Een van de meest indrukwekkende manifesten gericht tegen het zgn. Regietheater is de longread “The Abduction of Opera” (2007). De auteur, Heather Mac Donald, is een “influential institute thinker” en beschrijft zichzelf als “secular conservative”. Zij bindt in het genoemde artikel op polemische (DNO zou zeggen “onbetamelijke”) wijze de strijd aan met “trashy productions of trendy nihilists”. Zij waagt zich aan de veronderstelling dat Die Entführung aus dem Serail  uitstekend tot haar recht kan komen zonder dat de tepels van een prostituee worden afgesneden. Evenmin is het noodzakelijk om masturbatie en plas- of orale seks  van een KV nummer te voorzien.

You can have any review automatically translated. Click the Google Translate button (“Vertalen”), which can be found at the top right of the page. In the Contact Page, the button is in the right column. Select your language at the upper left.

 

Het Regietheater, zo stelt Mac Donald vast, gaat er op hautaine wijze van uit dat de interpretatie van een regisseur net zo belangrijk is als het werk, de bedoeling van de componist, zo niet belangrijker. Door een onverklaarbaar toeval “ontdekken” veel hedendaagse  regisseurs een overmaat aan seks, geweld en “politiek” in opera’s variërend van de vroege barok tot aan de late romantiek. Een deprimerende ontwikkeling in een cultuur die blijkbaar weinig waarde hecht aan haar eigen esthetische erfgoed.

De schade die wordt berokkend aan Mozart, Händel, Verdi e tutti quanti heeft ook haar effect op het zo intens gezochte “nieuwe publiek” (een cliché op zichzelf) dat nog nooit een niet-verpeste opera heeft bijgewoond, en derhalve niet beter weet.

Opgewekt sterven in La Traviata.

Mac Donald hekelt ook de schijnheiligheid van, bijvoorbeeld, een Bieito (maar niet van hem alleen) met zijn “Ik denk dat ik erg loyaal ben aan Mozart”. Zoals voor zoveel  regisseurs van het Regietheater, zijn happy endings voor Bieito een no go, evenals álle waarden die in strijd zijn met zijn eigen clichématige en verwrongen  wereldbeeld. De New-Yorkse recensent Alex Ross constateerde “een ontluisterende intellectuele luiheid in het idee dat het verleden altijd maar moet worden geproblematiseerd en dat werken uit het verleden moeten worden ‘gered’ van hun ideologische vooronderstellingen”. “Als je kijkt naar de miserabele puinhoop waarin de wereld verkeert”, zei Ross in een tijd dat men nog nooit van het coronavirus had gehoord, “dan zou je kunnen veronderstellen dat het onze ideologische vooronderstellingen zijn die inherent gebrekkig zijn, en dat we heel nuttige morele lessen kunnen trekken uit het verleden.”

The Non-Idiot's Guide To Opera
Armide, opera by Christoph Willibald Gluck. 1714-1787.

Er zijn wel zangers geweest, aldus Mac Donald, die uit producties zijn gestapt, maar meestal is het voor de zangers een kwestie van op de tanden bijten en er maar het beste van maken.  Diana Damrau zat in München in de beruchte “Rigoletto on the Planet of the Apes” (publiek bracht bananen mee) en verklaarde destijds koeltjes: “Ik heb mij aan mijn contract gehouden, maar wat een oppervlakkige rotzooi.”

Het geniepige mechanisme van het Regietheater is het meeliften op het genie van de componist. Als Bieito zo begaan is met de misstanden in de hedendaagse sekshandel, laat hem dan “write his own damn opera“, aldus Mac Donald. Maar zonder een parasitair beroep op Mozart of Verdi is de regisseur van het Regietheater het absolute niets, op zijn best een hol klinkend vat.

Het kartel der Regietheaterregisseurs is aantoonbaar doof voor de dramatische vereisten van de muziek waarbij het zijn clownerieën vertoont. Bieito hoort in Don Giovanni het “nihilisme van de moderne wereld”. Volgens Mac Donald verspeelt hij met dergelijke baarlijke nonsens het recht om zelfs maar een Mozart-cd aan te schaffen.

Bovendien, als regisseurs opera’s uit hun historische context halen, sluiten ze een kostbaar venster dat uitzicht biedt op het verleden. Opera’s over adel, deugdzaamheid, de plichten van heersers en onderdanen, spiegelen ons een wereld voor waarvan men met nieuwsgierigheid kennis zou kunnen nemen. Wordt ons deze mogelijkheid onthouden, en krijgen we er een lading hupsafladder voor terug, dan wordt tevens de toegang geblokkeerd tot een beter begrip van hoe het leven vroeger was.

Het laatste waarvan een solipsistische “moderne” regisseur beschuldigd wil worden, is het liefdevol overbrengen van werken uit het verleden. Stephen Wadsworth, Hoofd van de Opera-afdeling van The Juilliard School en Staff Director van de Metropolitan, heeft de taak van een operaregisseur op niet mis te verstane wijze verwoord: “Wie de verantwoordelijkheid voor een operaproductie krijgt, heeft in feite dezelfde taken als degene die verantwoordelijk is voor het tentoonstellen van belangrijke schilderijen. Het is zeker niet onze taak om ze opnieuw te schilderen. We moeten ons slechts bezighouden met vragen als “waar moeten we ze ophangen?”, “hoe belichten we ze?”, “wat is de optimale context?”, “hoe presenteren we ze aan het publiek op een manier die het publiek kan waarderen?” en “hoe kunnen we de werken eventueel contextualiseren in termen van het oeuvre van die schilder?”

Simon Boccanegra, een opera uit 1857. De oldtimer heeft zijn alarmlichten al aan.

Indien u het uitermate interessante artikel van Heather Mac Donald niet kent, u kunt het HIER lezen.

Is nu alles kommer en kwel in de operawereld? Eigenlijk wel. We hebben wereldwijd fantastische orkesten, zangers en dirigenten, maar het merendeel van de uitvoeringen wordt verhaspeld, verknald en verminkt door de schabouwelijke schare der hupsafladderaars en hun gevolg. Wie in één mensenleven een Macbeth van Andrea Breth, een Bohème van Pierre Audi, een Salome van Peter Konwitschny en, bitterste gruwel van allemaal, de Madama Butterfly van Robert Wilson heeft bijgewoond, draagt voor eeuwig een litteken op de ziel.

LICHTPUNTJES

Maar er zijn lichtpuntjes. Lichtpuntjes in de zin van vakbekwame regisseurs met verstand van opera en zonder de ondraaglijke last van een loodzware rugzak met uitgekotste ego-haarballen, door elkaar gehusseld in een walm van doorgebakken lucht.

De koning der regisseurs is dood: Franco Zeffirelli. “Leve de koning” is echter prematuur, want De Opvolger is er niet. Maar met enig doorzettingsvermogen zijn er langs heimelijke sluiproutes zeer goede regisseurs te vinden. Deze routes leiden niet naar Amsterdam of Brussel. Hoewel, een kleine anekdote willen wij u niet onthouden. Toen in oktober 2015 de bezoekers van Het Muziektheater getrakteerd werden op nonnen die gasmaskers dragen van regisseur Àlex Ollé in zijn versie van Il Trovatore, was er in de pauze maar één onderwerp van gesprek: de fantastische Madama Butterfly van regisseur Laurence Dale die op 8 en 10 oktober in het op een steenworp afstand gelegen Carré werd uitgevoerd.

Carmen belt dat ze wat later is en doet een #metoo-tje.

Laurence Dale is een van de regisseurs aan wie wij de komende weken in Opera Gazet aandacht zullen besteden. Maar er zijn er meer. Pier Luigi Pizzi, Hugo de Ana, Stefano Mazzonis di Pralafera, David McVicar, Ruggero Raimondi….. En, Otto Schenk leeft ook nog.

There are more things in heaven and earth, Sophia,
Than are dreamt of in your philosophy.

Olivier Keegel

Ontleend aan: Heather Mac Donald, The Abduction of Opera, in “City Journal”, a publication of the Manhattan Institute for Policy Research (MI), a leading free-market think tank.
0 0 stem
Artikelbeoordeling
Olivier Keegel
Olivier Keegel

CHIEF EDITOR AND REVIEWER

Bellini, Donizetti. Tito Schipa, Fritz Wunderlich, Ileana Cotrubas. Stefano Mazzonis di Pralafera, Laurence Dale. Certified unmasker of directors’ humbug.

Abonneer
Laat het weten als er
guest
5 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Robert Vinkenborg
Robert Vinkenborg
6 maanden geleden

👏👏👏 Mooie “j’ accuse” tegen nietsigheid in je blote reet. Kolere!

A.V. Jar
A.V. Jar
6 maanden geleden

Het was weer een genoegen om jou recensie te lezen Olivier Keegel !

G.A.C.H. Blenderman
G.A.C.H. Blenderman
6 maanden geleden

Gelukkig laat de Met nog prachtige ensceneringen zien en de kostuums zijn adembenemend. Wijlen mijn vader, zelf operazanger, zei 20 jaar geleden al: “Je gaat toch de Nachtwacht ook niet overschilderen in spijkerbroeken”. Daarop volgde dan: “Ze zijn besodemieterd!” Ik haal dat nog vaak op.

Ad Middendorp
Ad Middendorp
6 maanden geleden

Volkomen juist opgemerkt, een Humber Super Snipe uit 1962 had geen alarmlichten. Het lijkt een onbelangrijk detail, maar dat is het niet. Het brengt ons n.l. direct bij de kern van de zaak: Wie gaat het winnen bij de kassa, de echte liefhebber, of degene die toch liever tegen een blote togus wil aankijken, ongeacht of die in het oorspronkelijk verhaal voorkwam.

Irma Deutekom
Irma Deutekom
6 maanden geleden

“Hear, hear, all ye good people, hear what this brilliant and eloquent speaker has to say!”

Je kent mij en velen met mij……wij roepen en zuchten na de zoveelste uitvoering met de ogen dicht te hebben bijgewoond…no more hupsafladders!!!