De Nationale Opera Amsterdam. Opera van Modest Moessorgsky op een libretto van de componist. De opera werd op 21 februari 1886 voor het eerst opgevoerd in St. Petersburg. Bijgewoonde voorstelling: première van deze productie door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 27 februari 2016.

Met zijn opera “Chovanshchina”, waar hij van 1872 tot aan zijn dood in 1881 aan werkte, wilde Moessorgsky door het venster van het verleden een blik op zijn eigen 19e-eeuwse Rusland werpen. Centraal in de opera staan conflicten die teruggrijpen op moderniseringen en godsdiensttwisten uit de jaren 60 van de 17e eeuw. De opera is vernoemd naar prins Ivan Chovanshchi (“Chovanshchina” betekent zoveel als “het gedoe rond Chovanshchi”, of zoals iemand het heel ad rem noemde: “Chovanshchi-gate”), aanvoerder van de garde der Streletsen (boogschutters), die in politiek conflict komt met tsaar Peter de Grote. Deze machtsstrijd staat centraal, zich toespitsend op de opstand van 1682 tegen Peter de Grote, geleid door deze prins Ivan Chovanshchi. Moessorgsky presenteert ons, in vijf actes, taferelen die historisch gezien nogal rammelen en waarvan de verwikkelingen even complex als, eerlijk gezegd, oninteressant zijn. Uiteindelijk blijken de behoudende partijen te moeten wijken en triomfeert het emancipatoire Rusland onder Peter de Grote. In plaats van je tot het uiterste in te spannen om alle intriges rond Streletsen en Bojaren nog enigszins te kunnen volgen, kun je je beter tevreden stellen met de zeer fraaie muziek. Dus meepikken wat je mee kunt pikken van deze historische lappendeken en er vooral geen probleem van maken als je van dit van anachronismen aan elkaar gesmede, warrige verhaal geen chocola kunt maken.

Regisseur Christof Loy nam voor deze opera als uitgangspunt het schilderij van Vasili Soerikov “De executie van de Streletsen” uit 1881. Dit schilderij, in het groot nageschilderd, dient in de openingsscéne als achtergrond. Op de voorgrond wordt de afbeelding gedupliceerd door een tableau vivant van in historische kostuums gestoken koorleden. Een spectaculair beeld. Diep in mij begon de gedachte aan een gekostumeerde opera vorm te krijgen, maar tot deze extravaganza kwam het niet. Amsterdam immers! Onder de historische kostuums, die razendsnel werden uitgetrokken, kwamen kantoorpakken van diverse snit tevoorschijn. Het blijft opmerkelijk om een aantal kantooremployés “wij zijn maar arme boeren” te horen zingen. De boodschap van de regisseur is waarschijnlijk “elkaar de kop inslaan is van alle tijden”, een kijk op de wereld die voor de bezoekers niet zal zijn ingeslagen als een bom. Maar verder over Christof Loy niets dan lof; afgezien van een saai vormgegeven tweede akte, waarin Loy met een dood paard lijkt te refereren aan André van Duin’s “Er staat (ligt) een paard in de gang” en met een clowneske bediende een eerbetoon brengt aan Manuel uit “Fawlty Towers”, is de regie uitermate beschaafd en on-Amsterdams terughoudend. In de Volkskrant werd de regisseur de vraag gesteld hoe groot de verleiding was om Vladimir Poetin binnen te smokkelen. “Met hem houd ik me niet bezig” luidde het toe te juichen antwoord van Loy. In de slotscène trekt het koor de historische kledij weer aan en hergroepeert het zich in het oorspronkelijke tableau vivant. Een vondst die zeer goed werkt.

Chovansjtsjina – Scène met solisten en Koor van De Nationale Opera (Foto: Monika Rittershaus)De zangers zijn bijna zonder uitzondering van uitzonderlijk hoog niveau. Prins Ivan Chovanshchi wordt vertolkt door Dimitry Ivashchenko, die vorig jaar zijn Met-debuut maakte als Sparafucile. Voorafgaan aan de voorstelling kwam intendant Audi melden dat Ivaschchenko last had van een verkoudheid en volgens een oude operawet zong de “geteisterde” solist met zijn ronkende bas dus de sterren van de hemel. Maar ook de prima gecaste Maxim Aksenov, Kurt Streit, Gábor Bretz, Orlin Anastasov en Roger Smeets beschikken allen over stemmen die van de avond een vocaal feest maakten. De ster van de avond was toch mezzo-sopraan Anita Rachvelishvili in de rol van Marfa. De opera had in deze uitvoering ook “Marfa and Friends” kunnen heten, want wat is dit een fantastische mezzo! Met haar dynamische variëteit weet zij elke emotie tot in detail vorm te geven. Haar pianissimo en haar legato zijn om van te smullen en Marfa’s aria in de derde acte was van uitzonderlijke schoonheid. Kleine dissonant, letterlijk, was Andrey Popov. In zijn rol als klerk klonk hij af en toe meer als een glazenwasser met hoogtevrees: niet te ontkennen intonatieproblemen. Het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Ingo Metzmacher speelde bekwaam, maar misschien iets aan de bescheiden kant.

Eigenlijk was er naast Anita Rachvelishvili nog een ster van de avond, en dat was het koor van De Nationale Opera. Na een kwalitatief verontrustend optreden in de mislukte “Macbeth” van 2015, blijkt dit koor weer terug op het fantastische niveau dat we ervan gewend zijn. Het DNO koor behoort (weer) tot de allerbeste operakoren ter wereld.

Na de mislukte opvoeringen van “Macbeth” en “Hänsel und Gretel” scoort De Nationale Opera met “Chovanshchina” een loepzuivere voltreffer.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 28/2/2016)

Olivier Keegel
Olivier Keegel

Chief editor and reviewer

Bellini, Donizetti. Tito Schipa, Fritz Wunderlich, Ileana Cotrubas. Stefano Mazzonis di Pralafera, Laurence Dale. Certified unmasker of directors’ humbug.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op