De Hupsafladderaars, een tweedelige miniserie, sequel van De Hupsafladderlozen.

Tot slot, maar zeker niet omdat hij een derde plaats “verdient”, nog iets over de Britse regisseur Graham Vick. Ook hij heeft zijn stokpaardje, en dat is de Kerk (elke Kerk) en religie, die in zijn ogen de wortel van alle kwaad zijn. Dus toen hij het aanbod kreeg om het verhaal van een priester – Stiffelio – te  regisseren, heeft hij dankbaar van de gelegenheid gebruikgemaakt om vol op het orgel te gaan.  Veel operaliefhebbers zijn van mening dat het oorspronkelijke verhaal van Stiffelio – een vrij eenvoudig verhaal en, naar onze mening, verrassend modern – gaat over een dominee die integriteit, liefde en vergeving predikt. Wanneer hij ontdekt dat zijn geliefde vrouw hem heeft bedrogen met een jonge schurk, staat hij voor de keuze of hij wil toegeven aan  zijn pijn, vernedering en woede, of dat hij zijn geloof wil laten prevaleren en haar wil vergeven.

You can have any review automatically translated. Click the Google Translate button (“Vertalen”), which can be found at the top right of the page. In the Contact Page, the button is in the right column. Select your language at the upper left.

 

Bij Graham Vick niets van dat alles. Zijn Stiffelio wordt een ambitieuze, hypocriete prediker die uit is op roem en zijn vrouw verwaarloost (blijkbaar heeft hij zelfs een hekel aan echtelijke seks). Vick spreidt in zijn productie een uitgebreide collectie nat vuurwerk ten toon, maar niet van het merk “Verdi” of “Stiffelio”: vrouwen- en homorechten, homofobie, gender, familie en gezin en zelfs euthanasie dringen om voorrang. Een schabouwelijke en disfunctionele smeltkroes van onderwerpen die niets met Verdi’s opera te maken hebben. De seksscènes  (voornamelijk op basis der Griekse Beginselen) en geweld (tegen homo’s en de Femen-beweging) spelen zich af te midden van publiek, koor en figuranten; in het Parma Teatro Farnese staat het publiek midden in de voorstelling, een stukje uit haar krachten gegroeide publieksparticipatie die menigeen rauw op het dak zal zijn gevallen. Men is verbaasd, geschokt (mission completed!) en het zicht op de zangers is slecht, want die bevinden zich op mobiele platforms bijna twee meter boven de grond, waar zij -zeer knap- hun werk doen.

Opera (Stiffelio) volgens Graham Vick

De genoemde voorbeelden illustreren ons punt: de regisseurs van het Regietheater hebben ieder hun eigen aanpak en temperament, maar één kwalijke eigenschap hebben ze gemeen: ze hebben een hekel aan opera. Ze verdiepen zich niet in de kunstvorm “opera”. Ze zijn onwetend of gewoon niet geïnteresseerd en vergeten gemakshalve dat de muziek en het libretto een twee-eenheid zijn, dat de muziek is geschreven op en voor dat ene verhaal, die ene scène, en zeker niet voor hun solipsistische “interpretaties” en “concepten”.

Natuurlijk hebben regisseurs, net als iedereen, het volste recht om een mening te hebben en zich te uiten over maatschappij, religie, seks, de land- en tuinbouw, Trump en de onsterfelijkheid van de meikever. Ze zijn volledig vrij om hun eigen opera’s, komedies, tragedies of wat dan ook te schrijven en te regisseren. Ga vooral uw goddelijke gang!

Maar veel minder gepast is het om de muziek van anderen achterover te drukken, en de eigen hersenspinsels te tooien met de titels van bestaande werken,  gecreëerd door componisten en librettisten die niets van doen hebben met het giftige mengsel dat door hupsafladderaars gebrouwen wordt in de duistere laboratoria van “urgent, actueel en confronterend muziektheater”.

Don Giovanni. Regie: Graham Vick.

Een verhaal vertellen over een Schotse troonopvolger die een koning naar de andere wereld helpt en zijn plaats inneemt? Geen probleem. De belangrijke Japanse regisseur Akira Kurosawa maakte er een prachtfilm over, Throne of Blood, gesitueerd in het oude Japan. Maar wat een opera- of theaterregisseur nou net niet moet doen, is een dergelijke creatie “Macbeth” (Shakespeare’s of Verdi’s) noemen, waarbij hij de tekst of muziek van anderen gebruikt om er zijn eigen verhaal mee op te luisteren. Dat is te gemakkelijk. Te lui. En vooral een belediging voor het publiek, dat het recht heeft om “the real thing” te zien en te horen. En ook een belediging voor de zangers, dirigent en orkestleden, die op hun beurt recht hebben op de onverdeelde aandacht van het publiek. Naar wij dachten.

Marina Boagno

(NL tekst: Olivier Keegel)
  Calixto Bieito                                   Damiano Michieletto                 Graham Vick
0 0 stem
Artikelbeoordeling
Marina Boagno
Marina Boagno

REVIEWER

Marina Boagno is a life-long opera fan. She acted for many years as an amateur talent scout, organizing concerts, creating and directing events and looking for and promoting young opera singers. Author of "Franco Corelli – Un uomo, una voce" (1990) and a biography of Ettore Bastianini’s, “Una Voce di Bronzo e di Velluto” (2003)

Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties