Idomeneo, Re di Creta.Groot respect hadden wij voor de voortreffelijke bijdragen van Anna El-Khashem (Anna) en Jacquelyn Wagner (Elettra). Verbazingwekkend hoe snel zij zich hadden hersteld van de ernstige trauma’s die zij opliepen door publiekelijk te moeten meewerken aan de schabouwelijke openbare terechtstelling van Ludwig von Beethoven, met diabolisch leedvermaak op poten gezet door het vermodderde artistieke misgewas Andriy Zholdak.
Der fliegende Holländer – Volbloed Wagnerianen tolereren minzaam Der fliegende Holländer, maar geven toch duidelijk de voorkeur aan de Ring en “de” Tristan. Eigenlijk is de Holländer een sympathiek stukje beginnerswerk, is de achterliggende gedachte. Want was De Grote Meester niet ooit zelf van mening dat zijn jeugdwerk onvolledig was?
Macbeth. Allereerst, de laatste noot klinkt nog na, en de eerste “bravo”-roepers, niet zelden kantoorklerken uit Nieuwegein die hun echtelijk-onderdrukte instincten rauw en hittig uitleven of van mening zijn dat degene die het eerst “bravo” roept, van een operakennis getuigt met een uitzonderlijk hoog Korenhof-gehalte plus diens opgewekte natuur.
The Dutch National Opera and its institutional failure. People have had enough of the infuriating dilettantism of the painfully failed The Shell Trial, the artistic monstrosity of Fidelio, an obvious case of label scam, and dead-on-arrival productions like Le lacrime di Eros. DNO’s meteoric decline has lost its accidental character under the reign of intendant Sophie de Lint.
DNO en het institutioneel falen. De Verelendung van Leidseplein naar Muzietheater 1 (Audi) en Muziektheater 2 (De Lint) stemt tot diepe treurigheid maar moet toch eens, Marx indachtig, tot een ingrijpende omwenteling leiden. De Schlemperei aan de Amstel is bezig zichzelf te ondermijnen doordat operagangers zich steeds vaker realiseren dat zij in het ootje worden genomen door de firma “Zing Vecht Huil Bid Lach Werk en Bedonder”, hét adres voor gesubsidieerde etikettenzwendel.
Blauwbaards Burcht. Het Philzuid onder leiding van Duncan Ward. Dat is een goed stel hoor! Allereerst was de fijnafstemming tussen solisten en orkest prima de luxe, een buitengewone prestatie wameer het orkest niet onder maar achter de solisten wordt opgesteld, conform de opera concertante waar we hier toch eigenlijk mee te maken hadden..
Salome. Vooral Jacquelyn Wagner (Salome) was soms volledig onverstaanbaar, maar dat lag niet alleen aan het orkest, maar ook aan de casting. Jacquelyn Wagner is (net als Malin Byström, laat u niets wijs maken) niet de dramatische sopraan die een ontspoorde Salome geloofwaardig over het voetlicht kan brengen.
Masterclass ! Je voert je gekozen aria uit voor een vals glimlachende Diva. Als je de hele aria in één keer mag uitzingen, weet je zeker dat je voor elke noot afgekraakt zal worden. Vervolgens gaat het een half uur óf over ademhaling (“die adem moet ergens blijven”, “die adem is je vriend én vijand”, etc. etc.) óf over het karakter van de aria, waar jij niets van begrepen hebt (“Un bel di vedremo lijkt een romantische dagdroom, maar is in wezen een aanklacht tegen het Westerse kolonialisme; ik wil dat terughoren.”)
Rigoletto bij DNO. A suitable case for treatment. De regie moge dan ernstig vermodderd zijn, met Erasmus zeggen wij “Etiam inter vepres rosae nascuntur.” (“Ook onder doornstruiken groeien rozen.”). En die roos was Aigul Khismatullina, de coloratuursopraan die Gilda zingt, met een o zo fraai, evenwichtig, opjubelend stemgeluid en een verbazingwekkende techniek.
Discordia Hall in Amsterdam. In the area of diversity, the Dutch National Opera is seriously failing. Opera lovers who are attached to a libretto-compliant performance are often called “traditional”. This is nonsense. If a restaurant that serves rice and potatoes decides to serve potatoes only, do we suddenly call rice lovers “traditional restaurant-goers”?
For the so-called “traditional opera lover,” opera is an episodic art form that is best enjoyed when the composer and librettist are unconditionally accepted and respected and no disgusting shenanigans are pulled by the director, such as Die Zauberflöte in Auschwitz or “moving” Aida to Evita Peron’s Peru.








