Il trovatore, opera in vier bedrijven van Giuseppe Verdi, op een libretto van Salvatore Cammarano, gebaseerd op het toneelstuk El Trovador van Antonio García Gutiérrez. De eerste uitvoering vond plaats op 19 januari 1853, in het Teatro Apollo in Rome. Bijgewoonde openluchtvoorstelling: Theater St. Gallen, Klosterhof, 2 juli 2019.

Il Conte di Luna: Alfredo Daza / Nikola Mijailovic
Leonora: *Hulkar Sabirova / Katia Pellegrino
Azucena: *Okka von der Damerau / Nora Sourouzian
Manrico: *Timothy Richards / Kamen Chanev
Ferrando: *Tijl Faveyts / Martin Summer
Ruiz: Riccardo Botta / Nik Kevin Koch
Ines: Gergana Geleva
Un vecchio zingaro: Andrzej Hutnik
Un messo: Ovidiu Cozma
La Morte: Valérie Junker

Muzikale leiding: Michael Balke
Sinfonieorchester St.Gallen
Chor des Theaters St.Gallen
Opernchor St.Gallen
Theaterchor Winterthur
Prager Philharmonischer Chor

Regie: Aron Stiehl

Muziek:
Regie:

Open-air opera vaak twijfelachtig genoegen

Tijdens de 14e Festspiele van St. Gallen presenteerde het Stadttheater opnieuw een openluchtoperain het Klosterhof, vlak voor de indrukwekkende kathedraal van het  charmante Oost-Zwitserse stadje. Anders dan in voorgaande jaren, toen het programma werd gedomineerd door zelden opgevoerde opera’s, besloot de directie dit keer om bij het ijzeren repertoire te rade te gaan: het werd Verdi’s Il Trovatore. Wanneer men op het enorme rostrum klimt dat op de binnenplaats van de abdij is gebouwd, vraagt men zich onmiddellijk af: Waar is het orkest gebleven? Het antwoord is ontnuchterend: Het orkest speelt elders, in een gebouw van waaruit de  muziek via luidsprekers naar de voorstelling wordt gebracht. Op enkele schermpjes is alleen de dirigent zichtbaar voor de zangers.

Il Trovatore

Matige orkestklank

Zo wordt het gevoel dat gepaard gaat met het bijwonen van een live opera onmiddellijk om zeep gebracht. En alsof dat al niet erg genoeg is, is de kwaliteit van die orkestklank ook nog eens belabberd. Verdi’s prachtmuziek klinkt onder de snelle baton van Michael Balke een beetje nikserig – het is onder deze omstandigheden volstrekt onmogelijk om de dirigent te beoordelen. De zangers dragen uiteraard microfoons; hun stem klinkt vervormd op een manier die de klanken van wellicht de beste operamuziek ooit geschreven schril en onaangenaam maakt. Jammer,  want wát ik van de zangers kon horen, zou zonder de microfoonversterking veelbelovend hebben geklonken.

Uitstekende zangers & dat kreng van een microfoon

Zangers en orkest lagen voortduren met elkaar in de clinch, vaak maten lang. *Thimothy Richards vertolkte de rol van Manrico; hij beschikt over een krachtige, maar toch gevoelig getimbreerde tenor die prima in staat is om de gevoelige aria “Ah si ben mio” en de daaropvolgende moorddadige stretta “Di quella pira” te zingen. *Hulka Sabirova’s donkere sopraan in de rol van Leonora is vol passie, haar grote scène en aria in de vierde acte zou echt ontroerend kunnen zijn, als dat kreng van een microfoon er niet was geweest. Hetzelfde gold voor *Okka von der Damerau met haar volle, uitstekend gecontroleerde mezzosopraan. De elektronische versterking vermoordde haar beroemde aria “Stride la vampa”, terwijl *Alfredo Daza`s sterke en elegante bariton er op de een of andere manier in slaagde om wél op de een of andere manier met het schabouwelijke geluidssysteem om te gaan.

Il Trovatore
Door Olivier Keegel

Presenteer….. het geweer!

En dan was er nog de regie. Decorontwerper Frank Philipp Schlössmann baarde een enorme dode engel die uitkijkt op een enorme militaire begraafplaats met honderden kruizen, zoals we die kennen uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Dat ziet er indrukwekkend uit, maar er is geen enkel verband met het werk van Giuseppe Verdi en librettist Salvatore Cammerano. Er is in deze enscenering geen plaats voor de onvoorwaardelijke liefde, blinde haat, racisme en innerlijke strijd waar de vier protagonisten van deze opera mee te maken krijgen. In plaats daarvan is er veel energie gestoken in de rol van de oude soldaat Ferrando (onopvallend gezongen door *Tijl Faveyds) als een soort ceremoniemeester, die het verhaal regisseert. Waarom? U mag het zeggen. Regisseur Aron Stiehl ontfermde zich alleen over de opkomst van solisten en koor in het schrille lichtontwerp van Franck Evin. Enig teken van personenregie of interactie? Geen enkel, of het moest het gezwaai met de geweren zijn. De kostuums van Mechthild Seipel waren uiterst sober en de WOII-uitrusting van de soldaten leek belangrijker dan enige nadruk op de personages of de handelingen van de hoofdrolspelers. Het feit dat Verdi`s opera zich afspeelt in de Spaanse Burgeroorlog aan het begin van de 15e eeuw, toen werd gestreden om de Kroon van Aragon, bleef een goed bewaard geheim. Ook al was er flink geknipt in de partituur, toch had men het gevoel dat de opera een eeuwigheid duurde. Deze Trovatore is vooral een openluchtspektakel, maar als men een serieuze operavoorstelling verwacht, komt men van een koude kermis thuis. Het applaus voor deze voorstelling was dan ook in een ommezien voorbij.

 

Marco Ziegler

(gepubliceerd op 4 juli en 1 september 2019)


Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op