„Die Entführung aus dem Serail“, Singspiel van Wolfgang Amadeus Mozart op een libretto van J. Gottlieb Stephanie jr., gebaseerd op „Belmonte und Constanze“ van Georg Friedrich Bretzner (1780). Voor het eerst opgevoerd in het Burgtheater in Wenen op 16 juli 1782. Bijgewoonde première door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 13 januari 2017.

Konstanze: Lenneke Ruiten
Belmonte: Paul Appleby
Osmin: Peter Rose
Blondchen: Siobhan Stagg
Pedrillo: David Portillo
Bassa Selim: Steven Van Watermeulen
Kalasjnikov: LR-300 Colt M4 karabijn

Nederlands Kamerorkest
Koor van De Nationale Opera
Muzikale leiding: Jérémie Rhorer
Regie: Johan Simons

PUB QUIZ! Op de site van de Nationale Opera staat de vraag: “Wat maakt Die Entführung aus dem Serail relevanter dan ooit?“ (Antwoord aan het eind van de recensie.)

Als Die Entführung aus dem Serail uw lievelingsopera is, zit u in Amsterdam goed. De Nationale Opera heeft haar Liebchen gevonden. Maar liefst vier keer werd deze opera sinds het in gebruik nemen van Het Muziektheater op het programma gezet. Houdt u toevallig meer van opera’s als Andrea Chénier, L’amico Fritz, Fedora of Adriana Lecouvreur, dan zit u bij De Nationale Opera minder goed. Deze opera’s staan op de Index. Zo wordt de bezoeker van DNatO op prettige wijze bij de hand genomen, en mag hij in 2019 zelfs genieten van de peperdure Stockhausens Sound Art-productie Aus Licht. De Nationale Opera lijkt een dierentuin zonder traditionele olifanten, conservatieve nijlpaarden, oubollige leeuwen en gedateerde tijgers, waar nu een torenhoge uitkijktoren gebouwd gaat worden om het park “op de internationale kaart te zetten”. Maar dit, onder excuses aan Mozart, geheel ter zijde.

 

Het verhaal

De eerste uitvoering van de “Entführung” vond plaats in het Weense Burgtheater, op 16 juli 1782, onder leiding van Mozart zelf. Het verhaal is gepikt uit het libretto van “Belmont und Constanze, oder Die Entführung aus dem Serail” van C. F. Bretzner. Het libretto werd door Mozart en Johann Gottlieb Stephanie ingrijpend veranderd, vooral om de opera komischer te maken voor het Weense publiek. “Oosters” (“Türkisch”) was hip in die dagen en er komt dan ook een flinke portie „türkische Musik“ in deze opera voor. „Die Sinfonie, den Chor im ersten Akt, und den schluß Chor werde ich mit türckischer Musick machen“, schrijft Mozart aan zijn vader op 1 augustus 1781. Het is mede daardoor een redelijk populaire opera geworden, vol komische momenten maar toch ook met momenten van verstilling. Belmonte is op zoek naar zijn verloofde Konstanze die met haar personal assistant Blondchen wordt vastgehouden door de pasja Bassa Selim. Pedrillo, de knecht van Belmonte, werkt nu als tuinman van de pasja en vertelt Belmonte dat Bassa Selim een oogje heeft op Konstanze. Pedrillo stelt Belmonte aan de pasja voor als een Italiaanse architect. Osmin, Hoofd Facilitaire Dienst van het Turkse Haremwezen, is zelf nogal gecharmeerd van Blondchen, die hem uitstekend weet te bespelen. Het plan van Belmonte om Konstanze te bevrijden mislukt echter, tot grote vreugde van Osmin. Bassa Selim betoont zich een heer van stand en schenkt Belmonte en Konstanze hun vrijheid. Everybody happy. Behalve Osmin, die uit zijn vel springt van woede.

 

Politiek drama

Kortom, een aardig hoewel soms wat erg simpel en langdradig verhaal met amoureuze verwikkelingen, komische noten, momenten van verstilling, een feel-good Turkse heerser en een happy end. Het feit dat de opera in Turkije speelt en doorspekt is met “Turkse” muziek, moeten we vooral met de ogen van die tijd bezien: Turkije, het Turkse en Oosterse, was populair in de 18e eeuw! Dat dit episodische verhaal (nu) zou gaan “over de botsing tussen West en Oost, tussen conflicterende normen en waarden”, zoals in een interview met regisseur Johan Simons werd gezegd, is wederom een staaltje van koffietafelpraat nadat de regisseur het hem toekomende brood op de plank had aangesneden. “In de vaak moeizame verhoudingen tussen ‘Oost’ en ‘West’ is het thema vergeving onverminderd actueel,” aldus De Nationale Opera. Daar zou ik tegenover willen plaatsen dat het redden van je moppie uit de klauwen van een schaap in wolfskleren (van me wijf afblijve!), van universele en eeuwige actualiteit is. Ook de aankondiging dat deze opera een “politiek drama” is, doet mij denken aan de folkloristische jaren 70 waarin met Afghaanse jassen uitgedoste “marxistische” studenten oeverloos discussieerden, en om de drie zinnen braaf verklaarden dat “alles politiek is”. Als de Entführung aus dem Serail “politiek drama” is, dan is het boodschappenlijstje van m’n buurvrouw een ecologisch manifest.

Deze Entführung is een herneming uit 2008, maar volgens de regisseur zijn coupures gemaakt ten opzichte van 8 jaar geleden “omdat we de islam nu beter kennen”. De reikwijdte van deze uitspraak zijn voor de operawereld niet te overzien. Waarschijnlijk gaan “La Bohème” en “La Traviata” geheel op de schop wegens de medische doorbraken die we sindsdien hebben gezien. “Omdat we de vliegende tering nu beter kennen”, als het ware….  Johan Simons heeft ten opzichte van zijn versie van 2008 enkele “politieke signalen” geplaatst. Want, zo las ik in de NRC,  Simons is “dé man om van Mozarts soms wat belegen 18de-eeuwse monologen schurend muziektheater te maken”. (“Schurend” is het nieuw stokpaardje van de cultureel boven ons gestelden.) “Het is keihard werken de boodschap te vertalen naar de beleving van nu,” aldus Simons. Deze sisyfusarbeid heeft o.a. geresulteerd in het introduceren van een Noble Savage en het schrappen van de uitroep „bij Allah!”. Het is een geruststellende gedachte dat er zo goed voor ons gezorgd wordt.

 

Cast en miscast

Het politieke drama werd opgeleukt door muziek van W.A. Mozart. Die Entführung bevat enkele wonderschone aria’s. Belmonte opent de eerste acte met “Hier soll ich dich denn sehen” en bezingt zijn geliefde in “O wie ängstlich, o wie feurig”.  Helaas kon de in Armani-pak gestoken Belmonte van tenor Paul Appleby mij maar matig bekoren. Hij is geen lyrische hoge tenor, die voor deze rol nodig is. Zijn wisselingen in dynamiek zijn onbeheerst en er zijn ook intonatie-dingetjes. Bij “Wenn der Freude Tränen fließen” ging Appleby op pijnlijke wijze door een kwalitatieve ondergrens heen. Een miscast.

“Wer ein Liebchen hat gefunden” en “Ha, wie will ich triumphieren” zijn de highlights van Osmin, die werd vertolkt door Peter Rose (niet in Armani-pak maar in een authentiek Turks harembewakerskostuum), die zonder ooit vulgair te worden onmiskenbare humoristische kwaliteiten en een indrukwekkende theaterpersoonlijkheid heeft. Het is geen Kurt Moll, Franz-Josef Selig of Willard White, maar zijn muzikaliteit en acteervermogen zijn van de bovenste plank; de laagste tonen van deze verfijnde bas kwamen er echter wat bescheiden uit. Niet de kelderbas die je op zo’n moment zou wensen. “Ha, wie will ich triumphieren” mocht van mij ook iets minder statisch.

Konstanze heeft twee razend moeilijke aria’s “Traurigkeit ward mir zum Lose” en “Marten aller Arten”. Lenneke Ruiten had er moeite mee, met de zuiverheid en met het volume. Ik vraag me af of Konstanze en Ruiten de gelukkigste combinatie in operaland is. Is Lenneke Ruiten wel een dramatische coloratuursopraan? Ik miste naast volume een zekere Mozartiaanse gracieusheid en onbevangenheid. Hoewel Lenneke Ruiten bij vlagen mooi zong, met perfecte coloraturen, raakte ze me niet. Over die coloraturen nog even het volgende: het had regisseur Simons, die blijkens een interview in Het Parool erg had moeten wennen aan het “ge-ôhôhôhôh” in de opera, een leuk en fris idee geleken om de coloraturen van Konstanze te koppelen aan de seksuele handelingen die deze ‘Grab ‘em by the pussy’ Bassa Selim met haar uitspookte. Dat was misschien één keer een “aardige vondst”, maar de tweede keer zeer onleuk, en de derde keer irritant. Oom Johan die drie keer op een avond dezelfde mop vertelt. Het was trouwens toch raadselachtig waarom deze Konstanze steeds aan het vozen is met en zich liet bepotelen door de onderdrukker aan wie zij wil ontsnappen. Een pijnlijke beginnersfout maakte duidelijk dat Simons een relatieve nieuwkomer is in operaland. In de laatste akte legt hij Osmin een LR-300 Colt M4 Karabijn in de hand, terwijl zelfs de dirigent van operakoor Ons Zang Genoegen uit Winschoten weet dat in operaland uitsluitend Kalasjnikovs worden gebruikt.

De rol van Blondchen is voor een lyrische coloratuursopraan die behoorlijk hoog en behoorlijk laag moet gaan; de rol werd innemend maar enigszins bedaagd vertolkt door de Australische Siobhan Stagg, over wie Christa Ludwig zei dat Stagg de mooiste stem had die zij ooit gehoord had. Daar kan ik mij iets bij voorstellen, bij Stagg hoorde ik wel degelijk Mozart! Stagg, die soms niet zo soepel met het Duits omging, zette een prima Blondchen neer, hoewel ze misschien ietsjes “te oud” is voor deze rol. Hoe zou deze Entführung geklonken hebben als Stagg en Ruiten van rol gewisseld hadden?

De Amerikaanse tenor David Portillo voldeed ruimschoots als de in een Engels tweed kostuum gestoken Pedrillo. Portillo bracht met de serenade “Im Mohrenland gefangen war ein Mädchen hübsch und fein” het nodige tenorplezier in deze voorstelling. Bassa Selim is een (langdradige) spreekrol, die zowel 8 jaar geleden als deze keer door de Belgische (?) acteur Steven Van Watermeulen op zich werd genomen. Een Belg, waarom? The Lord moves in mysterious ways maar de Lord kan nog een puntje zuigen aan de mysterious castings van De Nationale Opera. In feite waren drie belangrijke rollen gemiscast: de Konstanze van dienst is geen dramatische coloratuur, Blondchen (die in de boventiteling steeds “Blonde” werd genoemd) is te oud en Belmonte is geen lyrische hoge tenor. Nogal wat vocale bedenkingen dus, waar dan weer tegenover staat dat het kwartet “Ach Belmonte, ach mein Leben” erg fraai vertolkt werd en een hoeveelheid hoognodige Mozartiaanse vreugde over de zaal uitstrooide.

 

Orkest en decor

Het decor was saai. Het eerste half uur werd afgewikkeld op twee stoelen bij gesloten doek, vrijwel de gehele rest in een pietepeuterig en kneuterig decor, daar waar een van de grootste Bühnes van Europa ter beschikking staat.

Het voortreffelijke Nederlands Kamerorkest stond onder de verfrissende leiding van de vooral in de ouverture prachtig kleurende Franse dirigent Jérémie Rhorer (“Mozart will change your life”), die zijn debuut bij DNatO maakte. Deze ouverture was een juweeltje, hoewel die weer eens werd verstoord door een “grappige vondst”. Soms werd ook de balans tussen solisten en orkest nogal verstoord, en dat was jammer. Of de solisten zongen te zacht, of het orkest speelde te hard, het is maar hoe je het bekijkt.

Hoe dan ook, óp naar de volgende Entführung.

ANTWOORD OP QUIZVRAAG. “Wat maakt Die Entführung aus dem Serail relevanter dan ooit?“ Het goede antwoord is: MOZART.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 14/1/2017)

Olivier Keegel
Olivier Keegel

Chief editor and reviewer

Bellini, Donizetti. Tito Schipa, Fritz Wunderlich, Ileana Cotrubas. Stefano Mazzonis di Pralafera, Laurence Dale. Certified unmasker of directors’ humbug.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op