Il piccolo Marat. De veelkleurige rok van Pietro Mascagni.

Zoals Richard Addinsell vastzit aan zijn schabouwelijke misbaksel, het Warsaw Concerto, en Pachelbel aan zijn Canon (een geduchte concurrent van oxazepam), zo lijkt Pietro Mascagni voor eeuwig gedoemd om in één adem genoemd te worden met zijn meesterlijke Cavalleria Rusticana. Mascagni = Cavalleria, en slechts bij uitzondering mogen zijn vele andere prachtopera’s hun opwachting maken. Iris komt nog wel eens een enkele keer aan bod, en een doodenkele keer L’Amico Fritz, maar dat is het dan toch wel. Door De Nationale Opera, die destijds “Stichting De Nederlandse Opera” heette, werd L’Amico Fritz voor het laatst opgevoerd in april 1964 (uit hetzelfde jaar is het immer actuele en urgente Potasch en Perlemoer in textiel), hetgeen de hoop levendig houdt dat wij deze Amico-boterham met Fritz-tevredenheid te Amsterdam toch altijd nog één keer per 50 jaar krijgen toegeworpen.

Maar dan is er nog altijd de onvolprezen NTR ZATERDAGMATINEE, al 60 jaar het anker van de Nederlandse klassieke muziekcultuur, met Mascagni’s, 30 jaar na de première van Cavalleria voor het eerst opgevoerde Il piccolo Marat, nu in concertante uitvoering (net als in 1992, in Vredenburg). Het is een klassieke reddingsopera, waarin de held(in) op het laatste moment iemand van de dood redt, zoals in Fidelio Florestan wordt gered door Leonore.

You can have any review automatically translated. Click the Google Translate button (“Vertalen”), which can be found at the top right of the page. In the Contact Page, the button is in the right column. Select your language at the upper left.

 

Il Piccolo Marat, “Dramma lirico” in drie acten van Pietro Mascagni op een libretto van Giovacchino Forzano, met bijdragen van Giovanni Targioni-Tozzetti. Voor het eerst opgevoerd in het Teatro Costanzi te Rome, op 2 mei 1921. Bijgewoonde concertante uitvoering: Het Koninklijk Concertgebouw, 5 september 2020.

Mariella: Anita Hartig, sopraan
Il piccolo Marat: Stefano La Colla, tenor
L’orco: John Relyea, bas-bariton
Principessa di Fleury: Maria Riccarda Wesseling, mezzosopraan
Il soldato/Il capitano: Andrea Borghini, bariton
La spia:  Jasper Leever, bas-bariton
Il ladro: Tim Kuypers, bariton
La tigre: Alessio Cacciamani, bas
Il carpentiere: Ernesto Petti, bariton

Radio Filharmonisch Orkest
Groot Omroepkoor
dirigent: Pietro Rizzo
koordirigent: Klaas-Jan de Groot

 

Muziek:

Il piccolo Marat is enerzijds een typische Mascagni-opera, maar aan de andere kant ook weer niet. Er is wat minder karakteristieke lyriek, maar die is er wel! (Menige reminiscentie aan Cavalleria Rusticana.) Dirigent Rizzo gaf de lyrische passages terecht alle aandacht. Aan de andere kant zijn er ook dissonanterige, atonale moderniteiten. En er is veel verrukkelijk lawaai. “Deze opera is niet gecomponeerd met noten,” verklaarde Mascagni in een interview, “maar met mijn vuisten, met beuken en grommen. Als ik een muzikale ingeving kreeg, verwees ik die meteen naar de prullenmand.”

Anything worth doing is worth overdoing, zoals Johan Cruijff zei.

Het libretto is van  Giovacchino Forzano (1884–1970), tevens gelauwerd regisseur van Mussolini-propagandafilms, die ook de libretti van Puccini’s Suor Angelica en Gianni Schicchi voor zijn rekening nam. In Europa hing na de Eerste Wereldoorlog een geest van revolutie, en Mascagni was genegen een “revolutionaire opera” over de Franse Revolutie te componeren, maar dan wel zonder duidelijk herkenbare  portretteringen van usual suspects als Robespierre. Op duidelijk te identificeren hoofdrolspelers in de Franse Revolutie wilde Mascagni zich niet vastleggen. In Il piccolo Marat hebben de protagonisten generieke namen (soldaat, timmerman e.d.), alleen Mariella heeft een persoonsnaam.

Pietro Mascagni voltooide in 1921 Il piccolo Marat.

Il piccolo Marat grijpt terug op de “Noyades de Nantes”, de verdrinkingen te Nantes: massa-executies door verdrinking in 1793 en 1794. Was je niet revolutionair genoeg, dan werd je met zachte hand gedwongen plaats te nemen in de Loire, “de nationale badkuip”, om er nooit meer levend uit te komen. Koningsgezinde sympathisanten, katholieke priesters en nonnen, ze werden allemaal in de Loire gegooid, zo’n 4000 onvrijwillige badderaars gingen definitief kopje onder.

Giovacchino Forzano (1884-1970) herinnert zich zijn verleden als librettist van Puccini, Mascagni en anderen.

In deze periode speelt Il piccolo Marat zich af. Een goed verhaal, voor een opera. Een brute heerser, bijgenaamd l’Orco (“wrede reus”, een geweldige, smeuïge rol) houdt Prinses Fleury gevangen; haar zoon, Prince Charles de Fleury, sluit zich onder valse naam aan bij de Marats, de lijfwachttroepen van l’Orco, en tracht haar te redden. Al doende vat hij (weer) warme gevoelens op voor het  nichtje van l’Orco, Mariella, die het ook niet makkelijk heeft. Weet je wat, denkt Prince Charles (= Il piccolo Marat), nu ik toch aan het redden ben, bevrijd ik Mariella ook maar meteen.  Hij wordt daarbij een handje geholpen door een anonieme timmerman die er ontzettend genoeg van heeft om dag in dag uit maar weer martelwerktuigen voor l’Orco te vervaardigen. (“Ik ben er klaar mee,” zei de boventiteling.) Maar voor het happy end wordt een bloederige prijs betaald.

De Franse revolutionair Carrier werd uitgestuurd om de opstand in de Vendée met alle middelen te breken. Massale verdrinkingen, de zgn “verticale deportatie” in de rivier, waren de oplossing. Het doel was om snel en tegen lage kosten zoveel mogelijk tegenstanders om zeep te helpen. Tegen deze achtergrond speelt Il piccolo Marat zich af.
Il piccolo Marat
De Roemeeense Anita Hartig vertolkt de rol van Mariella. © Fanny Berger

Het waren niet de minste solisten die deze Il Piccolo Marat in het Koninklijk Concertgebouw tot leven wekten. Deze opera verlangt grote stemmen, waarbij het de solisten in deze concertante setting niet vergund is over de orkestbak heen te zingen; ze worden “onverhoeds” in de rug aangevallen door een in massale samenspanning ettelijke decibellen producerend  orkest. En het begon allemaal zo breekbaar en hemels, met het wreed fraaie openingskoor uitgevoerd door het corona-uitgedunde Groot Omroepkoor. Een adembenemend begin. Stefano La Colla (Il piccolo Marat) moest even op gang komen -altijd een goed teken- maar beloonde de geduldigen in het publiek met een royale portie viriele tot hyperviriele zang. Aan Anita Hartig, ook zo’n topper, was de rol van Mariella toebedeeld. Zij zong haar rol met een droomsopraan van grote vocale flexibiliteit, waarbij zij krachtige ornamenten afwisselde met verzuchtende frasen; jammer dat ze enigszins in de cantate-stand stond, overmatig gepassioneerd scheen zij ons niet toe.  Wij moeten de casting een groot compliment maken: zo was de robuust-barse bas John Relyea just what the doctor ordered voor deze rol; deze Canadese bas-bariton zong de rol van l’Orco overdonderend malicieus, een soort super hardcore Scarpia en qua karakter het tegenovergestelde van de “we-kunnen-dit-als-volwassen-mensen-oplossen” Scarpia, het zachte ei dat Bryn Terfel enkele jaren geleden in Amsterdam op de planken zette. Toch ook nog even de fantastische Ernesto Petti (Il carpentiere) noemen: hij beschikt over een betoverende bariton die ook in de meest volumineuze passages melodieus blijft. Een waar genot.

Lyrisch moment

Anita Hartig en Stefano La Colla zongen aan het eind van de tweede akte een uiterst innemend liefdesduet, “Avrai nella mia manna la tua mamma”, een laatste lokroep naar de “oude” 19e-eeuwse Italiaanse opera, weer zo’n teder, fraai contrasterend lyrisch moment te midden van de loeiende orkanen van het kwaad. Het duet leidde bij de 150 man publiek (uitverkocht huis) tot extreme graden van genoeglijkheid en hier en daar zelfs tot innige tevredenheid. Opera zonder regie kan wonderschoon zijn.

De Nederlandse inbreng kwam van Maria Riccarda Wesseling (Principessa di Fleury). Wesseling is een product van de Leonard Bernstein doctrine. Bernstein kwam, zoals u weet, aan de bak toen hij in 1943 als dirigent inviel voor de zieke Bruno Walter. Evenzo beleefde Wesseling haar internationale doorbraak toen zij in 2006 de zieke Susan Graham verving in Iphigénie en Tauride. Internationaal doorbreken in een door Warlikowski geregisseerde opera, daar nemen wij met diep respect ons hoofddeksel voor af! Riccarda Wesseling beschikt over een fraai gekleurd “instrument” (wij wilden altijd al eens “instrument” schrijven als we gewoon “de stem” bedoelen), in welker vruchten zij haar publiek ruimhartig laat delen.

In de meer dan voortreffelijke inleiding van Kasper van Kooten (wat een verademing, als u begrijpt wat wij bedoelen) in het programmaboekje schrijft hij dat deze opera het verdient opnieuw uitgevoerd te worden. Solisten, orkest, koor, dirigent, artistieke leiding bewezen ondubbelzinnig zijn gelijk. Complimenti per tutti!

Olivier Keegel
(06-09-2020)

We like to get in touch with our readers. Comments and remarks are most welcome! (See below.)

Orkest en publiek in corona-opstelling. Solisten na een job well done.
5 2 stemmen
Artikelbeoordeling
Olivier Keegel
Olivier Keegel

CHIEF EDITOR AND REVIEWER

Bellini, Donizetti. Tito Schipa, Fritz Wunderlich, Ileana Cotrubas. Stefano Mazzonis di Pralafera, Laurence Dale. Certified unmasker of directors’ humbug.

Abonneer
Laat het weten als er
guest
7 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Jan de Jong
Jan de Jong
24 dagen geleden

Mooi dat de NTR eindelijk perskaarten aan Operagazet geeft. Het structureel ontbreken van recensies over operauitvoeringen in de matinee was een smet op deze site.

Jan de Jong
Jan de Jong
24 dagen geleden
Antwoord aan  Olivier Keegel

Waarom werden er de afgelopen jaren geen NTR-matinees besproken?

Mauricio Fernandez
Mauricio Fernandez
24 dagen geleden

Uitstekende recensie Olivier, ik heb het geheel mediaal gevolgd zoals dat heet maar het is niet mijn opera. Afgezien van de twee laatste bedrijven verzand Mascagni in louter decibellen geweld zonder veel muzikale inhoud ( zijn eigen woorden!) en hierdoor had ik meer dan compassie voor de zangers hoewel de dirigent zijn best deed om het geheel binnen humane proporties te houden. Wellicht is het resultaat in het theater anders maar de kansen hiertoe zijn minimaal, zelfs of juist in Italië. Hoe dan ook, ik had liever Parisina op het programma zien verschijnen als het toch Mascagni moest wezen. En,… Lees verder »

Hilaire De Slagmeulder.
Hilaire De Slagmeulder.
22 dagen geleden
Antwoord aan  Mauricio Fernandez

Een recensie om in te kaderen en op te hangen op de beste plaats van het salon! Rechtvaardig en recht uit het hart! Mauricio Fernàndez interpreteert verkeerdelijk Mascagni’s woorden die hij op symbolische wijze schreef aan zijn geliefde Anna Lolli in november 1919 : ” Ironisch genoeg raad je me aan tedere, gevoelige muziek te schrijven, maar weet je wel wat Marat eigenlijk is : de wreedheid, het bloedbad, de dood : mijn nieuwe opera bestaat niet uit muziek, ik schrijf hem niet met noten ; ik schrijf hem met mijn vuisten, met kaakslagen, met beten ( ) ik beschrijf… Lees verder »

Willem
Willem
24 dagen geleden

Heerlijk om weer te lezen, Bravo 🎼🌷🌷🌷🌷🎼