Opera Köln komt met een opmerkelijke en muzikaal sterke Carmen.


Carmen, een opera in vier bedrijven van Georges Bizet. Libretto van Henri Meilhac en Ludovic Halévy, gebaseerd op een gelijknamige novelle van Prosper Mérimée. Voor het eerst uitgevoerd door de Opéra-Comique in Parijs op 3 maart 1875. Bijgewoonde voorstelling: Oper Köln, Staatenhaus, 17 november 2019.

Carmen Rihab Chaieb (Adriana Bastidas-Gamboa)
Don José Martin Muehle
Micaëla Ivana Rusko
Escamillo Kostas Smoriginas
Zuniga Matthias Hoffmann
Moralès Lukáš Bařák
Frasquita Ye Eun Choi
Mercédès Regina Richter
Le Dancaïre Vincenzo Neri
Le Remendado Anton Kuzenok

Chor der Oper Köln
Kinderchor des Kölner Domchores
Schüler Max Ernst Gymnasium Brühl
Gürzenich-Orchester Köln

Musikalische Leitung Claude Schnitzler
Inszenierung Lydia Steier
Bühne Momme Hinrichs

Muziek:
Regie:

Vloek

Het lijkt wel of er een vloek rust op de renovatie van operagebouwen. Gelijk waar men dergelijk project aanvat, lopen de zaken uit de hand. De uiteindelijke rekening bedraagt een veelvoud van wat begroot was en de werken slepen letterlijk jaren aan. Het operahuis in Keulen is hierop geen uitzondering: we kunnen ons nog nauwelijks herinneren wanneer we er voor het laatst een voorstelling bijwoonden en naar verluidt is de heropening niet voor meteen. Nochtans was de heropening oorspronkelijk voorzien voor 2015. Momenteel wordt gesproken van 2022.

Sterke beelden

We hebben hier al eerder onze waardering uitgesproken voor de manier waarop het Keulse operagezelschap met deze tegenslag is omgegaan. Er werden verschillende alternatieve locaties gevonden die misschien niet steeds ideaal bleken, maar die het mogelijk maken opera in een originele vorm te brengen. En blijkbaar konden en kunnen regisseurs er toe gebracht worden om hun ensceneringen af te stemmen op de specifieke eigenschappen van de locatie. Bovendien kunnen de toeschouwersruimte en de plaats van het orkest aangepast worden aan de noodwendigheden. Zo gebeurde ook bij deze productie van Carmen: er werd gebruikgemaakt van een immens speeloppervlak wat het mogelijk maakte om grootse decors zoals een openluchtmarkt of een kampeerterrein uit te beelden. De slotscène won dan weer aan impact door ze op een lege bühne te laten spelen. We waren vol bewondering voor de sterke beelden die decorontwerper Momme Hinrichs op die manier wist te creëren.

De Amerikaanse Lydia Steier heeft een eigen kijk op de figuur van Carmen. Zij ziet haar niet als een op seks beluste nymfomane maar ziet in haar de tegenstelling die in elke vrouw bestaat tussen “heilige” en “hoer”, waarbij seksuele verlangens, in tegenstelling tot bij een man, als slecht gezien worden. Steier gebruikt hiervoor sterke beelden en symboliek. Zo speelt het eerste toneel zich af op een vleesmarkt (het “consumeerbare” vlees) en vindt de scène in de taverne van Lillas Pastia ditmaal plaats in een kerk waar Carmen uitgedost wordt als de maagd Maria (het “onbereikbare” vlees). Voortdurend aanwezig zijn de parallellen tussen het stierenvechten als symbool voor leven, dood en religie enerzijds en het feit dat vrouwen ten slachtoffer vallen aan de mannelijke begeerte anderzijds. Voor de rest was de regie, behalve de actualisering, eigenlijk erg traditioneel – op de finale na.
Probleem met een dergelijke visie op de figuur van Carmen is dat deze niet altijd in overeenstemming is met de sfeer van het werk. En laat dit dan het zwakke punt zijn van het regieconcept. De Tunesisch-Canadese sopraan Rihab Chaieb heeft totaal geen charisma of sexappeal, wat nog eens extra in de verf gezet wordt door het weinig flaterende kaki broekpak dat ze de ganse voorstelling toegemeten krijgt.

Het is dan ook totaal niet geloofwaardig dat deze figuur het hoofd van alle mannen in haar omgeving op hol kan brengen en zelfs Don José naar de afgrond kan voeren.

Ook het personage van Don José wordt door Steier op een andere manier ingevuld. Hij lijkt een simpele, zelfs wat infantiele jongen blijkens het feit dat Michaëla voor hem snoepjes (!) heeft meegebracht van zijn moeder. Het is moeilijk aan te nemen dat een vrouw als Carmen hem ooit zou opmerken, laat staan verliefd op hem worden. Maar hiermee wordt eigenlijk al geanticipeerd op de finale: Don José blijkt een zwakkeling die het bij loze dreigementen houdt en het is Carmen zelf die uiteindelijk zichzelf doodt. Opnieuw een vrouw die geofferd wordt aan de begeerte van haar man.

Overdaad aan ideeën

Samengevat een regie die heel wat goede ideeën in zich droeg maar een beetje het slachtoffer werd van de overdaad aan ideeën en symbolen die er soms op een wat kunstmatige manier in gepropt werden. Zeer overtuigend daarentegen was de personenregie, een aspect dat door veel operaregisseurs verwaarloosd wordt. Het gros van de dialogen werd trouwens weggelaten, hetgeen een goede zaak is met een allesbehalve romaans zangersensemble.

Martin Muehle, Adriana Bastidas-Gamboa h.j.michel@web.de.jpg

Onvergetelijke Don José

Muzikaal werden we dan weer overweldigd door de voorstelling in Keulen. De voorstelling werd gedomineerd door de Braziliaanse tenor Martin Muehle die voor een onvergetelijke vertolking zorgde als Don José. De ontwikkeling van de wat simpele jongen in het eerste bedrijf die deserteert, vervolgens smokkelaar wordt en uiteindelijk, waarschijnlijk tot zijn eigen verbazing, met een mes tegenover Carmen staat, is fascinerend. De manier waarop hij de aarzeling om uiteindelijk toe te slaan verbeeldt en zijn reactie op de zelfmoord van Carmen waren adembenemend. Dit alles werd ondersteund door een donkere tenorstem die over een eindeloze kracht lijkt te beschikken maar die met mate gebruikt wordt en ook in zachtere passages steeds de juiste toon vindt. De bekende aria “La fleur que tu m’avais jetée” was dan ook hét hoogtepunt van de voorstelling. Wat een artiest !

Rihab Chaieb beschikt misschien niet over de verschijning om een geloofwaardige Carmen te zijn (hoewel het niet duidelijk is in hoeverre het regieconcept hierin meespeelt), ze heeft in elk geval alle noten van de rol. Vergeleken met de meeste van haar collega’s is haar stem soms wat aan de kleine kant hetgeen bijvoorbeeld de slotscène tot een soort onemanshow van Don José maakte.

De Litouwse bariton Kostas Smoriginas blinkt niet meteen uit in subtiliteit maar heeft voldoende machogehalte om de toreador-aria indrukwekkend te vertolken. De Tsjechische sopraan Ivana Rusko was een adequate Micaëla. Bij de kleinere rollen waren het vooral de Mercédès van Regina Richter (zou zijn geen goede Carmen zijn?) en Le Dancaïre van Vincenzo Neri die ons in positieve zin opvielen.

Het orkest van de Keulse opera werd voor de gelegenheid links naast het toneel geplaatst. Het resultaat was zeker positief omdat de zangers op die manier geen moeite moesten doen om over de orkestklanken te geraken, klanken die onder de leiding van Claude Schnitzler prachtig tot uiting kwamen.

Hugo Delava
(gepubliceerd op 18-11-2019)

Er is nog een hele reeks voorstellingen tot en met 7 januari 2020, waarbij elke hoofdrol alterneert met niet minder dan drie zangers bezet wordt, waaronder enkele grote namen.

Hugo Delava
Hugo Delava

Reviewer

Favourite composers: Bellini, Braunfels, Donizetti, Mercadante, Meyerbeer, Rossini and Schreker. "Tenor-minded": Michael Spyres, Andreas Schager, Rockwell Blake.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op