Regietheater als suppressie van het autonome woord

REGIETHEATER IS CENSUUR

Op 30 juni publiceerde de Salzburger Nachrichten een meer dan interessante lezersbrief van Dr. Nikolaus Neuhold. Hij stelt in deze brief de verwerpelijkheid van de terminologiedictatuur (i.c. de gender“taal“) aan de orde. Dit kwalijke fenomeen vindt ook in Nederland plaats. Op allerlei terreinen. Het kapen van uitdrukkingen, het dwingend voorschrijven van bepaalde terminologie: „Geachte dames en heren“ (NS) werd „Beste reizigers“. Boeken worden gewokiseerd tot en met Jip en Janneke, op Wikipedia lees ik dat het woord „neger“ een aanduiding voor een „lid van een groep donkerhuidige mensen die oorspronkelijk afkomstig zijn uit Afrika ten zuiden van de Sahara. Lange tijd was het een relatief neutraal woord, maar sinds het eind van de 20e en het begin van de 21e eeuw wordt het door een deel (!) van de samenleving als beledigend racistisch ervaren.“

Een kenmerk van dat specifieke drammerige deel van de samenleving is dat het ook altijd uitgaat van de stelregel „wat ik vind, moet jij ook vinden, anders ben je racist, fascist en in het gunstige geval „een rechtse bal“ (hetgeen menigeen niet per se als een diskwalificatie zou ervaren) en noem het hele rijtje maar op.

Slaven werden herdoopt tot „tot slaaf gemaakten“, maar wat dat laatste betreft is men in verlichte woke-kringen toch weer teruggekeerd tot het eenvoudige woord „slaven“. (De reden ervoor is met geen mogelijkheid adequaat te beschrijven.)

Dr. Nikolaus Neuhold stelt in zijn ingezonden brief dat het zogenaamde „correct“ taalgebruik dat door de zelfingenomen, intolerante woke-gemeenschap naar voren wordt geschoven, een controlemiddel is geworden door middel van reductie en reorganisatie van taal, zoals dat al eens zo treffend te lezen was/is in DE roman 1984. Het taalterrorisme treft ook het herschrijven van werken van weerloze, want overleden, auteurs. De revisie van literaire werken die onwelgevallige passages bevatten (of het saboteren van journalisten die „onbetamelijke“ schijven), is een tot voor kort ondenkbaar verschijnsel in de West-Europese landen die niet onder een fascistische, communistische of enige andere dictatuur zwoegden. Taal in haar algemeenheid is een essentieel onderdeel van de vrijheid van meningsuiting en het gebruik ervan is daarom niet verenigbaar met censuur.

Autonome taal is ook een onderdeel van de opera, die besmeurd wordt door regisseurs, priapistische broddelaars, bastardised by egomania  en vervolgens in het riool van het regietheater wordt weggespoeld. Dat de kunstmatige parallel tussen enerzijds librettogetrouwe regie en regietheater, en anderzijds „traditioneel“ en progressief, in geen enkel opzicht opgeld doet, is in deze kolommen al meermaals met argumenten beschreven. Een enigszins te begrijpen en onderbouwd weerwoord mochten wij nooit ontvangen. De meeste reacties waren van het niveau „wil jij dan weer de pruiken en kartonnen decors“ terug? Soms in quasi-deftige frases geformuleerd, waarbij eerst de woorden „eigenzinnig“, „confronterend“, „urgent“, „(ook nu nog) actueel“, „ontregelend“ als ankers werden genoteerd en er daarna een slap en ridicuul verhaal omheen werd verzonnen. Door „redacteuren“ (i.c. van DNO) die het kortgeleden uit hun pen kregen dat een DNO-opera „live“ door het KCO werd begeleid.

Er is een trend te bespeuren dat het publiek het zo langzamerhand niet meer pikt. De MET zit halfvol, Het Muziektheater wordt gevuld met behulp van proppers die zich gehuld in regenjas vervoegen op locaties waar millennials en minderjarigen te vinden zijn. Eenmaal de zaal ingelokt gaat het „jonge publiek“ zich na een kwartier vervelen waardoor de zaal sprookjesachtig wordt verlicht door elektrieke telefoons en elke opera tot Singspiel wordt gepromoveerd door een levendige publieksparticipatie.

Regietheater
Metropolitan Opera House: Photo Jemma Lasswell.

Weggedogmatiseerd

Lotte de Beer, met haar dubieuze antecedenten op dit gebied, voelt de bui al aan komen. Zij begint het zinkende schip te verlaten, maar geeft daar wel uitdrukking aan in het ingebeitelde jargon [uitroep- en vraagtekens zijn van onze hand]: „De hoogtijdagen van het regietheater in de opera zijn voorbij (!). Het was een stroming die wilde becommentariëren (?) en confronteren (?). Het heeft mogelijkheden geopend, maar de vreugde werd weg gedogmatiseerd. Dat was misschien prima in stabiele tijden (?), maar de huidige zijn onzeker. Het milieu, de oorlog, hoe we met elkaar omgaan. (?) Dat vraagt om een ander soort kunst (?). Kunst die entertaint en je de hand reikt, waarbij je samen huilt en lacht.“

Toon Hermans had gelijk.

 

Olivier Keegel

5 2 votes
Article Rating
Olivier Keegel

Editor-in-Chief

Chief Editor. Does not need much more than Verdi, Bellini and Donizetti. Wishes to resuscitate Tito Schipa and Fritz Wunderlich. Certified unmasker of directors' humbug.

No Older Articles
No Newer Articles
Abonnieren
Benachrichtige mich bei
guest

0 Comments
Newest
Oldest Most Voted
Inline Feedbacks
View all comments