Die tote Stadt is een opera in drie bedrijven van Erich Wolfgang Korngold. Het libretto is van Paul Schott (een pseudoniem van de vader van de componist), gebaseerd op Bruges-la-Morte, een korte roman, geschreven door Georges Rodenbach. Simultane creatie op 4 december 1920 in de Opera’s van Hamburg en Keulen.
Première van deze productie in de Muntschouwburg te Brussel op 22 oktober 2020. Nu op Youtube, HD kwaliteit, Nederlands of Frans ondertiteld.

You can have any review automatically translated. Click the Google Translate button (“Vertalen”), which can be found at the top right of the page. In the Contact Page, the button is in the right column. Select your language at the upper left.

 

Paul: Roberto Sacca, tenor
Marietta / Die Erscheinung Mariens: Marlis Petersen, sopraan
Frank: Dietrich Henschel, bariton
Brigitta: Bernadetta Grabias, mezzosopraan
Juliette: Martina Russomanno, sopraan
Lucienne: Lilly Jørstad, mezzosopraan
Gaston / Victorin: Florian Hoffmann, tenor
Pierrot: Nikolay Borchev, bariton
Graf Albert: Mateusz Zajdel, tenor

Kinder- en jeugdkoren & Kooracademie van de Munt
Symfonieorkest van de Munt
Dirigent: Lothar Koenigs
Regie: Mariusz Trelinski

Muziek: 4 sterren
Regie: 2 sterren

De creatie van Die tote Stadt, honderd jaar geleden, vond plaats in de euforie van de zo goed als uitgestorven derde golf van de Spaanse griep. Dat optimisme was vanzelfsprekend niet aanwezig bij deze voorstelling in de Munt. Het is sinds het begin van dit speeljaar een vertrouwd beeld geworden: veel gapend lege stoelen en een schaars publiek, gesierd met mondmaskers, dat wat onwennig rondkijkt.

Die tote Stadt
MARLIS PETERSEN, ROBERTO SACCA ©Simon Van Rompay

Corona in België

Toch is het bijna een wonder dat er sowieso twee van de acht geplande voorstellingen hebben kunnen plaatsvinden. Dat heeft de Munt te danken aan de stuntelige aanpak van de Corona-crisis in België, dat ondanks de steeds positieve berichten op TV, veruit – mondiaal! – het hoogste aantal doden telt per miljoen inwoners: 1309 waren het er op 20 november 2020. (Ter vergelijking: 514 in Nederland – dat is ruim minder dan de helft.) Lang waren San Marino en Andorra de koplopers en ook Peru had enkele weken de leiding, maar nu is de voorsprong van België niet meer in te halen. Dat op de Belgische TV ook nog smalend over de cijfers van de USA wordt gesproken –vanzelfsprekend allemaal de fout van Trump– met 785 doden per miljoen inwoners, bijna de helft van de cijfers in eigen land, is lachwekkend maar ook zorgwekkend qua onpartijdige berichtgeving.

Die tote Stadt
DIETRICH HENSCHEL, MARTINA RUSSOMANNO, LILLY JORSTAD, FLORIAN HOFFMANN, MATEUSZ ZAJDEL©Simon Van Rompay

Maar nu ter zake: hoe was deze Tote Stadt? Wij nemen aan dat deze productie gepland werd in tempore non suspecto en dat het een toeval is, dat de morbide, donkere sfeer op de scene zo passend en kenschetsend is voor de ambiance waarin ze nu plaatsvindt.

Die tote Stadt
MARLIS PETERSEN. ROBERTO SACCA ©Simon Van Rompay

Het is geen primeur dat een voorstelling begint met een zwijgend orkest en wat nutteloos gedoe op de bühne. Het is kenschetsend voor egotrippende regisseurs en die zijn in de Munt geregeld te gast: Brigitta, de huishoudster, wandelt wat rond met een stofzuiger terwijl het publiek braafjes wacht. Na zo’n vier minuten van deze boeiende actie kreeg het orkest eindelijk het fiat om de voorstelling te starten. Wij waren meteen in de ban van diezelfde Brigitta, de Poolse Bernadetta Grabias, nu zonder stofzuiger, maar zingend met een welluidende lichte mezzosopraan, fijn gestileerd, met gezag ook en klasse. Wij hebben de introductie van deze opera zelden zo mooi gehoord.

Roberto Sacca viel aanvankelijk wat tegen als Paul, maar wij moeten er meteen aan toevoegen dat het tenorgeschreeuw in de eerste akte ons nog nooit écht bekoord heeft. De partij is blijkbaar zo geschreven en kennelijk valt het ook in de smaak bij veel operaliefhebbers. Rossini vergeleek de door tenors met volle borst geprojecteerde hoge noten met de kreten die een varken uitstoot als men het wil slachten. Voor een meer subtiele interpretatie hadden wij onze hoop gesteld op Jonas Kaufmann die de rol nu in München gezongen heeft, maar waarvan de geplande video-opname in de zomer van 2019 helaas door de eerste Corona-golf geschrapt werd.
Met meer respect voor onze oren zong Roberto Sacca in de laatste akte veel hoge noten in mezza voce. Hij beleefde de rol ook zeer intens en geloofwaardig, zodat de eindindruk toch gunstig was.

Die tote Stadt
DIETRICH HENSCHEL, MARTINA RUSSOMANNO, LILLY JORSTAD,_FLORIAN HOFFMANN, MATEUSZ ZAJDEL, NICOLAY BORCHEV ©Simon Van Rompay

Marietta is een hoofdstuk apart. “Ich bin Tänzerin…tanz die Hélène in Robert le Diable” is wat de tekst ons zegt, maar wat wij te zien kregen was een bijzonder onuitstaanbaar, vulgair wijf. Geen schijn van kans dat een welopgevoede eenzaat als Paul haar ook maar de toegang tot zijn woning zou toestaan, laat staan op haar verliefd zou worden! Het is natuurlijk allemaal in opdracht van de regisseur dat zij zo aanstellerig acteert en als kers op de taart demonstratief haar kauwgom uitspuwt alvorens het wondermooi duet aan te zetten. Marlis Petersen is vocaal ideaal voor de rol (zij zong die ook in München, samen met Kaufmann). Maar hoe mooi het ook klinkt, hoe hemels haar timbre ook past bij de rol, je kunt maar het best je ogen sluiten om haar zelf niet te hoeven aanschouwen.

Dietrich Henschel wist zich weinig te profileren in de rollen van Frank /Pierrot, zeker de coupletjes van Pierrot hebben wij wel eens met meer charme horen zingen. Van de overige rollen blijft in deze tot twee uren gereduceerde partituur niet veel over, maar het ensemblewerk klonk in elk geval zeer overtuigend.

De koor- en korte kinderkoorinterventies waren onberispelijk en ook het orkest op het podium was bij Lothar Koenigs in goede handen.

Last AND least, de regie van Trelinski. Hij maakt van de relikwiekamer een mortuarium met de belichting voor een kermisspookhuis. De bloedprocessie ziet eruit als een heksendans uit Macbeth, met de nodige blote ballerina’s. Een smakeloze show die wij zo vlug mogelijk willen vergeten.
Toch nog even terloops: Paul en Frank zetten voor hun dialoog in de tweede akte, plots een mondmasker op en begeven zich in de zaal, tot voor de voeten van de toeschouwers op de eerste rij. Volkomen overbodig en virus-uitdagend!

“Fort aus der Stadt des Todes?“ vraagt Frank bij het slot aan Paul, waarop deze antwoordt “Ich wills – ich wills versuchen…“ waarna hij onder de tafel bij het lijk van Marietta gaat liggen en vandaar, uiterst oncomfortabel, het adembenemend mooie Lied herhaalt.

Mag hij niet op reis vertrekken wegens de Corona-restricties? Of is hij rijp voor het gekkenhuis? Enkel de regisseur mag het weten.

Guillaume Maijeur
21/11/2020

4.5 2 stemmen
Artikelbeoordeling
Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties