De Hupsafladderaars, een tweedelige miniserie, sequel van De Hupsafladderlozen.

De “geniale” regisseurs van het Regietheater zijn niet allemaal over één kam te scheren. Ze mogen dan vrijwel zonder uitzondering enigszins arrogant en narcistisch zijn (en de lift gaat vaak niet meer zo lekker bij ze omhoog),  in de meeste gevallen zijn ze toch niet uitgesproken “dom” te noemen. Ze hebben in ieder geval één ding gemeen: het totale gebrek aan respect voor de opera’s die ze regisseren, voor de componist en voor de librettist. “Puccini is dood”, vertelde ons iemand uit het gevolg van een regisseur die we maar beter ongenoemd laten, gezien zijn weerzinwekkende regie van Madama Butterfly in het Teatro San Carlo, waar het regiegenie nota bene zelf de hele tijd op het podium stond: hij las een gedicht voor, haalde de meest krankzinnige toeren uit en slaagde er ook nog in het prachtige “Coro a bocca chiusa”  om zeep te helpen.

 

You can have any review automatically translated. Click the Google Translate button (“Vertalen”), which can be found at the top right of the page. In the Contact Page, the button is in the right column. Select your language at the upper left.

 

In deze en in de volgende aflevering van De Hupsafladderaars werpen we een korte blik op drie moderne, “spraakmakende” regisseurs: Graham Vick, Calixto Bieito en Damiano Michieletto. We nemen een aantal van hun producties door.
Allereerst zijn daar hun verschillende benaderingen van het verhaal in de opera.

Zauberflöte volgens Michieletto. Kinderen, nu opgelet!

Damiano Michieletto is waarschijnlijk de meest egocentrische van de drie. Hij is voornamelijk geïnteresseerd in het creëren van zijn eigen fantasieverhaal, waarbij  hij lak heeft aan het libretto. In een interview verklaarde Michieletto dat de opera’s die hij regisseert “een wit doek” zijn waar hij zijn schilderij op kan  schilderen. Aldus kregen we van hem een Zauberflöte voorgeschoteld die zich afspeelt in een school, waarschijnlijk een basisschool aangezien de zangers  gekleed zijn als kleine broekenmannen. Monostatos is de grote pestkop op het schoolplein. Vooral Pamina moet het ontgelden, Monostatos boezemt haar angst in met een rubberslang. En Papageno is de conciërge.

Pestkoppen in Michieletto’s Faust

Pesten is echt Michieletto’s ding. Ook Jemmy, de zoon van Wilhelm Tell, wordt gepest. De jongens uit het dorp breken zelfs zijn pijl en boog. Hij wordt natuurlijk ook slecht behandeld door zijn vader, terwijl zijn moeder het voor hem opneemt.  Dat dit de inhoud is van de opera Wilhelm Tell, heeft eeuwenlang niemand kunnen vermoeden, totdat Michieletto ons deelachtig maakte van zijn geniale “interpretatie”.  Ook in Berlioz’ La damnation de Faust wordt de jonge Faust gepest door zijn leeftijdgenoten: hij wordt gedwongen om op een tafel te gaan staan en dan wordt z’n broek op de enkels getrokken. Deze drie voorbeelden zouden in de richting van een jeugdtrauma kunnen wijzen. Of deze regisseur inderdaad aan een jeugdtrauma lijdt of op z’n minst negatieve ervaringen op school heeft gehad, is ons niet bekend.

Carmen volgens Bieito

Calixto Bieito, een Spaanse zgn. “avant-garde” regisseur, heeft een heel andere aanpak. Hij verzint niet alleen zijn eigen verhaal (dat is een gemeenschappelijke aberratie), maar bij Bieito staat het choqueren van het publiek voorop: seks, bloed en geweld vormen zijn grootste liefhebberij.  Er wordt nog maar weinig bij stilgestaan hoe volstrekt krankzinnig het is dat een operahuis als La Fenice het publiek op voorhand moet  waarschuwen voor de grof- en onsmakelijkheid van bepaalde scènes in zijn Carmen.

Bieito’s aanklacht tegen Trump

Bieito wijst ons ook altijd op de gevaren en het kwaad van “de macht”. Zijn laatste Scarpia is uitgedost als Trump, compleet met gele pruik, een concept dat  door Juf Ank nog als te goedkoop zou worden afgewezen voor de afscheidsavond van de basisschool. Maar er is meer aan de hand met Puccini’s Tosca. De oorspronkelijke karakters van de protagonisten zijn al dood en begraven  voordat de voorstelling is begonnen. Cavaradossi en Tosca zijn bij Bieito  twee straatartiesten die vechten voor de vrijheid van de kunst. Dat is volgens Bieito-deskundigen de reden dat Cavaradossi in de eerste akte een madonna op de vloer schildert, terwijl er meters en meters witte tape langzaam over het podium worden uitgespannen, waardoor een soort web ontstaat. Uiteindelijk krijgt Cavaradossi – na een bloedige marteling – niet de kogel, maar wordt hij volledig in dezelfde tape gewikkeld: een mummie. En als klap op de vuurpijl gaat Scarpia een uitzonderlijke dood tegemoet (hoewel, of hij wel of niet dood is blijft onduidelijk). Tosca steekt hem met zijn eigen bril in zijn nek, uiteraard terwijl hij gedwongen seks heeft op de vloer.

Marina Boagno
(NL tekst Olivier Keegel)
(Wordt vervolgd.)

  Calixto Bieito                                   Damiano Michieletto                 Graham Vick
0 0 stem
Artikelbeoordeling
Marina Boagno
Marina Boagno

REVIEWER

Marina Boagno is a life-long opera fan. She acted for many years as an amateur talent scout, organizing concerts, creating and directing events and looking for and promoting young opera singers. Author of "Franco Corelli – Un uomo, una voce" (1990) and a biography of Ettore Bastianini’s, “Una Voce di Bronzo e di Velluto” (2003)

Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties