Boris Godunow. Bij de lockdown van medio maart ging ook de opera van Zürich op slot. Operaliefhebbers in Zürich zagen reikhalzend uit naar het begin van het nieuwe seizoen. Het management rond Andreas Homoki had een oplossing bedacht, een andere dan de operahuizen in Duitsland, Italië of de Verengde Staten, om het geplande programma grotendeels volgens plan en toch corona-proof te laten verlopen. Omdat de orkestbak van de opera in Zürich te klein is om voldoende onderlinge afstand te houden en men niet zijn toevlucht wilde nemen tot een gereduceerde orkestbezetting, werd besloten het orkest en het koor live te laten spelen vanuit de repetitiezaal op ongeveer een kilometer afstand. De solisten zongen wel “gewoon” live op het podium.

Een dergelijke opstelling wordt al jaren toegepast tijdens het Bregenz Festival, maar de geluidstechniek in Zürich bleek veel geraffineerder en van aanzienlijk hogere kwaliteit. Alleen tijdens sommige koormomenten was het duidelijk dat het koor zich niet in de buurt van het podium bevond. Voor het begin van de voorstelling kon men horen hoe de leden van de Philharmonia Zürich hun instrumenten stemden, wat het live-gevoel natuurlijk bevordert. Het publiek kon op een scherm zien hoe de dirigent naar het podium stapt, zodat hij zijn welkomsapplaus in ontvangst kon nemen. De microfoons voor de orkestgroepen waren zodanig geplaatst dat het publiek een akoestisch correct gepositioneerd beeld krijgt.

You can have any review automatically translated. Click the Google Translate button (“Vertalen”), which can be found at the top right of the page. In the Contact Page, the button is in the right column. Select your language at the upper left.

 

Boris Godunov. Opera van Modest Mussorgsky (1839-1881). Libretto van de componist, naar het toneelstuk van Aleksander Poesjkin en De geschiedenis van het Russische Rijk van Nikolaj Karamzin. Versie van 1869 met inbegrip van de “Poolse scène” en de “Revolutie-scène” (1872). Bezochte voorstelling: Oper Zürich, 23 september 2020.

Boris Godunow: Michael Volle
Xenia, zijn dochter: Lina Dambrauskaité
Fjodor, zijn zoon: Solist des Tölzer Knabenchors
Amme: Irène Friedli
Vorst Sjoesjki: John Daszak
Andrei Schtschelkalow: Konstantin Shushakov
Pimen: Brindley Sherratt
Grigori Otrepjew: Edgaras Montvidas
Marina Mnischek: Oksana Volkova
Rangoni: Johannes Martin Kränzle
Warlaam: Alexei Botnarciuc
Misail: Iain Milne
Herbergierster: Katia Ledoux
Joerodiwi: Spencer Lang
Officier grenswacht: Valeriy Murga
Bojaar: Savelii Andreev
Lawitzki: Ilya Altukhov
Tschernikowski: Brent Michael Smith
Mitjucha: Ilya Altukhov

Muzikale leiding: Kirill Karabits
Regie: Barrie Kosky

Philharmonia Zürich
Koor van Opera Zürich
Extra koor:
SoprAlti der Oper Zürich
Statistenverein am Opernhaus Zürich

Musik:
Regie:

Barrie Kosky heeft zijn productie van Mussorgsky’s opera gebaseerd op de oorspronkelijke versie van 1869, aangevuld met de zelden uitgevoerde “Polen-scène”.  Het revolutionaire beeld dat de opera afsluit, is duidelijk gebaseerd op de huidige corona-crisis. Kosky stond voor de moeilijke taak om het “muzikale volksdrama” te ensceneren zonder koor, d.w.z. zonder het volk dat een hoofdrol speelt in deze opera. Hij trad deze uitdaging intelligent tegemoet, ook al was het resultaat uiteindelijk niet tot in detail overtuigend te noemen. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de Heilige Nar, die als student in een hedendaagse bibliotheek in de maalstroom van de Russische geschiedenis terechtkomt.

Fake news

Het toneelbeeld, ontworpen door Rufus Didwiszus, toont in het eerste deel van de opera een archief dat tot de nok toe gevuld is met boeken, ordners en andere manuscripten, waarbij de boeken, parallel aan de muziek, als getuigen van de geschiedenis hun mond bewegen: een duidelijke hint naar ons huidige fake news. De monnik Pimen vertolkt de rol van geschiedschrijver. Tijdens zijn verhaal verschijnt de door Boris vermoorde Tsaar Dmitri als een bebloed kind, waarbij open blijft welk deel van Pimens geschiedschrijving waar is en welk deel uit de duim gezogen is of er ergens tussen in ligt.  De archiefwanden verschuiven steeds en tijdens de kroningsscène, wanneer Boris volledig uitgedost alleen op het podium staat, roept de monumentaliteit van de wanden associaties op met een kathedraal. De gebeurtenissen worden continu gevolgd door de student c.q. Heilige Nar die plaats heeft genomen in de archiefstellingen  van de bibliotheek. Het steeds maar weer verschuiven van de stellingen zorgt voor permanente onrust, waardoor een rode draad in Kosky’s regie moeilijk te onderkennen is. De talrijke fraaie momenten van de gedetailleerde personenregie gaan ergens tussen de archiefwanden verloren.

Boris Godunow
Foto: Monika Rittershaus

Maar er zijn dus wel degelijk prachtige momenten. Bijvoorbeeld wanneer prins Sjoesjki, magnifiek gezongen en geacteerd door John Daszak, op de Bijbel zweert dat hij de gedode troonopvolger in de kathedraal van Uglitch heeft gezien, waarmee het wantrouwen van de tsaar steeds groter wordt, tot aan krankzinnigheid toe.

De kostuums van Klaus Brun zijn deels Rusland rond 1600 en deels de tijd van de creatie van de opera; de overlapping van de verschillende tijdperken lijkt niet altijd logisch en door de vele verhaallijnen ook niet goed te begrijpen.

In de “Polen-scène” is het podium op een paar stoelen na leeg, een gouden achterwand visualiseert de stemmingswisseling -die Mussorgky’s muziek ook tot uitdrukking brengt- met de verandering van Rusland naar Polen; helaas werd het vrouwenkoor dat de scène introduceert, geschrapt.

Liefdevol geënsceneerd

Kosky ensceneert deze “Polen-scène” heel liefdevol en gekruid met een snuifje humor. De vierde akte en de “Revolutie-scène” focussen volledig op Boris Godunow en de Heilige Nar. Onder een enorme doodsklok die over een soort afgrond hangt, gaat de titelheld ten onder. Terwijl de stemmen van het revolterende volk te horen zijn, wordt de Heilige Nar krankzinnig; er verschijnen nachtmerrieachtige figuren. Joerodiwi (Spencer Lang) begint aan zijn laatste klaagzang, een klaagzang die hij ook al aan het begin van de opera liet horen.

Roldebuut

Michael Volle maakte als Boris Godunow een opzwepend en zeer intensief roldebuut. In tegenstelling tot wat we van sommige eerdere vertolkers van deze rol gewend zijn, klinkt zijn bariton mooi helder. Volle betoogde al voor de première dat de rol voor een bariton is geschreven en niet, zoals vaak wordt gedacht, voor een bas. Zijn tegenstander Grigori Otrepjew vond in Edgaras Montvidas een uitstekende vertolker die op overtuigende wijze de verandering van monnik in pretendent gestalte gaf en die met zijn soepele tenor Marina Mnischek fraai het hof maakte.

Boris Godunow in Zürich - een geweldige avond
Fjodor, Boris' Sohn: Mika Mainone. Boris Godunow: Michael Volle. Foto: Monika Rittershaus.

Marina werd uitstekend vertolkt door Oksana Volkova; ze tekende overtuigend het portret van een machtsbeluste vrouw met een warme, rijke mezzosopraan die fraai contrasteerde met haar rol. Waarom zij voor een ouderwetse computermonitor geplaatst moest worden, is een van de ondoorgrondelijke geheimen van het Regietheater. Voor de jezuïet Rangoni had Zürich de bekroonde bariton Johannes Martin Kränzle weten te strikken; hij genoot zichtbaar van zijn rol. Brindley Sherratt was een in alle opzichten uitstekende Pimen. Katia Ledoux was ondanks haar weinig complimenteuze kostuum een genot als herbergierster, terwijl Lina Dambrauskaité als Xenia, de Tölzer Sängerknabe Cajetan Dessloch als Fjodor en Irene Friedli als Amme bijna in het niets verdwenen door de immense schuifwanden.

Mooi koor

Ook de talrijke kleinere rollen waren goed bezet. Het koor gaf een in alle opzichten prachtige uitvoering, ondanks de fysieke afwezigheid op de bühne. Hetzelfde gold voor de Philharmonia Zürich onder leiding van de jonge dirigent Kirill Karabits, die een goed gevoel bleek te hebben voor de nogal ruwe partituur van Mussorgsky; aan de andere kant zorgde hij voor de nodige elegantie in de Polen-scène. Het gejuich van het gedisciplineerd met mondkapjes uitgeruste publiek was zeer terecht.

Vanuit muzikaal oogpunt is deze Boris buitengewoon goed geslaagd. De regie zal, hoewel intelligent uitgevoerd, waarschijnlijk alleen de doorgewinterde kenners van Mussorgsky’s opera meer aangesproken hebben.

 

Marco Ziegler

(gepubliceerd op 29 september 2020)

We like to get in touch with our readers. Comments and remarks are most welcome! (See below.)

0 0 stem
Artikelbeoordeling
Marco Ziegler
Marco Ziegler

REVIEWER

Marco Ziegler, based in Zürich, went to the opera from the age of 10 and has a keen eye and ear for the developments of the last few decades. Favourite genre: Italian Opera. Favourite operas: Aida, Don Carlo and La Forza del destino.

Abonneer
Laat het weten als er
guest
1 Reactie
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
trackback

[…] men op inventieve, soms zeer inventieve wijze, troostrijke opera’s als Die Walküre (Berlijn), Boris Godoenov (Zürich) of I Puritani (Frankfurt).  In Milaan werd het publiek verwend met een fraaie Traviata. En wat […]