Der fliegende Holländer, opera van Richard Wagner (muziek en libretto). Gecreëerd in het Hoftheater te Dresden op 2 januari 1843. Bijgewoonde première door de Nederlandse Reisopera in de Holland Casino Zaal van het Wilminktheater te Enschede op 20 april 2018.
 

Daland: Yorck Felix Speer
Senta: Aile Asszonyi
Erik: Samuel Sakker
Mary: Ceri Williams
Der Steuermann: Thorsten Büttner
Der Holländer: Darren Jeffery

Noord Nederlands Orkest en koor Consensus Vocalis
Dirigent: Benjamin Levy
Regisseur: Paul Carr

Muziek:
Regie:

Proloog

Wij kregen weer eens te maken met pantomime-begeleidingsmuziek in plaats van een ouverture. Al gauw werd het waarom van deze pandemonische scenische hupsafladder duidelijk: regisseur Paul Carr bezag deze opera “vanuit Senta”. Dat werd ons overvloedig duidelijk gemaakt tijdens het schouwspel dat de ouverture verontreinigde. Van de “Senta-bril” was tijdens de opera overigens (gelukkig) weinig te bespeuren.

Zou jij……

“Zou je je leven geven voor de ware liefde? Deze vraag staat centraal in deze nieuwe enscenering van Der fliegende Holländer.”

Zo begint een marketingtekst van De Nederlandse Reisopera waarmee publiek naar Der fliegende Holländer dient te worden gelokt. We herkennen het copywriterstaaltje dat zijn uitingen graag doorspekt met die versleten, maar eindeloos herhaalde slogan: de JIJ-vraagzin. “Becel. Hoeveel geef jij om je gezondheid?” “Pharo Reizen. Hoeveel avontuur wil jij in je vakantie?” Etc. etc.  En nu wil de Nationale Reisopera weten of wij ons leven zou willen geven voor de ware liefde, althans of wij ons dat afvragen. Wij zouden menen: dat gaat de Nationale Reisopera geen donder aan. Maar, de vraag wordt toegelicht in de volgende zin: “Deze vraag staat centraal in deze nieuwe enscenering van Der fliegende Holländer. Er komt nu een aap uit de mouw. De vraag mag dan wel “in deze nieuwe enscenering” centraal staan, in Wagners Der fliegende Holländer staat deze vraag in het geheel niet centraal, geen enkele “vraag” staat centraal for that matter. Het is eenvoudigweg een mythisch verhaal, zonder platte, quasi-existentiële vragen. Maar er komt nog een ander aapje uit de mouw. Regisseur Paul Carr beziet deze opera dus “door de bril van Senta”. Opera’s die met een door de regisseur aangemeten bril dienen te worden bekeken, boezemen ons immer een matig vertrouwen in. Wij kijken het liefst zonder bril, en als daar optische wetten en praktische bezwaren in de weg staan, dan nog altijd het liefst door onze eigen bril. Volgens Carr heet de opera dan weliswaar Fliegende Höllander, maar “voor hem” (!) is het eigenlijk Die norwegische Selbstmörderin. Alarmbel twee gaat onmiddellijk af. Opera’s die “eigenlijk” iets anders zijn. “Hoeveel mensen zouden hun leven geven voor iemand anders”, zegt Carr in een promotiefilmpje. Wel, exacte cijfers zijn niet bekend, maar het verband met deze opera is onduidelijk. Daar gaat het slechts over één dame, Senta, die haar leven voor een ander geeft. Dat is onderdeel en tevens de apotheose van het verhaal, van het door Wagner geschreven libretto. Men zou ook “geldlust” als thema kunnen kiezen (Daland huwelijkt zijn dochter uit voor een zeer aanzienlijke bruidsschat), of “oude spintechnieken” (vrouwenarbeid!) (het spinnen van garen in het huis van Daland: “Summ und brumm, du gutes Rädchen”). De werkelijke vraag, als er dan al een vraag gesteld moet worden (NOT), is: “Geeft Senta haar leven voor de ware liefde?” Het antwoord is simpel en wordt door Wagner zelf reeds gegeven: “Sie stürzt sich in das Meer”. Zit geen woord Chinees bij. De ergerlijke gewoonte om van een libretto, een verhaal dus, iets meer te maken dan het is, de gewoonte om een libretto als een soort mal te beschouwen waarmee er lustig op los gefantaseerd kan worden, zorgt weliswaar voor brood op de plank van menig verlicht regisseur, maar blijft een potsierlijke onderneming.

Der Fliegende Holländer
Der Fliegende Holländer. Foto's: Hans van den Bogaard en Nienke Elenbaas.

Eigenlijk…

De “eigenlijk”-zinnen (Traviata gaat “eigenlijk” over feminisme) verleiden het publiek tot een wankel stapje op de door verrotting aangetaste ladder van culturele deftigheid. Laat regisseurs zich toch eens tot het verhaal (libretto) beperken en er vervolgens op ambachtelijke wijze een aardig schouwspel van maken in plaats van privé-filosofietjes en ideetjes los te laten op werken van componisten van wie zij niet eens de schoenen zouden mogen poetsen. Dus: vertellen. Niet interpreteren. Vertellen wat er in het libretto staat, vertellen over de drie hoofdpersonen, zoals vaak bij Wagner een eenvoudig meiske dat van een vriendelijke jongeman houdt waarna een demon verschijnt met een bovennatuurlijke aantrekkingskracht op het meiske, waarbij aangetekend zij dat het bovennatuurlijke, het demonische getemd kan worden. Een bril om de partituur te lezen, is de enige bril die nodig is. Plus ambachtelijke artisticiteit en verstand van operazaken.  Als er iets te interpreteren is (en dat valt in het operarepertoire reuze mee), dan doet het publiek dat zelf wel. Overigens, de tijdens deze voorstelling getoonde beelden leden niet onder Senta’s bril, en waren vaak fraai en sfeervol, hoewel neigend naar iets te veel kermis op de Bühne. Hoeveel videoprojecties men van een wilde zee kan verdragen, verschilt per individu, I guess. In het libretto van het tweede bedrijf komt zeventien keer het woord “Spinnen” voor. Helaas was er geen spinnewiel te bekennen, wat weer eens de nodige idiote discrepanties tussen toneelbeeld en tekst opleverde. De Mary van dienst rookte (!) op het toneel achter haar naaimachine (!). Eigenzinnig. Bravo. Er was ook nog een dolk, aanvankelijk in de handen van Erik. Zodra wij het mes zagen, zonden wij schietgebedjes naar Onze Lieve Heer: laat Senta, die van een rots behoort af te springen, in hemelsnaam geen zelfmoord plegen met deze dolk. Please, God, please.

Senta pleegde zelfmoord met de dolk

Volgende misinterpretatie: derde akte. Hier is sprake van een feest (“Steuermann! Laß die Wacht!”), maar wel een feest met een macabere context. Regisseur Paul Carr maakt er een banale beach party van, maar had toch beter even het libretto kunnen lezen: “Jubel und Freude. Die Haltung des holländischen Schiffes bietet einen unheimlichen Kontrast”. Van het “unheimlichen Kontrast” geen spoor, dus ook hier schoot de regie te kort. Blunder.

Gelukkig is er altijd nog Wagner, met zijn meesterlijke thema “Steuermann, lass’ die Wacht!”, in noten e-d-c-eeeeee-dd-ee, oftewel    Dit thema nestelt zich in je systeem om zich daar hardnekkig in vast te bijten. Wij hebben ons altijd afgevraagd waarom de radio- en tv-reclame zich nooit aan Wagners Höllander heeft vergrepen. Waarom doet Veilig Verkeer Nederland een beroep op het onuitstaanbare Bloemenduet uit Leo Delibes’ opera Lakmé, waarom wordt “kaas-uit-het-vuistje” geassocieerd met Beethovens Vioolconcert en tracht Dr. Oetker zijn cupcakes aan de man/vrouw/mens te brengen via “La donna è mobile”, terwijl voor “Steuermann” naar wij dachten nooit commercieel emplooi gevonden is? De toepassingsmogelijkheden zijn toch legio: van pretparken tot pacemakers en van klopboormachines tot bokstoernooien. Kortom, gemiste kans.

Windkracht 12

Der fliegende Holländer is Wagners eerste volwassen opera, de muziek ligt prettig in het gehoor, te beginnen met de ouverture waar een pittig windje doorheen raast. De ouverture toont de romantische neigingen van de opera, te beginnen met de weergave van een hevige storm.  “De wind waait je elke pagina van de partituur tegemoet,” aldus een van de eerste dirigenten van de opera. En u begrijpt het al, deze wind neemt niet alleen het schip van de Holländer onder handen, maar ook het turbulente zielenleven der protagonisten Holländer en Senta. Verschillende thema’s worden geassocieerd met de personages; het hoornthema aan het begin van de ouverture hoort bij de Holländer, het thema gespeeld door de houtblazers hoort bij Senta. Echter, zeg nooit tegen een Wagneriaan dat het hier om Leitmotive gaat, want dat zijn het niet. Leitmotive zijn deftiger. De thematiek die Wagner in Höllander hanteert, is meer die van Verdi. Een en hetzelfde melodietje hoort onveranderlijk bij een bepaalde persoon, terwijl echte Leitmotive ontwikkeling vertonen.

In Enschedé trad een geweldig solistenteam aan. Bravo voor de casting. Yorck Felix Speer wist als Daland de complexe en groteske kant van dit karakter op geloofwaardige wijze neer te zetten. Senta werd gezongen door de uit Estland afkomstige en in Nederland woonachtige lirico-spinto Aile Asszonyi. Zij is een van die operazangeressen die niet zo beroemd zijn maar dat net zo goed wel hadden kunnen zijn, als u begrijpt wat wij bedoelen. Asszonyi is een fantastische zangeres die al heel wat rollen op haar naam heeft staan, o.m.  in Donizetti’s L’elisir d’amore en Maria Stuarda (Maria), Leonora in Fidelio, Donna Elvira in Don Giovanni, en de titelrollen in o.m. Verdi’s Giovanna d’Arco en Puccini’s Suor Angelica. Ook haar Senta was een doorslaand succes, met haar warme, expressieve stem is zij voor deze rol just what the doctor ordered. Over Samuel Sakker als Erik waren wij minder te spreken. Het leek of zijn stem de nodige projectie miste en enigszins op de Bühne bleef hangen. Het altijd zo prettig in het gehoor liggende “Mein Herz voll Treue, bis zum Sterben” hebben wij weleens beter horen vertolken. Sakkers stem lijkt meer geschikt voor het Italiaanse repertoire. Thorsten Büttner, Der Steuermann, is een zeer bevallige lyrische tenor (wij herinneren ons een voortreffelijke Lenski van hem), terwijl de dramatische bariton Darren Jeffery een puike, stevige Holländer neerzette. Dirigent David Benjamin Levy, die wij met zijn Orchestre de Chambre Pelléas al enkele keren in het Amsterdamse Concertgebouw mochten bewonderen, leidde het Noord Nederlands Orkest niet zozeer met een Senta- als wel met een Wagnerbril op, en dat was een verstandige keuze. Het resultaat was uitermate fraai. Wat speelde dit orkest fantastisch en optimaal in balans met het vocale gedeelte. Een speciale pluim voor de houtblazers, zonder de andere orkestleden te kort te doen, is op zijn plaats. Ook een pluim voor het koor dat ondanks de relatief geringe bezetting volledig wist te overtuigen. Fraai.

Der Fliegende Holländer.
Der Fliegende Holländer. Foto's: Hans van den Bogaard en Nienke Elenbaas.

Epiloog

“Wij maken opera’s die mensen verbinden en raken” aldus Reisoperabaas Nicolas Mansfield. In nachtelijk Enschedé zochten wij vergeefs naar dat stukje menselijke verbinding (in het plaatselijke uitgaansleven wordt duidelijk aan leeftijdsdiscriminatie gedaan), maar onze verbinding met een uit de muur getrokken middernachtelijke kroket was uitermate geslaagd. Net als deze Holländer trouwens.

Al weer een prestatie waar De Nederlandse Reisopera trots op kan zijn.

Olivier Keegel (gepubliceerd op 21/4/2018)

Foto’s: Hans van den Bogaard en Nienke Elenbaas.
Olivier Keegel
Olivier Keegel

Chief editor and reviewer

Bellini, Donizetti. Tito Schipa, Fritz Wunderlich, Ileana Cotrubas. Stefano Mazzonis di Pralafera, Laurence Dale. Certified unmasker of directors’ humbug.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op