Brieven in de opera. Deel 2.

Brieven in de opera. Deel 2. (Klik HIER voor deel 1.)

Brieven in de opera – de brieven die we schrijven. Benjamin Brittens The Turn of the Screw (De Draai van de Schroef) begint met een verbod. De Gouvernante die door de raadselachtige voogd van Miles en Flora is ingehuurd om op deze twee kinderen te passen, zo zegt een verteller, “moet voor alles zorgen, voor alles verantwoordelijk zijn en hem vooral op geen enkele manier lastig vallen, niet schrijven, alleen maar haar best doen en wel in stilte” (“no, not to write”). De betrekking aanvaarden betekent ook de voorwaarden van de overeenkomst accepteren. De boze geesten, Peter Quint en Miss Jessel, vroegere lijfknecht en vroegere gouvernante, zijn weliswaar dood maar spoken nog steeds rond in het pand en kwellen de twee onschuldige slachtoffers, in een poging de kinderen naar zich toe te lokken. De Gouvernante weerstaat hun pogingen en probeert de kinderen weg te leiden van de aanlokkende verleidingen. Maar uiteindelijk, na een gewelddadige confrontatie met Miss Jessel, roept zij, radeloos maar vastbesloten, de voogd om hulp, trotseert het verbod en schrijft hem.

You can have any review automatically translated. Click the Google Translate button (“Vertalen”), which can be found at the top right of the page. In the Contact Page, the button is in the right column. Select your language at the upper left.

De scène is kort en scherp contrasterend. Het schrijven van de brief geeft het kamerorkest alle ruimte: een agitato passage met klarinet, piano en strijkers volgt het koortsachtige schrijven van de missive. De rustgevende herlezing, alsof het schrijven voldoende was geweest om de innerlijke angst van de radeloze jonge vrouw tot bedaren te brengen, vindt plaats op de harmonieuze klank van de harp en unisono snaren: “Ik moet u zien, u zien en u iets vertellen, heel snel”. Deze brief aan de voogd, hoewel in suikerzoete bewoordingen, is een van die brieven in de opera die de bekentenis van een mislukking bevat en die een voorbode is van het einde van het drama. De jonge Miles sterft, de Gouvernante en de toeschouwer radeloos achterlatend. Een brief van de schoolinstelling die voorafgaat aan een andere brief kondigt het drama en de perversie van de jongen aan: in de brief staat dat Miles van zijn school is gestuurd, omdat hij “slecht” was (“bad”). Het is dezelfde “slechtheid” die Miles ertoe brengt om, gehoorzaam aan Peter Quint, uiteindelijk de aan de voogd geschreven brief te stelen, een brief die tevergeefs geschreven is, tragisch tevergeefs.

Benjamin Britten, Turn of the Screw. “No, not to write, but to be silent, and do her best.” 2:30.

Het is niet verwonderlijk dat de schrijfscène wordt gevolgd door variatie XI (van 15) van het thema van de Schroef, die het verloop van de opera markeert: zij vormt een van de laatste schroefdraaiingen die de metaforische titel aanduidt, en die haar afschrikwekkende omhelzing om de onschuldige personages (be)sluit. Een mooie vertolking? Die van Miah Persson.

Offenbach brengt ons met La Périchole in een heel andere sfeer. “Ô mon cher amant, je te jure” (“O mijn liefste minnaar, ik zweer het je”) is zowel een liefdesbrief als een afscheidsbrief. Er is geen diepgaande analyse nodig om deze brief, waarin verleiding  onmiskenbaar centraal staat, te duiden. De teksten zijn geïnspireerd op de 18e-eeuwse Franse roman Manon Lescaut, met gebruikmaking van de woorden uit de brief van Manon aan Des Grieux.

 

“Ik zweer je, mijn dierbare Ridder, dat jij het idool van mijn hart bent, en dat jij de enige ter wereld bent van wie ik kan houden zoals ik van jou hou; maar zie je dan niet, mijn arme ziel, dat in de toestand waarin wij verkeren, trouw een dwaze deugd is? Denk je dat iemand erg zacht kan zijn als hij geen brood heeft? (…) Ik aanbid je, wees daar van verzekerd, maar laat mij voor een tijdje de zorg over ons fortuin”.

 

Offenbach, La Périchole. “Ô mon cher Amant, je te jure’, Adriana Bignagni Lesca.

Dezelfde gevoeligheid, hetzelfde hartzeer, dezelfde oprechtheid, en dit is het drama van Manon, dezelfde dualiteit. Maar bij de romanschrijver en de musici die hij inspireerde (Auber, Massenet, Puccini, Henze) blijven we in de tragiek en de pijn. Offenbach draait, zonder te parodiëren, de geest om met zijn gebruikelijke virtuositeit en een zachte glimlach verlicht de dramatische situatie. We begroeten de lichtheid van de pastiche. Laten we deze brief plaatsen in de traditie van de opera buffa. Périchole en Piquillo zijn ongelukkige straatzangers, berooid en uitgehongerd. De onderkoning wordt verliefd op de jonge kunstenares en biedt haar de positie van hofmeisje aan, zijn favoriet wel te verstaan. Uitgehongerd accepteert de jonge vrouw de positie en laat haar minnaar deze betraande brief na.

De melodische lijn, geraffineerd en elegant, blijft in het geheugen gegrift. Niemand zal de heldin deze verlating verwijten en niemand maakt zich zorgen als Piquillo haar brief ontvangt en aan zelfmoord denkt. Ligt Offenbachs genie niet juist in deze subtiele mengeling van gevoeligheid, gelijkmatige ontroering en koketterie, tederheid en zachtmoedige bespotting? De dubbelzinnigheid van de stemmingen, waarin leed en ontroering samengaan, vereist in zijn vertolking een vleugje bitterheid, een flinke dosis genegenheid, gevatheid en kwaliteit. Voor dit muzikale moment raden we aan om eens naar Régine Crespin te luisteren.

Wordt vervolgd. Deel 3: Brieven in de Opera – de brieven die we ontvangen.”
Jean Jordy

 

 

0 0 stemmen
Artikelbeoordeling
Jean Jordy
Jean Jordy

REVIEWER

Jean Jordy, professeur de Lettres Classiques, amateur d'opéra et de chant lyrique depuis l'enfance. Critique musical sur plusieurs sites français, il aime Mozart, Debussy, Rameau, Verdi, Britten, Debussy, et tout le spectacle vivant.

Abonneer
Laat het weten als er
guest
2 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties