Il Barbiere di Siviglia, een opera buffa in twee bedrijven van Gioachino Rossini uit  1815. Libretto van Cesare Sterbini, naar Le Barbier de Séville van Beaumarchais. Eerste uitvoering in het Teatro Argentina, Rome, op 20 februari 1816. Bijgewoonde voorstelling: 28 september 2019, De Nederlandse Reisopera, Enschedé. Première van herneming uit 2013.
 

Il Conte Almaviva: Mark Milhofer
Dottore Bartolo: Bruno Pratico
Rosina: Karin Strobos
Figaro: German Olvera
Don Basilio: Nicholas Crawley
Fiorello / Un ufficiale: Pablo Aranday
Berta: Ruth Willemse
Berta: Caroline Cartens
Berta: Zinzi Frohwein
Un notaio: Martin Ottow

Orkest: Noord Nederlands Orkest
Koor: Consensus Vocalis

Muzikale leiding: George Petrou
Regie: Laurence Dale

 

Muziek:
Regie:

Wij zijn geen groot liefhebber van komische opera’s, of ze nu van de hand van Mozart, Rossini of Donizetti zijn. Als de op zichzelf al hoogstens een glimlach opwekkende flauwiteiten in handen komen van beroepsolijke danwel grensverleggende regisseurs (denk: masturbatie, mobiele telefoons, roze automobielen, tablets, verkrachtingen en laptops), dan blijft de schier wurgende eenheidsworst van fantasie- en smakeloze meligheid ons in de keel steken. Men verlangt er hevig naar diezelfde keel te spoelen met een Pilsner Urquell, maar een blik op het horloge doet ons pijnlijk beseffen : nog meer dan een uur van deze ongein! Akkoord, Lotte de Beer die de Barbier verbindt met de gruwelen van de Franse Revolutie, ja, dat had Max Tailleur haar niet kunnen verbeteren. Daar hebt u een punt.

Toch bezochten wij de herneming van Il Barbiere di Siviglia van de Nederlandse Reisopera. En wel om een schokkende reden, houdt u vast : vanwege de regisseur. Opera Gazet en meer speciaal uw recensent hebben de naam oerconservatief te zijn. Toegegeven, wij zijn een enthousiast liefhebber van de Facebook site Against Modern Opera Productions, maar hoewel wij in een fossiel levensstadium zijn beland, menen wij kwaliteit op scherpzinnige wijze van  onzinnigheid te kunnen onderscheiden. Ook al is de prijs die wij betalen dat wij door één operahuis gediscrimineerd worden want achtergesteld bij de collegaatjes die verre blijven van de “onbetamelijke journalistiek” en keurig binnen de door het hoofdstedelijke operahuis getrokken lijntjes blijven.

Il Barbiere de Siviglia-Rossini Persfotografie: Marco Borggreve

Jawel, vanwege de regisseur dus, Laurence Dale in dit geval. Wij hebben reeds verscheidene producties van hem met enthousiasme bezocht. Dale is zelf zanger (geweest), zong onder meer ooit een dekselse Almaviva, en dat die achtergrond verre te verkiezen is boven die van een opgewaardeerde toneelregisseur, bewijst hij, en niet alleen hij, keer op keer. Wij hebben trouwens sterk de indruk dat er een positieve correlatie bestaat tussen “ex-operazanger als regisseur” en “kwaliteit van de productie”. Niet geheel onlogisch, ook ex-voetballers zijn vaak de betere voetbalcoaches. Laurence Dale is een “moderne” regisseur, en onder vermijding van welk soort “oubolligheid” ook (een verwijt dat Mensen van Nu voor op de tong ligt) staat zijn eigentijdse, altijd fraaie regie steeds in het teken van het werk, de componist en librettist zelf in plaats van zijn publiek egocentrische en beledigende nonsensicale humbug voor te schotelen à la Konwitschny en Bieto.

De Griekse beginselen

Hoewel een blowende Graaf Almaviva en een scooterende barbier niet echt van ons hoeven, was deze Barbier onmiskenbaar sprankelend en geestig, en vooral zeer kleurrijk, in letterlijke zin. In het bijzonder de zwart-humoristische momenten bevielen ons zeer: Basilio en Bartolo die een gemeenschappelijke hobby in de Griekse beginselen bleken te koesteren, een Figaro die volkomen bereid leek om deze of gene met zijn scheermes om zeep (pun intended) te helpen en er alvast de transfusieslang van Bartolo mee doorsneed. En Rosina, die zwangerschap veinst, en “het kind” (een kussen) eigenhandig aborteert en het in een hoek van het toneel slingert. Zo transformeer je de flauwiteiten tot een fijn staaltje “black humour”, heel veel beter te verteren dan de commedia dell’arte flauwiteiten van Dario Fo die wegens zijn “salariseisen” (lees: buitensporige en grif betaalde honorarium) DNO in 2000 aan de financiële afgrond bracht. Tegenwoordig zijn het, dit ter zijde, de advocaatkosten die als consequentie van koppig volhouden aan meewarige kleinzieligheid op de begroting drukken.

Uit de productie van 2013 maakte een behoorlijk aantal solisten ook nu weer zijn opwachting.  Mark Milhofer (Almaviva), Bruno Practico (Bartolo), Karin Strobos (Rosina), Nicholas Crawley (Basilico), Ruth Willemse (Berta 1) en Zinzi Frohwein (Berta 2), ze waren er allemaal ook bij in 2013. Tenor Milhofer is een notentovenaar waarbij de Wizard of Oz bleekjes afsteekt. De rappe hoge noten werden met schijnbaar verbluffend gemak de zaal in gekatapulteerd. Razend knap. Van hetzelfde zeer hoge niveau was Karin Strobos, die ons een niet te verbeteren, gedroomde Rosina schonk. Wat een prachtige, rijke stem. Grote afwezige was tot veler teleurstelling Peter Bording die in 2013 alom lof oogstte als Figaro. Ik legde tijdens de nazit de vraag voor aan de persvertegenwoordigster, maar zij “ging er niks over zeggen”. Misschien dat Nicolas Mansfield hierover opening van zaken kan geven?

Il Barbiere de Siviglia-Rossini Persfotografie: Marco Borggreve

Toch nog even. omdat hij het verdient, over de fenomenale “Rossini-tenor”, hoewel ik zo’n term altijd enigszins denigrerend vindt: natuurlijk is Milhofers talent niet beperkt tot Rossini-rollen. “Lenigheid van stem” is hier een understatement, en met wat een schijnbaar (met de nadruk op schijnbaar) gemak haalt Milhofer de stimmlich meest halsbrekende toeren uit! Verbluffend. Daarbij is hij ook nog een groot komisch talent: het lijzige timbre waarmee hij Almaviva zo stoned als een garnaal neerzet, was hilarisch komisch, net als de wijze waarop hij de Rossini-coloraturen van een fijne, relativerende komische noot (no pun intended) voorzag, zonder in de val van overdijving te trappen. Milhofer was magistraal! Fanclub graag.

Het Noord-Nederlands Orkest onder leiding van George Petrou, die de solisten alle ruimte gaf, viel op door een keurig gedoseerde dynamiek en een rijk palet aan orkestrale kleuren. Toch had ik, juist bij deze regie iets pittigers verwacht. Een extra snuifje Harnoncourt-smaakversterker was het muzikale recept ten goede gekomen.

De Nederlandse Reisopera heeft er goed aan gedaan deze Barbier te hernemen. Fijne voorstelling.


Olivier Keegel
(gepubliceerd 24 september 2019)

Olivier Keegel
Olivier Keegel

Chief editor and reviewer

Bellini, Donizetti. Tito Schipa, Fritz Wunderlich, Ileana Cotrubas. Stefano Mazzonis di Pralafera, Laurence Dale. Certified unmasker of directors’ humbug.

5
Reageer op dit artikel

avatar
2 Comment threads
3 Thread replies
2 Followers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
3 Comment authors
Olivier KeegelCorinne RomijnPieter K. de Haan. Recent comment authors
  Subscribe  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Pieter K. de Haan.
Gast
Pieter K. de Haan.

Van Laurence Dale, ex-tenor, maar behalve regisseur ook dirigent, heb ik bij De Nationale/Nederlandse Reisopera diverse fraaie producties mogen meemaken. Ik herinner mij zo “L’Opera seria”, “Madama Butterfly”, “Ariadne auf Naxos” en natuurlijk “Il Barbiere di Siviglia” uit 2013. Volgend jaar zal hij in het Rossini Opera Festival in Pesaro Rossini’s “La cambiale di matrimonio” regisseren. Bij mijn weten is dat zijn debuut daar. Dirigeren zal dan overigens een nog in full swing zijnde tenor t.w. Dmitri Korchak! Mark Milhofer, die in een vrij ver verleden eens aan de Accademia Rossiniana in Pesaro heeft deelgenomen, was mij tot 2013 volslagen… Lees verder »

Corinne Romijn
Gast
Corinne Romijn

Heerlijke recensie alweer.
Ja de produkties van Laurence Dale zijn eenzame klasse.