Wij van WC-Eend….

Wij van Wc-eend adviseren Wc-eend

Het odeon was in de Grieks-Romeinse oudheid, n tegenstelling tot het open amfitheater, een grote overdekte constructie, waar zang- en dansopvoeringen werden gehouden. Het eerste werd in de 5de eeuw v. Chr. gebouwd door Pericles voor de Panathenaea, de feesten ter ere van Athena Polias.

Tegenwoordig geeft men de naam Odeon nog wel aan theater- of concertzalen, of zelfs aan bioscoopzalen: wij herinneren ons de voormalige bioscoop Odeon aan de Amsterdamse Zeeburgerstraat. Erboven hing een groot bord : ODEON, het gezellig buurttheater , ruim 600 plaatsen. Aldaar werden op zondag veel Roy Rogers-films (spreek uit: Rooie Rochus) gedraaid. Een kaartje kostte 60 cent en het zakje chips bevatte een apart zakje zout. Twee zakjes zout? Puur geluk! Bekend werd ook het Amsterdamse Odeontheater aan het Singel, waar in het begin van de 20ste eeuw Eduard Jacobs als cabaretier optrad. Later, in de 20e eeuw, een aller plezierigst Sodom en Goimorra. Om van de kelder, het DOK, maar niet te spreken.

Het verdomd interessante Odeon

Maar er is meer, namelijk een reguliere publicatie van Nationale Opera & Ballet, eveneens Odeon geheten. Dat is geen zelfstandig cultureel tijdschrift maar het officiële huisblad van DNO. Het wordt rechtstreeks uitgegeven door de afdeling communicatie van het operahuis zelf. In oudere colofons staat dat ook letterlijk vermeld: “Odeon is een uitgave van De Nederlandse Opera, afdeling Communicatie.”

De financiering loopt in essentie via Nationale Opera & Ballet zelf. Dat betekent dus gefinancierd uit de algemene middelen van de instelling en indirect via overheidssubsidies die DNO ontvangt en via sponsor- en partnergelden binnen het bredere communicatiebeleid van het huis. Dat laatste is relevant, want DNO is zwaar publiekelijk gefinancierd via de culturele basisinfrastructuur (BIS). Odeon is dus niet een onafhankelijk journalistiek platform dat toevallig over opera schrijft, maar een corporate culture magazine van een gesubsidieerde instelling. Een fraai, dat moet gezegd, vormgegeven PR-instrument.

De oplage lag volgens oudere colofons rond 25.000 exemplaren. Het blad verschijnt, naar wij dachten, drie keer per jaar en wordt automatisch verstuurd aan abonnementhouders. Een hoofdredacteur is opvallend moeilijk publiek traceerbaar. Dat zegt op zichzelf al iets over de aard van het blad: het functioneert primair als institutionele communicatie, niet als journalistiek medium met redactionele autonomie, typisch voor house magazines, de redactionele verantwoordelijkheid ligt vaak impliciet bij de communicatieafdeling of directie.

Wij van WC-Eend

Flexibele moraal, geen haan kraait ernaar

Wanneer medewerkers van externe recensiewebsites tegelijk bijdragen leveren aan Odeon, wordt de discussie over journalistieke onafhankelijkheid gevoelig. In dit kleine cultureel ecosysteem van “opera in Nederland” lopen kritiek, toegang, netwerk en institutionele belangen door elkaar heen. Opera is tenslotte niet alleen een kunstvorm, maar ook een sociaal stelsel van foyers, premières, ons-kent-ons en daaruit voortvloeiende wederzijdse afhankelijkheden.

 

TWEE PETTEN

Een van de meest recente bijdragen van Bo van der Meulen, hoofdredacteur van Place de l’Opera, aan het blad Odeon van De Nationale Opera is een interessant interview met Dirigent Adam Hickox (Odeon nr. 140 uit 2026), de muzikaal leider van de DNO-voorstelling Die Passagierin. Van der Meulen schrijft niet slechts incidenteel, maar vrij regelmatig voor Odeon. En daar wringt de journalistieke schoen: een criticus of hoofdredacteur van een onafhankelijk Nederlands operaplatform, dat Place de l’Opera ondanks het monddood maken van haar lezers toch is of pretendeert te zijn, die tegelijk inhoud levert voor het huisorgaan van een Nederlands operabedrijf! In andere sectoren zou men daar minstens vragen bij stellen. Maar in de operawereld drinkt iedereen (behalve de media die door DNO tegengewerkt worden) gezellig samen aan dezelfde tafel prosecco, terwijl journalistieke onafhankelijkheid een vergeten decorstuk is. Kunstkritiek als knusse verenigingscultuur, een riskante cocktail.

Wij van WC-Eend

De “onbetamelijke journalistiek”

Odeon, dus geen onafhankelijk tijdschrift maar een promotioneel cultuurmagazine van De Nationale Opera zelf, is een pijler onder de communicatiestrategie van het huis. Dan moet ik ineens weer denken aan de “onbetamelijke journalistiek”, het verwijt van DNO aan Opera Gazet. Iemand zou zo maar op de gedachte kunnen komen dat een kritisch medium wordt buitengesloten terwijl een bevriend medium toegang én schrijfopdrachten behoudt.

Odeon is dus geen onafhankelijk tijdschrift maar een promotioneel cultuurmagazine van De Nationale Opera zelf. Dat betekent niet automatisch dat bijdragen journalistiek ondeugdelijk zijn, maar wel dat ze functioneren binnen de communicatiestrategie van het huis. Dat maakt de discussie over “onbetamelijke journalistiek” des te gevoeliger wanneer een kritisch medium wordt buitengesloten terwijl een bevriend medium toegang én schrijfopdrachten behoudt. Het lijkt het erop dat De Nationale Opera het door haar gehanteerde begrip “onbetamelijke journalistiek” uiterst selectief toepast.

Wanneer een instelling als De Nationale Opera een medium uitsluit wegens vermeend “onbetamelijke journalistiek”, terwijl zij tegelijk samenwerkt met een criticus of hoofdredacteur van een ander recensiemedium, namelijk Place de l’Opera, ontstaat onvermijdelijk de vraag welke normen precies worden gehanteerd, en of die consequent worden toegepast. De culturele elite staat bol van verheven principes zolang ze comfortabel blijven voor het eigen netwerk.

Wij van WC-Eend

Kritiek te lastig voor de instelling?

“Onbetamelijke journalistiek” is geen scherp omlijnde journalistieke term. Het is geen juridisch criterium zoals smaad of laster, en ook geen objectieve beroepscode met meetbare parameters. Daardoor krijgt zo’n begrip snel een subjectief karakter. Was de kritiek te scherp?  Te persoonlijk? Te vasthoudend? Of vooral te lastig voor de instelling? De laatste vraag is dus “Of vooral te lastig voor de instelling?”

Daar wringt het. Want wanneer een andere publicist die eveneens over opera schrijft tegelijkertijd teksten levert voor een intern of gelieerd publicatieplatform zoals Odeon, dan accepteert De Nationale Opera blijkbaar een zekere vermenging van rollen.

Als de ene partij wordt buitengesloten en de andere juist toegang en samenwerking krijgt, dan moet een instelling heel helder uitleggen waarom. Zonder transparante criteria lijkt het anders al snel alsof “onbetamelijk” vooral betekent: kritiek die men niet meer wil faciliteren. En precies daar is terecht reputatieschade voor deze culturele instelling ontstaan, ook internationaal. De schijn is ontstaan dat “nabijheid” (bij velen dringt zich de term “kliekvorming” op) wordt beloond en ongemakkelijke oppositie wordt afgestraft. Dat is voor een gesubsidieerde kunstinstelling gevoelig terrein, omdat zulke instellingen publiekelijk juist pluraliteit, debat en artistieke vrijheid zouden moeten verdedigen. Fraai klinkende maar veelal onbegrijpelijke woorden op de website en in programma’s lijken prioriteit nummer 1 te zijn. “Odeon” op zwaar papier, met een foto van een nadenkend kijkende regisseur in coltrui. De cultuursector adoreert zulke esthetiek.

 

Petje op petje af

Vanuit mediakritisch perspectief is het dus niet vreemd om te stellen dat hier op zijn minst sprake is van journalistieke en cultuurinstitutionele tweepettencultuur.

 

Olivier Keegel

Posts from overseas
5 1 vote
Article Rating
Olivier Keegel

Editor-in-Chief

Chief Editor. Does not need much more than Verdi, Bellini and Donizetti. Wishes to resuscitate Tito Schipa and Fritz Wunderlich. Certified unmasker of directors' humbug.

No Older Articles
No Newer Articles
Subscribe
Notify of
guest
0 Comments
Newest
Oldest Most Voted
Inline Feedbacks
View all comments