ELEKTRA

ELEKTRA

Düsseldorf

 

Muzikale leiding  Vitali Alekseenok   Elektra  Magdalena Anna Hofmann  Chrysothemis  Liana Aleksanyan   Klytämnestra  Linda Watson   Aegisth  Cornel Frey  Orest  Richard Šveda   Orkest  Düsseldorfer Symphoniker   Regie  Stephan Kimmig


Muziek: 3,5 *
Regie 0,5 *

Na de val van Troje komt veldheer Agamemnon eindelijk weer thuis, maar lang kan hij daar niet van genieten. Zijn vrouw Klytaimnestra en haar nieuwe geliefde Aegisthos ruimen hem namelijk meteen uit de weg en nemen zelf de macht over. Dochter Elektra is woedend, loopt als een wandelende donderwolk door het paleis en denkt nog maar aan één ding: wraak. Haar zus Chrysothemis probeert haar wat tot rust te brengen, maar Elektra blijft hopen op de terugkeer van broer Orestes.

Klytaimnestra, ondertussen gekweld door schuldgevoelens en nare dromen, zoekt zelfs advies bij haar eigen dochter. Elektra speelt het spel slim mee en voorspelt dat Orestes ooit de moord op hun vader zal vergelden. Wanneer vervolgens wordt gemeld dat Orestes dood zou zijn, haalt Klytaimnestra opgelucht adem — iets te vroeg, blijkt later. Orestes leeft nog gewoon, verschijnt onverwacht ten tonele en rekent eerst af met zijn moeder en daarna met Aegisthos. Elektra viert haar langverwachte overwinning met een uitzinnige dans, totdat ze er letterlijk bij neervalt.

Elektra
Elektra Foto: Sandra Then

Deze opera van Richard Strauss is allesbehalve subtiel: de muziek dendert voort, motieven keren voortdurend terug en protagonist Elektra staat vrijwel onafgebroken centraal. Het werk is één grote botsing van emoties, familiehaat en psychologische spanning, met als hoogtepunt de herkenning tussen Elektra en Orestes — gevolgd door een slot dat tegelijk triomfantelijk en ontwrichtend is.


Elektra
Foto: Sandra Then

Elektra en Salome

Elektra en Salome zijn allebei heftige opera’s van Richard Strauss, maar ze verschillen behoorlijk. Salome (1905) is verleidelijker, geheimzinniger en vloeiender van sfeer. Strauss laat het orkest zinderen met exotische klanken, zwevende harmonieën en sensuele dansritmes die de spanning langzaam opvoeren. De beroemde “Dans van de Zeven Sluiers” klinkt verleidelijk en kleurrijk. Zelfs in de gekte blijft de muziek vaak stijlvol en bijna betoverend.

Elektra (1909) is veel grimmiger en feller. De klank van het orkest is harder, zwaarder en scherper. Strauss duwt de muziek hier bijna over de rand, met botsende klanken, schetterende koperblazers en nerveuze ritmes. Waar Salome nog iets verleidelijks heeft, voelt Elektra als een donkere koortsdroom vol wraak, woede en trauma. Ook de zang is extreem veeleisend, vooral de titelrol, die enorm veel kracht vraagt.

Elektra
Elektra Richard Strauss Foto: Sandra Then

Catastrofale afgang

We waren getuige van een catastrofale afgang op het podium, pijnlijk tot in de kleinste vezel en onthutsend in zijn totale artistieke onmacht. Vaak heeft een dramatisch slechte regie nog wel een iets grappigs, hoe fragmentarisch ook. Vergelijk het met Ajax, dat ook nog wel eens een wedstrijd wint, en er 5 minuten in slaagt de bal twee-drie keer naar een teamgenoot te spelen. Maar als een regie in elke vezel volledig faalt, maakt verbijstering in het denkraam plaats voor een masochistisch holisme. Een gevoel van perverse perfectie van een niveau dat zelfs in aan de Amstel slechts zelden gehaald wordt. Je kijkt om je heen, en je ziet ontstemde operaliefhebbers uit wier ogen een jammerklacht spreekt “waarom moet ik hierbij zijn?”.

Om het dystopische beeld compleet te maken zijn er dan ook nog altijd de hersenloze cultuursnobs (zij lopen in een museum met de handen op de rug)  wier hautaine met een  Hoffmann Natural Eyewear-bril getooide hoofd iets uitstraalt van “ja, verdomd interessant”… (60 jaar na Sjef van Oekel).  De boldoenerij spuit uit de gierwagen van hun ijdelheid, die boeroepers zijn niet Leute wie wir: „Schau dir nur an, Friedrich, wie unruhig die Bürger sind“…  „Sie kapieren es wieder nicht, Amalia“. Maar het bespotte burgervolk heeft een zeer scherpe kijk op de kwaliteit van het gebodene, want “je ken een hoop stront paars verve, maar ’t blijf een hoop stront”. Het terechte massale boegeroep tijdens de première werd door de persafdeling afgedaan als een “(anti)claque”, net zoals regisseuse Andrea Breth deed toen haar desastreuze Macbeth (2015) in Amsterdam werd afgekraakt; niet Breth, de gifmengster van “onderliggende psychologische motieven”, was de schuldige, maar het slachtoffer, operaminnend publiek, kreeg de schuld in de schoenen geschoven.

Auto wil niet starten

Regisseur Stephan Kimmig moet gedacht hebben “Elektra vind ik een saaie opera, laat ik met mijn regie daar nu eens een eenheid van vorm en inhoud van maken”. Totaal in geslaagd! De uitvoering was saaier dan saai, ondanks de opleuking met allerlei quasi-filosofische diepere betekenissen (monteuse sleutelt niet aan auto maar aan haar leven!) en platte “er-staat-niet-wat-er-staatjes”, waar alleen nog yogadames met een Spanga-IQ of andere mentale handicap voor vallen. Allereerst is er geen decor, althans, het decor ziet er uit als ontworpen door de handwerkjuffrouw (Docent Textiele Werkvormen) van de School met de Bijbel te Randwijk. Een sober fabrieksgebouw, een zandbak (woestijn!) hier, een palmboompje daar, en, natuurlijk een… auto! Wat zou de hedendaagse, desoriënterende en urgente opera toch zonder auto moeten.  Uiteraard was de gekozen locatie NIET die van het origineel, de binnenplaats van het koninklijk paleis in Mycene.

Elektra
Eerst tegen de banden schoppen! -- Foto Sandra Then

Op het toneel gebeurt niets. En de kostuums doen er alles aan om deze nietsigheid  in stand te houden. Elektra is een in overall gehulde automonteuse; ze is bezig de auto van de familie te repareren, maar het kreng (de auto)  wil niet starten, dus gaat ze maar een potje zitten zingen op een muurtje. Onnodig te vermelden dat er naast de auto ook de onvermijdelijke videoprojectie haar opwachting maakte. Kortom, waar zijn we hier, wat doet men hier en waarom niet. Welk artistieke catastrofe vindt hier plaats?

De personenregie is geheel in lijn. Elektra zingt, soms staand, zoms zittend. Dat is het wel zo’n beetje. Kortom, regisseur Stephan Kimmig heeft de opera Elektra “naar het heden gebracht”, maar welk heden blijft volstrekt onduidelijk, de regie is een artistiek misgewas,  geteeld maar onherroepelijk onmiddellijk gesneuveld op de heuvel van de goede smaak. Aldus wordt de hoogdramatische muziek van Strauss scenisch om zeep gebracht.

Elektra
Elektra Richard Strauss Foto: Sandra Then

Elektra en Salome

Strauss’ Elektra ging in 1909 in Dresden in première, de componist was geïnspireerd door het gelijknamige toneelstuk van Hugo von Hofmannsthals Elektra. Richard Strauss schreef 4 jaar daarvoor een andere “schokkende opera”,  Salome. De sfeer in beide opera’s verschilt sterk. Salome is sensueel, verleidelijk en exotisch. De muziek golft en glanst, vol oosterse kleuren, erotische spanning en decadente elegantie. Zelfs in de gewelddadige scènes blijft er iets hypnotiserends aanwezig. Elektra klinkt veel overweldigender en agressiever. Strauss gebruikt in Elektra een enorm orkest met felle koperblazers, scherpe ritmes en extreme dissonanten. De opera draait minder om verleiding (Salome) en meer om psychologische waanzin, trauma en wraak. In vocaal opzicht vraagt Salome om flexibiliteit en sensualiteit, terwijl Elektra een bijna bovenmenselijke dramatische kracht vereist. Daardoor voelt Elektra grimmiger, rauwer en emotioneel uitputtender dan Salome. Dramatisch verschillen ze ook flink. Salome bouwt langzaam op met spanning en erotiek, terwijl Elektra meteen vanaf het begin er in hakt. Elektra is Strauss’ meest compromisloze en overweldigende opera.


An die Musik

In schril contrast met de scenische ellende staat de muzikale uitvoering, verzorgd door het Düsseldorfer Symphoniker onder leiding van Vitali Alekseenok; hij gaat er op meeslepende wijze meteen met gestrekt been in, en levert ons de furieuze en vernieuwende Strauss-klanken zonder verpakking; de opflakkerende melodielijnen, met als basis het Agamemnon-thema, komen ongevaccineerd tot ons.

De zangers houden zich dapper staande tegen deze orkestrale krachten. Min of meer. Agamemnon wordt vertolkt door de acrobaten Aliaksei Liubezny en Pascal Siffert, die regisseur Kimmig waarschijnlijk nog kende van zijn werk bij het circus van Düsseldorf-Gerresheim, op het terrein aan de Heyestraße.

Magdalena Anna Hofmann  zette een minder hysterische, meer muzikaal uitgebalanceerde Elektra neer dan vaak gebruikelijk is. Liana Aleksanyan zong de rol van Chrysothemis met grote dramatische impact; dat de voorgebrachte klanken een relatie met de Duitse taal hadden, moesten wij maar aannemen. En Linda Watson, die zich al in alle Wagner-heldinnenrollen heeft bewezen, leverde als Klytämnestra een fraaie prestatie. De Orest van Richard Šveda, niet echt een heldentenor naar wij dachten,  profiteerde ervan dat het orkest in zijn plechtige passages gas terugneemt. Cornel Frey leverde een scherp omlijnde Aegisthos met een doordringende en doorleefde karaktertenor. Ook in de kleinere rollen werd goed tot uitstekend gezongen.


CONCLUSIE

Een uitvoering met een niet serieus te nemen 0-regie, in een over de gehele linie genomen redelijk goede muzikale uitvoering. De coupures waren uiterst welkom.

 

Olivier Keegel

Posts from overseas
5 2 votes
Article Rating
Olivier Keegel

Editor-in-Chief

Chief Editor. Does not need much more than Verdi, Bellini and Donizetti. Wishes to resuscitate Tito Schipa and Fritz Wunderlich. Certified unmasker of directors' humbug.

No Older Articles
No Newer Articles
Subscribe
Notify of
guest
0 Comments
Newest
Oldest Most Voted