You can have the review automatically translated via the G Translation button, which can be found at the top right of the Review and News page, and at the bottom right of the Contact page.

PAGLIACCI
Nedda: Ailyn Pérez
Canio: Brandon Jovanovich
Tonio: Roman Burdenko
Peppe: Marco Ciaponi
Silvio: Mattia Olivieri

CAVALLERIA RUSTICANA
Santuzza: Anita Rachvelishvili
Lola: Rihab Chaieb
Turiddu: Brian Jagde
Alfio: Roman Burdenko
Lucia: Elena Zilio
Muzikale leiding: Aldert Vermeulen
Bewerking: Robert Carsen
Orkest: Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor: Koor van De Nationale Opera

 

Dirigent Aldert Vermeulen :
Nedpho:
Anita Rachvelishvili
Overige solisten:
DNO Koor:
Bewerking (R.Carsen):

Cavalleria rusticana (Boereneer) is een opera in één bedrijf van Pietro Mascagni, gebaseerd op het gelijknamige werk van Giovanni Verga. De opera kreeg de eerste prijs in een door de Milanese uitgever Songogno geïnitieerde wedstrijd voor eenakters. De première vond plaats op 17 mei 1890. De componist verwierf hiermee grote bekendheid. Hoewel het een jeugdwerk is, heeft Mascagni zich volgens sommigen zelf nooit meer kunnen overtreffen en is het aldus vrijwel het enige werk waarom de componist wordt herinnerd. De opera behoort tot het verisme. Bijgewoonde bewerking door R. Carsen: 24 september.

Pagliacci (Kloons) een “dramma” in een proloog en 2 actes door Ruggiero Leoncavallo, die ook het libretto schreef (bravo!). Eerste uitvoering in het Teatro Dal Verme, Milan, 21t May 1892.

U zult wel denken: wat een verwarrend breed uitgewaaierd sterrenbeeld hierboven.  Star Wars gelijk! Wij zullen u zeker niet in verwarring achterlaten. Wij hebben onze verantwoordelijkheid ten opzichte van het op verheugende wijze groeiende aantal belangstellenden voor Opera Gazet.  Maar eerst iets anders. Juist vandaag mochten wij  een lief, complimenteus briefje uit Moskou ontvangen. Een briefje! Per post besteld!  Weliswaar niet om  à la Coupers “belet” te vragen, maar Couperus (aimez-vous Couperus?) kwam toch een stukje dichterbij, en elke centimeter is meegenomen voor hen die vanuit hun avondleuning wel eens lezen in, bij voorbeeld, Couperus` Zielenschemering, en die menen nog wel even uurtje te kunnen “digereeren bij hunne groote vulkachel omdat zij niet hielden van de thee bij mama” (Couperus, Boeken der kleine zielen, boek 3, Zielenschemering.)

PROLOOG

Opera’s gaan ergens over. Vaak niet eens over zoveel, maar we webben het er maar mee te doen. Gaat een productie geheel ergens anders over dan de naam op het affiche doet vermoeden, maar ontfutselt men aan de componist wel (grote delen van) de gecomponeerde muziek, dan is er sprake van diefstal. Kiezen wij gemoedelijkheidshalve voor de term “bewerking”, zo zal het dan zijn, dan noemen wij het uit lankmoedigheid een “bewerking”. Bewerking dus: na zo’n 1,5 jaar geconfronteerd te zijn met benepen kleinzieligheid, dient men een zekere grootmoedigheid, die velen zo node missen, aan de dag te leggen.

De Pag/Cav van DNO is een bewerking door Robert Carsen van het origineel, de Cav/Pag van de componisten Mascagni en Leoncavallo,  c.q. de librettisten Giovanni Targioni-Tozzetti en Guido Menasci.

In het dagblad TROUW stond een artikel van Peter v.d. Lint, die mij overigens de laatste tijd wat van slag lijkt, in de rubriek “Klassiek & Zo”. Even meteen off-topic, ter bevordering van de luchtigheid die men gezien de bovenstaande alinea’s maar beter ruim baan kan geven: dat “& Zo” staat tegenwoordig achter de naam van elke tostitent, schoenen- of nutellawinkel. “Pannekoeken & Zo”, “Koffie & Zo”. Als Opera Gazet een betamelijke kwaliteitskrant zou zijn, zoals Trouw ( “misschien wel de beste “& ZO van Nederland”), dan zou ik DNO onmiddellijk toestemming vragen om de naam van de rubriek, “Klassiek & Zo”, in minder plat-populistische zin aan te passen. (Trouw-collega, de DNO-afdeling “rubrieksnamen” is vlak om de hoek bij de DNO-controlekamer “Betamelijke Journalistiek”.)

De kop van het litigieuze Trouw-artikel luidde “Librettotrouw: de zweep erover”. Koppen worden, ook bij kranten die geen venijnige artikelen schrijven, gewoonlijk gemaakt door redacteuren, hetgeen niet wegneemt dat het een zeer slechte kop is. Wat wordt bedoeld? Een aansporing? (aansporing = “Librettotrouw: de zweep erover!”) Of een constatering? (constatering = “Librettotrouw: de zweep wordt erover gelegd”).

Pagliacci
Pagliacci. Foto: DNO.

Als een van de weinigen binnen de betamelijk opererende pers maakte recensent  V.d. Lint  melding van  boegeroep na de Pag-Cav première. Goed opgemerkt, dat boegeroep, en tevens: opmerkelijk! In de meeste bladen sprong er een hysterisch enthousiasme over deze voorstelling van de pagina’s af, waarbij de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat een kritische enkeling schuchter zijn vinger op stak.

BESCHIMMELD KOEKJE

Helaas is er deze keer eens te meer aanleiding om de feiten op een rijtje te zetten. De korte opera’s Pagliacci van Ruggero Leoncavallo uit 1892 en Cavalleria Rusticana van Pietro Mascagni uit 1890 worden vaak als een twee-eenheid gebracht. Goed idee.  Sluit tijdsgewijs mooi aan, hoewel Kloons van mij wel een kwartiertje korter mag duren. Hoe dan ook, we hebben hier te maken  met twee verschillende opera’s van twee verschillende componisten. Wat ze gemeen hebben, is dat ze tot de laat 19e-eeuwse Italiaanse stroming van het “verismo” behoren. Er is geen enkele aanvaardbare reden om deze twee opera’s “onder één noemer” te brengen. Carsen, de boven alle kritiek verheven halfgod der operaregisseurs, maakte er in zijn bewerking  dan wel niet “één verhaal van”,  maar hij plaatste beide opera’s wel in één en dezelfde setting: een operagebouw (te Heerlen, vermoedden wij). Er is geen enkele noodzakelijke reden om de traditionele volgorde Cav>Pag te veranderen in Pag>Cav. Maar uiteraard wordt de door distinctiedriften voortgedreven regisseur welhaast gedwongen “met de traditie te breken”, dat is hij aan zijn stand verplicht. Dat menigeen in het publiek dit ervaart als het serveren van een boeuf bourguignon op hetzelfde bord als de kippensoep, is uiteraard niet van belang.

Carsen had nog een beschimmeld koekje voor ons afgelebberd:  de “regievondst” van het theater in het theater. Tjonge, tjonge. Heintje Davids revisited. Doe kins mich gans de bäumen in! Wat busse den oog een udder dan! (Dat laatste betekent: Je bent niet goed! Je kan ’t me doen!) Wij in Limburg leggen liever een mooie vinylplaat van Willy Caron  op de draaitafel dan ons bewonderend op de knieën te werpen voor de modieuze grillen van stadse mensen uit Holland.

In de bewerking van Carsen hebben de hoofdpersonen in Pagliacci gewone kleren aan, en in hun kleedkamer hangen diezelfde gewone kleren. “Potverdomme, wat ingewikkeld! Maar gaat u verder!”, zoals de filosoof zei.  “Maar vergeet u ons clownspak”, voegde de boventiteling ons toe; dat was niet moeilijk, want er was de gehele voorstelling geen kloonspak te zien. De koorleden zitten onnatuurlijk luidruchtig op de eerste rijen van de zaal, voorzien van de meest onlogische en overdreven gestiek die sinds de gladiatorengevechten van Ben Hur te zien zijn geweest.  Artiesten die hun kunstjes in en vanuit de zaal aan de man brengen: naast Yvonne Jaspers bestaat er geen irritanter (en afgeklovener) verschijnsel. O ja, toch wel: het zaallicht aanzetten op vermeend diepzinnige momenten, en een eindeloos misbruik van scherm en gordijn.  Vrolijker: het koor van  DNO, dat weer ouderwets op het inmiddels welbekende wereldniveau zong. Wij nemen het woord niet graag in de mond vanwege de Spoorloos-connotatie, maar ons beving eens te meer, vooral in Cavalleria, een aangedaan gemoed, u mag het voor deze keer kippenvel noemen.

Cavalleria Rusticana (de juiste vertaling luidt: Boereneer) speelt op het platteland. Het beroemde intermezzo is sterk programmatisch en ademt loom-broeierige maffiose Siciliaanse dorpjes en landerijen en tevens hartstochtelijke en alcoholisch geïnspireerde min en onmin.  Daar had Carsen veel betere ideeën over, en wel zodanig dat er zelden van een gruwelijker discrepantie tussen muziek en toneelbeeld sprake is geweest: Carsen is immers een van de “greatest opera directors in the world“, zoals wij ergens lazen, dus mondje dicht! We zijn in de repetitieruimte van een operakoor. Voeg hierbij de ons voor de zoveelste keer door de strot geduwde spiegel-clichés, en de al niet minder irritante brandscherm-hijsen-brand-scherm-zakken en gordijenen-open-gordijnen-dicht exercities, en wij verzuchtten: wat kunnen 5 kwartier lang duren…

HARD, HARDER, HARDST

De gigantische sterrenregen die vooral vanuit de landelijk pers over opera-minnend Nederland neerdaalde, moet een geval van collectieve psychose geweest zijn. Juichend was men over Brandon Jovanovich (Canio). Ik vond hem niet meer dan doorsnee, en vooral hard, altijd maar hard zingen. Zijn “Vesti la Giubba” was niet overtuigend en werd opgesierd door een merkwaardige choreografie die bij ons associaties opriep aan een bejaarde ballerina die haar dagen slijt in de gesloten afdeling van het Rosa Spier Huis. Je kan Luuk de Jong natuurlijk niet met Johan Cruyff vergelijken, maar luister eens hoe Cruyff aka Richard Tucker de aria “Vesti la giubba” vertolkte toen hij aan de vooravond van Duitsland-Nederland (1974) een nacht lang met echtgenote Danny Cruyff  aan de telefoon had gezeten.

Ailyn Pérez als Nedda: bekwaam (maar zong herhaaldelijk onzuiver, minor detail). Roman Burdenkodie, uitgedost als een toerist in Zell-am-See met een meer dan gemiddelde afstand tot een enigszins acceptabel IQ, vertolkte Tonio: bekwaam, maar wat ongecontroleerd. Brian Jagde als Turiddu: hard.

ANITA Rachvelishvili
Anita Rachvelishvili redde de avond.

Het was de onvolprezen Anita Rachvelishvili, de enige op het podium aanwezige wereldster,  die het alsnog meer dan waard maakte de reis naar de Amstel te ondernemen. In haar eentje van een zeldzame, haast bovenaardse klasse  waar geen van de andere solisten aan kon tippen. Een helder, goddelijk glanzend baken in een troebele, door Carsen verontreinigde zee. Zij distribueerde haar stimmliche bovenaardsheid ruimhartig onder het dankbare publiek, dat niet alleen door de zichtbare aberraties van Carsen werd vernederd, maar ook nog eens grotelijks werd belazerd door de diverse coupures die waren aangebracht ter wille van het “onder een noemer brengen” en door het beseitigen van het circus en het Siciliaanse dorp. Mijn collega van de eveneens niet-DNO goedgekeurde website “Opera Nederland” had het keurig bijgehouden: “In Pagliacci zijn 46 maten geschrapt uit het duet van Nedda en Silvio en in Cavalleria Rusticana zijn Santuzza’s opmerking “Tacete!” en Lucia’s “Perchè m’hai fatto segno di tacere?” rondom het gebed “Inneggiamo” weggelaten. Barokopera’s zijn voor DNO heiliger dan heilig en dienen integraal gespeeld te worden, maar bij Italiaanse opera’s kan men schijnbaar doen en laten wat men wil.”

Bravo, collega.

Ook deze opmerking van Opera Nederland kan op mijn volledige instemming rekenen: “Zo wordt “sancto giorno” ontkerkelijkt in “vandaag” en “A te la mala Pascua” in “ik wens je een ellendige dag”… Zulke mishandelingen van de teksten verwacht men bij Opera Zuid, maar niet bij DNO.”  Waarbij ik dan wel aangetekend wil hebben dat ik deze tekstmishandeling ook niet bij Opera Zuid verwacht. Zelf zouden wij u graag de boventiteling “Een ellendige dag wens ik je, bedrieger!” nog eens onder de aandacht willen brengen. Als er ZO slecht wordt vertaald, zit er vaak een addertje onder het gras. Een verkapte verwensing voor de bewerker achten wij niet bij voorbaat uitgesloten.

De boventiteling was trouwens in meerdere opzichten corrupt: de manier waarop de juiste vertaling van “piazza” ( =dorpsplein) werd vermeden was even onbeschoft (“dat weten ze toch niet”) als deerniswekkend.

Wij laten de bespreking van de stemmen hier maar summier passeren; daar heeft u vast al overmatig kennis van genomen in de landelijke pers, die overigens over het algemeen terecht opmerkte dat het NedPho in topvorm was. Wéér in topvorm. Zonder de andere orkestleden tekort te doen: de hoornblazers waren van extrastellair niveau. De diepste buiging!  En waarom is die voortreffelijke dirigent Aldert Vermeulen -wat was hij intens goed, niet in veel opzichten, maar in alle opzichten- niet gewoon dirigent van De Nationale Opera? Volgens onze informatie steekt hij al tien jaar het fornuis aan bij DNO. Helaas heet hij Vermeulen (hoewel ook geen naam waarvoor je je hoeft te schamen), en is het geen sexy, jonge buitenlander (de verplichte “verrassende keus!”) wiens naam op spaghetti rijmt. Soms zit het tegen in het leven. Als meneer een compliment wil aanvaarden van een journalistiek onbetamelijk medium: Opera Gazet heeft intens van uw directie genoten.

WERTHER

Stelt u zich eens voor: u scharrelt op een boekenmarkt een gaaf exemplaar van Goethes Die Leiden des jungen Werthers op “Mit 11 Illustrationen von D. N. Chodowiecki.” Dénkt u. Thuisgekomen slaat u het boek open en u ziet dat noch Werther noch Goethe in uw exemplaar recht wordt gedaan. Alles draait om de illustrator, en dat is niet Chodowiecki, maar een egocentrisch dwaallicht, dat niet alleen de prachtprenten van Chodowiecki ernstig heeft bezoedeld, maar zich ook met de tekst bemoeid heeft. U dient het boek achterstevoren te lezen en de genoemde onverlaat heeft ook in de tekst van Goethe zitten knoeien: hele passages zijn geschrapt, terminologie is aangepast aan de schabouwelijke, niets met Werther uitstaande plaatjes. In het pak genaaid, toch?

De boe-roepers bij de première moeten operagangers met een bovengemiddelde artistieke bagage zijn geweest. Geen Mensen van Nu.

Er is nog 1 voorstelling op zaterdag 28 september 2019 20:00. Dan is “La commedia” eindelijk “finita!”. Godzijdank. De nabije toekomst biedt ons echter hoop; Così fan tutte.  Voorheen van Mozart, maar nu van Jossi Wieler en Sergio Morabito. Een (gedeeltelijke) herneming uit 2006  van de Mozart-Da Ponte trilogie. En hebben we toen genoten of niet?

Olivier Keegel
(gepubliceerd 26 september 2019)

Met dank aan Lennaert van Anken, zonder wie wij deze nabeschouwing nooit zo probleemloos en vlot hadden kunnen publiceren.

Olivier Keegel
Olivier Keegel

Chief editor and reviewer

Bellini, Donizetti. Tito Schipa, Fritz Wunderlich, Ileana Cotrubas. Stefano Mazzonis di Pralafera, Laurence Dale. Certified unmasker of directors’ humbug.

15
Reageer op dit artikel

avatar
8 Comment threads
7 Thread replies
8 Followers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
8 Comment authors
fredOlivier KeegelEvertPieter K. de Haan.Judith van Wanroij Recent comment authors
  Subscribe  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Corinne Romijn
Gast
Corinne Romijn

Heerlijk !
Het is pas 12.15 u maar ik heb meermaals hardop gelachen.
Dankjewel Olivier Keegel voor deze geweldige recensie.

Mauricio Fernandez
Gast
Mauricio Fernandez

Zoals vaak enorm genoten en gelachen van deze recensie! Ik had kaarten voor morgen maar helaas afgezegd wegens omstandigheden, achteraf gezien hoef ik niet traurig te zijn dunkt mij. Rachvelishvili is inderdaad een fenomeen in alle opzichten en jammer dat Carsen blijkbaar alles in de soep heeft laten draaien en wat dirigent Vermeulen betreft kan ik mij zeer goed voorstellen dat hij een bijzondere prestatie heeft geleverd, hij is een uitstekend musicus en stemmenkenner!

G.A.C.H. Blenderman
Gast
G.A.C.H. Blenderman

Muzikaal was er veel te genieten wat mij betreft maar zo’n regie hoeft voor mij niet. Geen idee wat het toevoegt.

Judith van Wanroij
Gast

Wat een vermakelijk stuk om te lezen, hier in het verre Pécs. Ik wil namens de afdeling barok&zo nog wel graag iets toevoegen: er werd en wordt in barokmuziek flink wat geknipt en geplakt. Daar deden Monteverdi, Rameau, Lully, Conti etc. beslist niet lullig over. Die praktijk is ook doorgevoerd in diverse barok producties van DNO. Ik was daar zelf getuige van. Kan ik aan. Wat ik ook nog aan kan is boeuf b op het bord van de kippensoep. (Ik zou pas geschokt zijn als de vlaflip op hetzelfde afgelikte bord zou worden geserveerd.) Waar ik wel ernstig over… Lees verder »

Pieter K. de Haan.
Gast
Pieter K. de Haan.

Mijn indruk van de Carsenproductie van Pag/Cav bij DNO heb ik al summier gegeven onder het hoofd “Pag/Cav: snudando il pugnale”. In de uitgebreide beschrijving van de heer Keegel kan ik mij in hoge mate vinden. Ik denk nu trouwens ook te weten wie hem t.a.v. de recensie van de première op het laatste moment in de steek heeft gelaten. Teruggefloten?

fred
Gast
fred

ja zeg dan gewoon wie, deze farce duurt nu al weken….wie a zegt moet ook b zeggen

fred
Gast
fred

heb het ondertussen ook begrepen, dus b heeft ie eindelijk heel diplomatisch gezegd

Evert
Gast
Evert

Iedereen om mij heen, en ik geloof ook vele media, waren laaiend enthousiast. Ik niet. Fijn om daarom mijn twijfels bij deze productie in jouw recensie enkele dagen nadat ik was geweest, te lezen.
Goed verhaal ook over De Barbier. Daar ga ik nog naar toe.

fred
Gast
fred

Hmmm als men streng is voor een ander moet men ook streng zijn voor zichzelf:
*Wie is in godsnaam “Songogno” ?
*la male pascua??????
*Piazza: dorpsplein?!?

fred
Gast
fred

Mag er ook een kritische noot zijn? Ollie’s ‘fanbase’ vindt dit weer een goede recensie, dit is zeker ten dele waar. Maar een recensie is een recensie en graag had ik ook wat gelezen over de Beppe en de Tonio van dienst of over de mama van Elena Zilio, toch ook niet de eerste de beste. En, oh ja in de Cav zingt er ook nog een zekere mijnheer Alfio, ook over hem geen woord, maar wel twee paragrafen over een collega en Trouw. En Brandon Jovanovich vergelijken met Luuk de Jong is een belediging voor de allerlaatste.

Fred
Gast
Fred

En wat of wie is opera Holland? ook mr Google heeft geen antwoord?