Romilda e Costanza, opera semiseria van Giacomo Meyerbeer, voor het eerst opgevoerd in het Teatro Nuovo te Padua in 1817. Concertante uitvoering in de Trinkhalle te Wildbad op 19 juli 2019.

Romilda: Chiara Brunello
Costanza: Luiza Fatyol
Retello: Javier Povedano
Pierotto: Giulio Mastrototaro
Albertone: Emmanuel Franco
Teobaldo: Patrick Kabongo
Lotario: César Cortés
Annina: Claire Gascoin
Ugo: Timophey Pavlenko

Passionart Orchester Krakau
Dirigent: Luciano Acocella

 

Chiara Brubello
Chiara Brubello
Giulio Mastrototaro
Giulio Mastrototaro
Javier Povedano
Javier Povedano

Meyerbeer is vandaag de dag vooral bekend voor het genre dat hij vrijwel zelf uitvond: de Franse Grand-Opéra. Nochtans had hij voordien al Duitse en Italiaanse opera’s geschreven en had hij al een zekere reputatie toen hij in Parijs zijn eerste grote successen vierde.

Toen Meyerbeer in 1816 in Italië arriveerde begon hij met het bestuderen van de muziek die er op dat moment “hot” was, anders gezegd, hij begon de muziek van Rossini te analyseren. Hierdoor was hij in staat met Romilda e Costanza een opera te schrijven die onmiddellijk in de smaak viel van het grote publiek. Misschien had Meyerbeer niet de werkelijke topzangers ter beschikking waar Rossini voor kon componeren maar hij wist alleszins het beste te maken van de mogelijkheden die hem geboden werden.

Ook het libretto is typisch voor de tijd. De edelman Teobaldo was oorspronkelijk verloofd met Romilda maar wordt tijdens een veldtocht verliefd op Costanza, de dochter van zijn vijand. Dit huwelijk zou ook politiek interessant zijn maar stuit uiteraard op verzet van Lotario, de vader van Romilda, en Teobaldo’s eigen tweelingsbroer, Retello. Uiteindelijk wordt Teobaldo eerst gevangengenomen door Lotario en vervolgens bevrijd door beide dames. Eind goed, al goed.

Thematisch hoort Romilda e Costanza eigenlijk tot wat men de “bevrijdingsopera” noemt en waarvan Fidelio het bekendste voorbeeld is: de held wordt gevangen gehouden maar bevrijd en recht zegeviert. Bij Meyerbeer leidt dit tot een “opera semiseria” wat betekent dat het werk bevolkt wordt door ernstige en komische personages. Anders dan in andere opera’s van dit genre nemen deze komische personages niet echt deel aan de actie.

De opera werd in Wildbad voor het eerst in moderne tijden uitgevoerd in concertante vorm. Dit is wat ons betreft een voordeel: niet alleen worden publiek en artiesten gevrijwaard van de grollen van de hedendaagse regisseurs, het stelt ons in staat om ongehinderd te focussen op wat echt telt: de muziek. En op dat punt moeten we zeker beginnen om het uitstekende Poolse Passionart Orkest te vermelden dat onder de leiding van Luciano Acocella een begeesterde interpretatie van deze onbekende muziek ten gehore bracht, inclusief enkele mooie vioolsolo’s.

De zangpartijen waren bevredigend tot goed bezet. De Italiaanse mezzo Chiara Brunello was een overtuigende en geëngageerde Costanza, de belangrijkste rol in de opera. Patrick Kabongo, met Congolese roots en opgeleid in Brussel, was een zeer muzikale Teobaldo maar kwam af en toe wat “punch” te kort, vooral in de hoogte. Maar het waren vooral de diepere stemmen die indruk maakten met Giulio Mastrototaro, een specialist in dit soort komische rollen, Emmanuel Franco en bovenal Javier Povedano als Teobaldo”s tweelingsbroer Retello. Overigens, de twee laatsten en Kabongo hadden op dezelfde dag ’s ochtends al in een voorstelling van “I tre gobbi” in het Kurtheater gezongen. Is dat niet wat van het goede te veel voor deze jonge mensen?

Enige ontgoocheling van de avond was de bleke Romilda van de Roemeense sopraan Luiza Fatyol die de aangekondigde Sylvia Della Benetta verving. Mogelijk had ze een slechte avond met weinig zorgvuldige coloraturen, niet projecterende topnoten en een gebrek aan dramatische inleving maakte haar vertolking oninteressant.

We vonden deze Romilda e Costanza een zeer aangename ontdekking met veel mooie momenten. Laten we hopen dat de andere Italiaanse opera van Meyerbeer Emma di Resburgo die oorspronkelijk op het programma stond in Wildbad, een van de volgende jaren te horen zal zijn. Er valt daarmee ongetwijfeld ook nog veel moois te ontdekken.

Hugo Delava (gepubliceerd op 23/7/2019)


Hugo Delava
Hugo Delava

Reviewer

Favourite composers: Bellini, Braunfels, Donizetti, Mercadante, Meyerbeer, Rossini and Schreker. "Tenor-minded": Michael Spyres, Andreas Schager, Rockwell Blake.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op