The Opera Circus
G.F. Händel, componist; Serge van Veggel, concept, scenario en regie; Hernán Schwartzman, muzikale leiding; Stefano Simone Pintor, tekst; Armata, godin van de oorlog: Maria Schellenberg (sopraan); Armato, god van de oorlog: James Hall (countertenor); Furiën en circustroupe: Maud Bessard Morandas (sopraan, speelt ook De Zon), Joe Baker, Jean Charles Gaume, Arend de Jonge, Luise Hoffmann, Mira Leonard (circusartiesten)
Briljante barokjolijt
Het gezelschap Opera2Day is onlosmakelijk verbonden met begrippen als “eigenzinnig” en ”gedurfd”. Wat dat betreft bestaat er geen verschil met de collega’s van Spanga en DNO. Wat Opera2Day onderscheidt, zijn de soms alleraardigste voorstellingen, zolang er maar geen verbinding wordt gemaakt tussen klassieke opera en “actuele thema’s”, want in l’appel du vide zijn de nattekrant-producties van DNO en de traumabeertjes van Spanga onovertroffen. Een niet te onderschatten voordeel van Opera2Day is dat men zich hoogst zelden, ik durf wel te zeggen: vrijwel nooit, verveelt, en dat er, eveneens vrijwel altijd, van een hecht doortimmerde kwaliteit sprake is.
Dit keer bracht het gezelschap de voorstelling een spectacle coupé op de planken: The Opera Circus. Het spectacle coupé, een muziektheaterwerk samengesteld uit populaire fragmenten uit bestaande werken, is in de operawereld niets nieuws: een dramaturgisch patchwork (een “Als flotter Geist” hier en een “O du, mein holder Abendstern” daar) dat de opknagende levenszin bevordert van de hardwerkende Nederlander die zich wenst te verlustigen met hoogtepunten uit het operarepertoire.

Op 27 juni 1942, men kon wel een verzetje gebruiken, vond er in de Amsterdamse Stadsschouwburg zo’n spectacle coupé plaats, met onder andere de ouverture en een aria uit Der Freischütz, De Zondaar (fragment uit een toneelstuk, sprekend intermezzo!), een aria van Cherubino en de Finale acte II van ‘Figaro’ muziek + toneel door elkaar, programmatisch losjes verbonden.
Twee goden, Armato en Armata, die elkaar bekampen
Regisseurs Serge van Veggel en Aedin Walsh “beperkten” zich deze keer tot verschillende werken van één en dezelfde componist: een Handel-pasticcio, samengesteld uit bestaande muziek van, in dit geval, één componist. – Dat was vooral in de barok heel gebruikelijk. Impresario’s wilden snel succes, zangers wilden hun lievelingsaria’s zingen, en het publiek herkende, net als nu, graag bekende melodieën.
Nu moeten wij Opera2Day wel onmiddellijk de eer doen toekomen die het gezelschap. Deze voorstelling, The Opera Circus, is méér, véél meer, dan een spectacle coupé en ook méér dan een pasticcio, het is een geniale nieuwe opera, een echte opera met een heus libretto, geëxtraheerd uit aria’s en recitatieven van zo’n twintig Handel-opera’s. Omspeeld met een selectie uit Handels instrumentale muziek.

Het libretto stijgt Il Trovatore in ondiepzinnigheid naar de kroon, met dien verstande dat het publiek bij The Opera Circus zich de hersens niet hoefde te pijnigen met de vraag “wie is wie nou”. Integendeel, de operaliefhebbers krijgen een kapstok-verhaaltje voorgeschoteld samengesteld uit een tekstuele ragout. De hoofdpersonen Armato en Armata staan elkaar naar het leven, maar waarom precies wordt nooit geheel duidelijk. Het gaat er heftig aan toe, maar de ernst van hun aria’s wordt in de schaduw gelicht door een fascinerend schouwspel verzorgd door het onmogelijke presterende circusartiesten. Dat serieuze barokopera’s komische en/of lichtvoetige elementen bevatten is niets nieuws in de operawereld. Maar het fascinerende schouwspel dat The Opera Circus ons bood, was van een buitencategoriale perfectie en inventiviteit. Het decor toont ons een verwoeste stad én een circustheater. De protagonisten Armato en Armata zijn overdadig gekleed en bepruikt. En Armato heeft een gouden penis, die recentelijk nog onderwerp van gesprek was in de Amsterdamse gemeenteraad. Als u geïnteresseerd bent, klik HIER .
Verwend oog en oor
De coloraturen, de dialoogjes met de hobo van sopraan/acrobate Maud Bessard-Morandas te beginnen. Haar coloraturen, haar dialoogjes met de hobo leverden een alleszins genoeglijk kijk- en luisterspel op.

Bij de Engels-Armeense mezzo Maria Schellenberg staan wij graag even stil. Om redenen van stimmliche kwaliteit. Als de niet te onderschatten godin van de oorlog Armato had zij een indrukwekkende dramatische en vocale uitstraling. De lagere tonen van haar stem zijn rijk aan kleur en klinken voortreffelijk. Ook het hogere register is krachtig en ze wist zich altijd met gemak boven het orkest uit te tillen. Hoogtepunten waren de aria ‘Ah! Mio cor’ en ‘Furie terribili’ (uit Rinaldo).
De rol van god Armato was toebedeeld aan De Engelse countertenor James Hall, een echte barok-hero, die de rol van Armato met veel expressiviteit vervulde, ondanks een wat minder indrukwekked laag register. Hij pakte zijn kans met een spetterende uitvoering van ‘Ah! Perfida, qui sei’ (uit Orlando).
Handel is bij het Bachvereniging-orkest, dirigent Hernán Schvartzman, in uitstekende handen. We werden getrakteerd op een ruime hoeveelheid fragmenten uit sinfonia’s en sonates, en zelfs Semele kwam nog even voorbij. De moderne, veelvormige percussie-instrumenten schudden de boel op spectaculaire wijze op. On a personal note (lees obsessie): het gepuncteerde ritme, met de nauwkeurigheid waarvan zelfs de meest gerenommeerde orkesten de hand lichten, was bij het Bachvereniging-orkest in de allerbeste handen, hetgeen vreugde en tevredenheid bij uw recensent teweegbracht.
Conclusie: Een visueel magistraal geruggesteunde Handel-potpourri, resulterend in een ontspannen en plezierige avond. Preciezer: een glansrijke en glorieuze voorstelling.
Muziek: 5 *****
Regie: 5*****
Olivier Keegel







