Otello in Florence – geen onverdeeld genoegen

OTELLO — Het is belangrijk en prijzenswaardig dat operahuizen zich in deze moeilijke tijd inspannen om een volledige opera uit te voeren, dat wil zeggen met decors, kostuums, licht en wat daar verder nog allemaal bijhoort. Aan de andere kant is het triest dat de zangers en orkesten gedwongen worden hun werk te doen zonder publiek.

You can have any review automatically translated. Click the Google Translate button (“Vertalen”), which can be found at the top right of the page. In the Contact Page, the button is in the right column. Select your language at the upper left.
Otello. Opera in vier actes van Giuseppe Verdi op een libretto van Arrigo Boito, gebaseerd op Shakespeares toneelstuk Othello. Voor het eerst uitgevoerd in het Teatro alla Scala, Milaan, op 5 februari 1887. Gerecenseerde voorstelling (RAI stream): 30 november, Teatro del Maggio, Florence.

Otello: Fabio Sartori
Desdemona: Marina Rebeka
Jago: Luca Salsi
Cassio: Riccardo Della Sciucca
Roderigo: Francesco Pittari
Lodovico: Alessio Cacciamani
Montano: Francesco Milanese
Un araldo: Francesco Samuele Venuti
Emilia: Caterina Piva

Orchestra and Choir of the Maggio Musicale Fiorentino
Dirigent: Zubin Mehta
Regie: Valerio Binasco

Muziek: *4*
Regie:  *2*

Het Teatro del Maggio in Florence deed een dappere poging om een geënsceneerde Otello van Verdi te brengen. Omdat de opera door de RAI werd gestreamd, konden veel operaliefhebbers er getuige van zijn. Uiteraard zijn we ons er terdege van bewust  dat opera op televisie voor de echte liefhebbers maar weinig gemeen heeft met de ervaring in een operahuis.

Otello werd gecast met een aantal gerenommeerde artiesten en was naar verluidt een uiterst kostbare productie. Het is nog maar de vraag of we deze dappere poging succesvol mogen noemen en of het resultaat aan de verwachtingen voldeed.

Om verschillende redenen kunnen we niet van een onomstreden succes spreken. Het verhaal speelt zich nu af in moderne, maar raadselachtige en ongedefinieerde tijden… hetgeen tegenwoordig helaas meer regel dan uitzondering is. De sets zijn immer somber, ook als ze vrediger en kleurrijker zouden moeten zijn, zoals in de tuinscène van de tweede acte. We zagen een Cyprus dat meer van een oorlogsgebied weg had. In zijn toelichting noemt de regisseur Bosnië en Syrië, streken die in werkelijkheid maar bitter weinig te maken hebben met het Cyprus waar de opera zich afspeelt.

De uniformen deden ons vaag denken aan de Eerste Wereldoorlog, terwijl de kostuums van het koor – dat  vanwege COVID-19 met maskers zong – anoniem en onbestemd tijdloos waren. Toch ging Otello op onverklaarbare wijze gekleed in harnas van boord om zijn “Esultate” te zingen.

Echtelijk drama

Dit “detail” blijft mysterieus en is in deze productie een anomalie, want Otello zingt het grootste deel van zijn rol in broek, hemd en vest: een verwijzing naar de opvatting van de regisseur dat het hier een echtelijk drama betreft in plaats van een kosmische tragedie over de triomf van het kwaad.

Maar pas echt verkeerd is de verdraaiing van het Desdemona-karakter, een belediging voor Verdi- en Shakespeareliefhebbers. De regisseur brengt Desdemona naar de “moderne” tijd, en verandert een lieftallig meisje, onschuldig op de rand van naïviteit, verliefd op en onderdanig aan haar “superieure strijder”, in een agressief, opstandig wijf, dat, ongerijmd excentriek, het slaan van haar man niet schuwt. Marina Rebeka, de Litouwse sopraan die we in september nog in La Traviata (Scala) hadden bewonderd, zal niet blij geweest zijn met deze “versie” van Desdemona. Gelukkig krijgt de muziek op een gegeven moment altijd de overhand op de grillen van regisseurs, en slaagt de sopraan erin om ons te verblijden met een zeer delicate en ontroerende “Canzone del Salice” en “Ave Maria”: de mooiste momenten van deze uitvoering, en wij stonden in die opvatting niet alleen.

Fabio Sartori – de laatste jaren prominent aanwezig in La Scala – doet tijdens zijn debuut als Otello heel hard zijn best om  in een rol te passen die grotendeels niet bepaald geschikt is voor zijn stem, zijn temperament of zijn fysieke verschijning. Natuurlijk moet een zanger niet worden beoordeeld op zijn uiterlijk, maar aangezien we nu het tijdperk van opera-op-televisie zijn binnengetreden, is het vanzelfsprekend dat het publiek ook vanuit esthetisch oogpunt een aantal minimale criteria aanlegt. En we kunnen er niet omheen: Sartori’s  verschijning verhoudt zich lastig met minimale fysieke vereisten voor de rol van Otello.  Alleen een geweldige vocale prestatie zou het publiek kunnen doen besluiten om over het bezwaar van een zwaarlijvige Otello heen te stappen. Het is niet voor niets dat Otello algemeen wordt beschouwd als de culminerende rol in de carrière van een tenor, en er zijn grote zangers geweest – zoals Franco Corelli – die dat heel goed onder ogen hebben gezien. We bewonderen de moed van Sartori, en wij prijzen zijn engagement, maar moeten toch constateren dat hij ook een fiks aantal moeilijkheden had te overwinnen, niet in de laatste plaats vanwege de uitgerekte tempi die door de dirigent werden opgelegd. De toekomst zal ons leren of Otello een rol is die Sartori met onbetwistbaar succes in zijn repertoire kan opnemen.

Wat de andere hoofdrolspelers betreft, bevestigt Luca Salsi, als Iago, onze mening dat het hem ontbreekt aan de elegantie, verfijning en frasering die kenmerkend zijn voor een echte Verdi-bariton. Al met al deed zijn Iago ons meer denken aan een brutale soldaat dan aan een subtiel verraderlijke intrigant.

De jonge tenor Riccardo Della Sciucca is een Cassio met een uitstekende stem, maar met  nogal conventioneel en soms wat ongemakkelijk acteerwerk. Caterina Piva‘s optreden als Emilia was van hoog niveau, aanhankelijk en zorgzaam in relatie tot Desdemona, vastberaden en uitdagend in de finale met Otello. Francesco Pittari als Roderigo, Alessio Cacciamani als Lodovico, Francesco Milanese als Montano en Francesco Samuele Venuti als heraut leverden hun professionele bijdragen aan de uitvoering. Het koor, dat  met maskers moest zingen en social distancing in acht moest nemen, verdient ook speciale vermelding.

Zubin Mehta is een dirigent die de partituur ongetwijfeld door en door kent en schotelde ons een intense, precieze, vaak spannende lezing voor. Zoals gezegd, spint hij de tempi soms wat te veel uit, vooral in de eerste akte, waardoor de actie enigszins aan dynamiek inboet. Het orkest, onderling op 1,5m afstand en waar mogelijk gemaskerd, voldoet net als het koor toch goed aan de verwachtingen van het aan het scherm gekuisterde iets-is-beter-dan-niets publiek.

Marina Boagno


We like to get in touch with our readers. Please add a comment under this article and/or rate the article with 1 to 5 stars. Scroll down.
1 1 vote
Article Rating
Marina Boagno

REVIEWER

Marina Boagno acted for many years as an amateur talent scout, organizing concerts, and creating and directing events. Author of "Franco Corelli – Un uomo, una voce" (1990) and a biography of Ettore Bastianini’s, “Una Voce di Bronzo e di Velluto” (2003).

Subscribe
Notify of
guest
2 Comments
Oldest
Newest Most Voted
Inline Feedbacks
View all comments
matthijssen willy
matthijssen willy
6 months ago

wat deed marina rebeka in deze produktie
ik kom haar naam niet tegen in deze recensie

Olivier Keegel
Admin
6 months ago

U hebt volkomen gelijk. Lost in translation…. Is inmiddels hersteld. Dank voor uw oplettendheid.