LE NOZZE DI FIGARO
Bijgewoonde voorstelling, De Nationale Opera, 14/5/2026
Muziek Wolfgang Amadeus Mozart – Libretto Lorenzo da Ponte – Muzikale leiding Francesco Corti – Regie Kirill Serebrennikov
Il Conte di Almaviva Björn Bürger – La Contessa di Almaviva (Rosina) Björn Bürger – Susanna Emily Pogorelc – Figaro Michael Nagl – Cherubina* Cecilia Molinari – Marcellina Véonique Gens – Bartolo Anthony Robin Schneider – Basilio Steven van der Linden – Antonio Frederik Bergman – Cherubino Georgy Kudrenko – Handlanger Graaf Nikita Elenev – De jonge man Nikita Elenev – De oude vrouw Marieke Reuten – De Nationale Opera Studio – Nederlands Kamerorkest – Klavecimbel Pedro Beriso
Coproductie met de Komische Oper Berlin
Muziek: 4
Regie: 2,5
Mozart, maar dan beter
Kent u dat fenomeen? U bent met heel uw aandacht een tekening aan het maken. Iemand kijkt toe, pakt een stift en brengt ongevraagd enkele aanpassingen aan in uw tekening. Misschien maakte u het eens mee als kind. Met grote ogen sloeg u deze inbreuk gade en u distantieerde zich resoluut van uw niet meer eigen tekening, zoals een moederdier zich van het eigen jong afkeert na aanraking door een vreemde. Het ging er niet om of uw tekening goed gelukt was. Het ongeoorloofd betreden van het domein van de auteur is een overschrijding die wij nooit begrepen hebben. Regisseur Kirill Serebrennikov bedient zich regelmatig van deze tactiek (vanaf nu te signaleren met een asterix *), waarover later meer.
Le Nozze di Figaro (1786) is een hormoon-gedreven opera vol liefde, lust, afwijzing, list en bedrog, machtsverhoudingen, missers, en, niet te vergeten humor. Je hebt de adellijken en het personeel, en de hofmakerij doorkruist de bakens van de twee standen. Figaro en Susanna gaan trouwen, maar daar zijn zowel de Graaf van Almaviva als gouvernante Marcellina op tegen; de eerste ambieert Susanna als bijslaap en de tweede wil Figaro (die later haar verloren zoon blijkt, foei!) huwen. De Gravin voelt zich al jaren verwaarloosd door haar hitsige, overspelige echtgenoot. De page Cherubino fladdert overal rond en zijn jonge hart vat vlam voor praktisch iedere vrouw die hij ziet, tot ergernis van de Graaf. Er lopen ook wat intriganten en voorname heren rond, die koppel- en roddelwerk doen. Er is nog een kamermeisje, Barbarina geheten, pardon, Barbarina is geschrapt* maar haar melancholieke cavatina niet. Een plan wordt gesmeed om de Graaf te ontmaskeren, en daarbij gaat nog het één en ander mis voordat het lukt. De Graaf zegt sorry, de bruiloft is leuk en iedereen is gelukkig.

Het toneel is onderverdeeld in een souterrain en een verdieping daarboven, vanaf nu aan te duiden als ‘beneden’ en ‘boven’. Beneden is de wasserij met kluisjes voor het personeel en een morsige matras, alles overgoten met een flets tl-licht. Boven zijn de vertrekken van de Graaf en Gravin, steriel als een museumzaal met opzichtige kunst. De Graaf (Björn Bürger) draagt handschoentjes en heeft in onbewaakte momenten perverse interactie met een kunstwerk, net als het personeel trouwens.
Capitalism kills love
Boven drinkt men wijn en is ongelukkig, beneden wordt bier gedronken en men is, ondanks de erbarmelijke uitbuiting door ‘boven’ redelijk gelukkig en saamhorig. De moraal hiervan zullen we weten: op de muur boven staat in grote neonletters de slogan: Capitalism kills love. Welnu, daar zijn we dan mooi klaar mee in deze kapitalistische entourage die OPERA heet, waar immers alles om de liefde draait. Vraag het maar aan de Club van de Heren van Leder, die, strak in glanzend zwart en krakende laarzen gehesen en opgetuigd met strenge ketenen deze voorstelling kwam bijwonen. Dat de ongelijkheid der standen moet uitdraaien op geweld, dat is natuurlijk een feit, en dat gebeurt ook. De ganse onderwereld trekt de messen en boven wordt menigeen aan het mes geregen. Later staan de slachtoffers gewoon weer op. Zie voor uitleg de op de achterwand voorbijkomende tekst: ‘De hele wereld is slechts een illusie van de zintuigen’ alles is zinsbegoocheling. Het is fijn dat het even uitgelegd wordt.

Waarom simpel doen als het ook ingewikkeld kan?
De spiegel wordt veelvuldig gebruikt. Het licht daarbij wordt soms opgedraaid tot onverdraaglijke felheid (ook het publiek wordt de onverbiddelijke spiegel voorgehouden). Het personage Cherubino wordt in tweeën gesplitst*; een ontwapenende, stemloze mannelijke danser (Georgy Kudrenko) en een dienstmeisje die hem een stem geeft, genaamd ‘Cherubina’ (Cecilia Molinari), waarin men ook een spiegelfunctie kan zien. Waarom simpel doen als het ook ingewikkeld kan? In de scene van ontmaskering van de Graaf is het spiegelwerk visueel zo druk en onoverzichtelijk dat het onprettig is. De regisseur houdt zichzelf de grootste spiegel voor: Dwepen met het proletariaat (beneden) en elitair ingrijpen in Mozarts werk (boven). Doorslag: boven.
Gelukkig geeft de regie de ruimte voor uitstekend acteerwerk en humor. De dramaturgie van Daniil Orlov verdient een speciale vermelding: de lichaamstaal van de afzonderlijke rollen is prachtig vormgegeven.
Veranderen, schrappen, aanvullen
Bij het roddelen en verklikken wordt intensief gebruik gemaakt van de mobiele telefoon: doorsturen van video’s en sms’jes als bewijsmateriaal, door klavecinist (Pedro Beriso) voorzien van de Samsung-tune*. Deze aanpassing stoort niet erg, het recitatief biedt sinds jaar en dag ruimte voor eigentijdse geintjes. Er is ook nog een korte en aardige orkestrale verwijzing naar Tosca*.
Niet aardig: het personage van Barbarina wordt geschrapt*. Haar melancholieke cavatina wordt waargenomen door de Gravin*, die het weliswaar zeer mooi zingt, maar was dat nodig? De rol van Barbarina is cruciaal in de ontknoping van het verhaal en geeft ook een moment van rust te midden van alle opschudding. Het orkest krijgt nieuw repertoire: inzakkende muziek* als van een grammofoonplaat die tot stilstand komt (illustratie bij ontgoocheling) en een gloednieuw intermezzo* dat niet op Mozart lijkt en waarschijnlijk de gemoedstoestand van de Graaf moet uitdrukken. Een andere ingreep is het inlassen van het terzet ‘Soave sia il vento’ uit Così fan Tutte*, na een ingebeelde ménage à trois tussen de Graaf (Björn Bürger), zijn eega (Olga Kulchynska) en Susanna (Emily Pogorelc).

In vocaal opzicht is de productie netjes en verzorgd, geen onvertogen noot. Zangers zingen en acteren zonder uitzondering goed. Emoties voeren nooit de overhand. De muzikale versieringen bij het terugkerende motief doen aan als obligate invulling van de traditie in plaats van creatieve vrijheid. Voor ons is het net iets te vlak. Uitzondering daarop zijn voor ons Figaro (Michael Nagl) met zijn glansrijke, viriele stemgeluid en inborst, en La Contessa (Olga Kulchynska). Kulchynska heeft een stem die uitblinkt in zoete zachtheid en vrouwelijkheid, opgelicht door een bijzonder mooie kopresonans. Haar voorkomen is waardig en beeldschoon, een Melania Trump, die onder haar schoonheid een grote emotionaliteit en passie verbergt, alles te horen in haar zang. Steven van der Lindens Don Basilio komt in vocaal opzicht heel goed uit de verf, eerlijk en zonneklaar, terwijl hij toch de relnicht van het verhaal is.
Het Nederlands Kamerorkest van de Titanic o.l.v. Francesco Corti speelt onverstoorbaar harmonieus en spatzuiver, no matter what.
