Ondanks de COVID-19 beperkingen koos de moedige directie van het Macerata Opera Festival ervoor om het zomerseizoen te handhaven. Het festival werd teruggebracht van drie naar twee opera’s, waarbij Tosca sneuvelde, maar dat is zij wel gewend. Alleen Mozarts Don Giovanni werd scenisch opgevoerd, en Verdi’s Il Trovatore kreeg een concertante uitvoering.

You can have any review automatically translated. Click the Google Translate button (“Vertalen”), which can be found at the top right of the page. In the Contact Page, the button is in the right column. Select your language at the upper left.

 

Il Trovatore van Giuseppe Verdi. Dramma in 4 aktes. 1853. Libretto van Salvadore Cammarano, voltooid door Leone Emanuele Bardare, naar het toneelstuk El trovador van Antonio García Gutiérrez. Eerste opvoering in het Teatro Apollo, Rome, op 19 januari 1853. Bijgewoonde voorstelling: 25 juli, Macerata Opera Festival 2020.

Il Conte di Luna: Massimo Cavalletti
Leonora: Roberta Mantegna
Azucena: Veronica Simeoni
Manrico: Luciano Ganci
Ferrando: Davide Giangregorio
Ines: Fiammetta Tofoni
Ruiz: Didier Pieri
Zigeuner: Massimiliano Mandozzi

Dirigent: Vincenzo Milletarì
Orchestra Filarmonica Marchigiana
Koordirigent: Martino Faggiani
Coro Lirico Marchigiano “Vincenzo Bellini”

Concertante uitvoeringen hebben natuurlijk nadelen op het dramatische vlak, maar daar staan weer voordelen tegenover; concertante uitvoeringen hebben zo hun eigen charme. Een voordeel is dat men niet afgeleid wordt door allerlei hupsafladder die vaak nauwelijks verband houdt met de inhoud van de opera. Men kan zich volledig concentreren op de zangers. Als men geluk heeft en de zangers bevallen goed, gaat men een prachtige opera-avond tegemoet. Dat geluk hadden wij in de Arena Sferisterio, want de zangers waren over het algemeen zeer goed, ook al kregen ze nauwelijks hulp van de jonge dirigent.

Macerata Opera Festival 2020

Dirigent Vincenzo Milletarì is pas dertig jaar, een product van Riccardo Muti’s Academy, en maakte naar ons beste weten zijn debuut in deze opera. Hij koos voor de “edizione critica”, die eerlijk gezegd niet wezenlijk lijkt te verschillen van de traditionele. Milletarì onderstreepte op fraaie wijze de meer “lyrische”, intieme momenten van de partituur, maar helaas ontdekten we al snel dat hij een aantal “zeer persoonlijke” en niet goed te begrijpen ideeën over tempi had. Zo werden de finales van de eerste acte (het terzet “Di geloso amor sprezzato”) en van de vierde acte (“Ha quest’infame”) in een razend tempo gedirigeerd, wat niet te verwaarlozen problemen voor de zangers met zich meebracht.


De “pira”

Aan de andere kant respecteerde hij volledig de traditionele hoge noten van de “pira”: fameus bij publiek en tenoren. In de cast bevond zich dan ook een tenor die met schijnbaar gemak deze stralende “heldhaftige” hoge noten kan afleveren.

Nicolas Mansfield

Twee trefzekere hoge noten betekenen op zichzelf niet zo veel, maar Luciano Ganci deed veel meer. Het tijdschrift Met Opera Guild, “Opera News”, schreef, na Ganci’s optreden in Stiffelio in Parma, dat “Luciano Ganci misschien wel de beste Italiaanse Verdi-tenor van het moment is”. Dus als je naast stralende hoge C’s en B’s ook nog eens een mooie stem hebt (een criticus schreef zelfs “een schaamteloos mooie stem”!) de techniek goed beheerst, met een fijne, intelligente frasering en een onberispelijke dictie, dan zou Luciano Ganci wel eens een legendarische Manrico kunnen worden.

Over zijn Leonora, Roberta Mantegna, waren wij niet minder tevreden. De jonge sopraan is misschien niet de stem die de gemiddelde operaganger zou verwachten van een Leonora, zeker niet als Leontyne Price of Antonietta Stella zich in het Leonora-denkraam heeft genesteld. Roberta Mantegna is meer een “soprano lirico”, en zou onzes inziens een prima Luisa Miller zijn, een rol die ze binnenkort ook inderdaad op zich neemt. Deze lieflijker, minder agressieve maar mooi gezongen Leonora heeft ook bestaansrecht en is in het algemeen misschien wel meer geschikt voor de muziek van Verdi.

Il Trovatore
Il trovatore. Sferisterio 2020. Foto Tabocchini Zanconi

Over de Azucena, Veronica Simeoni (in plaats van Sonia Ganassi, die wegens familieomstandigheden moest afzeggen), hadden we gemengde gevoelens. Haar zang is goed, de stem goed geprojecteerd, haar frasering divers en effectief. Ze is onzes inziens alleen geen echte mezzo. Haar stem is wat ooit “un soprano corto” genoemd werd, dat wil zeggen een zangeres die, zonder de extreem hoge noten, zingt als een mezzo, maar met een (te) lichte stem. Simeoni heeft zeker een  heldere stem, die steeds helder wordt naarmate de hoogte stijgt; een stem die verre van zwak is, goed geprojecteerd, maar die het “gewicht”, het “gewortelde karakter” van een echte mezzo ontbeert. We herinneren ons haar in Favorita, in Don Carlo, zelfs in Carmen, en elke keer hadden we de indruk dat we naar een sopraan luisterden. Een sopraan die uiteraard wel alle mezzo-noten zong, maar toch met een sopraanstem. Hetzelfde was het geval met haar Azucena. Ze zong goed, acteerde ontroerend voor zover een concertante uitvoering dat toelaat, maar zonder echt de stem voor deze dramatische rol.

De grote tegenvaller van de avond was bariton Massimo Cavalletti als Graaf di Luna. Bij een Verdi-bariton denken we aan een elegante, verfijnde zanger, een “grand seigneur” in zijn rol. Die was deze avond afwezig. Cavalletti heeft de elegantie van een Alfio uit Cavalleria Rusticana, en liet het ook technisch vaak afweten. Niet zelden vertoonde hij “intonatieproblemen” (zong vals) en verzuimde hij luide klanken van wat zachte vibratie (“suoni fissi”) te voorzien, vooral bij de hoge noten.

De comprimario’s – Ferrando, Ines, Ruiz en Zigeuner (oud en naamloos) – deden het in het algemeen naar tevredenheid: goede, professionele zangers. De musici van het Orchestra Filarmonica Marchigiana, op ruime afstand gezet op het immense Sferisterio-podium, deden hun best om de soms hectische tempi en onverwachte pauzes van de dirigent te volgen, en het Coro Lirico Marchigiano “Vincenzo Bellini”, zoals altijd prachtig voorbereid door maestro Martino Faggiani, deed het weer uitstekend.

Marina Boagno
(NL tekst: Olivier Keegel)

Massimo Cavalletti, Il Conte di Luna (l) en Vincenzo Milletarì, dirigent (r). Foto’s: Tabocchini Zanconi.
5 1 stem
Artikelbeoordeling
Marina Boagno
Marina Boagno

REVIEWER

Marina Boagno is a life-long opera fan. She acted for many years as an amateur talent scout, organizing concerts, creating and directing events and looking for and promoting young opera singers. Author of "Franco Corelli – Un uomo, una voce" (1990) and a biography of Ettore Bastianini’s, “Una Voce di Bronzo e di Velluto” (2003)

Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties