Turandot is de laatste Italiaanse opera van Giacomo Puccini, door hem bij zijn dood in 1924 onvoltooid achtergelaten en in 1926 voltooid door Franco Alfano. Bezochte voorstelling: Première, 31 augustus 2019, Staatstheater Darmstadt.

Turandot: Soojin Moon
Calaf: Aldo Di Toro
Timur: Dong-Won Seo
Liu: Jana Baumeister
Altoum: Lawrence Jordan
Ping: Julian Orlishausen
Pang: David Lee
Pong: Michael Pegher
Mandarin: Werner Volker-Meyer
1. Frauenstimme: Aviva Piniane
2. Frauenstimme: Sonja Bühling

Staatsorchester Darmstadt
Opernchor des Staatstheaters Darmstadt

Musikalische Leitung: Giuseppe Finzi
Regie: Valentin Schwarz

Muziek:
Regie:

Onvoltooide symfonieën, je kan er een festival mee vullen

Schubert, Ludwig van Beethoven, Tsjaikovski, Mahler, Bruckner, Edward Elgar, Sibelius, Sjostakovitsj, en nog een paar mindere c.q. minder bekende goden (Penderecki, Stout, Górecki, Kleven, Schnittke), allemaal lapzwansen die nooit het 16e-eeuwse spreekwoord “Beraedt u, ende versint eer ghy yet beghint” oftewel “Bezint eer gij begint” ter harte hebben genomen. Vooruit, syfilis, ruggenmergtering en de pijp aan maarten moeten geven, kunnen als verzachtende omstandigheden worden aangevoerd.
Onvoltooide opera’s zijn er ook, van Gade, Zemlinsky, Mozart, Liszt. Ook hier verscheidene oorzaken: drankmisbruik, buitenechtelijke relaties, kegelbaanbezoek, en dergelijke schabouwlijkheden meer. Maar de Koningin der Onvoltooide Opera’s is zonder enige twijfel Turandot.  Ernstig onvoltooid, daar de componist aan een hartaanval, veroorzaakt door bestraling in verband met keelkanker, was overleden voordat hij zijn laatste twee scènes had kunnen voltooien.

Het grote voltooien kon beginnen. Wij laten hier kort vijf versies de revue passeren, in kwalitatief klimmende volgorde.

  • Wij geraken dan eerst bij mevrouw Janet Maguire, een zichzelf overschattende componiste, die van 1976 tot 1988 aan een nieuw einde werkte. Zij meende het einde van de opera te kunnen reconstrueren uit de schetsen die Puccini had nagelaten. Het resultaat was teleurstellend en de Maguire-versie wordt dan ook terecht nooit uitgevoerd. Of het moet zijn door een musicologisch bijdehandje die Maguire heeft “herontdekt”.
  • Dan hebben we Berio, die ook een einde aan Turandot mocht breien. Totale mislukking. Narcistisch (veel Berio, weinig Puccini) en net zo Puccinisch als een lekke achterband op weg naar Sint-Job-in-‘t-Goor. Chailly merkte fijntjes op dat hij in de versie van Berio twee meestercomponisten aan het werk hoorde. Superbe tongue-in-cheek.
  • De bekendste afmaker met een neusje voor de goal was natuurlijk Franco Alfano, zelf een niet-onverdienstelijk operacomponist (Risurrezione, 1904). Hij schreef de laatste twee scènes, in samenwerking/gevecht met Toscanini. Alfano’s eerste versie werd afgewezen, de tweede aanvaard, maar ingrijpend door Arturo Toscanini gekortwiekt. Alfano 2.0 is tegenwoordig het algemeen gebruikte, nogal bombastische einde van Turandot. Niet bepaald de “finale als die van Tristan” die Puccini voor ogen stond. De eerste versie van Alfano is volkomen ten onrechte in de vergetelheid geraakt.
  • In 2008 schreef de Chinese componist Hao Weiya een nieuw einde voor Turandot. Deze versie kreeg de goedkeuring van de Puccini Foundation. En terecht. Een geslaagde poging om de opera tot een Pucciniaans einde te brengen. Zie hier:
  • Het best denkbaar slot vond plaats in 1926, toen Arturo Toscanini in 1926 in de Scala de wereldpremière van Turandot dirigeerde. De opera eindigde met de zelfmoord van Liù, dus met de laatste door Puccini zelf geschreven noten. Toscanini draaide zich naar het publiek en zei: ”Hier eindigt de opera die de maestro onvoltooid heeft achtergelaten; toen hij dit punt had bereikt, is de maestro overleden.” Erg jammer dat deze versie geen traditie is geworden.

De voorstelling die wij in Darmstadt bezochten, was vrijwel conform het Toscanini-recept, tot onze grote vreugde. Wij dachten dat deze opera van Puccini ging over het ijskonijn Turandot en prins Calaf, die liefde op het eerste gezicht voor haar opvat. Calaf moet eerst drie raadsels oplossen, alvorens Turandot haar attitude “aan mijn lijf geen polonaise, aan mijn lijf geen vreemd”…

…eventueel zou willen laten varen. Iedereen raadt Calaf af om aan dit waagstuk te beginnen. Toch doen, natuurlijk. Calaf staat erop dat Turandot met hem trouwt uit liefde, en zegt haar dat hij voor haar zal sterven als ze ’s morgens zijn naam kan ontdekken. Turandot martelt links en rechts wat af om achter zijn naam te komen. Liù, die gecharmeerd is van Calaf, geeft zelfs haar leven om Calaf te redden. Uiteindelijk openbaart Calaf zich aan Turandot en zij  geeft toe aan haar liefde voor hem. Ze heeft zijn naam ontdekt: “Liefde”. Het koninkrijk is blij met het nieuwe stel. Calaf heeft niet alleen de drie raadsels maar ook het ijskonijn gekraakt.

Protofaschistisch

Turandot is gebaseerd op een sprookje; over de herkomst ervan wordt eindeloos gezeurd, maar wat kan ons de herkomst schelen. De magnifieke muziek van Puccini heeft hier het primaat. Is er ooit betere operamuziek geschreven dan de noten die Puccini aan Liù toebedeelde?

Toch ligt het niet zo simpel, althans niet volgens regisseur Valentin Schwarz. Hij zegt dingen als: “Die Gefahren einer ambivalenten Anziehungskraft des Exotischen liegen in der einhergehenden Abwendung von realen politischen Problemfeldern.” En: “Sein trancehaft-egoistisches „Nessun dorma” bewertet protofaschistisch die Selbstberauschung höher als den Untergang einer Welt, mit nicht absehbaren Folgen.”

En dergelijke. Jawohl! Van Kooten en De Bie, Jiskefet, ze zouden een onuitputtelijke bron van inspiratie in meneer Schwarz gevonden hebben.

Nu wij weten dat “Nessun dorma” trancehaft-egoistisch is, zult u niet verbaasd zijn dat wij in Darmstadt niet konden genieten van een regie à la Zeffirelli. Toch viel de regie alleszins mee, voor de ernstigste idioterieën à la Bieito bleven we gespaard. Er was een foeilelijk (op leenbasis uit de IKEA-collectie) doorzichtig dunscherm, ervoor speelden zich conceptuele onbegrijpelijkheden af, ter satisfactie van Mensen van Nu: wat deed dat jaren-vijftig zithoekje inclusief knusse schemerlamp daar? Achter het doorzichtige scherm was vrijwel alles folkloristisch “Chinees”, best fraai gedaan; zo werd er slim op twee gedachten gehinkt, everybody happy. Niet in de laatste plaats door de fraaie visuele effecten. Overigens, zo’n doorschijnend scherm dat voortoneel van achtertoneel scheidt, wordt dat zo langzamerhand niet een beetje heel erg afgezaagd?

Turandot
TURANDOT Soojin Moon © Nils Heck

“Anziehungskraft des Exotischen”

In Darmstadt had men een voortreffelijk team van solisten in stelling gebracht. De titelrol was in uitstekende handen van de Koreaanse sopraan Soojin Moon, die zich meer en meer -en met succes- op het dramatische vak toelegt. In Nederland kennen wij Soojin Moon nog van een van de twee allerfraaiste Butterflies die ooit in Nederland op de planken zijn gebracht: in 2012, Opera Zuid, regie Frank van Laecke. (De andere top-Butterfly was die met Annemarie Kremer, regie Laurence Dale).
Voor de titelrol in Turandot heb je niet alleen een sopraan nodig die voldoet aan de hoge eisen die de rol in vocaal opzicht stelt, maar ook een krachtige persoonlijkheid die het Krupp-Stahlen karakter van Turandot weet weer te geven. Soojin Moon slaagde in beide opzichten volledig. De hoge, klievende noten gingen het publiek als muzikaal glas door merg en been, zonder dat haar stem ooit schril werd: een gevaar dat bij Turandot altijd op de loer ligt. Zij bleef voortreffelijk overeind in het orkestrale geweld van het einde van de tweede akte. Moon’s  In questa reggia was een van de absolute hoogtepunten.
Turandot is enerzijds meedogenloos, zij heeft 26 prinsen laten omleggen, maar anderzijds smelt zij van verliefdheid na gekust te zijn door Calaf! (Gekust door Een Man! Kán dat wel, anno 2019?) En ook in die transitie van ijskoningin tot smachtende, verliefde vrouw overtuigde Soojin Moon volledig. Van regiezijde was haar een overdreven en soms weinig prinsesselijke gestiek toebedeeld die een volledig overbodig extra accent op de reeds voldoende dramatische muziek diende te leggen. Ontwaarden wij hier een parodie op de “Anziehungskraft des Exotischen”?

Powertenor Di Toro

Aldo di Toro vertolkte de rol van Calaf met uitzonderlijke tenorale kracht. Een paar intonatieprobleempjes hier en daar worden hem graag vergeven. Johan Cruyff zong ook niet zo zuiver:

Echter, in Di Toro’s recept voor “Non piangere, Liu” had de strooibus met lyriekkruiden wel iets ruimhartiger ter hand genomen kunnen worden. Deze Prins Calaf nam af en toe een penseel ter hand om het IKEA-dundoek bij te werken. De “Protofaschistische” amateurschilder die een greep naar de macht doet, een favoriet Duits archetype!

Tegen de namen Ping, Pang en Pong wordt in Amerika tegenwoordig ernstig bezwaar gemaakt, want deze namen zouden racistisch zijn (I kid you not). Deze waanzin is bij mijn weten nog niet in Europa doorgedrongen, deze niet. Hoe dan ook, de Darmstadter P, P en P waren schitterend gekostumeerd, en acteerden minder clownesk en karikaturaal dan gewoonlijk. Dit beviel ons.

Deze laatste opera van Puccini is een muzikaal avontuur. Ook hier, net als in Butterfly, vinden we diverse Aziatische accenten (de gongs, de xylofoons, het klokkenspel), maar het is toch nog steeds een Italiaanse opera. Het koor speelt een uiterst belangrijke rol, nog belangrijker dan in Puccini’s andere opera’s. De opening van de opera is een reeks van vijf dissonante akkoorden (voor de liefhebber: cis klein > D groot), waarvan men wel zegt dat ze de val van de bijl symboliseren. Hoe dan ook, huiveringwekkend is het begin zeker. Opernchor des Staatstheaters Darmstadt en het Staatsorchester Darmstadt onder leiding van Giuseppe Finzi leverden een fraai stukje werk af door Puccini’s muziek in al zijn veelzijdigheid meer dan adequaat te verklanken. Orkest en dirigent turandotiseerden er naar hartenlust op los.

Het koor zong bekwaam. Een van de nadelen van woonachtigheid in Amsterdam is de omstandigheid dat onze Nationale Opera, die open-minded en ruimhartige organisatie, over het beste operakoor ter wereld beschikt. Andere koren zijn helaas altijd minder, maar over het Opernchor des Staatstheaters Darmstad komt ons geen klacht over de lippen.

Turandot
TURANDOT Jana Baumeister © Nils Heck

Uiteraard mag een van de meest tragische en ontroerende figuren uit de operaliteratuur niet onvermeld blijven: Liù. Deze rol werd vertolkt door de fantastische Jana Baumeister. Zij is qua postuur nu niet bepaald de frêle Liú die de oude, witte mannen voor ogen hebben, maar wat een zangeres! En daar gaat het toch maar om. Prachtige fraseringen en een stem van extraterrestriale zo niet extrastellaire schoonheid met adembenemende pianissimi. Het publiek beloonde haar en Soojin Mon ruimhartig, maar vuurde tevens een aantal penetrante boe’s op de regisseur af. Een verdeling van lof en kritiek waar wij ons volledig in konden vinden.

De Turandot in Darmstadt is er een met plussen en minnen. De plussen waren ontegenzeggelijk voor Liù en Turandot: Jana Baumeister en Soojin Moon.

Much obliged, ladies !

Olivier Keegel
(gepubliceerd op 2 september 2019)

Er zijn nog voorstellingen tot in februari 2020.

Olivier Keegel
Olivier Keegel

Chief editor and reviewer

Bellini, Donizetti. Tito Schipa, Fritz Wunderlich, Ileana Cotrubas. Stefano Mazzonis di Pralafera, Laurence Dale. Certified unmasker of directors’ humbug.

3
Reageer op dit artikel

avatar
3 Comment threads
0 Thread replies
0 Followers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
3 Comment authors
Anneke MolenaarEllen van HaarenFred Coeleman Recent comment authors
  Subscribe  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Fred Coeleman
Gast
Fred Coeleman

wat heerlijk om dit te mogen lezen, jammer dat ik er niet live bij was, ja , soms in de buitenlanden, en zeker de wat kleinere duitse opera theater zie je waarlijk mooie produkties en top zangers. tot snel

Ellen van Haaren
Gast
Ellen van Haaren

Mooie recensie.. en ja altijd een belevenis..Turandot.!! Top.!!!

Anneke Molenaar
Gast
Anneke Molenaar

Weer met veel genoegen gelezen!