Vrouw Houtebeen, een opera op muziek van Arthur Sullivan. Libretto:  Gijsje Kooter. Bijgewoonde wereldpremière: 6 september 2019. Zuiderstrandtheater, Scheveningen.

Solisten: Loes Luca, Dook van Dijck, Kim van Zeben, Koos Sekrève
Muzikale leiding: Boudewijn Ruigrok, Rick Schoonbeek
Orkest: Residentie Orkest
Regie: Vincent van den Elshout
Koor: Theaterkoor Dario Fo & projectkoor
Coproductie: Zuiderstrandtheater, Kwekers in de kunst

Muziek:
Regie:


 

Scheveningse zeevrouwen op tragikomische reddingstocht

Ons programmaboekje belooft een moderne Odyssee waarin vrouwen een stem krijgen, gebaseerd op het leven van de Scheveningse visser Jol Houtenbeen en diens vrouw Aeltje Jansz. Ook zal stil worden gestaan bij 100 jaar vrouwenkiesrecht. Het boekje rept voorts over klimaat-spijbelaars. Er wacht ons  kortom een ontraditioneel, contemporain kijk- en luisterspel.

Dat vrouwenkiesrecht hebben we in de voorstelling niet zo terug gezien, de Odyssee blijkt ook een Ark van Noach in vermomming, maar dat mag het plezier niet drukken.

Op muziek van Arthur Sullivan, die (in dit arrangement) iets wegheeft van een wonderlijke kruising tussen Verdi op z’n vrolijkst (met een extra schepje suiker) en een vleugje Michael Nyman’s filmmuziek voor de films van Peter Greenaway, vertelt Gijsje Kooter ons een verhaal rijk aan personages. Als u het ons vraagt misschien ietsje te rijk.

De visser Korneel staat op het punt de zee weer op te gaan, ondanks luide protesten van zijn vrouw Ael en onwilligheid van zijn papegaai Chico (Dook van Dijck). De papegaai vervult een rol die comic relief brengt en is echt een pilaar waar de voorstelling, naast hoofdrolspeelster Ael (Loes Luca) op steunt. De papegaai wordt gespeeld met gevoel en zingt fantastisch! Hij draagt een kleurrijk kostuum, niet helemaal Papageno, maar door de inhoud van zijn rol beklijft die associatie wel. Korneel vertrekt natuurlijk toch, komt niet terug en zijn vrouw besluit met een stel andere vissersvrouwen een expeditie uit te rusten, zelf het ruime sop te kiezen.

De klimaat-spijbelaars willen mee de zee op, dat mag niet, maar de sympathieke zus van Ael, Faen (Kim van Zeben), neemt hen mee als verstekelingen. Tegen een zeer effectief decor met een hoop diepte start de vrouwen-zeereis. Onderweg komen ze achtereenvolgens ijsberen, sirenen, pinguïns, en amazones tegen. Allen worden door de barmhartige Faen aan boord gesleept. Gul biedt zij hen porties uit het noodrantsoen dat gaandeweg steeds kleiner wordt. De combinatie realistische en surrealistische elementen wordt net niet topzwaar, maar helt wel over als na de pinguïns ook de amazonen nog volgen.

Dan volgt een onderwaterscène, met de hele vrouwenboot en alle aangehaakte passagiers op de zeebodem. Ze komen er hun mannen tegen, die daar met jassen omhuld met plastic flessen en ander zee-afval, ronddolen. Even wanen we ons in een tragedie. Dan echter wordt zonder tekstuele of visuele helderheid gesuggereerd dat de vrouwen iedereen redden en zijn we weer thuis. In Scheveningen. Men applaudisseert, logisch, een heel natuurlijk einde. Maar er volgt nog een scene, genaamd – op die namen komen we nog terug – “heimwee naar het avontuur”. Applaus. Er is nòg een scene, “moraal”, en eindelijk eindigt dan de voorstelling. De laatste scènes doen af aan de verhaalkracht en zeker de allerlaatste is echt zonde: de moraal was ons al wel duidelijk en dit herkauwen voelt paternalistisch (of gezien het thema: maternalistisch).

Hoe ziet dat eruit? Er is een tamelijk abstract decor, met een trap en een hoger gedeelte, dat gedurende de voorstelling diverse doelen dient. Er is ook een halve meter hoge driehoek, die soms een kade suggereert, en zich op andere momenten openvouwt om de zee te suggereren. Dit werkt allemaal heel goed, heeft diepte. De combinatie met het licht en op de juiste momenten een gaas voor de bühne voor de onderwatereffecten is geloofwaardig, dynamisch en blijft de hele voorstelling boeien. De boot wordt minimalistisch door de vrouwen zelf gevormd, die in bootformatie lopen en dat is choreografisch zo sterk uitgedacht dat het klopt, grappig is, maar nooit belachelijk. Dat “grappig, maar niet belachelijk”, is ook zeker op de ijsberen van toepassing. Ze zijn in dikke witte dekbedden gehuld, geel mutsje op, rollen van het driehoekige podium af (wat dan zonder moeite ijsschots geworden is). Nog een compliment voor de lichtontwerper: met een wit doek wordt terugkerend een schaduwspel gecreëerd (soms als droom, soms als vorm van dramatische ironie, om ons even een blik te gunnen op Korneel), wat een mooi beeld oplevert en de voorstelling echt verrijkt. Het enige in het decor wat ons enigszins stoorde, waren de beamers die naast het podium hangen en een tekstje (vaak niet meer dan de naam van een scène) projecteren. Het libretto is Nederlands en op geen enkel moment waren die geprojecteerde mededelingen nodig.

Pies- en poephumor

De tekst past niet altijd even goed bij de muziek. Je merkt dat de muziek niet voor de tekst geschreven is en dat er soms wat muzikaliteit is geofferd om een boodschap toch (rijmend) op de muziek te krijgen. Verder constateerden wij dat het doseren van seksueel innuendo en pies en poephumor her en der nogal doorgeschoten is. Met een flinke dosis minder van dit soort “humor” waren die momenten waar je voor het behouden daarvan had gekozen sterker geweest. Het maakt het in deze toch al drukke voorstelling moeilijker uit te maken wat nu eigenlijk de toon is. De klimaat-alarmistische boodschap wordt door veel simpele humor omringd (mogelijk daarom nog een laatste moraalscene?). Er was sprake van oververzadiging. De voorstelling had in een uur kunnen passen (nu ruim anderhalf) en was dan sterker geweest.

De zang werd onderbroken met her en der wat muzikaal onbegeleide stukjes gesproken woord. Het koor, bijna de hele voorstelling uitsluitend vrouwen, de mannen waren immers zoek, zong goed verstaanbaar. Alle hoofdrolspelers, Ael, Faen, Chico en Korneel (Koos Sekreve) waren uitstekend. Van de kleinere rollen sprong de amazone solist (Jolentha Zaat) er positief uit. De mannen haalden soms niet de noot waar ze op mikten en zaten in de samenzang niet altijd op dezelfde lijn. Over het orkest niets dan lof!

Deze bontgekleurde voorstelling, soms iets te bontgekleurd, is wat ons betreft wel geslaagd: er wordt een voorstelling neergezet die klopt: boeiend totaaltheater is. Gaat dat zien!

 

Bas de Kwant (gepubliceerd 7 september 2019)

Er zijn nog voorstellingen op 7, 8, 9, 10 en 11 september in het Zuiderstrand Theater, Scheveningen
Bas de Kwant
Bas de Kwant

Reviewer

Favorite operas: Lohengrin, Siegfried, Tannhauser, La Boheme, La Forza del Destino and Cosi fan Tutte. Favorite composers: Wagner & Puccini. Favourite singer: Catherine Foster.

1
Reageer op dit artikel

avatar
1 Comment threads
0 Thread replies
1 Followers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
1 Comment authors
Ad Middendorp Recent comment authors
  Subscribe  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Ad Middendorp
Gast
Ad Middendorp

Goedgeschreven, beredeneerd en toch plezierig om te lezen. Bedankt, Bas.