De Zuid-Afrikaanse sopraan Pretty Yende eigent zich op energieke wijze het wisselvallige personage van Manon Lescaut toe, en al is haar uitspraak van het Frans niet helemaal volmaakt, met de beweeglijkheid van haar stem en haar amberkleurige timbre maakt zij haar Manon volkomen geloofwaardig. Samen met Benjamin Bernheim (Le chevalier des Grieux) vormt zij een spectaculair operapaar.

 

You can have any review automatically translated. Click the Google Translate button (“Vertalen”), which can be found at the top right of the page. In the Contact Page, the button is in the right column. Select your language at the upper left.

 

Manon, opéra comique in vijf bedrijven (1883) van Jules Massenet. Libretto van Henri Meilhac en Philippe Gille. Eerste uitvoering door de Opéra-Comique, Salle Favart, Parijs, 19 januari 1884.
Bijgewoonde voorstelling: Opéra Bastille, Parijs, première 4 maart 2020.

Manon: Pretty Yende – sopraan
Le chevalier des Grieux: Benjamin Bernheim – tenor
Lescaut: Ludovic Tézier – bariton
Le comte des Grieux: Roberto Tagliavini – bas
Guillot de Morfontaine: Rodolphe Briand – tenor
de Brétigny: Pierre Doyen – bariton
Poussette: Cassandre Berthon -mezzo-sopraan
Javotte: Alix Le Saux – mezzo-sopraan
Rosette: Jeanne Ireland – mezzo-sopraan
L’hôtelier: Philippe Rouillon – bariton
Deux gardes: Julien Joguet, Laurent Laberdesque – tenor & bariton

Orchestre et Choeurs de l’Opéra national de Paris

Direction musicale: Dan Ettinger
Mise en scène: Vincent Huguet

 

Muziek:
Regie:

Voor wie heeft doorgeleerd, heeft de term “interbellum” geen geheimen: de periode tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Maar met name in Frankrijk kent men nog een interbellum: de periode tussen de Frans-Duitse oorlog (1870-1871) en de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Voor degenen die de voorbije decennia geslachtofferd zijn aan mensgerichte onderwijsvernieuwingen vermelden wij nog even de uitslagen: Frankrijk-Duitsland 1871: 0-1. Frankrijk-Duitsland 1918: 1-0. Frankrijk-Duitsland 1945: 1-0. Duitsland-Nederland 1974: 2-1.

Jules Massenet en zijn bijverdiensten

In dat interbellum na de oorlog van 1870-1871 was Jules Massenet de belangrijkste Franse operacomponist van zijn tijd. De zeer productieve Massenet, leerling van Ambroise Thomas, schreef meer dan 30 opera’s. In zijn studententijd voorzag hij in zijn levensonderhoud door pauken te spelen aan het Théâtre Lyrique. Een unieke bijbaan! De man neemt zich onmiddellijk voor ons in. Een ander, meer voor de hand liggende bijverdienste was pianoles geven. Een deftige Parijse mevrouw vroeg Massenet of haar dochter eens mocht voorspelen, waarna hij natuurlijk om zijn oordeel werd gevraagd. “Mevrouw,” antwoordde Massenet, “uw lieftallige dochter speelt als een goed christelijke pianiste, geheel indachtig Matthäus 6:3. Laat uw linker hand niet weten, wat uw rechter doet.

Manon Lescaut
© Julien Benhamou / Opéra national de Paris

Massenets opera’s zijn een beetje weeïg (de term “langdradig” welt in ons denkraam op) en worden gekenmerkt door een elegante, sterk-lyrische stijl, vol sensuele melodieën. Zijn Manon wordt algemeen beschouwd als zijn meesterwerk. Er zijn heuse Leitmotive in verwerkt, naar voorbeeld van een componist wiens naam ons even niet te binnen wil schieten, die de protagonisten en hun emoties karakteriseren.  Wat ons immer uitstekend bevalt bij Manon, zijn de gesproken teksten die als het ware naar een hoger poëtisch niveau getild worden door een lichte, delicate en sprookjesachtige orkestbegeleiding.  In hoeverre u bovenstaande  zelf reeds ervaren -of als onzin verworpen- hebt, hangt uiteraard samen met uw kennis van deze opera.  Qua aanbod bent u dan aangewezen geweest op de productie van De Reisopera in het seizoen 2006-2007 of die van Opera Zuid in 2012-2013. Ook De Nationale Opera doet een ferme duit in het Manon-Massenet-zakje: de laatste uitvoering was in 1966 (met o.m. Evelyn Lear, Guus Hoekman en Henk Smit). In 1966 hadden we volgens het papagaaiencircus dat “DNO” heet in Nederland geen operahistorie.  Die begon pas, volgens deze onnozelen, in 1986, toen Het Muziektheater werd geopend, en kwam tot volle bloei toen Audi zijn regime vestigde. Hoogtepunt tijdens het Audi-regime was zonder twijfel Waiting for Miss Monroe, dat in 2012 nog niet door een vuurwerkverbod werd bedreigd: voor deze Gillende Keukenmeid werd enthousiast geapplaudisseerd. Als u bejaard tot hoogbejaard bent, was u wellicht aanwezig bij die Manon uit 1966. Zelf waren wij er helaas niet bij; wél waren wij in 2012 aanwezig bij de wereldpremière van genoemde Waiting for Miss Monroe. Een onvergetelijke ervaring, die ook de fabrikanten van hondenfluitjes geen windeieren heeft gelegd.


De intercity Arras-Amiens

Het verhaal van Massenets Manon kennen wij natuurlijk van de echte Manon, zijnde Manon Lescaut van Puccini. Daar heb je ‘m weer, de koets uit Arras die de 15-jarige Manon naar de herberg in Amiens brengt. En ook Des Grieux is weer van de partij, die er met Manon vandoor gaat naar Parijs. Het gaat na verloop van tijd niet zo lekker met die twee, Manon “heeft wat tijd voor zichzelf nodig”. Volgt de aria met de Bohème-achtige tekst “Adieu, petite table”.    Des Grieux besluit dan maar om priester te worden, een voor de hand liggende keuze die wij in ons modern tijdsgewricht helaas veel te weinig zien.  Manon wil haar ex wel eens zien prediken,  en de twee ontmoeten elkaar weer. Des Grieux denkt “godallemachtig, het is toch wel een lekkertje”, en is du moment priester af. In de vierde akte loopt het toch weer helemaal mis: gokken, liederlijkheden, vals spelen. Des Grieux en Manon worden gearresteerd. De eerste komt alweer snel vrij. Dat zit er voor Manon, gezien haar liederlijke levenswijze, niet in. De sharia is onverbiddelijk.  Ze krijgt nog één moment met Des Grieux waarin the good old days de revue passeren. Gebroken sterft ze (deze keer niet in de woestijn), smekend om zijn vergiffenis. “Je meurs! Il le faut, il le faut! Et c’est là l’histoire de Manon Lescaut!” (Ik sterf, het móét, het móét. Dat was het dan, het verhaal van Manon Lescaut.)

Pretty Yende

De opera Manon staat of valt met de vertolkster van de titelrol. In Massenets handen wordt ze een raadselachtige vrouw: enerzijds egoïstisch en oppervlakkig, anderzijds oprecht en sympathiek. Pretty Yende maakte meteen bij haar eerste aria, het vlinderachtige “Je suis encor’ tout étourdie” (hierboven vertolkt door Anna Netrebko ) duidelijk dat zij geknipt is voor de rol.

Manon Lescaut
© Julien Benhamou / Opéra national de Paris

De Zuid-Afrikaanse sopraan eigent zich op energieke wijze het wisselvallige personage van Manon toe, en al is haar uitspraak van het Frans niet helemaal volmaakt, met de beweeglijkheid van haar stem en haar amberkleurige timbre maakt zij haar Manon volkomen geloofwaardig. Samen met Benjamin Bernheim (Le chevalier des Grieux) vormt zij een spectaculair operapaar. HIER kunt u het koppel aan het werk zien in La Traviata.  Deze Bernheim is een van de beste, zo niet de beste, Franse lyrische tenoren van het huidige tijdsgewricht, en wordt in grote operahuizen frequent gevraagd voor rollen als Rodolfo (Bohème) en Alfredo Germont (La Traviata). Hij was in 2016 ook te horen bij De Nationale Opera, in de “symphonie dramatique” Roméo et Juliette van Hector Berlioz, een mislukt project waar Het Nationale Ballet ingepropt was en Bernheim (tenorpartij) zelf ook enkele danspasjes ten beste moest geven. Daarna, maar niet noodzakelijkerwijs daarom, hebben we Bernheim niet meer in Amsterdam en omstreken teruggezien. Zijn krachtige, kristalheldere stem  toont in zijn rol van Le chevalier des Grieux een regenboog van nuances, maar is in de gesproken passages wat minder indrukwekkend. Zoals de geoefende snookeraar vaak maar een povere indruk maakt als hij zich aan het edele driebandenbiljart waagt.

De bariton Ludovic Tézier was een Lescaut met schitterende frasering, en Tézier overtuigde nu juist wel in de gesproken passages. Van Roberto Tagliavini (Le Comte des Grieux), die in mei 2021 optreedt in Amsterdam (Enrico VIII, Anna Bolena) vroegen wij ons af of hij wel de juiste man op de juiste plaats was. Het verfijnde Franse repertoire lijkt hem minder goed te liggen. Wij denken met meer plezier terug aan zijn Ferrando in Il Trovatore bij De Nationale Opera in 2015.

Tijdreizen

Regisseur Vincent Huguet heeft zich in een conceptuele kronkel moeten forceren om toch in godsnaam maar niet gewoon het libretto te hoeven volgen. Wij werden weer eens geconfronteerd met de schabouwelijke gewoonte om de ouverture op te leuken met een pantomimevoorstelling. We zagen Manon op het (een?) station waar zij in de eerste acte nog moest arriveren. Om dit fysiek mogelijk te maken dient men sneller dan de tijd te reizen: dan kan men zichzelf inderdaad zien aankomen; zie Einstein. De reis per postkoets van Arras naar Amiens drukt volgens regisseur Huguet  Manons streven naar luxe en rijkdom uit. Immers, staat Arras niet symbool voor alles wat ongenoeglijk is? (Huguet verwijst naar WO I; een kat in het conceptuele nauw maakt rare geschiedkundige sprongen.) In de librettowerkelijkheid zit de 15-jarige Manon in de postkoets naar Amiens, omdat haar vader het verwende en onhandelbare nest naar het klooster heeft gezonden. Wij vermoeden dat Amiens op de route Arras-Klooster ligt.


We’ve seen worse

Het toneelbeeld was alleszins plezierig; de anachronistische kostumering (jaren 1920) was niet echt storend, Manon werd niet neergezet als Beyoncé; Kalasjnikovs,  nazi’s, asielzoekers, ijskasten, rolstoelen en Chevrolets (Manon met zonnebril en hoofddoekje op de passagiersstoel) ontbraken. Wel was er een dubbelgangster (je moet toch wát!), een zwarte dame (Joséphine Baker?), een staaltje van onvervalst etnisch profileren. De danspasjes van dezen en genen waren volstrekt onverklaarbaar, net als in de Amsterdamse Nabucco. Niet onvermeld mag blijven een wellustig kronkelend ballet op een nummer van Joséphine Baker (meende ik te horen) als symbool voor de verderfelijke wereld van geld en luxe. Ach, het was allemaal nog wel te doen, dus eigenlijk waren wij best tevreden. Wij hebben er verder ons Latijn niet ingestoken. We’ve seen (far) worst, van wandpissers als Bieito en Konwitschny e tutti quanti.

Dirigent Dan Ettinger had aanvankelijk enige moeite om de balans tussen zangers en orkest te vinden, maar herstelde deze onbalans in de 2e en volgende actes.

De première  van Manon Lescaut was gepland op zaterdag 29 februari j.l. Aangezien wij op de zaterdagen stamtafelverplichtingen hebben, vroegen wij een perskaart aan voor 4 maart. Prioriteiten! Dan maar geen première, eigen stamtafel eerst. Wij waren oprecht verbaasd toen wij vernamen dat de première verplaatst werd naar deze 4e maart! Zulks niet vanwege corona, maar vanwege stakingen, die de Fransen nu eenmaal in het bloed zitten. Met door het lot een handje geholpen trots kunnen wij u dan ook deze recensie van de Parijse première van Manon Lescaut presenteren.


Olivier Keegel

(05-03-2020)

0 0 stem
Artikelbeoordeling
Olivier Keegel
Olivier Keegel

CHIEF EDITOR AND REVIEWER

Bellini, Donizetti. Tito Schipa, Fritz Wunderlich, Ileana Cotrubas. Stefano Mazzonis di Pralafera, Laurence Dale. Certified unmasker of directors’ humbug.

Abonneer
Laat het weten als er
guest
2 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Corinne Romijn
Corinne Romijn
7 maanden geleden

Geweldig geschreven recensie alweer . Ik heb weer enige malen zitten lachen.

Ad Middendorp
Ad Middendorp
7 maanden geleden

Weer smaakvol beschreven. Op HIER gedrukt en op een betoverend mooie scène uit La Traviata getracteerd waar absoluut niets schabouwelijks viel te bespeuren. Integendeel.