Matilde di Shabran, melodramma giocoso (opera semiseria) van Gioacchino Rossini op een libretto van Jacopo Ferretti naar François-Benoît Hoffman’s libretto voor Méhul’s Euphrosine (1790, Parijs) en J. M. Boutet de Monvel’s toneelstuk Mathilde. Voor het eerst opevoerd in het Teatro Apollo te Rome op 24 februari 1821. Bijgewoonde première in de Trinkhalle te Wildbad op 21 juli 2019.

Corradino, Cuor di ferro: Michele Angelini
Matilde di Shabran: Sarah Blanch
Raimondo Lopez: Shi Zong
Edoardo: Victoria Yarovaya
Aliprando: Emmanuel Franco
Isidoro: Giulio Mastrototaro
Contessa d’Arco: Lamia Beuque
Ginardo: Ricardo Seguel
Egoldo/Rodrigo: Julian Henao Gonzales

Górecki Chamber Choir
Passionart Orchester
Dirigent: José Miguel Perez-Sierra

Muziek:
Regie:

Matilde di Shabran is vandaag één van de minst gespeelde werken van Rossini. Hoewel redelijk succesvol na de creatie bestaan er geen sporen van opvoeringen tussen 1892 en 1974. Uiteindelijk kwam de opera écht van onder het stof toen het Rossini Opera Festival in Pesaro het werk in 1996 in een nieuwe kritische editie bracht. Deze productie heeft trouwens ook voor iets anders geschiedenis geschreven: het was het eerste grote optreden van een zekere (toen 23 jaar oude) Juan Diego Florez die inviel voor de zieke Bruce Ford.

Interessant is dat van Matilde di Shabran een drietal versies bestaan die toch wel aanzienlijk van elkaar verschillen. In Pesaro werd geopteerd voor de Napolitaanse versie uit november 1821 waarbij vooral opvalt dat de komische rol van Isidoro zoals gebruikelijk in het lokale dialect gezongen wordt. Voor de opvoeringen in Wildbad in 1998 werd gekozen voor de Weense versie uit 1822 die eigenlijk een soort combinatie is van beide andere versies. Deze keer hoorden we de opera voor het eerst zoals die voor het Romeinse publiek geklonken moet hebben bij de wereldpremière op 24 februari 1821. Het is niet de bedoeling hier diep in te gaan op de verschillen tussen al deze versies maar samengevat komt het er op neer dat Rossini, die zoals gewoonlijk in tijdsnood verkeerde tijdens de compositie, hulp kreeg van Giovanni Paccini. Later, voor Napels, verving Rossini deze delen door eigen composities en verwijderde hij de aria voor de tenor uit Ricciardo e Zoraide die hij hergebruikt had. Iemand die vertrouwd is met de opera zal weinig verschillen merken in het eerste bedrijf maar krijgt een bijna volledig “nieuw” tweede bedrijf te horen. Vooral het duet tussen Matilde en Edoardo, grotendeels van de hand van Paccini, is een hoogtepunt in de partituur.

Matilde di Shabran
Michele Angelini (Corradino), Julian Henao Gonzales (Egoldo/Rodrigo) & Lamia Beuque (Contessa d’Arco). (Foto: Patrick Pfeiffer)

We zijn vertrouwd met Matilde di Shabran, meer nog, we zijn onvoorwaardelijk fan van deze rollercoaster aan melodieën, ensembles, finales die op geen moment lijkt stil te vallen. En dat betekent iets, de opera bevat bijna 3,5 uur muziek die echter in een flits voorbij trekken. Rossini op zijn best en we kunnen de bestaande CD-opname (Pesaro, 2006) en DVD/BD-opname (Pesaro, 2012) van harte aanbevelen. De kans om een voorstelling van deze belcanto parel live bij te wonen is helaas erg klein…

Juan Diego Florez heeft van Corradino, de echte protagonist van de opera, zowat zijn fetisjrol gemaakt (met uitzondering van Wildbad 1998 zong hij in alle moderne producties) en het is dan ook moeilijk voor een tenor om tegen deze herinneringen op te boksen. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat Michele Angelini, die de première enkele dagen eerder moest afzeggen wegens ziekte, niet helemaal aan het verwachtingspatroon voldeed.

Technisch zat het allemaal wel snor voor een zanger die rollen als Almaviva en Ramiro op zijn repertoire heeft staan. Wat we misten, waren de dominantie in de ensembles en de goed geprojecteerde  hoge noten die we gewoon zijn van Florez en die zo goed bij het arrogante personage passen. Bij Angelini klinkt het allemaal wat braaf. Maar we bewonderen de zanger voor zijn durf en inzet. Het einde van deze opera bereiken zonder grote uitschuivers en in goede vocale staat is al een prestatie op zich.

De Spaanse sopraan Sarah Blanch zong de titelrol met panache. Ze wist haar aantrekkelijke verschijning te combineren met vocaal raffinement en muzikaliteit. Vanaf het begin was het duidelijk dat de misantroop Corradino geen kans maakte tegen deze bruisende dame. Hoogtepunt van de avond was ongetwijfeld de finale die ze wist te kronen met enkele originele en smaakvolle versieringen.

Niet minder dan vier bassen vraagt Rossini voor zijn Matilde di Shabran en ook hier had de festivalleiding goede keuzes gemaakt. Met Giulio Mastrototaro werd gekozen voor ervaring al vonden we dat de rol van Isidoro, een komisch personage, in deze versie van de partituur wat onderbelicht bleef. Als Aliprando hoorden we een uitstekende Emmanuel Franco (hij zong in drie van de vier producties die we in Wildbad bijwoonden !) en met Ricardo Seguel was ook de rol van Ginardo waardig bezet. Enkel Shi Zong als Raimondo viel wat uit de toon met een weliswaar indrukwekkende stem die echter niet over de elasticiteit beschikt waar Rossini’s muziek om vraagt.

Matilde di Shabran
Emmanuel Franco (Aliprando) & Sara Blanch (Matilde) (Foto: Patrick Pfeiffer)

Victoria Yarovaya is geen onbekende in de operawereld en bevestigde haar affiniteit met deze muziek en haar uitstekende techniek en groot engagement in haar aria in het eerste en, vooral, het duet met Matilde in het tweede bedrijf, al vielen een paar minder fraaie hoge noten te noteren.

Blijft dan nog de regie. Stefania Bonfadelli, zelf ooit een gevierde zangeres, opteert ervoor om de karikaturale figuur die Corradino is, ernstig te nemen als vrouwenhater. In een tijd waarin de “me too” beweging sterk leeft, een begrijpelijke keuze toch? Volgende stap: waar is seksisme het grootst ? Volgens Bonfadelli op de werkvloer. Resultaat: Corradino wordt de hoofdredacteur van een krant. Hij terroriseert de leden van zijn redactie die overigens alleen uit mannen bestaat. Matilde is een jonge journaliste die komt solliciteren en die al snel laat blijken dat ze de post van Corradino ambieert. Een verdedigbaar uitgangspunt? Misschien, maar hoe valt het leven op een redactie te rijmen met een tekst die spreekt over “ketens”, “gevangenis”, “ter dood veroordeeld” ? Het vraagt wel erg veel fantasie om die twee zaken aan elkaar te koppelen. En een ander probleem is Michele Angelini die zowel scenisch als vocaal iets heeft van een gezellige teddybeer die je wil knuffelen en in niets lijkt op een tiran. Maar er is ook een positieve kant: Bonfadelli laat de relaties tussen de personages bestaan zoals in het originele libretto voorzien is.

Het Gorecki Kamerkoor en het Passionart Orkest uit Krakau, de nieuwe partners van Rossini in Wildbad, gaven tijdens dit festival hun visitekaartje af en wisten te overtuigen. Onder de bezielende leiding van José Miguel Perez-Sierra werd prachtig gemusiceerd al hadden de decibels wat ons betreft soms wel iets meer onder controle gehouden mogen worden.

Al bij al een mooie uitvoering van een prachtige opera die het verdient om meer gespeeld te worden. In Bad Wildbad is er nog een voorstelling op zaterdag 27 juli 2019.

 

Hugo Delava

Gepubliceerd op 23/7/2019


Hugo Delava
Hugo Delava

Reviewer

Favourite composers: Bellini, Braunfels, Donizetti, Mercadante, Meyerbeer, Rossini and Schreker. "Tenor-minded": Michael Spyres, Andreas Schager, Rockwell Blake.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op