La Sonnambula, melodramma in twee bedrijven op muziek van Vincenzo Bellini en een libretto van Felice Romani. Voor het eerst opgevoerd in het Teatro Carcano in Milaan op 6 maart 1831. Samen met I Puritani en Norma wordt La Sonnambula beschouwd als een van de drie meesterwerken van de Catalaanse componist. Gerecenseerde stream van 22 december 2020, Wiener Staatsoper. Uitvoering van 13 januari 2017.

You can have any review automatically translated. Click the Google Translate button (“Vertalen”), which can be found at the top right of the page. In the Contact Page, the button is in the right column. Select your language at the upper left.

 

Elvino: Juan Diego Flórez
Amina: Daniela Fally
Graf Rodolfo: Luca Pisaroni
Lisa: Maria Nazarova
Teresa: Rosie Aldridge
Alessio: Manuel Walser
Een notaris: Hacik Bayvertian

Das Staatsopernorchester
Chor der Wiener Staatsoper

Dirigent: Guillermo García Calvo
Regie: Marco Arturo Marelli

Muziek: *4,5*
Regie: *
2,5*

Kan Bellini’s luchtige Sonnambula, als zij in handen valt van visionaire regisseurs, zonder noemenswaardige schade op te lopen overleven? Muzikaal kan dat ongetwijfeld, zeker als de slaapwandelaarster een buitenklasse tenor in haar kamp heeft.

La Somnabule
LUCA PISARONI, DANIELA FALLY. ©Wiener Staatsoper GmbH / Michael Pöhn

De Weense Staatsopera herneemt de productie uit 2001, die al een reis naar Parijs en Barcelona achter de rug heeft. Regisseur Marco Arturo Marelli heeft op deze zelfde locaties al Turandot, Orest (van componist Manfred Trojahn), Pelléas en Capriccio voor zijn rekening genomen. Hij is een complete theaterman (verantwoordelijk voor regie, licht en  decors) en hij heeft een goed gevoel voor ruimte en personenregie. En ook nu zijn de visuele effecten indrukwekkend: het toneel is rond, een fraai effect, en de ramen geven een vrolijk uitzicht op de alpentoppen, maar ook op een hevige sneeuwstroom. We zitten in Zwitserland, in een rusthuis of in een sanatorium: het  universum van Thomas Manns Toverberg.

DE DORPELINGEN WORDEN RIJKE PENSIONGASTEN

Het koor, dat niet uit dorpelingen maar uit rijke pensiongasten bestaat, levert in onderhoudende verhaalvorm gretig commentaar op de gebeurtenissen. Een enorme eetzaal in prachtige art-decostijl vormt het unieke decor voor de handeling. En waar vindt het vermeende nachtelijke verraad plaats waarvan de arme slaapwandelaarster wordt beschuldigd? Nota bene in het midden van die grote, nogal onpersoonlijke zaal, en niet in de meer intieme kamer van de veronderstelde verleider.

In deze regie wordt de jaloerse Lisa een bescheiden serveerster en de arme Elvino een muzikant met een verdrongen verleden die rouwt om zijn moeder, zelf kunstenares. Haar rode divajurk zal door de heldin gedragen worden tijdens de uiteindelijke verzoening.  Amina is onschuldig en verdient het uiteindelijk om de dode moeder “te vervangen”. Een excessief geval van psychoanalyse? Maar welke toeschouwer is nu eigenlijk echt geïnteresseerd in deze “onderlaag” van dit verhaal zoals geconcipieerd door regisseur Marco Arturo Marelli? Er zijn meer respectvolle en meer geïnspireerde benaderingen denkbaar. Enigszins verbaasd door de decors luistert men toch vooral naar de stemmen en de muziek en die zijn beide (bijna altijd) betoverend.

Bellini’s muziek is honing voor de soepele stem van Juan Diego Floréz, die in alles verleidelijk is: in zijn voorbeeldige techniek, de schier eindeloze adem, het prachtige vocale spectrum, de glans van de hoge tonen, de verscheidenheid aan nuances, de kwaliteit van de frasering, de podiumaanwezigheid, de elegantie. “Tutto è sciolto” gevolgd door “Ah, perchè non posso odiarti” wordt een niet te onderschatten les in zang, charme en helderheid. Het belcanto vindt in deze Elvino kracht, emotie en adembenemende  schoonheid. Florèz overschaduwt enigszins de prestaties van Daniela Fally, die het overigens goed doet maar zonder dezelfde toppen te bereiken. Haar stem is wat vleziger dan gebruikelijk voor lichte sopranen. De techniek, vooral de zanglijnen, lijken nog onvoldoende beheerst en het karakter mist spontaniteit. Het ontroerende “Non credea mirarti” is enigszins ongelijkmatig van interpretatie. Het sprankelende rondo “Ah! non giunge uman pensiero” dat de opera afsluit, lijdt aan spanning en legt de grenzen van deze jonge zangeres bloot. Maar het echtpaar Florèz-Fally blijft vertederend, fysiek en vocaal goed op elkaar ingespeeld en hun evenwichtige duetten blinken uit in tederheid.

La Somnabule
JUAN DIEGO FLOREZ. © Wiener Staatsoper GmbH / Michael Pöhn.

De rol van graaf Rodolfo is Luca Pisaroni op het lijf geschreven: een soevereine basbariton, superieure podiumaanwezigheid, onontkoombaar verleidelijk. De Lisa van Maria Nazarova is een vocaal matig gedefinieerd karakter. De collectieve finale van de eerste akte vormt dramatisch en muzikaal een groot succes. De koren, die zo belangrijk zijn in hun rol als commentator, verdienen bewondering voor hun cohesie en efficiëntie. En Guillermo García Calvo dirigeert het prachtige orkest met smaak, waarbij hij recht doet aan de souplesse van deze fijnkleurige muziek.

Jean JORDY


0 0 stem
Artikelbeoordeling
Jean Jordy
Jean Jordy

REVIEWER

Jean Jordy, professeur de Lettres Classiques, amateur d'opéra et de chant lyrique depuis l'enfance. Critique musical sur plusieurs sites français, il aime Mozart, Debussy, Rameau, Verdi, Britten, Debussy, et tout le spectacle vivant.

Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties