La Cenerentola komt bij DNO moeizaam op gang

La Cenerentola, dramma giocoso in twee bedrijven van Gioachino Rossini. Libretto van Jacopo Ferretti. Eerste uitvoering in het Teatro Valle, Rome op 25 januari 1817. Bijgewoonde voorstelling: DNO, Muziektheater, 3 december 2019 (première).
You can have any review automatically translated. Click the Google Translate button (“Vertalen”), which can be found at the top right of the page. In the Contact Page, the button is in the right column. Select your language at the upper left.

Don Ramiro: Lawrence Brownlee
Clorinda: Julietta Aleksanyan
Angelina: Isabel Leonard
Alidoro: Roberto Tagliavini
Dandini: Alessio Arduini
Don Magnifico: Nicola Alaimo
Tisbe: Polly Leech

Orchestra: Netherlands Chamber Orchestra
Chorus: Chorus of Dutch National Opera

Muzikale leiding: Daniele Rustioni
Regie: Laurent Pelly

Vocaal:
Orkestraal:
Regie:

In 2009 stuurde De Nederlandse Opera, zoals de naam toen was, een brief aan alle sloebers die zich op de een of andere manier een plaatsbewijs voor de door Peter Konwitschny verontreinigde Salome in de maag hadden laten splitsen.  De brief waarschuwde de bezoekers voor de gek die men als regisseur had aangesteld (er zouden er nog vele volgen): Peter Konwitschny. Het gedrocht Salome belandde uiteindelijk in de leerboeken voor studenten Klinische Psychiatrie. De Nationale Opera mag haar klanten graag scherp houden, met brieven, mails, Facebook etc. etc. Dat bleek ook weer bij de schriftelijke erupties die voorafgingen aan La Cenerentola. Op de website van DNO vinden we met chocoladeletters “ROSSINI’S ASSEPOESTER”. Ongeveer tegelijkertijd stelde de Facebook-pagina van DNO ons intellect op de proef met een pittige quizvraag: “Op welk sprookje is La Cenerentola gebaseerd?”

In operakringen zoemden de antwoorden rond. Ten burele van Opera Gazet barstten vinnige discussies los, die de werksfeer niet ten goede kwamen. Uiteindelijk  bracht men “De wolf en de zeven geitjes” als officieel redactiestandpunt naar buiten.

De looks van Assepoester

Assepoester op muziek dus. Maar dan net even anders. Ook dat nog. Gaan we: Angelina (Cenerentola) betoont zich vriendelijk voor de als bedelaar vermomde  Alidoro, die Don Magnifico (Angelina’s stiefvader)  laat weten dat Don Ramiro op zoek is naar een levensgezellin. De foeilelijke zusters (bij DNO niet als zodanig gecast of geschminkt) en Don Magnifico bezoeken het beruchte bal en Alidoro zorgt ervoor dat Angelina ook aanwezig is. Dandini en Don Ramiro geven zich voor elkaar uit. “Don Ramiro” (in werkelijkheid zijn bediende Dandini dus) begroet Don Magnifico in zijn landhuis.  De beide Don Ramiro’s (de echte en de als knecht Dandini vermomde) kunnen alle ophef over de appetijtelijke verschijning van Don Magnifico’s dochter niet goed begrijpen, ze zien alleen twee afzichtelijke mokkels, de zussen van Aldina.  De laatste bekent eerlijk dat zij de bediende van Don Ramiro meer ziet zitten dan de Don himself. “Dandini” onthult nu zijn ware ik, namelijk Don Ramiro.  Ze geeft hem een armband die overeenkomt met haar eigen armband en verzoekt hem haar te vinden, als ze eenmaal vertrokken is. Het is noodweer en Don Ramiro vindt onderdak in Don Magnifico’s kasteel, en, potsjantausend, als hij daar Angelina niet tegen het welgevormde lijf loopt! Don Ramiro vertrekt niet met lege handen: Angelina gaat achterop de bagagedrager mee richting Don Ramiro’s paleis. Daar krijgt ze een welverdiende kroon op het fraaie hoofd geplaatst. Moraal: met de juiste looks, overgoten met een sausje medemenselijkheid, kom je er wel. Een eeuwige wet van het menselijk bedrijf, een constante in de condition humaine.

Singer-naaimachine

Dus bij Rossini niks geen glazen muiltje. Bummer! Rossini schijnt de opera in drie weken geschreven te hebben, en dat is te horen ook. Bij wijze van spreken.  Wij zijn geen groot liefhebber van Rossini, en al helemaal niet van zijn komische opera’s, die bij ons associaties oproepen aan een snorrende Singer-naaimachine. Lichtelijk off-topic: het toppunt van verveling zijn Rossini’s Sonates voor Strijkers, die net zo boeien als het uitlaten van een hoogbejaarde teckel in regenachtig Rotterdam. Terug naar de opera. Beter te pruimen vinden wij Rossini’s serieuze opera’s, Tancredi, Otello, La Donna del Lago e tutti quanti. Maar wij kregen uit het ultralichte repertoire La Cenerentola voorgeschoteld, en eerlijk is eerlijk, er zitten natuurlijk best allergenoeglijkste aria’s in dit werkje. Maar dat verhaaltje, dat kan je de Mensen van Nu toch niet aandoen? Als er OOIT een aanleiding voor een “pocket-opera” is geweest… Die aria’s dan, het zijn er een kleine tien. In de filmpjes ziet u ze allemaal aan het werk:  Alidoro (filmpje 1, links),   Angelina (filmpje 2, links), Don Magnifico (filmpje 1, rechts) en Don Ramiro (filmpje 2, rechts).


Het was een droom. Jemig!

Het lag in onze bedoeling nu ons licht te laten schijnen over de uitvoering van DNO, maar er kraakte iets in ons denkraam. “Een sprookje op muziek gezet, dat kán toch haast niet,” woelde het in onze gedachten. Is dat niet wat te bekrompen voor Mensen van Nu? Wij waren er niet gerust op, en speurden naar iets diepers dan een sprookje op muziek. Ons vermoeden werd op confronterende wijze bewaarheid. Het gaat hier niet om een sprookje (hoe dom konden wij zijn!), maar om, aldus regisseur Pelly, een “studie van moraal”.

Luistert u even meer naar Pelly: “Bij La Cenerentola kom je daardoor meer in een studie van moraal terecht dan in een echt sprookje. Ik stelde me de sprookjesgebeurtenissen voor als een soort fantasie of droom van Angelina, waarvan ze elementen aan haar werkelijkheid koppelt.”  Een moraalstudie dus en Assepoester koppelt droomelementen aan haar werkelijkheid. Want bij Pelly zijn alle belevenissen van Assepoester -en let nu goed op- EEN DROOM! In de wandelgangen hoorde ik iemand zeggen dat door het droomconcept het geheel wel “realistischer” werd. Wij zwegen maar stil. Een sprookje dat aan de realiteit moet voldoen! Zoals aardbeienijs altijd een uurtje op het petroleumstel moet pruttelen. Aldina fantaseert dus slechts dat een prins haar komt redden. Alles was maar een droom. Hebben wij dat vaker gezien in een “moderne operaregie” ? Nou, een paar honderd keer misschien, echt niet vaker. Om de regie verder in een aantal steekwoorden te schetsen: Pruiken en historische kleding? Check! Anachronistisch gasfornuis? Check! Wasmachines? Check! Anachronistische tv? Check! Anachronistisch roken van een Marlboro-sigaret? Check. U begrijpt: de anachronismen maken, samen met het droomconcept, de regie interessant en….. eigentijds!

Nog meer geleuter

“In gelul kan je niet wonen” zei de beroemde Amsterdamse banketbakker-wethouder Jan Schaefer. Maar je kan er dus wel een opera mee regisseren, zo blijkt wederom.

Naast de lachwekkende dieppsychologische observaties en overwegingen van regisseurs, zijn ook altijd de schrifturen rond een uitvoering vaak regelrechte dijenkletsers, uitmuntend in onbenulligheid die Mensen van Nu met graagte uit hun hoofd leren om in de pauze indruk te maken op hun “operavrinden”. Dit gezegd hebbende, elk jaar kijk ik toch het meest reikhalzend uit naar de beschouwingen over de opera’s in Spanga; daar staat zoveel hilarische onzin in dat deze een plaats verdient op de Libra-shortlist.

Revenons à nos moutons. De muziek dan maar. Isabel Leonard zong Angelina, en niet voor de eerste keer. Zij was reeds de Assepoester van dienst in Wenen, München, Washington en Chicago. Zeer begrijpelijk, want hoewel geen Simionato beschikt ze over een stralende en ontroerende mezzosopraan.  Coloraturissima! Helaas zong Leonard, toch al niet uitgerust met een grote stem, in de eerste scène van de eerste acte voornamelijk vanaf het achtertoneel van de immense bühne: grauwsluierig onverstaanbaar. Ook in de ensembles moest zij qua volume nogal eens het onderspit delven. Dank u, heer Regisseur. De lyrische tenor Lawrence Brownlee is wereldwijd een zeer gewilde Don Ramiro (wij prefereren toch Edgardo Rocha https://www.edgardorocha.com ) en voldoet in ruime mate aan de eisen van de partij. Ook hij begon nogal vlak en kwam pas na de eerste scène van de eerste acte goed op gang.  Dat deed ook Roberto Tagliavini, als Alidoro, die er bovendien qua adellijke afkomst en morele superioriteit een staaltje sterk acteren tegenaan gooide. Ook de lelijke zusters van Angelina – Clorinda en Tisbe werden bekwaam maar niet opvallend gezongen door resp. Julietta Aleksanyan en Polly Leech, beiden van De Nationale Opera Studio. De bas-buffo Nicola Alaima vertolkte Don Magnifico inderdaad magnifiek: hoewel zijn hogere regionen wat minder overtuigend waren, vulde hij zijn rol, eigenlijk als enige, met een grote dosis humor en zonder flauwiteiten  in. Alessio Aruini (Dandini) was voor mij stimmlich de held van de avond. Mooie, krachtige stem die het getierelier van Rossini met schijnbaar het grootste gemak de zaal inslingerde. Al met al een prima stel solisten. Het Nederlands Kamerorkest voelde zich duidelijk senang onder de frisse aanpak van de Italiaanse dirigent Daniele Rustioni (weer geen vrouw! schande!). Wat is dat orkest toch goed. Zonder de anderen tekort te doen: Die piccolo’s! Dat koper! Briljant. De onbenullige en eindeloze ouverture werd ook briljant gespeeld, en godzijdank niet verontreinigd door scenische oprispingen.

Afgezien van zijn schabouwelijke newspeak is de opvatting van regisseur Pelly  dat hij Rossini’s muziek in “de lichamen”, in de bewegingen dus,  van de zangers terug wil zien, nog zo gek niet. Het resultaat is bij vlagen guitig en amusant. De heren van het Operakoor moesten ook dienst doen als komische factor, een iets te vaak uitgemolken vondst van Franse lachhumor. Veel van hetzelfde.

De bij tijd en wijle vermakelijke regie, wel sterk qua personenregie, zorgde er samen met de puike solisten voor dat de avond grotendeels in genoeglijkheid kon worden doorgebracht, in het bijzonder na de eerste scène van de eerste acte. Melodieën Express met uw machinist: Giacomo Rossini. Aanbevolen voor Rossini-liefhebbers.

 

Olivier Keegel
(4-12-2019)


“Là del ciel nell’arcano profondo”; “Come un’ape ne’giorni d’aprile”; “Una volta c’era un re”; “Intendente..reggitor?”; “Miei rampolli femminini”; “Sia qualunque delle figlie”; “Si, ritrovarla io giuro”.
Olivier Keegel
Olivier Keegel

Chief editor and reviewer

Bellini, Donizetti. Tito Schipa, Fritz Wunderlich, Ileana Cotrubas. Stefano Mazzonis di Pralafera, Laurence Dale. Certified unmasker of directors’ humbug.

1
Reageer op dit artikel

avatar
1 Comment threads
0 Thread replies
1 Followers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
1 Comment authors
Fred Coeleman Recent comment authors
  Subscribe  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Fred Coeleman
Gast
Fred Coeleman

Helemaal met je recensie eens, hoop zo dat de solisten in de komende voorstellingen iets beter gaan zingen, maar heb mijn twijfels, want zenuwen in een premiere, dat zou toch niet moeten hoeven.