Tristan und Isolde. Componist en librettist: Richard Wagner. Handlung in drie bedrijven. 1859. Eerste uitvoering in het Königliches Hof- und Nationaltheater, München, op 10 juni 1865. Bijgewoond: Amsterdam, Muziektheater, 11 februari 2026.
Tristan und Isolde
Muziek en libretto Richard Wagner
Muzikale leiding Tarmo Peltokoski
Tristan Michael Weinius
Isolde Malin Byström
König Marke Liang Li
Kurwenal Jordan Shanahan
Melot Leon Kosavic
Brangäne Irene Roberts
Ein Hirt Linard Vrielink
Ein Steuermann Roger Smeets
Ein junger Seemann Linard Vrielink
Regie Pierre Audi
Hernemingsregie Lisenka Heijboer Castañón
Rotterdams Philharmonisch Orkest
Koor van De Nationale Opera, instudering Edward Ananian-Cooper
Coproductie met Théâtre des Champs-Élysées en Teatro dell’Opera di Roma
Muziek: 5
Regie: 4
De eeuwig onopgeloste leidtoon
Als de liefde zo heerlijk is, waarom doet ze dan zo pijn? Als de liefde zo pijn doet, waarom willen wij haar dan zo graag in ons leven? Hiermee zou ik graag willen eindigen. Maar dat kan niet. Wij moeten immer doorgaan op de golven van verlangen, verzuchten, smachten, streven. Naar géén slotakkoord van verlossing, naar géén harmonie, naar géén C groot. Wagner heeft aan deze universele waanzin de perfecte muzikale expressie gegeven.
Tristan heeft prinses Isoldes verloofde Morold een kopje kleiner gemaakt. Incognito heeft hij zich vervolgens tot haar gewend om zijn eigen verwonding te laten verplegen. Nu is Tristan per schip op weg met Isolde om haar als toekomstige bruid voor koning Marke mee te brengen. Isolde draagt haar dienstmaagd Brangäne op een doodsdrank te bereiden, die zij onder het mom van een verzoeningsdrank samen met Tristan wil opdrinken. Brangäne maakt in plaats daarvan een liefdesdrank klaar. Na de consumptie ervan vallen Tristan en Isolde als een blok voor elkaar. De geliefden blijven elkaar ‘s nachts heimelijk ontmoeten, totdat ze verraden en betrapt worden. Tristan raakt dodelijk gewond en wordt verbannen naar Brittannië. Zijn trouwe gezel Kurwenal laat Isolde uit Cornwall halen, de enige die Tristan redden kan. Isolde komt te laat, Tristan sterft en Isolde volgt hem in de dood.

Allegorische eenvoud
De regie van Audi is grotendeels statisch. Decor en mise-en-scène zijn teruggebracht tot bijna allegorische eenvoud. De decorstukken zijn sober, donker. Door het donker speelt de belichting een grote rol, resulterend in het chiaroscuro effect (techniek die gebruikmaakt van sterke contrasten tussen licht en donker om volume en driedimensionaliteit te suggereren op een plat vlak). Grote panelen die verschuiven en draaien, suggereren een schip, een kasteel. Een zwart vierkant symboliseert de nacht, de bevrijdende dood, die voor de geliefden nog niet toegankelijk is zolang zij leven. Het decor in de tweede akte bekoort; walvisbeenderen rondom een zwarte, grote menhir, reiken als deinende zeeplanten omhoog. In de derde akte boort licht een barst in het zwarte vierkant: het eeuwige, verlossende licht komt in zicht. De hut waarin Tristan in koortsdelier ligt bekoort niet: die heeft iets weg van een moderne containerwoning, hetgeen de magie verstoort.
Tijdens het liefdesduet in de tweede akte laat de regie het maar niet tot een verstrengeling komen. Niet eens een kleine, desnoods hartelijke, omhelzing is het paar gegund, laat staan een vurige versmelting. Hoe verkoop je dat aan het zondige publiek, laat staan aan twee innig verliefde volwassenen? Tristan drentelt om Isolde heen, loopt van haar weg, gaat vaak even zitten. Zijn uitgebreide vocabulaire komt daardoor over als ontwijking of impotentie. Hij maakt een energieloze, uitgebluste indruk. Niet eens hoofs. Hier kan de zanger niets aan doen. Het is zo bedacht.

Uitmuntend Rotterdams Philharmonisch Orkest
Het RPhO onder leiding van Tarmo Peltokoski speelt fenomenaal. Met de oneindig zachte tred van een onmerkbare inzet verschijnen de strijkers, als fluwelen kattenvoetjes op een tapijt van brandend zoete liefdessmart. Het orkest zingt als een levend organisme, met een grote, ademende long, naadloos, teder en veerkrachtig, zuiver, getimbreerd, overal in balans, onderling en met de zangers. Het drukt feilloos de immense, zoete pijn uit die de liefde kan geven, met onopgeloste, chromatisch klimmende akkoordenreeksen, als steeds verder uitgestrekte, vragende handen.
Wanneer in de verte de jachthoorns tussen de heuvels klinken en hun echo overgaat in een perpetuum mobile, beleven we een hallucinant moment. Ongekend.! De bespeler van de Engelse hoorn, Ron Tijhuis, verdient een eervolle vermelding.

We all love Isolde
Malin Byström zet een weergaloze Isolde neer. Haar goddelijke stem heeft in het midden- en borstregister een geheimzinnig, verwarrend, schaduwrijk timbre, opstijgend uit een smalle kloof. Het hoge register draagt een overweldigende rijkdom aan magische frequenties uit. Hier horen wij dan de verblindende ontlading, die wij op het toneel niet mogen zien. De hoge noten boren zich als een lichtende speer oneindig hoog de hemel in. Het grote temperament van de zangeres sluit nauw aan bij de rol van de Ierse prinses. Ik wed: wij allen werden verliefd op Isolde. Tot aan de Liebestot bleef de vocale kwaliteit overeind. Laten wij zuinig zijn op zangeressen van dit formaat.
Haar Tristan wordt vertolkt door Michael Weinius wiens stem hier en daar de discipline van de smalle kern mist, wat gecompenseerd wordt door een ‘bite in the sound’. Deze beet legt het in het liefdesduet af tegen de overvloed aan hoge frequenties in de stem van Byström.

Jeugdige Brangäne
Het is verfrissend om nu eens een jeugdige Brangäne vertolkt te zien, met een fraai ontworpen rok, die de hoekigheid van de grote steen nabootst. Irene Roberts’ stem heeft grote kwaliteit en allure. Haar hoge noten bliksemen als een vuurpijlenregen en haar spel is overtuigend. Jordan Shanahan (Kurwenal) beschikt over een stralende bariton met klaterende hoge noten, energiek en accuraat in spel en timing. Liang Li heeft als Koning Marke een “stationshal” van een stem. Het wat onrustige vibrato in het begin van de voorstelling kwam met het vorderen van de avond in evenwicht, waardoor de ruimtelijkheid van de klank goed tot zijn recht kwam.
Leon Kosavic (Melot) is een zanger met een prachtig timbre, zijn timing en spel zijn ad rem en natuurlijk, terwijl Linard Vrielink (Herder/Jonge zeeman) opvalt door smaakvolle frasering in beide rollen en Roger Smeets een fraaie Stuurman neerzet.
We keerden huiswaarts, het hart gekerfd, maar onder een troostend laagje balsem.






















