Op 18 juli 2017 publiceerde NRC een mini-interview met Corina van Eijk, afgenomen door Joyce Roodnat. Boven het artikeltje staat de raadselachtige kop: “Verdi vertelt: de mannen gingen van orgie naar orgie”.

Een curieuze mededeling. Verdi vertelt…. Vragen dringen zich op als “aan wie heeft Verdi dit verteld” en zijn “de mannen” alle mannen of een specifieke groep mannen? Echter, wij dienen ons niet van de domme te houden. Immers, het interview gaat over de door Corina van Eijk geregisseerde voorstelling waarin muziek van Verdi te horen is. De muziek komt uit de opera La Traviata, en daarmee houdt de vergelijking met Verdi’s meesterwerk op. Van Eijk heeft er niet voor gekozen om een andere titel te stelen (“Rooie Sien” zou een zeer adequate, maar ook frauduleuze verwerving zijn geweest), maar om de titel van Verdi’s opera te handhaven. “Handhaven” is het juiste woord natuurlijk niet, “oneigenlijk hergebruik” beschrijft de schabouwelijke lijkenpikkerij beter.

Mevrouw Roodnat begint haar artikel met een beknopte, maar correcte beschrijving van Verdi’s opera: de tragische lotgevallen van de Parijse courtisane Violetta. Houd dat woord “courtisane” even vast.

Echter, kort daarna volgt een van de meest opmerkelijke passages die ooit in de operaliteratuur (in dit geval –lectuur) zijn waargenomen. Dat gaat zo:

“Ze (Violetta) is een hoer, ze blijft een hoer, daar kan Corina van Eijk (1961), regisseur en ziel van Opera Spanga, niks aan doen, zegt ze: „Ik verzin dit niet, in die ouverture klinkt betaalde liefde.”

Duizenden vragen dringen zich op. Allereerst: “Ze is een hoer.” Dit is in strijd met de feiten: noch de persoon die model heeft gestaan voor Violetta (Marie Duplessis), noch de operafiguur Violetta was een hoer. Heeft u het woord “courtisane” nog paraat? Welaan, Violetta was een courtisane, geen hoer. Ik wil uw intelligentie niet beledigen door het verschil tussen de twee damesberoepen uit te leggen.

Maar dan wordt het allengs wereldvreemder: “Daar kan Corina van Eijk (…) niks aan doen”. Vele vragen dringen weer om voorrang. Enkele prominente aandachtspunten zijn: Is er iemand in deze wereld die wenst dat mevrouw Van Eijk daar “iets aan kan doen”? Ligt het niet eerder op de weg van Alexandre Dumas en/of Verdi om “daar iets aan te doen”?  En zou het voor een regisseuse, nu niet bepaald van het niveau Zeffirelli, niet verstandiger zijn zich met gepaste eerbied te onderwerpen aan de wensen van de artistiek overduidelijk boven haar gestelden?


KASSAGELUIDEN IN OUVERTURE

Lichte ontsporingen, denkt u. En u heeft gelijk, want het wordt nog hilarischer. Mag ik voor het volgende even de speciale aandacht vragen van de musicologen onder ons? Mevrouw Van Eijk: „Ik verzin dit niet, in die ouverture klinkt betaalde liefde.” In de ouverture van La Traviata klinkt betaalde liefde. Wij laten dit even rustig bezinken en zouden dan zo graag weten: O ja? Hoe? Waar? En dan graag chapter and verse! Welke maatnummers, welke thema’s, welke instrumenten dragen onontkoombaar uit: “Betaalde liefde!”  La pauvre….

Helaas stelt interviewster Roodnat deze voor de hand liggende vragen niet, wellicht uit damessolidariteit of uit gebrekkige kennis van Verdi, La Traviata of opera in het  algemeen.

Want vanaf dit moment trekken de dames Van Eijk en Roodnat gezamenlijk van leer. Interviewer en geïnterviewde zijn één geworden. En nu is het: van dik hout  zaagt men planken, het dikke hout dat zo geschikt is om er een bord voor de kop van te maken.

Even meegenieten: “De klant is afgewerkt, Violetta komt binnen. Normaal gesproken belanden we na de ouverture op een feest.” Bescheiden kanttekeningen in de marge: in La Traviata komt geen “klant” voor, laat staan dat deze “afgewerkt” wordt. En “Normaal gesproken belanden we na de ouverture op een feest” moet zijn “Na de ouverture zijn we getuige van een feest.”

De volgende citaten geef ik u even commentaarloos om u alle ruimte te geven voor de gulle lach:

“Het is een wals, maar de meisjes zwieren niet. Ze paaldansen“.

En, over Germont père: “Die hooggestemd verwoorde zorg om de familiereputatie is (!) een hypocriete smoes. Wellicht (!) is dit een man die het niet verdraagt dat zijn zoon en hij kutzwagers zijn.” De smoes staat vast, de “kutzwagers” vallen in de categorie “wellicht”. Etc. etc.

Maar dan, als een donderslag bij heldere hemel begint het journalistiek geweten van interviewster Roodnat op te spelen, en ze flapt er zomaar uit: “Je projecteert je eigen tijd op de opera.” Joyce schrikt een beetje van zichzelf.

Voor het antwoord van mevrouw Van Eijk moeten we voor een klein moment afdalen naar de diepste krochten der drogredenen en clichés. Want hoe pareert de eigenzinnige regisseuse? Als volgt: „Bij het toneel doen ze niet anders en daar valt niemand erover. Ik heb altijd de smoor in als mensen in het vak zeggen, help, de opera gaat dood. Ja, klopt. De opera gaat dood als jullie hem blijven benaderen als in 1850. Je kunt niet willen weten dat Violetta in de prostitutie zit. Maar het is een feit.”

1) “Bij het toneel doen ze niet anders.” Het toneel is dan ook geen opera, met episodisch bepaalde muziek.

2) Wie de “mensen in het vak zijn” blijft onduidelijk. Mensen in het vak van mevrouw Van Eijk, of mensen in het operavak?

3) “De opera gaat dood als jullie (?) hem blijven benaderen als in 1850”. Wij zullen mevrouw bij gelegenheid eens bevragen naar het overlijdensrisico van Rembrandt, als wij hem blijven benaderen als in 1650. Benaderen is in het geval van de schilder KIJKEN, en in het geval van de operacomponist LUISTEREN, en, gezien het libretto, tevens kijken.

4) “Je kunt niet willen weten dat Violetta in de prostitutie zit. Maar het is een feit.” Wij verwijzen kortheidshalve naar soortgelijke dwazen: Atomen zijn ruimteschepen! Elvis leeft! Israël heeft de Twin Towers omver geduwd!


PAALDANS

Mevrouw Van Eijk is iemand die voor de zoveelste keer een autonoom kunstwerk voor haar sinds 1989  steeds verder afbladderend, maar vrolijk voortbolderend karretje wil spannen. La Traviata gaat niet over uw beperkte wereldbeeld anno nu, mevrouw, maar over Violetta, een courtisane. Over Alfredo Germont die haar reeds een jaar van afstand aanbidt. Over liefde. Over hoop. Over geldgebrek. Over Germont père, die zich om de familie-eer bekommert. Over feesten. Over jaloezie. Over tuberculose. Over berouw. Over de dood. Daar komt geen paaldans aan te pas.

Het is voer voor massapsychologen dat de misselijke gewrochten die mevrouw Van Eijk sinds 1989 de wereld in slingert, niet op hun juiste waarde geschat worden, dat men de rommel niet onderkent, de lijkenpikkerij, het bedrog, de artistieke incompetentie, de egotripperij en de aan fraude grenzende propaganda voor het amateuristische absolute Niets. Zij die zich graag tot de avant-garde willen rekenen staren op een Friese mesthoop naar hobbyïstisch knutselwerk dat zij als supplementaire goddelijke straf later ook nog eens met oorlogszuchtig enthousiasme moeten aanprijzen.

In 1994 vond een door Van Eijk opgewaardeerde Samson et Dalila plaats in het Operahuis van Nantes. Het daar nog niet geïndoctrineerde Franse publiek, dat zich niet zo makkelijk laat belazeren, scandeerde “Alle Hollanders zijn viezeriken” en “In het cachot met die regisseur, ook al is het een vrouw”.

Sommige Hollanders zijn inderdaad viezeriken in de zin van artistiek door-en-door corrupt. Maar het zijn wel spraakmakende en eigentijdse viezeriken.

Subsidie!

Olivier Keegel (gepubliceerd op 29/7/2017)

Telmora Novakov
Telmora Novakov

Desk editor

Telmora Novakov keeps up with the news for Opera Gazet. At the urgent request of the editor-in-chief, she has put the separation of facts and opinions completely behind her.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op