“Manon Lescaut”, opera van Giacomo Puccini op een libretto van Ruggero Leoncavallo, Marco Praga, Giuseppe Giacosa, Domenico Oliva, Luigi Illica en de componist zelf. Gebaseerd op “L’histoire du chevalier des Grieux et de Manon Lescaut” van Abbé Prévost (1731). Voor het eerst opgevoerd in het Teatro Regio in Turijn op 1 februari 1893. Bijgewoonde première door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 10 oktober 2016.

Manon Lescaut: Eva-Maria Westbroek
Lescaut: Thomas Oliemans
Il Cavaliere Renato des Grieux: Stefano La Colla
Geronte di Ravoir: Alain Coulombe
Edmondo / Un Lampionaio: Alessandro Scotto di Luzio
L’Oste/ Sergente degli Arcieri: Guillaume Antoine
Il Maestro di ballo: Peter Hoare
Un Musico: Eva Kroon
Un Comandante di marina: Lukas Jakobski

 

Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor van De Nationale Opera
Dirigent: Alexander Joel
Regie: Andrea Breth

 

“The director is the most important personality involved in the production. His vision must supersede the requirements of the composer and librettist, the needs of singers, and especially the desire of the audience, those overfed fools who want to be entertained and moved.” Anonymus.

Het had zo mooi kunnen zijn. Puccini’s opera “Manon Lescaut” met de Nederlandse superster Eva-Maria Westbroek in de titelrol. Het premièrepubliek in het Amsterdamse Muziektheater was er eens goed voor gaan zitten. Voor aanvang hing er een verwachtingsvolle, lichtelijk opgewonden stemming, die al gauw de bodem werd ingeslagen door een van de grootste regiemisbaksels die ooit bij De Nationale Opera hebben plaatsgevonden. Schuldigen: regisseuse Andrea Breth, een recidivist die vorig jaar al een pijnlijk mislukte “Macbeth” regisseerde, en natuurlijk DNO zelf, dat ten koste van alles had moeten voorkomen dat het publiek opnieuw geschoffeerd werd met een Breth-productie die het midden houdt tussen buitenproportionele saaiheid c.q. onzinnigheid en de stuitende arrogantie waarmee het libretto, en daarmee de opera, om zeep werd geholpen. Wanneer leren “moderne regisseurs” eens een verhaal te vertellen in plaats van te interpreteren c.q. te ondermijnen? “Een hallucinerende Manon (…) blikt in deze nieuwe productie terug op de belangrijke momenten in haar leven,” aldus De Nationale Opera. Puccini weet echter van niks.

Wat is er aan de hand? “Manon Lescaut” is een “lyrisch drama” in vier aktes, waaraan een heel legertje librettisten heeft gewerkt, onder wie Ruggiero Leoncavallo, Luigi Illica en de componist zelf (!). De vier aktes spelen in Amiens, Parijs, Le Havre en Amerika. Een dramaturgisch ratjetoe dat de operaliefhebber graag voor lief neemt en waar hij zelfs in hoge mate op gesteld en door geamuseerd kan raken. Bovendien: who cares? “It’s all in the music”, zoals Maria Callas al zei.

Maar regisseur Breth zou Puccini en de zijnen wel even een librettolesje leren. Breth kwam met een elke esthetiek missend “concept” (de Here sta ons bij!) op de proppen waarin al die vervelende aktes die bij Puccini zo maar op verschillende tijdstippen en op verschillende plaatsen spelen, “een eenheid” vormen door ze als de delirische droom te presenteren waarin Manon terugkijkt op de gebeurtenissen in haar leven. Dit concept werd bovendien opgeleukt met enkele volstrekt onbegrijpelijke personages, acties, uitdossingen en tenenkrommende “humor”, culminerend in een dansles uit acte II die het best als onsamenhangend zooitje gekenschetst kan worden; de vrienden van Geronte di Ravoir waren omgebouwd tot priesters, van wie er één een zonnebril (!) droeg. De zonnebril, het nec plus ultra van het regietheater! Over clichés gesproken, de wijze waarop de vrouwelijke gevangenen in acte III, waar maar geen leven in wil komen, ten tonele worden gevoerd lijkt regelrecht gekopieerd te zijn uit een voorstelling van een volkstoneelgezelschap uit de jaren 1950. Goed, alle aktes spelen nu dus in de woestijn bij New Orleans, die Puccini oorspronkelijk alleen in de vierde acte voor ons in gedachten had. Met dodelijke saaiheid als gevolg, veroorzaakt door 4 aktes lang een vrijwel identiek toneelbeeld, dat bovendien in de aktes I-III benauwend klein was.

Overigens, als we als publiek de droom van Manon ervaren, dan dienen we toch ook Amiens, Parijs en Le Havre te zien en niet alleen een pseudo-woestijn? Een innerlijk tegenstrijdig concept dus met een resultaat dat moeiteloos een ereplaats verwerft in de lijst van grootste mislukkingen bij De Nationale Opera. Mede dankzij een personenregie die de protagonisten volledig verzombificeert en een Stefano La Colla in de rol van Des Grieux die slechts zijn lesje opzegt en zoveel passie ontbeert dat het hem de grootste moeite zou kosten om als puntenteller bij een dartstoernooi geëngageerd te worden. De vonk tussen Des Grieux en Manon slaat geen moment over.

Zoals zo vaak: gelukkig hebben we de muziek nog. De gemelde Stefano La Colla mag dan elk charisma voor de rol van Des Grieux ontberen, hij heeft een makkelijke hoogte, hoewel nogal mechanisch, geheel in overeenstemming met zijn houterige manier van bewegen. Zijn “Donna non vidi mai” was niet onfraai maar leek uit een jukebox te komen of aangestuurd te worden door een automatische piloot. Wij verlangden hevig naar, bijvoorbeeld, een John Osborn. Eva-Maria Westbroek heeft weinig van de 18-jarige bakvis die Manon toch ook is, maar dit is waarschijnlijk een bedenkelijk geval van framing mijnerzijds. Bij Westbroek denk ik aan Wagner, niet snel aan een Manon. Waarbij aangetekend zij dat ook Eva-Maria Westbroek door regisseuse Breth in de personenregie ernstig tekortgedaan werd. Echter, Westbroek beschikt over een wapen waarmee zij elke regie-onzinnigheid op het toneel met succes kan bestrijden: haar stem, of beter geformuleerd: Haar Stem. En haar imponerende operapersoonlijkheid. Haar endorfine opwekkende klanken deden ook nu weer rillingen van operageluk door de zaal gaan. Haar “Sola, perduta, abbandonata“, met prachtig lyrisch, piano gezongen frases, was een lichtpunt in de kwalitatieve duisternis. En de meeslepende wijze waarop zij Manon laat sterven was weer eens het bewijs van haar vocale diepgang. Ook Alain Coulombe als Geronte di Ravoir ontkwam niet aan de directieven van Breth en werd opgezadeld met een idiote manier van bewegen en mogelijk nog belachelijker dansjes. Respect voor de wijze waarop hij onder deze bizarre omstandigheden nog een goede stimmliche prestatie kon leveren. Vermelding verdient de rol van Manon’s broer Lescaut, die uitstekend vertolkt werd door een sterk zingende en acterende Thomas Oliemans.

De over een sierlijke slagtechniek beschikkende dirigent Alexander Joel, die Puccini wél begrijpt, en het Nederlands Philharmonisch Orkest vormden een van de weinige lichtpuntjes van deze avond. Het om onduidelijke redenen  verplaatste en enigszins wagneriaans klinkende Intermezzo, waarin de strijkers schitterden, werd gelukkig met gesloten gordijn gespeeld, we hoefden godzijdank even nergens naar te kijken. Wij mogen regisseuse Breth dankbaar zijn dat we hier, zoals zo vaak, geen projectie voorgeschoteld kregen. Merkwaardigerwijs bleef het Intermezzo applausloos. Joel maakte tijdens deze Manon Lescaut gebruik van een veelkleurig dynamisch palet en bewees dat je van het soms vrij dikke Puccini-hout prachtige planken kan zagen, die door Joel soms fraai-ruw werden opgeschuurd en soms prachtig in de lak werden gezet.

Iemand die de opera “Manon Lescaut” niet kent en er voor het eerst kennis van neemt tijdens deze uitvoering van De Nederlandse Opera, zal er geen snars van begrijpen. Te idioot voor woorden dat je eerst kennis zou moeten nemen van de dubieuze creatieve oprispingen van een regisseuse om een operaverhaal te kunnen volgen.

Na afloop van de voorstelling was er uiteraard luid boegeroep voor regisseuse Breth, die daar ongetwijfeld tevreden mee was. Boegeroep is immers de bevestiging dat de regisseur een artistieke topprestatie heeft geleverd. De toeschouwers verlieten de zaal: soli, perduti, abbondonati…

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 11/10/2016)

Olivier Keegel
Olivier Keegel

Chief editor and reviewer

Bellini, Donizetti. Tito Schipa, Fritz Wunderlich, Ileana Cotrubas. Stefano Mazzonis di Pralafera, Laurence Dale. Certified unmasker of directors’ humbug.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op