Jevgeni Onegin in Sydney | Opera Australia. 2026.
Jevgeni Onegin in Sydney
Opera Australia, dinsdag 17 maart, 2026
Joan Sutherland Theatre, Sydney Opera House
Muziek — Pyotr Ilyich Tchaikovsky
Libretto — Pyotr Ilyich Tchaikovsky & Konstantin Shilovsky
Gebaseerd op de gelijknamige versroman van Aleksandr Poesjkin
Dirigent —Anna Skryleva; Regisseur — Kasper Holten
Muziek, regie: 1 *
Jevgeni Onegin in Sydney
Een langzame dood
In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is het nooit echt aangenaam om een vernietigende recensie te schrijven. De beste critici zijn niet alleen liefhebbers van de kunstvorm die zij recenseren, maar ook van de gemeenschap aan beide kanten van de Bühne – de artiesten en het publiek. Het is dan ook een zware en onfortuinlijke taak om een trieste en toch vaak ook lachwekkende avond onder de aandacht te moeten brengen, waarbij uitzonderlijke artiesten een langzame dood stierven in een productie die ver onder hun niveau lag. En dat was precies wat er bij deze Jevgeni Onegin aan de hand was.
Egomaniakaal regietheater: artistiek vandalisme
De productie van Jevgeni Onegin van Tsjaikovski door Opera Australia, geregisseerd door Kasper Holten, is een complete ramp – een mislukking van epische proporties. Ondanks de individuele uitmuntende klasse van de cast -daarover straks meer- is de enscenering zelf zo ondragelijk, zo pijnlijk verstoken van enige positieve aspecten, dat het bijna niet te geloven is dat de regisseur, volgens zijn biografie, “meer dan 80 producties over de hele wereld” heeft geregisseerd. Men kan op grond van deze productie alleen maar concluderen dat Holten precies het soort zelfgenoegzame, egocentrische regisseur is dat Opera Gazet, zoals bekend, regelmatig aan de schandpaal nagelt.

Onder het sluwe mom van een traditioneel ogend decorontwerp stort Holten een ware berg van zinloze herhalingen, platvloerse uitspattingen en puur amateurisme over ons uit als een op de een of andere raadselachtige manier zelfverzekerd gepresenteerde belediging.
Nogmaals, niets van dit zeggen wij vanuit de wens om slim of geestig te zijn, om te beledigen, te kleineren of op enigerlei wijze superioriteit te veinzen. Opera Australia kan – en moet – beter. Het verzwakt zichzelf door dergelijke rommel te presenteren als een voorbeeld van wat het kan.
Dubbelgangers!
Concreet: Holten presenteert productie in het volstrekt achterhaalde concept van de flashbacks (een productie van de Opera Conference, met Peter Coleman-Wright en Cheryl Barker, deed in de jaren 90 (!) in Australië hetzelfde); bovendien voegt hij het hemeltergende cliché van de dubbelgangers toe voor Jevgeni en Tatiana – een handgreep zonder enig fundament die geen enkel doel dient en nergens toe leidt, en dat vaker wel dan niet ronduit verwarrend was; de oudere en jongere versies werden gemixt en dooreengeroerd zonder enige waarneembare onderscheiden vorm of structuur. Het was van begin tot eind pijnlijk onhandig en de ultieme versie van vlees-noch-vis. De acteurs Brayden Harry en Keeley Tennyson deden hun best, maar stonden vanaf het begin voor een kansloze missie.

Wat doorging voor regie leek willekeurig en zielloos — beweging omwille van de beweging zelf, zonder enige psychologische of verhalende noodzaak. De regie van het koor was op zijn best symbolisch, op zijn slechtst bizar, en leemtes werden opgevuld met wilde gebaren en katachtig rondkruipen; enig herkenbaar menselijk gedrag was ver te zoeken. Bij gebrek aan een regisseur die menselijk gedrag begrijpt, konden de goedbedoelde pogingen van de zangers om te acteren nooit het niveau van een vmbo-afscheidsavond overstijgen. Om volkomen eerlijk te zijn (wat wij altijd proberen te zijn), is dat niet de schuld van de zangers; Opera Australia lijkt, volgens de eigen lijst van artistieke medewerkers in het programma, geen enkele persoon in dienst te hebben om zangers en regisseurs te coachen in basale acteertechnieken. Geen wonder dat het gezelschap ernstig lijdt onder regisseurs van dit zogenaamde ‘kaliber’.
Het enige Inszenierungskonzept dat werkte, was het van scène tot scène gestructureerd achterwege laten van rekwisieten – Tatiana’s boeken, een kapotte stoel, een boomtak uit de duelscène etc. verdwenen geleidelijk aan uit beeld. Dat gezegd hebbende, was het wel wat merkwaardig om de belangrijkste tenor vanaf het einde van de duelscène tot en met de derde akte en het laatste applaus dood op het podium te laten liggen. En nu we het er toch over hebben: wat gebeurde er in vredesnaam tijdens de Polonaise, toen de dubbelganger van Onegin werd aangevallen door een moordcommando van grijze ballerina’s?! Raadselachtig…

Lauren Fagan, een uitstekende Tatiana
Nu we het toch over de solisten hebben, we kunnen toch nog enkele positieve punten van de avond noemen. Lauren Fagan was een uitstekende Tatiana. Holten ondersteunde haar echter in geen enkel opzicht; hij gaf voor het acteerwerk de voorkeur aan haar dubbelgangster. Fagan mocht de muziek verzorgen, waarmee hij niet alleen haar maar ook de meest elementaire beginselen van regisseursverantwoordelijkheid ernstig te kort deed. Dit kwam pijnlijk duidelijk naar voren in de Briefscène, waarin Fagan op de achtergrond, in de schaduw, werd geplaatst om de muziek te verzorgen. Wat ze, eerlijk gezegd, best goed deed. De Oekraïense bariton Andrei Bondarenko heeft de titelrol zo vaak gezongen, en voor zoveel gezelschappen, dat ik oprecht niet kon zeggen of zijn aangeleerde leefmoeheid van het personage of van de artiest zelf afkomstig was. Eerlijk gezegd zouden wij hem onder de huidige omstandigheden in beide gevallen niets kwalijk nemen. Ook hij zong voortreffelijk, en wist op de een of andere manier de vernederingen van Holtens schabouwelijkste hersenspinsels te overleven. Bondarenkbezat samen met Fagan een van de weinige stemmen van de avond die qua volume en timbre voldoende en consistent krachtig genoeg was om zijn aanwezigheid te rechtvaardigen. Nicholas Jones beschikt over een aangename lyrische/karaktertenor en heeft het vermogen tot een klagende mezza voce, hoewel dat niet helemaal compenseert voor een gebrek aan spinto-kracht op momenten als de climax van “V vashem dome!”. Maar zijn fijnzinnige, gebedsachtige benadering van “Kuda, kuda” was zeer ontroerend — een hoogtepunt. De overige solisten waren in verschillende mate betrouwbaar.
Dirigente Anna Skryleva leidde een pittige uitvoering van de partituur.













