Otello: Enea Scala
Desdemona: Nino Machaidze
Jago: Theo Lebow
Rodrigo: Jack Swanson
Elmiro Barberigo: Thomas Faulkner
Emilia: Kelsey Lauritano
Doge: Hans-Jürgen Lazar
Lucio / Ein Gondoliere: Michael Petruccelli

Muzikale leiding: Sesto Quatrini
Regie: Damiano Michieletto
Chor der Oper Frankfurt
Frankfurter Opern- und Museumsorchester

 

Muziek:
Regie:

Rossini’s opera Otello neemt een aparte plaats in in ons hart. Het is dankzij een piraatopname van deze opera dat we in het begin van de jaren negentig van vorige eeuw voor het eerst kennis maakten met de “serieuze” Rossini. Onze aandacht was meteen getrokken en nu, vijfentwintig jaar later en na het zien van Rossini’s volledige oeuvre, blijft de partituur een soort “soft spot”. We hadden nooit durven denken dat we deze schitterende opera ooit zouden moeten aanschouwen in een productie zoals die van de Oper Frankfurt.

Otello
v.l.n.r. Nino Machaidze (Desdemona) en Kelsey Lauritano (Emilia). Copyright: Barbara Aumüller.

Even het verhaal van de voorstelling kort samenvatten. Desdemona is de dochter van de grootindustrieel Elmiro. Zij en haar zus Emilia worden geterroriseerd en vermoedelijk ook misbruikt door hun dominante vader. Desdemona is om te ontsnappen zonder het weten van Elmiro gehuwd met de kolerieke Arabische zakenman Otello. Emilia is hiervoor erg jaloers op haar zus en doet er alles aan om Desdemona’s geluk kapot te maken. Ze kan hiervoor rekenen op de hulp van haar neef Jago, een meester in het manipuleren van zijn familieleden. Ondertussen wordt Desdemona door haar vader onder druk gezet om te huwen met Rodrigo, de zoon van een belangrijk politieker. Rodrigo op zijn beurt is verliefd op Emilia en zal uiteindelijk haar hand krijgen na de voorspelbare zelfmoord van Desdemona. In afwachting daarvan verzet hij zich tegen zijn vader die hem met Desdemona wil zien huwen. Elmiro is tevreden omdat uiteindelijk toch één van zijn dochters trouwt met Rodrigo. Jago dient zichzelf in extase over het succes van zijn plan een overdosis toe en sterft. Otello blijft verweesd achter.

Na het lezen van bovenstaand resumé vraagt de lezer die zijn klassiekers kent zich af wat, behoudens de namen van de personages, de link is met het bekende drama van Shakespeare. Het antwoord is eenvoudig: niks, het is volledig ontsproten uit het brein van regisseur DM (we vermelden de naam van de regisseur niet volledig om geen gratis publiciteit te maken) en wordt door hem verder vertaald naar een nietszeggende “moderne” regie in een dertien-in-een-dozijn decor met de obligate maatpakken-met-das. En natuurlijk een paar “schitterende” vondsten. Zo begint in de finale van het eerste bedrijft iedereen zich te bekladden met olie. In de kamer waarin het grootste deel van de voorstelling zich afspeelt hangt een schilderij van Francesca da Rimini (zie hieronder) nadat ze samen met haar minnaar Paolo gedood werd.

Het hoeft nauwelijks vermeld te worden dat deze personages ook een rol spelen in de enscenering. En laten we ook de obligate rolstoel voor de doge niet vergeten, een attribuut dat nauwelijks weg te denken is in het werk van de zichzelf respecterende moderne regisseur. De boventiteling werd voor een Italiaans onkundig publiek uiteraard voldoende aangepast aan het concept van de regisseur waardoor iemand die de opera niet kent waarschijnlijk niet eens beseft dat hetgeen hij of zij ziet op niks slaat. Maar laten we eindigen met een positieve noot: een groot deel van de voorstelling speelt zich af binnen een gesloten ruimte wat de projectie van de stemmen ten goede komt.

Eén en ander zou beter verteerbaar geweest zijn mocht de voorstelling zich kunnen beroemen op een onvergetelijke muzikale kwaliteit. Helaas zijn ook hierbij de nodige kanttekeningen te maken en die komen dan vooral op het conto van de Italiaanse dirigent Sesto Quatrini die duidelijk geen affiniteit toont met Rossini’s muziek. Dit is al van aanvang duidelijk met een ouverture die gespeeld wordt alsof het om een treurmars gaat. Maar de ganse voorstelling blijven de trage tempi storend werken en geregeld valt de voorstelling zelfs even stil. Hier en daar werd ook om minder begrijpelijke redenen geknipt in de muziek. We begrepen dan ook wel dat enkele toeschouwers zich na de voorstelling ontevreden toonden.

Otello
Vorne Enea Scala (Otello) und Nino Machaidze (Desdemona) sowie im Hintergrund Ensemble. Copyright: Barbara Aumüller

Nog niet zo lang geleden was “Otello” vrijwel onmogelijk te bezetten. De opera vraagt niet minder dan vijf tenoren waarvan drie in de belangrijkste mannenrollen. Deze zangers moeten niet alleen over de nodige virtuositeit beschikken, hun stemmen moeten bovendien voldoende contrasteren in de duetten. Gelukkig is er sinds de Rossini-renaissance aan het einde van vorige eeuw een nieuwe generatie zangers ontstaan die deze muziek recht kunnen aandoen en met mensen als Michael Spyres, John Osborn en Gregory Kunde is er een mooi aanbod aan zangers voor de titelrol. We kunnen de Italiaanse tenor Enea Scala gerust aan dit mooie lijstje toevoegen. Zijn wat baritonale tenorstem valt misschien niet op door haar schoonheid maar hij kan goed omgaan met de octaafsprongen en zingt moeiteloos de nodige coloraturen. Op dat laatste punt moet hij trouwens duchtig concurreren met de jonge Amerikaanse tenor Jack Swanson die als Rodrigo voor de mooiste momenten van de voorstelling zorgde met een mooi egaal timbre en een prachtige techniek. Een revelatie ! De derde tenor is Theo Lebow als Jago die in deze productie alomtegenwoordig is. Zijn Spieltenor is misschien niet wat je in een Rossini-opera verwacht maar hij is vocaal voldoende aanwezig om weerwerk te bieden aan zijn stemvakgenoten.

De Poolse mezzo Karolina Makula, een lid van de lokale operastudio, lijkt zo weggeplukt te zijn van op de catwalk. Haar vertolking van de hysterische Desdemona is erg overtuigend. Vocaal is er nog wel wat groeimarge vooral wat adembeheersing betreft. Dat is op zich geen schande, uiteindelijk werd deze rol geschreven voor niemand minder dan Isabella Colbran, een van de grote primadonna’s van de eerste helft van de negentiende eeuw. Niettegenstaande was het een verademing om de rol te horen zingen door een lichte mezzo en niet door een lyrische sopraan of soubrette zoals de laatste jaren wel eens het geval was. Kelsey Lauritano, ook lid van de operastudio, vertolkte een levendige en vocaal erg aanwezige Emilia. De kleinere rollen waren behoorlijk bezet. Het koor van de Oper Frankfurt werd door de regie stelselmatig naar het achtertoneel verbannen en kwam daardoor wat minder tot zijn recht.

Alles bij elkaar waren we na afloop erg teleurgesteld door deze productie waarbij het totaal onaangepaste regieconcept onvoldoende gecompenseerd werd door de muzikale kwaliteit. De voorstelling die we bijwoonden was de laatste in een reeks van zeven. Wie geïnteresseerd is in de ernstige opera’s van Rossini kan overigens in april opnieuw terecht in Frankfurt, dan staat “Bianca e Falliero” op het programma.

Hugo Delava
(gepubliceerd op 21-10-2019)


Hugo Delava
Hugo Delava

Reviewer

Favourite composers: Bellini, Braunfels, Donizetti, Mercadante, Meyerbeer, Rossini and Schreker. "Tenor-minded": Michael Spyres, Andreas Schager, Rockwell Blake.

8
Reageer op dit artikel

avatar
3 Comment threads
5 Thread replies
4 Followers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
5 Comment authors
Hugogeorgette hellaJan de JongOlivier KeegelPieter K. de Haan. Recent comment authors
  Subscribe  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Pieter K. de Haan.
Gast
Pieter K. de Haan.

Je zou daar maar speciaal voor naar Frankfurt gegaan zijn. Dat het daar vertoonde niks met Shakespeare te maken heeft is nog tot daaraan toe, maar ook het libretto is ernstig verminkt. Wie heeft nu de rol van Desdemona gedaan? Nino Machaidze (zie rolverdeling en onderschriften foto’s) of Karolina Makula (zie tekst). Overigens heb ik recentelijk gelezen, dat Gregory Kunde de Rossini-Otello niet meer doet.

Olivier Keegel
Beheerder

Een recensent gaat primair om te recenseren, ook al moet hij daarvoor speciaal naar Frankfurt.

Hugo
Gast

Dag Pieter, Makula heeft gezongen. Machaidze is ingesprongen voor de vier eerste voorstellingen in september.

Jan de Jong
Gast
Jan de Jong

“Alles bij elkaar waren we na afloop erg teleurgesteld door deze productie waarbij het totaal onaangepaste regieconcept onvoldoende gecompenseerd werd door de muzikale kwaliteit.”
en
“Eén en ander zou beter verteerbaar geweest zijn mocht de voorstelling zich kunnen beroemen op een onvergetelijke muzikale kwaliteit.”

Maakt fraaie muziek een waardeloze regie acceptabel? Dat lijkt de schrijver namelijk wel te impliceren. Mij dunkt van niet. Slechte regie is niet acceptabel dankzij goede zang. Het verbaast mij hogelijk dat de regie nog één ster krijgt. Waarschijnlijk een geluk dat deze voorstelling niet bij de Nederlandse Opera was. Dan had ie min twee sterren gekregen.

Hugo
Gast

Dag Jan, het is natuurlijk een kwestie van interpretatie. Wanneer de regie spuuglelijk is maar de muziek hemels kan je de ogen sluiten en alsnog van een voorstelling genieten. Als beide ondermaats zijn, tja…

georgette hella
Gast
georgette hella

Dag Hugo, naar de opera gaan en de ogen sluiten ??? Geen “totaal” genieten meer ? – en toch volle pot betalen ! Logisch ??

Hugo
Gast

Dag Georgette, logisch ? Neen. Noodzakelijk ? Soms wel.

Jan de Jong
Gast
Jan de Jong

excuses: Nationale Opera moet het natuurlijk zijn,