Operaconcert met werken van Giuseppe Verdi en Richard Wagner door het Holland Festival in het Concertgebouw te Amsterdam op 4 juni 2017.

Jonas Kaufmann,  tenor
Eva-Maria Westbroek, sopraan

Residentie Orkest
Dirigent: Jochen Rieder

Tot voor kort werden operazangers in meer of mindere mate vastgepind op een bepaald soort rollen. Juan Diego Flórez is een “typische belcanto-tenor”, terwijl bij voorbeeld James Morris onmiddellijk geassocieerd wordt met Wagner. Bij Johannette Zomer denken we meteen: barok! En Margaret Price is niet los te denken van haar rollen in de opera’s van Richard Strauss en Mozart.

Ooit was het anders: denk aan Elisabeth Schwarzkopf die net zo makkelijk de Vier letzte Lieder van Strauss als operettes van Léhar en het Horst Wessellied zong. Denk vooral ook aan Fritz Wunderlich, de grootste tenor aller tijden, die aanvankelijk werd geassocieerd met het Mozart-repertoire, maar al snel op uiterst succesvolle wijze aan de gang ging met Verdi, Tsjaikovski, Wagner (!) en diverse operettes en oratoria, terwijl hij ook de liederen van Schubert niet graag aan zich voorbij liet gaan.

Bestaat een dergelijke alleskunner nog? Een Duitser bijvoorbeeld die op voortreffelijke wijze het Italiaanse repertoire beheerst? Het antwoord is “Jawohl” c.q.  “Sì, assolutamente !” Want we hebben een dergelijke muzikale veelvraat, in de beste zin des woords, wederom in ons midden. Kaufmann is de naam, Jonas Kaufmann, met m-a-n-n. Een zanger die er in zijn repertoirekeus alles aan doet het begrip “typecasting” onderuit te halen.  Er is geen theater in de wereld dat Kaufmann niet wil hebben als Siegmund. Maar Kaufmann heeft inmiddels een status bereikt dat hij succesvol kan onderhandelen: “Okay, ik doe deze keer Siegmund bij jullie, maar daarna doe ik een Franse of Italiaanse rol.”

 

Boy wonder

De in 1969 te München geboren tenor “has it all”. Een juweel van een stem, een juweel van een in rok gestoken voorkomen en een juweel van een acteur. En laat deze wonderboy, potstauzend-nog-aan-toe, nu op 4 juni in het Concertgebouw te horen zijn geweest tijdens een recital, samen met Eva-Maria-Westbroek, in het kader van het Holland Festival. Het Holland Festival (denk het wangtrommelen der  Te Whanganui-A-Tara Maori uit Porirua), moeten we daar nog iets over zeggen? Ik zou zeggen: haben Sie eine Stunde? Momenteel worden deze zomerse cultuurdagen geleid door de eendagsvlieg  (voor HF-begrippen) Ruth Mackenzie die in 2015 nog verklaarde:  “Ik heb hier mijn hele leven naar toegewerkt. En ik hoop hier nog lang te blijven. Het Holland Festival is een van” the best jobs in Europe!” Na Parijs dan, waarheen ze besloot te vertrekken toen de inkt van haar Nederlandse contract nog maar nauwelijks droog was. Maar Ruth Mackenzie wilde nog wel even orde op zaken stellen voordat ze zich op de Parijse terrasjes nestelt; ze vindt het tijd voor “meer democratie”, maar dat streven is nog niet geheel doorgedrongen tot het prijsniveau der toegangskaarten voor het concert van Jonas Kaufmann. 120 Euro moest de Hardwerkende Nederlander betalen voor een concert van zeven kwartier inclusief pauze.

De algemene opvatting is dat Jonas in opera’s nog beter tot zijn recht komt dan  tijdens recitals, maar hij leek zondagmiddag bijzonder in zijn nopjes te zijn. Immers, geen last van regisseurs, over wie hij al eens verklaard had dat er te veel zijn die uit de toneelwereld komen en weinig of niets van muziek weten. “If I am a crack racecar driver, that doesn’t qualify me to be an ace pilot as well”, aldus Kaufmann, waarbij degenen met een wat bredere maatschappelijke belangstelling onmiddellijk terugdenken aan trainer Co Adriaans van Ajax die over Van Basten verklaarde dat “een goed paard nog geen goede ruiter is”.  Volgens Kaufmann komt de magie van de opera allereerst uit de muziek, een opvatting waarin hij o.a. én Maria Callas én Riccardo Muti en vele, vele andere opera-iconen (en het weldenkend deel der operanatie) aan zijn zijde vindt. Momenteel schijnen wij echter in tijden te leven waarin de regisseursgenieën nog mijlenver uitsteken boven de genoemde muzikanten en uiteraard boven notenkoelies als Verdi en Wagner.

 

Rilling van genot

In het Amsterdamse Concertgebouw (1e rang 120 Euro) was de bronsstemmige godenzoon à raison van ca 2,50 Euro per minuut te beluisteren. Een koopje. Het programma draaide om Verdi en Wagner.   “Scena e romanza Se quel guerrier io fossi! … Celeste Aida” uit Verdi’s Aïda is niet bepaald een heel verrassende keuze. Meestal ontaardt de aria in een gevecht op leven en dood tussen de tenor en Verdi, een strijd waarin de tenor maar al te vaak het onderspit delft. Zo niet bij deze jongeman uit München, die bij zijn eerste noten meteen een rilling van genot door de grote zaal van het Concertgebouw joeg. De eerste twee keer leek het of de tweede hoog geplaatste “a” (lettergreep) uit “Celeste Aida” met een koude start te kampen had, maar daarna kregen we een staaltje van de pure klasse van Kaufmann, die met deze aria, met voortreffelijke frasering en een indrukwekkend godenzoondiminuendo aan het slot, het publiek meteen in de juiste stemming bracht.

“Scena e romanza – La vita è inferno all’infelice … O tu, che in seno agli angeli” uit La forza del destino (prachtige klarinet in het Residentie Orkest) werd door onze Duitse vriend uiterst gevoelig gezongen, de aria lijkt hem op het lijf geschreven.  Elk minuscuul stimmlich vlekje werd professioneel volledig weggepoetst, eigenlijk nog voordat het kon ontstaan. Hier en daar kwamen witte zakdoekjes tevoorschijn, niet om de trainer weg te sturen, maar van pure ontroering. Daarna werd “Scena ed aria Tu, che le vanità” uit Don Carlo bij de hoorns gevat door Eva-Maria Westboek, die zoals gebruikelijk alle hoeken en gaten van de zaal met haar orgelachtige prachtstem vulde.  Operakenners roepen bij deze aria altijd onmiddellijk “Montserrat Caballé!” (ik: “Mirella Freni!”), maar vanaf 4 juni roepen we “Eva-Maria Westbroek!”. Beter nog: ONZE Eva-Maria Westbroek die er deze matinee oogverblindend uitzag en een oorstrelende geste naar het Amsterdamse publiek maakte. Een vrouw van wie je steeds opnieuw gaat houden, om de geweldige artiest die ze is en om haar indrukwekkende maar toch altijd sympathieke podiumprésence. Zelfverzekerd maar genereus zette zij een ontroerende monoloog van Elisabeth neer. Prachtig. Enig mogelijke bezwaar is wellicht juist die zelfverzekerdheid. De aria werd niet echt breekbaar, gedesillusioneerd en ontgoocheld benaderd. Maar who cares. Men kan ook aanvoeren dat juist de vastberadenheid om voor de dood te kiezen voorbeeldig werd geïnterpreteerd. En on a personal note: wat een in alle opzichten geweldig wijf is onze Eva-Maria toch. Pardon my French.

 

What a pair they make!

Daarna werd het tijd voor een duet: “Gia nella notte densa” uit Otello. Er kwam een lastig te negeren “wie ben ik dat ik dit mag meemaken” gevoel over mij, toen ik deze twee operakanonnen, die in de intieme scenes óf over buitensporig acteertalent leken te beschikken óf gewoon geen hekel aan elkaar hebben,  in dit duet aan het werk zag. Kaufmann en Westbroek, what a pair they make!  Een fraaiere, meer expressieve uitvoering, vol van italianità, van dit liefdesduet heb ik zelden gehoord. De tenor nauwelijks hoorbaar net een fractie terughoudender dan de sopraan, precies zoals het hoort. Kwaliteit van de bovenste plank, en dan nog op die bovenste plank bovenop liggend. Het viel me ook weer eens op hoe “makkelijk” -en hoe fraai- de topnoten van Kaufmann zijn. Zijn majestueuze dynamische beheersing is hors catégorie.

Na de pauze: Wagner! Die Walküre, Acte I, scene 3, met het liefdesduet en de beroemde aria “Ein Schwert verhieß mir der Vater” , waarin  Siegmund memoreert dat zijn vader hem ooit een zwaard beloofd had voor als de nood aan de man komt. Tevens geeft hij uiting aan zijn warme gevoelens voor Sieglinde. Kleine complicatie: Siegmund en Sieglinde beginnen te beseffen dat ze elkaars broer en zus zijn. Hier leek het Nederlands-Duitse koppel in een bijna semiscenische uitvoering pas echt vol gas te geven, hoewel daarmee in tegenspraak is dat Kaufmann mij bij tijd en wijlen wat voorzichtig in zijn benadering leek. Maar toch: de perfectie heel dicht benaderd. Enigszins detonerend was de muziekstandaard met bladmuziek die natuurlijk ook omgeslagen moest worden. “Winterstürme wichen dem Wonnemond” was weer wonderschoon van opbouw; Kaufmanns lyrische benadering van Wagner doet aan het power belcanto van zangers van weleer denken. Hij en Westbroek vullen elkaar perfect aan, niet alleen qua acteren maar ook qua kleur en volume van hun stemmen. Misschien hadden we op 4 juni in het Concertgebouw wel de beste Wagner-tenor en beste Wagner-sopraan ter wereld aan het werk gezien en gehoord.

Muzikale intermezzi

Zoals gebruikelijk waren er vele, vele muzikale intermezzi: Preludio uit Aïda, Prelude uit Otello, een geraffineerd uitgevoerde Ouverture Rienzi en de onvermijdelijke, menige operaconcertbezoeker mijlenver de keel uithangende ouverture La forza del destino, die overigens, wat waar is is waar, uitmuntend uitgevoerd werd door het Residentie Orkest onder leiding van de zeer goede dirigent Jochen Rieder. Deasalniettemin, welk clichémannetje (m/v) programmeert in godsnaam nog de ouverture La forza del destino ?!

En toen was het tijd voor de spontane toegiften. Het werd er maar één, de compositie 4’33” van John Cage, bewerkt voor sopraan en tenor. Een trouvaille!  Het publiek klapte er op irriterende wijze doorheen, maar had er uiteindelijk de (helaas gebruikelijke) staande ovatie voor over.

Rest ons de vraag: Is Kaufmann de primo tenore assoluto van dit moment? Het antwoord luidt bevestigend.

 

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 5 juni 2017)

Olivier Keegel
Olivier Keegel

Chief editor and reviewer

Bellini, Donizetti. Tito Schipa, Fritz Wunderlich, Ileana Cotrubas. Stefano Mazzonis di Pralafera, Laurence Dale. Certified unmasker of directors’ humbug.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op