Tosca, opera van Giacomo Puccini op een libretto van Luigi Illica en Giuseppe Giacosa. Gecreëerd in het Teatro Costanzi te Rome op 14 januari 1900. Bijgewoonde voorstelling door de Sächsische Staatsoper in de Semperoper te Dresden op 20 mei 2019.

Floria Tosca: Hui He
Mario Cavaradossi: Andeka Gorrotxategi
Il barone Scarpia: John Lundgren
Cesare Angelotti: Chao Deng
Il Sagrestano: Matthias Henneberg
Spoletta: Tom Martinsen
Sciarrone: Tilmann Rönnebeck
Un carceriere: Alexandros Stavrakakis

Sächsischer Staatsopernchor Dresden
Kinderchor der Sächsischen Staatsoper Dresden
Sächsische Staatskapelle Dresden
Drigent: Stefano Ranzani
Regie: Johannes Schaaf

Muziek:
Regie:

Gestern war ich also am Abend in der Oper “Tosca” von Puccini. Eine ganz famose Aufführung nach jeder Richtung, dass man ganz paff ist, so etwas in einer österreichischen Provinzstadt zu finden. Aber das Werk! Im ersten Akt Aufzug des Papstes mit fortwährendem Glockengebimmel (das eigens von Italien bestellt werden musste) – 2 Akt wird einer mit grässlichen Schreien gefoltert, ein anderer mit einem spitzigen Brotmesser erdolcht. – 3. Akt wird wieder mit der Aussicht von einer Citadelle auf ganz Rom riesig gebimbambummelt, wieder eine ganz andere Partie Glocken – und einer von einer Compagnie Soldaten durch Erschießen hingerichtet.

Vor dem Schiessen bin ich aufgestanden und fortgegangen. Man bracht wohl nicht zu sagen, dass das Ganze wieder ein großes Meistermachwerk ist; heutzutage instrumentiert doch jeder Schusterbub famos.

Niet minder dan Gustav Mahler schreef dit geringschattend relaas aan zijn Liebes Almscherl (Alma) vanuit Hotel George in Lwow op 1 april 1903. De beroemde componist, dirigent en theaterdirecteur blijkt niet erg begeesterd door Puccini’s meesterwerk. Hij maakt melding van de klokken in de eerste akte, maar zonder aandacht te schenken aan de sublieme wijze waarop deze klokken de zang van Scarpia onderlijnen en het indrukwekkende einde van de eerste akte opbouwen. Hij zegt ook niets over Tosca’s aangrijpende aria “Vissi d’arte, vissi d’amore” tussen de folterscène en de voor Scarpia fatale dolksteek in de tweede akte. Voor de derde akte heeft hij het terug over het bimbammen van klokken. Is het mogelijk dat deze meesterlijke, prachtig melodieuze inleiding tot “E lucevan le stelle” hem niet beroerde?

Tosca
Tosca en Scarpia (Foto © Klaus Gigga)

Hoe kon Mahler iets tegen klokken hebben, terwijl hijzelf niet vies was van folkloristische elementen en zelfs koebellen gebruikte in zijn zesde en zevende symfonieën.

Gustav Mahler weigerde trouwens om de opera te dirigeren, verwijzend naar het “Meistermachwerk” (schijnmeesterwerk) en Richard Strauss verwierp het zelfs in nog hardere termen. De opera werd wel bewonderd door Claude Debussy, Igor Stravinsky en Arnold Schönberg.

Ondanks Mahler, ondanks Strauss heeft Tosca de tand des tijds triomfantelijk doorstaan, is na 120 jaar nog steeds een geliefd repertoirewerk en heeft op muzikaal vlak niets meer te vrezen. Het venijn komt nu van de operahuizen zelf die, zoals recent de Opera van Oslo, de enscenering van het werk toevertrouwen aan regisseurs die op zijn zachtst uitgedrukt in een psychiatrie thuishoren.

De Semperoper in Dresden is ook een huis dat niet terugdeinst om een werk scenisch de nek om te wringen, maar deze Tosca was weliswaar genietbaar en naar hedendaagse maatstaven vrij traditioneel. Volledig vlekkeloos was de enscenering natuurlijk niet. De kapel waar Angelotti zich in de eerste akte verbergt, was niet meer dan een put, afgedekt door een zwaar traliewerk. Een ideaal decor voor de cisterne van Jochanaan (Salome), maar hier absoluut belachelijk. Kleine, maar tegendraadse details, zoals Tosca die tussen de folteringen in de tweede akte even met Cavaradossi praat, maar daarvoor de verkeerde deur uitkiest.

Tosca
Angelotti en Cavaradossi (Foto © Klaus Gigga)

Erger was, dat de voorstelling vocaal maar weinig wist te bekoren. De Chinese sopraan Hui He heeft alles in huis voor een ideale Tosca: een helder timbre, gemakkelijke hoogte en een goede dosis acteertalent. Helaas was de frasering niet altijd ideaal en zij genoot maar weinig steun van haar geliefde Cavaradossi, de Spaanse tenor Andeka Gorrotxategi, die met zijn blikkerig timbre en zijn miniem stemvolume, maar een weinig indrukwekkende indruk liet. Zijn prestatie stemt zeker niet overeen met het rijke c.v. in het programmaboekje. Was hij misschien ziek?

De Zweedse bariton John Lundgren is beslist niet onze favoriete Scarpia, maar dat kan een kwestie van smaak zijn. Wij zijn nog van de oude stempel en verkiezen een Scarpia die naast chef van de politie ook baron is, een gezagwekkende figuur met een nobel venijn. Lundgren is meer de bloedhond pur sang, met een weinig genuanceerd klankdebiet, meer Lautstärke dan stemvolume.

De kleine rollen voldeden ruimschoots met een schijnheilig gemoedelijke koster van Matthias Henneberg en een slijmerige Spoletta van Tom Martinsen.

De Sächsische Staaatskapelle klonk voortreffelijk onder leiding van de Italiaanse dirigent Stefanop Ranzani, maar vaak te luid. Het Sächsischer Staatsopernchor kon op het einde van de eerste akte ongeremd alle registers opentrekken en dat zorgde alleszins voor een indrukwekkende finale.

Italiaanse opera in een Duits theater: wij zullen er ons nooit 100 % mee verzoenen.

Guillaume Maijeur (gepubliceerd op 21/5/2019)

Tosca
Tosca, Cavaradossi en Scarpia (Foto © Klaus Gigga)

Willy Maijeur
Willy Maijeur

Reviewer

Founder of Opera Gazet (1991). Reviewer. Preference for the German repertoire, especially for the composers Wagner, Richard Strauss and Mozart.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op