Siroe re di Persia, opera seria van Johann Adolph Hasse op een libretto van Metastasio. Voor het eerst opgevoerd in het Teatro Malvezzi in Bologna op 2 mei 1733. Bijgewoonde première door de Nederlandse Reisopera in de Holland Casino Zaal van het Wilminktheater te Enschede op 26 januari 2018.

Siroe: Nicholas Tamagna: Myrsini Margariti
Medarse: Rachel Kelly
Cosroe: Juan Sancho
Emira: Hagar Sharvit
Arasse: Nazan Fikret

Orkest: Orkest van het Oosten
Dirigent: George Petrou
Regie: Jakob Peters-Messer

Muziek:
Regie:

Wij leven in een zegenrijk operatijdperk. Immers, wij kunnen tegenwoordig kiezen uit verschillende versies van een en dezelfde opera. In het stenen tijdperk, beter bekend als The Riemens Stone Age, stond zo’n beetje vast waar een opera over gaat en hoe het verhaal afloopt. Hoe totaal achterhaald! Luistert u nu eens goed: “een opera is geen museum!”. De protagonisten der culturele vooruitgang hebben ons van deze knellende banden bevrijd. Salome hoeft helemaal niet dood, Carmen evenmin. De laatste bewapent zich en legt Don José om, tenminste als het pistool werkt, dat wil zeggen, geluid geeft; met deze eenheid van knullige vorm en knullige inhoud had men in Florence de nodige moeite, de ultieme wraak van Bizet!  Hoe dan ook, dat gedonder met dat steeds maar weer vrouwonvriendelijk neergestoken worden in een opera waarin een vrouw wordt neergestoken, dat moet maar eens afgelopen zijn. “Wij applaudisseren niet voor neergestoken vrouwen”, zo luidde de redenering.  De vrouwvriendelijke invalshoek! De mogelijkheden zijn eindeloos: verdrietig realiseren wij ons dat mevrouw Cristina Deutekom nooit als Koningin van de Dag heeft mogen optreden. Met de kennis van nu schamen wij ons diep… Dierenactivisten mogen zich ook weleens laten horen. Het klappen voor sjokkende olifanten in Aïda, is dat ook niet een ding van neokolonialistische witte mannen?

De multiversie-opera is vaak nog een behoorlijk lastig karweitje, een varkentje dat het best gewassen kan worden door de egomanen van het schabouwelijke regietheatergilde en de monomanen van het me-too genootschap, dat Ella Fitzgerald’s There Is A Lull In My Life tot zijn clublied heeft verheven. Want wat te doen als er met geen mogelijkheid voldaan kan worden aan het criterium “niet-meer-van-deze-tijd” of het afgekloven, steeds weer lachwekkende “opera-is-geen-museum” der onnozele papegaaien?

Siroe, re di Persia van Johann Adolf Hasse (1699-1783) is een lastige kluif, met een policor-bril bekeken lijkt er weinig aan de hand, hoewel enige detailpunten aandacht verdienen. Cosroe (man! dubieus) heeft twee zonen (waarom geen dochters?): Medarse en Siroe. Medarse aast op de troon die zijn oudere broer toekomt. Siroe is verliefd op Emira, en Siroe wordt op zijn beurt begeerd door zijn vaders maîtresse Laodice. Maîtresse? Dat riekt naar fascisme. Laodice had op zijn minst getransformeerd kunnen worden tot hofpersoon (v/h hofdame). Gelukkig heeft de opera geen expliciet vrouwonvriendelijk einde (over dat einde later meer): de wantrouwige Cosroe is uiteindelijk overtuigd van de loyaliteit van Siroe en Emira, en Siroe wordt de nieuwe koning. Liever hadden wij natuurlijk gezien dat Emira met pomp and circumstance tot de nieuwe koningin zou worden gekroond. Verbeterpuntje.

Johann Adolf Hasse heeft 3217 opera’s geschreven, op grond van hun vermoedelijke antecedenten in narratief opzicht geen van alle bijster boeiend. Toch was Hasse een goed ventje, in zijn tijd een componist om rekening mee te houden. Volgens musicoloog François-Joseph Fétis zijn er maar weinig componisten zo beroemd geworden en zo snel weer vergeten als Hasse. Hij was een typische vertegenwoordiger van de Italiaanse opera seria en getrouwd met een van de beroemdste operazangeressen van die tijd, Faustina Bordoni, die dan ook veelvuldig een hoofdrol in zijn opera’s vervulde. Een onvervalst power couple. Hasse werkte ook met Farinelli, de beroemdste Italiaanse castraat van de 18e eeuw, die ooit een hysterische adellijke dame in haar loge de kreet “One God, one Farinelli!” ontlokte. Doet me denken aan een Bekende Nederlander die bij een première, het domein der Bekende Nederlanders, achter mij zat en met Bühne-gevoelige emotie “O, wat ontzettend intens!” de zaal in slingerde. Een stukje betrokkenheid, mensen! Terug naar Farinelli. Hij vertolkte de rol van Siroe bij de première van de oerversie in 1733 (Bordoni was zwanger), in het Teatro Malvezzi te Bologna, onder leiding van de componist.

Siroe, re di Persia
Siroe, re di Persia (Foto Nienke Elenbaas)

Aimez-vous barokopera?

De barokopera.  Ze brengt sommigen tot extase en anderen tot blinde razernij. Pure verveling en het verlangen naar een bier (Grolsch, want Enschedé) bevinden zich ook ergens in het spectrum. Laten we eerlijk zijn, we moeten het bij de vrachtladingen da-capo aria’s in feite hebben van het altoos opgemelde “vocale vuurwerk”. Binnen de verzameling barokopera’s is er nog een heel speciale categorie: de “ten onrechte vergeten” barokopera, uit een la die zo nu en dan opengetrokken wordt door een programmeur die zijn Columbus-bril heeft opgezet.

In “ten onrechte vergeten” is “ten onrechte” vaak nogal dubieus, hetgeen niet wegneemt dat de vergeten barokopera (hoor ik daar het woord “pareltje” vallen?) een handig instrument is om een gezelschap onderscheidend in de markt te zetten. “Dit is de allereerste keer ooit dat een geënsceneerde versie van deze opera in Nederland te zien is” meldt De Reisopera dan ook trots. Mag. En dan gaan wij echt geen lastige vragen stellen, zoals waarom geen Vivaldi of Händel, die beiden ook een Siroe hebben gecomponeerd. We houden het met de positieve grondhouding die ons nu eenmaal eigen is, op een verfrissend “weer eens iets anders”. Wel iets anders waar geen eind aan kwam, het had wel een half uurtje minder gemogen.

Bood de première in Enschedé van Siroe, re di Persia (Dresdener versie), een coproductie met het Oldenburgisches Staatstheater, ons vocaal vuurwerk? Check! Dirigent George Petrou, een Siroe-specialist (wij hoopten lang maar tevergeefs op een ouverture zonde scenisch gedoe) die deze opera o.a. ook in 2016 in Lausanne dirigeerde, wist wel raad met pittige tempi en krachtige accenten. Ik vermoed dat Petrou een fervent Formule-I-liefhebber is. Hij betoonde in ieder geval geen enkele consideratie met de gemoedelijke onverstoorbaarheid van het inheemse publiek. “Ik heb bijkans de band lek!’’ zei mijn Twentse buurman toen Petrou weer eens de zweep over een aria had gelegd. Maar de Crackling Balls, de Dragon Bombs, de Knalerwten, de Sparky’s, de Cracky’s, de Bonfires, de Fountastic Trio’s en de Shockwaves, kortom Het Vuurwerk, moesten toch echt van de vaak voortreffelijke solisten komen. Zij deden de ene aaahhhhh-aria na de andere ooohhh-aria ontvlammen, zonder veiligheidsbril of een laffe emmer water onder handbereik.

Nicholas Tamagna (Siroe) heeft een prachtig geluid maar weet zich niet te onderscheiden te midden van het steeds maar aangroeiende legioen der óók goede countertenors. Het was allemaal wat veel van hetzelfde. Siroe’s broer Medarse werd vertolkt door Rachel Kelly, die over een rijpe, fraai gepolijste mezzo beschikt. Geweldig gezongen. Zij was Topper nr. 1. Met Juan Sancho als Cosroe betreden wij het terrein van het siervuurwerk. Met zijn enigszins baritonale, maar knetterend-spetterende tenor tilde hij de ene bravoure-aria na de andere naar grote hoogten. Zijn berouw-aria “Gelido in ogni vena“ was indrukwekkend. Mezzo Hagar Sharvit deed het met haar sensuele mezzo als Emira (de haat-aria “Che furia, che mostro”) meer dan uitstekend. Briljante stem. Topper nr. 2. Samen met Rachel Kelly bracht zij een stukje Mozart in deze opera, en wie kan daar nu bezwaar tegen hebben. Brave, dames! Mevrouw Sharvit is zelf trouwens ook behoorlijk zwoel. (*het nummer van advocaat opzoekt.) Ook Myrsini Margariti bracht de lastige hypercoloratuurrol van Laodice ( luister hier) tot een fraai einde.

Waarom moeten barokopera’s zo vaak “grappig” geregisseerd worden, ook als de inhoud daar geen enkele aanleiding toe geeft? Ook bij regisseur Jakob Peters-Messer was het weer raak en werden we getrakteerd op het nodige humoristische trapezewerk; zo kwam Manfred von Richthofen aka de Red Baron even langs vliegen. Waarschijnlijk heb ik het verkeerd begrepen want regisseur Peters-Messer wil ons in deze Siroe een sprookjeswereld én een slagveld voorschotelen. Want: “De oorlog is nooit ver weg, maar wij blijven met onszelf bezig.” Wij hebben er verder ons Latijn niet ingestoken, het was een ratjetoe op het toneel. Wel moet de hevig im Schwung zijnde blinde graai in de garderobe-kist nog even vermeld worden: deze wierp zijn altijd weer boeiende vruchten af, een combinatie van historische, non-descripte en hedendaagse kledij. De chaotische regie op dat kleine toneel in Enschedé kwam Hasse niet ten goede. De projecties waren een alleraardigste vondst, dat dan weer wel. Wat nogal stoorde was de overdadige aanwezigheid van het ballet. Mijn hemel, wat een gedoe! Alles wat overduidelijk was werd nog eens door het ballet overduidelijker gemaakt. De cursus Symboliek van de Koude Grond wierp haar vruchten af, of beter gezegd: slingerde ze de zaal in. Natuur? Het ballet sleept een boomblad het toneel op. Etc. etc.  Ontroerend vond ik, naast het opvoeren van een gevechtstank (oorlog!), de aanwezigheid van mitrailleurs (oorlog!): copyright Harry Kupfer, maar wel 30 jaar geleden. Verder was er nog een karabijn, een pistool en een zwaard. Want wie naar het zwaard grijpt, zal door de mitrailleur omkomen, moet Peters-Messer gedacht hebben. De opera blijft zich maar vernieuwen! Peters-Messer haalt op het eind nog een foefje met het publiek uit (bekijk het hier). Als ik érgens een hekel aan heb…. Mijn advies: applaudisseer niet eerder dan wanneer de orkestleden hun muziek opbergen.

Desalniettemin: vuurwerkbehoeftigen en liefhebbers van barokopera, u dient zich te vervoegen bij De Reisopera.

Siroe, re di Persia is een fijne productie. Met veel dank aan de dames Kelly en Sharvit.

Siroe, re di Persia
Siroe, re di Persia (Foto Nienke Elenbaas)

Olivier Keegel (gepubliceerd op 27/1/2018)

Opera Gazet
Olivier Keegel
Olivier Keegel

Chief editor and reviewer

Bellini, Donizetti. Tito Schipa, Fritz Wunderlich, Ileana Cotrubas. Stefano Mazzonis di Pralafera, Laurence Dale. Certified unmasker of directors’ humbug.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op