Donizetti Opera Festival 2020

You can have any review automatically translated. Click the Google Translate button (“Vertalen”), which can be found at the top right of the page. In the Contact Page, the button is in the right column. Select your language at the upper left.

 

We schrijven eind 2020, de coronacrisis nadert haar eerste verjaardag en lijkt nog lang niet achter de rug. Voor de uitvoerende kunsten in het algemeen en de opera in het bijzonder zullen we zowat anderhalf seizoen verloren hebben en de vraag is of dit alles blijvende gevolgen zal hebben voor onze favoriete kunstvorm. Komt er ook in de opera een “nieuw normaal” (we gruwen van deze term) of wordt alles opnieuw zoals vroeger? De toekomst zal het uitwijzen.

Ondertussen zijn er in West-Europa al wat schuchtere pogingen geweest om toch voorstellingen te geven, in de meeste gevallen voor een sterk gereduceerd publiek. Voor de rest werd het operabezoek voor een groot deel vervangen door live(streams). Nu zijn we daar niet meteen een fan van. Een voorstelling is zoveel meer dan beeld en klank, er is de sfeer van een theater, de ontmoeting met mensen, het etentje voor- of achteraf. Maar ook, een voorstelling beoordelen op basis van wat de beeld- en klankregisseurs selecteren is tricky business.

Donizetti Festival

We waren in het verleden al meermaals aanwezig op het Donizetti Festival dat al een jaar of zes rond de verjaardag van de componist (29 november) plaatsvindt in zijn geboortestad Bergamo. Nu zal deze stad vandaag bij de meeste mensen helaas eerder het beeld oproepen van legervrachtwagens met coronaslachtoffers dan van een van de belangrijkste Italiaanse componisten aller tijden. Nochtans is de uitdrukkelijke wens blijven bestaan om het festival doorgang te laten vinden, zelfs toen de Italiaanse regering eind oktober besliste dat geen voorstellingen met publiek mochten plaatsvinden. Men besloot om dan maar voor een lege zaal te spelen. Het programma was trouwens al eerder beperkt tot drie producties, waarvan één concertant.

Bedoeling was om het pas gerenoveerde Teatro Donizetti in te wijden met een concertante uitvoering van Belisario (1836) met niemand minder dan Placido Domingo in zijn eerste baritonrol in een opera van Donizetti. Er is uiteraard discussie mogelijk over het afzeggen van Domingo (persoonlijk vinden we hem echt onmogelijk in een baritonrol) alsook over de reden van zijn afzeggen (hij zingt in min of meer dezelfde periode wel enkele [lucratievere?] voorstellingen in Rusland), feit blijft dat met Roberto Frontali een van de betere baritons van het moment als invaller gevonden kon worden. Meteen zijn we bij de onzes inziens sterkste prestatie van het festival beland. Als de Byzantijnse generaal Belisarius, die blind gemaakt wordt omdat hij ervan verdacht wordt dat hij zijn eigen zoon in de dood gejaagd heeft, weet Frontali een breed pallet van emoties en klankkleuren ten toon te spreiden. Hij blijft hierin niet ver achter bij Renato Bruson, ongetwijfeld de beste Donizetti-bariton uit de recente geschiedenis.

De andere rollen van deze mooie opera werden naar onze mening nogal licht ingevuld. Carmella Remigio is perfect op haar plaats in de lyrische momenten, maar Antonina doet soms enigszins denken aan Lady Macbeth en in de dramatischer passages hadden we ons een stem met wat meer “body” gewenst. Hetzelfde kan gezegd worden van de tenor Celso Albelo, die als Belisario’s dood gewaande zoon Alamiro stilistisch een perfecte prestatie neerzet maar niet kan verbergen dat de rol af en toe zijn mogelijkheden enigszins overstijgt. Prima Analisa Stroppa was Belisario’s dochter Irene. Riccardo Frizza, de muziekdirecteur van het festival, leidt met vaste hand het Orchestra Donizetti Opera in wat wij de beste voorstelling van het festival vonden.

Le nozze in villa is tegelijkertijd de interessantste én de oninteressantste titel op het programma. Interessant omdat het de enige van de drie gespeelde opera’s is die nog niet eerder in moderne tijden uitgevoerd werd en waarvan behalve een fragment op een CD van Opera Rara geen opnames bestaan. Oninteressant omdat het werk, gecomponeerd in 1819, eigenlijk niet meer is dan een Rossini-imitatie. Muzikaal valt Le nozze in villa wel te vergelijken met de Venetiaanse farcen die Rossini tien jaar eerder schreef; het verhaaltje van de burgemeester Petronio die zijn dochter wil laten huwen met de schoolmeester Trifoglio terwijl zij zelf verliefd is op de jonge edelman Claudio zal geen prijs winnen voor originaliteit. Het manuscript van de partituur is verloren gegaan en in de teruggevonden kopie in de bibliotheek van het Parijse conservatorium ontbreekt een kwintet in het tweede bedrijf. Voor de gelegenheid werd dit fragment nagecomponeerd door Elio en Rocco Tanica. Zeggen dat het nieuw gecomponeerde stuk echt Donizettiaans klinkt is overdreven, maar het ligt alleszins goed in het gehoor en in die zin misstaat het niet echt in de opera.

In tegenstelling tot Belisario werd deze opera wel geënsceneerd. Daarvoor werden de stoelen in de zaal uitgebroken en werd er gespeeld in de toeschouwersruimte. Het orkest bevindt zich op het toneel. Bij een livestream geeft dit weinig problemen, maar we kunnen ons voorstellen dat deze opstelling voor het publiek in de loges (zoals gezegd niet aanwezig maar wel voorzien) een probleem in de klankbalans had kunnen betekenen.

Social distancing

De regie van Davide Marranchelli stelt niet veel voor en wordt vooral gedomineerd door coronamaatregelen zoals mondmaskers wanneer niet gezongen wordt, handschoenen en social distancing. Een beetje moeilijk om zo een geloofwaardig liefdesduet neer te zetten! Ook wat decors betreft is de productie minimalistisch te noemen met enkel wat meubelstukken (en een echt golfkarretje) die neergezet worden op een grasveld.

Een komisch werk zoals Le nozze in villa is uiteraard een stuk makkelijker te bezetten dan Belisario en Marin Faliero. Met Omar Montanari en Faio Capitanucci werden twee bassen aangetrokken die met perfecte timing en vis comica (maar ook af en toe wat overacting) feilloos gestalte wisten te geven aan de kibbelende vader en gewenste schoonzoon. Giorgio Misseri, die op het laatste moment Eduardo Rocha verving, deed het verdienstelijk. Prettige verrassing was de ons tot nu toe onbekende mezzo Gaia Petrone die ons met haar gepolijste coloraturen en diepe stem onwillekeurig deed denken aan de jonge Sylvia Tro-Santafé. Voor Stefano Ranzani, die af en toe zelf ook deelnam aan de enscenering, en zijn orkest was deze partituur een walk in the park.

Marin Faliero draagt al lang een speciaal plaatsje in ons sowieso Donizetti-minded hart. Reden hiervoor is de voorstelling van deze opera die we in 2002 bijwoonden in Parma. Het was niet alleen een van onze eerste operaverplaatsingen naar het buitenland, we hadden de kans het werk te zien in een legendarische bezetting met Michele Pertusi, Rockwell Blake, Mariella Devia en Roberto Servile (een helaas onderbelichte video-opname werd op DVD uitgebracht door Hardy [HCD 4025]). Helaas speelt dit referentiekader onvermijdelijk een rol bij de manier waarop we naar de huidige voorstelling kijken. Opboksen tegen onvergetelijke (en mogelijk geromantiseerde) herinneringen is moeilijk…

Het verhaal van de opera is los gebaseerd op de staatsman en vijfenvijftigste doge van Venetië, Marin Faliero, die kort na zijn aanstelling als doge (hij was toen al in de tachtig) meewerkte aan een coup tegen de dominante patriciërs. Hij werd echter ontdekt en terechtgesteld. Uiteraard werd het verhaal voor de opera wat aangevuld met het oog op de beschikbare zangers.

Marin Faliero was de eerste opera van Donizetti die in het buitenland in première ging (Parijs, 1835) en was dus niet onbelangrijk voor de componist. Hij schreef het werk in opdracht van de toenmalige directeur van het Théâtre-Italien, een zekere Gioacchino Rossini. De opera kende een relatief succes maar heeft de concurrentie met een andere opera, I puritani van Vicenzo Bellini dat enkele weken eerder gecreëerd werd in hetzelfde theater, niet overleefd.

Er is trouwens nog een parallel met Bellini’s opera: Giulia Grisi, Giovanni Battista Rubini, Luigi Lablache en Antonio Tamburini, het viertal dat de geschiedenis in ging als het “Puritani-kwartet” creëerde ook Marin Faliero. Dit betekent dat Donizetti een voor die tijd onvergelijkbare bezetting tot zijn beschikking had, hetgeen zich vooral uit in de zeer virtuoze tenorpartij van Fernando. Coloraturen en hoge noten worden weelderig in het rond gezongen.

In Bergamo valt de eer om deze aartsmoeilijke partij te vertolken te beurt aan de Amerikaanse tenor Michele Angelini, die tot nu toe vooral carrière gemaakt heeft als Rossini-tenor. Ook hij moest kort voor de première inspringen voor Javier Camarena, die oorspronkelijk gecast was. Hij heeft zeker de noten en de coloraturen, maar zijn stem mist wat aan squillo waardoor hij de vergelijking met Rockwell Blake niet echt kan doorstaan, ook al omdat zijn vertolking bezoedeld werd met enkele uitglijders. Nochtans menen we met Angelini een zanger te hebben leren kennen waar we in dit soort repertoire nog van zullen horen.

We waren onder de indruk van de prestatie van Michele Pertusi in de titelrol. Hoewel bij recente voorstellingen die we hoorden toch wat sleet op de stem was, lijkt hij in Bergamo opnieuw zijn beste niveau te halen. Zijn tussenkomsten zijn steeds een balsem voor het oor. Francesca Dotto is een goede bezetting als Elena, de echtgenote van Marin Faliero. Bogdan Baciu heeft het wat moeilijk om zich tegenover zijn partners overeind te houden, zonder onverdienstelijk te zijn. Riccardo Frizza kent de muziek van Donizetti door en door en geeft met het Orchestra Teatro Donizetti een doorleefde vertolking.

Tot slot komen we aan het belangrijkste negatieve punt van de voorstelling: de enscenering van Stefano Ricci. We begrijpen dat het niet evident is een opera te regisseren ten tijde van corona, maar het visuele aspect van deze Marin Faliero kunnen we niet waarderen. Niet omdat er sprake is van zogenaamd “Regietheater” maar omdat er eigenlijk sprake is van… niets. Het decor bestaat uit een grote metalen constructie met trappen waar de solisten, gekleed in clowneske kostuums (inclusief handschoenen en, wanneer niet gezongen wordt, mondmaskers), schijnbaar doelloos in rondwaren. Ondertussen zijn er ook figuranten die tussen de buizenconstructie hangen, glijden, liggen en kronkelen zonder dat de betekenis van hun handelingen ook maar een keer duidelijk wordt. Misschien was het moeilijk om in de gegeven omstandigheden tot een beter resultaat te komen maar waarom de opera niet concertant geven zoals Belisario?

Na het bespreken van deze drie producties blijft nog één grote vraag over: heeft het zin van opera op dergelijke manier te spelen? Voor een lege zaal, zonder applaus? Zonder de mogelijkheid om fatsoenlijk te ensceneren? Met een koor dat zingt met mondkapjes op? Persoonlijk denken we van niet, al kunnen we begrijpen dat het laten doorgaan van het Donizetti Festival op een van de meest door corona getroffen locaties in de wereld ook een principekwestie was. En ook een huzarenstukje. Alleen al daarvoor verdient de organisatie het grootste respect!

Hugo Delava

We like to get in touch with our readers. Please add a comment under this article and/or rate the article with 1 to 5 stars. Scroll down.

3 3 votes
Article Rating
Hugo Delava

REVIEWER

Favourite composers: Bellini, Braunfels, Donizetti, Mercadante, Meyerbeer, Rossini and Schreker. "Tenor-minded": Michael Spyres, Andreas Schager, Rockwell Blake.

Subscribe
Notify of
guest
2 Comments
Oldest
Newest Most Voted
Inline Feedbacks
View all comments
Hilaire De Slagmeulder.
Hilaire De Slagmeulder.
6 months ago

In tijden van corona kan men best een voorbeeld nemen aan de prestatie van de Zaterdagmatinee de voorbije 5 september bij 60ste Matinee opener in het Concertgebouw te Amsterdam : Mascagni’s epische opera Il Piccolo Marat. De 150 toegelaten toeschouwers in de zaal, mooi gespreid, zonder mondmaskers, geen enkele clowneske regie of wat ook ; een ideale ongemaskerde cast en dirigent, koor en orkest gespreid en dus ongemaskerd, doch gereduceerd in aantal, MAAR WEL versterkt met de huidige technologische middelen zodat men auditief niets te kort komt, met zelfs een pauze in het midden van de opera,( wel sterk geregeld)… Read more »

Olivier Keegel
Admin
6 months ago

Dank voor uw uitgebreide en interessante reactie, mevrouw De Slagmeulder. Wij besteedden aandacht aan Il Piccolo Marat: https://operagazet.com/opera-recensies-2020/il-piccolo-marat-een-vehemente-opera/