leek me dan ook passend.” En zo wordt er met geen woord gerept over haar benadering van het plot van Aïda, dat haar duidelijk niet interesseert. Wat Carrasco interesseert (buiten zichzelf) – en waar menigeen zich blind op staart – is het opvoeren van een “ijzersterke show” met extravagante dansen, suggestieve belichting en enkele “coups de théâtres” zoals mummie-achtige bundels die door de woestijn rollen en veranderen in gesluierde danseressen. Zie ook de monumentale pijpconstructies tijdens de Triomfscène. “Ongerijmd” is een mega-understatement. Amneris speelt golf in de woestijn en draagt een volumineuze vossenstola die uit klimaatoverwegingen tot op de dag van vandaag maar zelden in Egypte wordt gedragen. Alles draait om geinige details, om trouvailles, trucs die de toeschouwers moeten verrassen en hen moeten redden van de verveling die ongetwijfeld zou toeslaan als ze naar de banale, verouderde (“niet meer van deze tijd!”) Aïda van Verdi zouden kijken. Althans, hupsafladderige “briljante regisseurs” denken zo hun eigen specifieke publiek,  Mensen van Nu,  naar hun voorstellingen te lokken.

Aïda

De hupsafladderaars

Wij zouden nog bladzijden kunnen doorgaan en punt voor punt bespreken waarom dit gedrocht een “Non-Aïda” is, maar wij menen dat wij de redenen van onze bezorgdheid duidelijk hebben uiteengezet. Het probleem is niet langer alleen het geraaskal van “moderne” regisseurs, de hupsafladderaars. Het grootste probleem is nu dat het publiek, beïnvloed of liever gezegd geïndoctrineerd door verlichte critici, op absurde wijze bezwijkt voor de “mode”, de waan van de dag. Men raakt gewend aan dit onzinnige hoetelwerk, men weet niet beter. Velen uit de jongere generaties hebben nog nooit een libretto-getrouwe uitvoering bijgewoond, en weldra zal het publiek niet anders dan broddelwerk verwachten. Erger nog, men zal het eisen.

De kleren van de keizer

En de muziek? En de poëzie, de emoties, de “ziel” van het verhaal zoals het geschreven is? Zal alles uiteindelijk gedumpt worden op de schroothoop van wat vermeendelijk “niet meer van deze tijd” is? Oud. Nutteloos. Weg ermee.

Wij hebben het antwoord niet. Wij weten niet of er nog een manier is om het tij te keren dat ons meesleurt naar de openkierende deur van het opera-abattoir. Maar wij voelen in ieder geval wel de plicht om de aftakeling steeds opnieuw te melden en aan de kaak te stellen.

Zoals in het sprookje van Andersen is de keizer, hoewel hij denkt van niet, beslist naakt. Totdat een kind roept: “Hee, kijk, de keizer loopt in zijn blootje!” Men vreest de toorn van de vorst, maar toch duurt het niet lang voordat iedereen roept. “Hij heeft gelijk! Hij loopt in zijn blootje!” Dat is hoopvol.

 

Marina Boagno, 19 August 2021
(nl tekst: olivier keegel)
4.8 4 stemmen
Artikelbeoordeling
Marina Boagno

REVIEWER

Marina Boagno acted for many years as an amateur talent scout, organizing concerts, and creating and directing events. Author of "Franco Corelli – Un uomo, una voce" (1990) and a biography of Ettore Bastianini’s, “Una Voce di Bronzo e di Velluto” (2003).

Abonneer
Laat het weten als er
guest
4 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Willem
Willem
30 dagen geleden

Heerlijk om te lezen, ja het is deze tijd, het moet anders, shockeren in de breedste zin.
Het is wel een heel mooi openlucht opera theater. 🎼🌷🌷🌷🌷🎼

Ad Middendorp
Ad Middendorp
29 dagen geleden

Wat een triestheid als zelfs in Italië de traditionele opera ten grave gedragen wordt.
De bakermat, waar de mensen naar de opera gingen als naar de kerk.
Wee ons, zeldzaam geworden, getrouwen.
Uiteindelijk gaan we allen ten onder.
Maar nu nog even niet!

Patsy Stone
Patsy Stone
28 dagen geleden

Ben benieuwd wat het subsidieverstrekkende publiek van deze abominatie vond. Waarschijnlijk schrokte het grijsgekapt en door de hoeven zakkend publiek, met klauwen tegelijk de aangeboden pauzeversnaperingen op. Prachtartikel!

Hermen Molendijk
Hermen Molendijk
20 dagen geleden

Elk nadeel heeft zijn voordeel zei een beroemde voetballer ooit. 
Nou, een ding kunnen we dus vaststellen … het afgrijselijke hutsafladder regietheater levert in ieder geval heerlijke en kostelijke reacties op.
Geweldige recensie … bravo!!