Der Schmied von Gent is een opera van Franz Schreker die zeer zelden opgevoerd wordt. De logica zegt dat een kennismaking duidelijk moet zijn en dat zo’n zeldzame herneming librettogetrouw moet opgevoerd worden. Niet zo in Anwerpen echter…

 

You can have any review automatically translated. Click the Google Translate button (“Vertalen”), which can be found at the top right of the page. In the Contact Page, the button is in the right column. Select your language at the upper left.

 

Der Schmied von Gent, opera van Franz Schreker (muziek en libretto) naar Charles de Costers verhaal Smetse Smee uit Vlaamse Sprookjes. De première vond plaats op 29 oktober 1932 in de Städtischen Oper Berlin. Bijgewoonde voorstelling in de Vlaamse Opera te Antwerpen op 9 februari 2020.

Smee: Leigh Melrose (bariton)
Seine Frau: Kai Rüütel (mezzo-sopraan)
Astarte: Vuvu Mpofu (sopraan)
Slimbroek: Michael J. Scott (tenor)
Flipke: Daniel Arnaldos (tenor)
Der Henker Jakob Hessels: Nabil Suliman (bariton)
Herzog Alba: Leon Košavić (bariton)
Josef: Ivan Thirion (bariton)
Maria: Chia-Fen Wu (sopraan)
Petrus: Justin Hopkins (bas-bariton)

Symfonisch Orkest Opera Ballet Vlaanderen
Koor Opera Ballet Vlaanderen
Kinderkoor Opera Ballet Vlaanderen

Muzikale leiding: Alejo Pérez
Regie & scenografie:  Ersan Mondtag

Muziek:
Regie:

De opera’s van Schreker zijn nooit écht populair geweest. In de tweede helft van de vorige eeuw was er wel een renaissance van zijn werken, maar die bleef zo goed als beperkt tot Duitsland. Wel zijn al zijn opera’s nu te beluisteren op CD en ook grotendeels op video-opnames. Der Schmied von Gent, de laatste opera van Schreker, blijft een beetje achteraan lopen. Na de eerste opvoering in moderne tijden in de Staatsoper Berlin (1981) volgden nog slechts Bielefeld (1991), Chemnitz (2010), en nu de Vlaamse Opera.

Der Schmied von Gent
Vuvu Mpofu als Astarte en koor. (Foto: Annemie-Augustijns-Opera-Vlaanderen)

Een Vlaams sprookje

Aan de inhoud ligt het zeker niet, want die heeft alle troeven om in de smaak te vallen. Het is een sprookje en vindt plaats in de jaren 1600 in Gent, in de Hel en in de Hemel.
Smetse Smee is een smid, aanhanger van de Geuzen die zich tegen de Spaanse bezetter verzet. Hij heeft het geregeld aan de stok met zijn concurrent Slimbroek, die hem zijn klanten ontfutselt en die hij bij een handgemeen in de Leie gooit. De narigheid stopt niet en Smee sluit een pact af met de Duivel dat hem zeven jaar geluk en rijkdom brengt. Maar zoals voor Faust, hangt er een prijskaartje aan het pact en Smee wordt angstig naarmate de vervaldag nadert.

Op een dag komt een arme man met zijn vrouw en kind op een ezel voorbij de smidse. De man vraagt of hij de ezel niet wil beslaan. Hoewel hij hem niet kan betalen, werkt Smee de klus vlijtig af en geeft hem zelfs nog een mand eten mee. Het blijkt Jozef met zijn vrouw Maria en het kindje Jezus te zijn. (Een anachronisme van 1600 jaar, maar in een sprookje mag dat wel). Om Smee te bedanken voor zijn groothartigheid mag hij van Jozef drie wensen doen. Daarmee zijn alle problemen van Smee meteen opgelost: het pact met de Duivel, de Spaanse bezetting en een florerende smidse.

Het eeuwig leven was niet een van de drie wensen van Smee. Als hij sterft begeeft hij zich op de verre weg naar de Hemel. De tocht leidt hem eerst naar de poorten van de Hel, waar hij zijn vroegere vijanden Hessels, Alva en de duivelin Astarta ontmoet. Hij gaat niet in op hun vriendelijke uitnodiging om bij hen in te trekken en zet zijn tocht naar de hemel verder.
Als hij eindelijk aan de poorten van het Paradijs aanklopt, geeft Sint Pieter hem geen toegang. Zijn aflaten zijn onvoldoende voor de zonden die hij op zijn kerfstok heeft. Smee probeert listig binnen te geraken, maar Sint Pieter is hem te slim af. Het is ten slotte Jozef die hem de hand boven het hoofd houdt en hem onder gezang van engelen de hemel binnenleidt.

Scenisch verminkt

Een écht sprookje, daar is wat van te maken, zult u denken. Maar dat is natuurlijk zonder rekening te houden met de hersenkronkels van de regisseur. Kijk even aandachtig naar de foto’s. Buiten de foto bovenaan, een geslaagde poort van de Hel, welke beelden ademen de sfeer van het sprookje? Geen enkele! Het fel geforceerd kleurenpalet, de potsierlijke kledij, de steeds weer opduikende Kalasjnikovs, wie is die tot in den treure afgezaagde clichés niet kotsbeu?

Maar daarmee is de kous niet af. Smee, een smid die – hoe absurd het ook klinkt – de eerste twee aktes van de opera in een wit militair operette uniform rondloopt, metamorfoseert zich in de derde akte tot koning Leopold II. De orkestleden mogen even een dutje doen terwijl de onafhankelijkheidstoespraak van Patrice Lumumba op 30 juni 1960 uit de luidsprekers klinkt. En français, évidemment, et la même chose pour les flamands! Een muzikaal fragment wordt dan benut om een filmpje over Congo af te draaien. Wat heeft dat in godsnaam nog met de opera te maken? Wie zich wil documenteren over het koloniaal verleden van België leest daar een van de vele boeken over of kijkt naar een van de tientallen filmpjes op Youtube. Als Ersan ons de les wil leren, moet hij ergens een zaaltje huren en een toespraak houden of zelf een boek, een toneelstuk of het libretto voor een opera schrijven. Zoals een virus een gezond lichaam binnensluipt en ondermijnt, zo gebruikt en verminkt Ersan op een hypocriete en gemakzuchtige manier het onschuldige sprookje van Charles de Coster.

Der Schmied von Gent
Leigh Melrose als Smee. (Foto: Annemie-Augustijns-Opera-Vlaanderen)

Muzikaal genietbaar

Gelukkig was er muzikaal meer te beleven. Zoals bij het merendeel van de opera’s van de tijdgenoten van Richard Strauss, liggen de mooiste momenten bij het orkest. De stemmen ontplooien zich nooit tot lyrische, bezinnende momenten en dat maakt het moeilijk om  elke rol individueel te beoordelen. Hoe dan ook, de bariton Leigh Melrose was een bijzonder expressieve, welluidende Smee. Dat hij als een snul acteerde, dient volledig aan de regisseur toegeschreven te worden. In de vele ensembles, viel ook de rijke, warme mezzosopraan Kai Rüütel op, de vrouw van Smee. Een aangename verrassing was de Zuid-Afrikaanse sopraan Vuvu Mpofu als Astarte. Haar fraaie stem straalde enkele keren met glans boven de ensembles uit. Een naam om te onthouden, al kun je hem amper uitspreken.
De andere solisten deden weinig voor elkaar onder en zij bereikten een perfecte ensembletechniek, wat in deze opera primordiaal is. De orkestklank onder leiding van Alejo Pérez was energiek en temperamentvol met enkele nobele stoere trekken, nogal pompeus en met veel koper.
Het koor en het kinderkoor overtuigden maar matig en behoorden qua homogeniteit, precisie en klankschoonheid niet tot het beste dat wij van hen hoorden.

Wij woonden in 1991 een voorstelling bij van Der Schmied von Gent in Bielefeld. John Dew was er toen intendant en hij regisseerde ook zelf de opera. John Dew’s ensceneringen waren ook niet steeds honderd procent koosjer, ook hij gebruikte vaak schrille kleurenvlakken, maar de inhoud en de sfeer van het werk werden steeds gerespecteerd. Je kon na afloop van de voorstelling zeggen dat je de opera “gezien” had. Dat kun je niet met deze productie van de Vlaamse Opera. Alle toeschouwers die aanwezig waren bij een van de voorstellingen kunnen beweren, dat zij Der Schmied von Gent gehoord hebben, maar niet gezien. Alles wat op de scene gebeurt is gekunsteld, niets klopt met wat je in de boventiteling leest.
Je kunt niet naar deze productie kijken zonder een vieze smaak in de mond te krijgen.

Een gemiste kans, de zoveelste van de Vlaamse Opera.

 

Guillaume Maijeur
(Gepubliceerd op 9/2/2020)


0 0 stem
Artikelbeoordeling
Abonneer
Laat het weten als er
guest
4 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
M.R.
M.R.
7 maanden geleden

Volslagen idiote recensie.

Olivier Keegel
Beheerder
7 maanden geleden
Antwoord aan  M.R.

Een domme, loze kreet zonder enige onderbouwing. En dan nog lafjes anoniem. Wie hier de “volslagen idioot” is, lijdt geen enkele twijfel.

F.T.
F.T.
7 maanden geleden
Antwoord aan  Olivier Keegel

Misschien een domme, loze kreet, maar hij heeft niettemin 100% gelijk. Het lijkt alsof de recensent nog nooit in zijn leven een opera gezien heeft. Het begint al in de eerste paragraaf. Waarom hij in hemelsnaam denkt dat vandaag, in 2020, een opera-enscenering volledig woord voor woord trouw moet blijven aan het libretto is mij een raadsel. Het getuigt alleszins van een gebrek aan kennis ter zake.

Ton Boot
Ton Boot
7 maanden geleden
Antwoord aan  F.T.

Daar waar het de anonieme “M.R.” ontbreekt aan elementaire beschaving, mogelijkerwijs een oorzaak vindend in een verwaarloosde opvoeding of teleurstelling in de liefde, daar blinkt de tweede anonymus F.T. uit in het publiekelijk uitventen van een ernstig verstoord denkraam. Deze fantastische recensie is geschreven door een recensent die ik al sinds 1991 volg. De heer Guillaume Maijeur, iemand met een uitzonderlijk grote kennis van het operarepertoire en operabedrijf. Anonymus F.T. denkt waarschijnlijk dat “vandaag, in 2020” een libretto NIET gerespecteerd hoeft te worden, waarmee hij zich gevoelig toont voor de waandenkbeelden van sommige hedendaagse regisseurs die in hun ontluisterende arrogantie… Lees verder »