Wozzeck. Opera van Alban Berg (muziek en libretto) gebaseerd op het onvoltooide drama Woyzeck van Georg Büchner. Gecreëerd in de Staatsopera van Berlijn op 14 december 1925. Bijgewoonde première door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 18 maart 2017.

Wozzeck: Christopher Maltman
Tambourmajor: Frank van Aken
Andres: Jason Bridges
Hauptmann/Der Narr: Marcel Beekman
Doktor: Willard White
1. Handwerksbursche: Scott Wilde
2. Handwerksbursche : Morschi Franz
Marie: Eva-Maria Westbroek
Margret: Ursula Hesse von den Steinen
Mickey Mouse:  anonymus
Minnie Mouse:  anonymus

Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor van De Nationale Opera
Muzikale leiding: Marc Albrecht
Regie: Krzysztof Warlikowski

Niets is gemakkelijker dan zo te schrijven dat geen mens het begrijpt; niets is moeilijker dan belangrijke gedachten zo uit te drukken dat ieder mens ze begrijpt.Schopenhauer

Het is uiterst onwaarschijnlijk dat het Nederlandse Cocktail Trio, dat in 1967 een vrolijke hit had met het door Louis Davids gecomponeerde “Leve de Opera”, de opera Wozzeck op het oog had. Noch fluiten de spreekwoordelijke slagersjongens (wie kent ze niet) op hun niet minder spreekwoordelijke slagersfietsen de populairste deuntjes uit deze opera van Alban Berg. Want Wozzeck is nogal van de sombere en de macabere: een beklemmend samenspel van tonale en atonale muziek, soms behoorlijk dissonant en op andere momenten juist zeer consonant, vol leidmotieven. Ook vindt er behoorlijk wat Sprechgesang (melodieus spreken) plaats, een lastige techniek voor de modale operazanger. Berg baseerde dit expressionistische werk op basis van het onvoltooide boek van de proto-marxist Georg Büchner uit 1837, Woyzeck. Büchner had op zijn beurt weer inspiratie geput uit een waar gebeurde misdaad: een dolgedraaide kapper die zijn vrouw had vermoord.


SYNOPSIS

Wozzeck -in deze productie vertolkt door Christopher Maltman, een schitterende bariton die alles in huis heeft wat nodig is voor deze rol en ook nog een begenadigd acteur is- is een soldaat in een kleine stad in Duitsland, omstreeks 1820, die door zijn meerderen wordt uitgebuit en mishandeld. Door alle vernederingen en de verschrikkingen op het slagveld wordt hij langzamerhand compleet paranoïde. Als Wozzeck thuis komt en ontdekt dat zijn vriendin Marie, vertolkt door Eva-Maria Westbroek in absolute topvorm, een verhouding heeft, slaan de stoppen door bij deze social outcast, het prototype van een loser, een psychisch wrak in een psychisch ontwrichte en immorele wereld. In een vervreemde, meedogenloze  samenleving vol valse moraal komt de tot waanzin gedreven Wozzeck tot de moord op zijn minnares Marie. Dit speelt zich af in de derde akte. Tijdens de laatste van de vijftien scenes speelt een aantal kinderen het spelletje “Ringel, ringel, Rosenkranz” op straat voor Maries huis. Na een intermezzo van het orkest komt er een meisje aanrennen met het nieuws dat Marie dood is. Het nieuws lijkt compleet aan Maries kind, dat met een hobbelpaardje speelt, voorbij te gaan. De kinderen verwijderen zich om het lijk te gaan bekijken, maar Maries kind blijft doorhobbelen: “Hopp hopp, Hopp hopp”. Een luguber einde, waarbij vergeleken je de films van Ingmar Bergman op één lijn kan stellen met The Aristocats van Walt Disney.

De opera kent drie aktes en vijftien fragmentarische scenes, en de veertien scenes die voorafgaan aan het beschreven creepy einde zijn al evenmin erg vrolijk, hoewel hier en daar een vleugje humor te ontdekken valt. Allereerst zien we Wozzeck in de kamer van de Hauptmann, die door hem geschoren wordt en die hem allerlei verwijten naar het hoofd slingert. De Hauptmann wordt vertolkt door een geweldig op dreef zijnde Marcel Beekman, die niet minder dan een wereldprestatie levert. Zijn fantastisch versatiele buffo tenor is just what the docter ordered. De tweede scene is op een open veld. Wozzeck, door waanvoorstellingen geteisterd, schreeuwt het uit dat het veld vervloekt is. Daarna bevinden we ons in het huis van Marie. Er komt een militaire optocht aan. In de vierde scene laat Wozzeck proeven op zich uitvoeren door de Doktor, en in de laatste scene van de eerste akte wordt Marie gestrikt door een Tambour-maître. De rol van Tambour-maître is in deze productie toebedeeld aan de imposant acterende Frank van Aken, die er met zijn heldentenor wel raad mee weet. Een bijzonder sterke vertolking.

In de tweede akte denkt Marie na over haar zonde. In scene twee maken de sadistische Doktor en de Hauptmann Wozzeck belachelijk om het overspel van zijn vrouw. In scene drie wil Wozzeck zijn vrouw te lijf maar zij weert hem af en in scene vier fluistert de dorpsgek Wozzeck een luguber visioen in (“Blut. Ich riech’ Blut.”).  Aan het slot van de tweede akte wordt Wozzeck mishandeld door de Tambour-maître. Wozzeck zakt in elkaar.

In akte drie heeft Marie het te kwaad met haar geweten en leest zij in de bijbel om troost te vinden. Ze beticht zichzelf van slechtheid, hopend troost te vinden in het geloof. In de tweede scene: de moord! In het bos haalt Wozzeck een mes tevoorschijn waarmee hij Marie doodsteekt. (Ernstig manco van de regie: geen bloed te zien!) Scene drie: in een bar danst Wozzeck met de buurvrouw van Marie; zij merkt dat hij bloed aan zijn handen heeft. In de voorlaatste scene vindt de psychotische Wozzeck  het lijk van Marie en het mes.  Als hij het bloed van zich af wil wassen verdrinkt hij. De Doktor, een prachtige basso buffo rol van de Jamaicaans-Britse Sir Willard White (69!), en de Hauptmann komen aangelopen. Volgt de hierboven beschreven ontregelende slotscène.


WOZZECK AS IS

Dit is in het kort de inhoud van de opera, van belang om de versie die wij in Amsterdam voorgeschoteld krijgen in perspectief te plaatsen. Kijk eens naar de verfilming, op DVD verkrijgbaar, die in 1970 werd gemaakt onder regie van Joachim Hess. Toni Blankenheim is in elke vezel de Wozzeck zoals je je hem die voorstelt. Het is een brave soldaat Svejk die in een macabere nachtmerrie is beland. Bruno Maderna leidt het Philharmonisches Staatsorchester Hamburg. Juist het medium film kan als geen ander het libretto tot in detail vastleggen: een modderig bospad is hier een modderig bospad, een open rietveld is een open rietveld, de studeerkamer van de Doktor is de studeerkamer van de Doktor, een straat is een straat, de binnentuin van een herberg is de binnentuin van een herberg en een kazerneslaapzaal is een kazerneslaapzaal. Het resultaat is overweldigend. Een beeld van de periferie van de samenleving dat tegelijkertijd op onbarmhartige wijze diezelfde samenleving aan de kaak stelt. De beelden van deze film zijn van een uiterst morbide realiteit die  het midden houdt tussen het magisch realisme van Carel Willink en The Night Of The Living Dead van George A. Romero. En dat is ook niet verwonderlijk. De naar de keel grijpende muziek van Berg is dermate veelomvattend dat een quasi-alledaagse, naturalistische setting, een setting naar de letter van het libretto, de ideale component is om van Wozzeck een organische eenheid, een totaalkunstwerk, te maken van klank en beeld. Wozzeck is as is al moderner dan modern. Een typisch geval van “niets meer aan doen”. En strik eromheen.


MICKEY EN MINNIE MOUSE

Daar denkt regisseur Warlikowski anders over. De Nationale Opera had weer eens een spraakmakend theatervernieuwer opgeduikeld, de Pool Krzysztof Warlikowski, een notoir generator van boegeroep. Wat hij deze keer op het toneel bij elkaar fantaseerde, deed mij ernstig twijfelen aan mijn financiële bijdrage aan de actie “Help de Polen de Winter door” uit 1985. Voor Warlikowski is, zo verklaarde hij, de centrale vraag wat er met het jongetje gaat gebeuren. Een bizarre aanname, de opera heet Wozzeck en niet Maries Sohn. Het lijkt er echter meer op dat Warlikowski zich heeft laten inspireren door de Doktor uit Wozzeck: “Oh! meine Theorie! Oh mein Ruhm! Ich werde unsterblich! Unsterblich! Unsterblich.” Maar allez, Wozzeck draait dus om de toekomst van het jongetje. En dat hebben we geweten. De koters bevolkten de Bühne als een ware muizenplaag, uit alle hoeken en gaten kwamen de Chuckies tevoorschijn. Wij kregen van de regisseur bovendien een geheel zelf verzonnen en raadselachtig voorspel cadeau, waarin de kids op Zuid-Amerikaanse muziek in een stijldanscompetitie verwikkeld waren.  Uiteraard werd er een tekst geprojecteerd, de conditio sine qua non van het eigentijds muziektheater. (En ja, de rolstoel was ook present.) Dat Berg zelf niet aan deze poespas gedacht heeft, mag hem ernstig aangerekend worden. Gelukkig hebben we de theatervernieuwer nog om Berg hierin  te corrigeren.

Wat Warlikowski over het hoofd gezien heeft, is dat Wozzeck een soldaat is. Dat er militairen in de opera optreden, o.m. een Hauptmann en een Tambour-maître. Wozzeck werd bij Warlikowski een indefiniet personage met een dinner jacket/kelnersjasje, de figuur van de Hauptmann een kruising tussen Ronnie Tober en Gerard Jolink en de Tambour-maître een strak in het pak gestoken millennial. De opera uit de militaire setting halen had uiteraard weer krankzinnige discrepanties met het libretto tot gevolg. Marie zingt voor zich heen “Soldaten, Soldaten sind schöne Burschen!” maar er is in de hele opera geen soldaat te bekennen. Ik moet de zonderling nog meemaken die genietend van zijn ijsje verzucht “heerlijk, zo’n patatje”. Goed, geen soldaten dus, maar, zoals gezegd, kinderen! Veel kinderen! Ik had gehoopt dat ik tussen de aktes mijn ontluikende kinderhaat de kop zou kunnen indrukken, maar nee, het doek was nog niet gesloten of daar kwam weer zo’n kwaadaardige kabouter, om voor het doek met microfoon in het Hollands (?) een of ander filosofisch bedoeld rijmelarijtje als toegevoegd tussenspel ten beste te geven.

Mede door deze juveniele overpopulatie ontstond op het immens groot gehouden toneel af en toe regelrechte chaos. Een Poolse Landdag, om in stijl te blijven… Elke intimiteit in deze voorstelling ontbrak, en wat nog kwalijker was: elke beklemming ontbrak. En juist voor deze opera is dat funest. Toegegeven, in de derde akte werden Mickey en Minnie Mouse (I kid you not) ten tonele gevoerd, en er ging een RILLING door de zaal….


IJZERSTERKE CAST

De Wozzeck in Amsterdam is een productie met een ijzersterke cast waarin het Nederlandse aandeel met Eva-Maria Westbroek, Frank van Aken en Marcel Beekman een prestatie van wereldformaat levert. Binnen het gekozen concept wordt tevens sterk geacteerd. Ook de overige rollen zijn optimaal ingevuld en het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Marc Albrecht, die een hechte band smeedt met de solisten, levert de superieure kwaliteit die wij al heel lang van dit orkest gewend zijn. Fantastisch zo gedetailleerd als dit orkest en deze dirigent de partituur tot leven wekken. De ijdele regisseur Warlikowski slaagt er met zijn gekunstelde en geforceerde regie gelukkig niet in deze overweldigende muzikale ervaring te bederven.

Olivier Keegel (gepubliceerd op 19/3/2017)

Olivier Keegel
Olivier Keegel

Chief editor and reviewer

Bellini, Donizetti. Tito Schipa, Fritz Wunderlich, Ileana Cotrubas. Stefano Mazzonis di Pralafera, Laurence Dale. Certified unmasker of directors’ humbug.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op