Nabucco. Een van de fraaiste opera’s aller tijden, een hemelse sopraan, een dommig regieconcept dat visueel goed uitpakt en een voortreffelijk orkest. Wat wil de hardwerkende Nederlander nog meer?

You can have any review automatically translated. Click the Google Translate button (“Vertalen”), which can be found at the top right of the page. In the Contact Page, the button is in the right column. Select your language at the upper left.

 

Nabucco van Giuseppe Verdi. Dramma lirico in vier bedrijven. 1842. Libretto van Temistocle Solera. Voor het eerst opgevoerd in het Teatro alla Scala, Milaan, 9 maart 1842.

Bijgewoonde voorstellling: DNO, Amsterdam, première op 27 januari 2020.

Nabucco: George Petean (heldenbariton)
Ismael: Freddie De Tommaso (tenor)
Zaccaria: Dmitry Belosselskiy (bas)
Abigaille: Anna Pirozzi (sopraan)
Fenena: Alisa Kolosova (i.c. mezzo-sopraan)
Il Gran Sacerdote di Belo: Emanuele Cordaro (bas)
Abdallo: Lucas van Lierop (tenor) (comprimario)

Muzikale leiding: Maurizio Benini
Orkest: Residentie Orkest
Koor: Koor van De Nationale Opera
Regie: Andreas Homoki

Muziek:
Regie:

Opera Gazet nieuwe stijl bestaat nauwelijks een half jaar, en dit is alweer onze vierde Nabucco-recensie. Niet zo heel verwonderlijk, want Verdi’s Nabucco is een der schragen waarop Gansch Het Raderwerk der Opera rust. Samen met Waiting for Miss Monroe natuurlijk, dat sinds het Holland Festival 2012 een imposante triomftocht (0 opvoeringen) langs de grote mondiale operahuizen maakte.

Niet alleen Opera Gazet, maar ook De Nationale Opera hecht grote waarde aan het meesterwerk van Verdi. Onzes inziens is Nabucco de muzikaal interessantste van alle Verdi-opera’s, maar ik raad u aan deze overtuiging niet uit te dragen in DNO-Kulturkammerpflichtige kringen: in het openbaar houdt u het beter op Falstaff. Staat interessanter. De waarde die De Nationale Opera aan Nabucco hecht, blijkt uit de frequentie waarmee deze opera werd opgevoerd. In de laatste 45 jaar, tot 27 januari 2020: één keer op het programma, geheel in overeenstemming met het door het afgetreden opperhoofd Audi geïntroduceerde motto: “Verdi doen we niet, en als we het doen, doen we het slecht.”


Jan Derksen en Pieter van den Berg

Just for the record: die laatste Bohème, in het seizoen 1975-1976 bij wat toen “De Nederlandse Operastichting” heette, was er een om de vingers bij af te likken, met in de hoofdrollen o.m. Jan Derksen en Pieter van den Berg. U zie het goed: Nederlanders! In hetzelfde seizoen was er ook een Rodelinda (!) onder de muzikale leiding van Richard Bonynge (!), een Ballo in Maschera met Cristina Deutekom (!) en een Orfeo ed Euridice met Catherine Malfitano (!). Verder won Ajax, voorafgaand aan het genoemde operaseizoen, in 1971, 1972 en 1973 de Europacup. Wij beklagen de opera- en voetballiefhebbers die de jaren zeventig niet hebben meegemaakt.

Israëlieten zijn geen Italianen

Het verhaal. De Hebreeën worden door de Hogepriester aangemoedigd zich te verzetten tegen de legers van Babylon. Fenena, dochter van Nebukadnessar (Nabucco), heeft Ismael geholpen uit Babylon te ontsnappen, maar guess what:  Abigaille is ook verliefd op Ismael. Houston, we have a problem! Abigaille zint op wraak. Fenena wordt tot koningin uitgeroepen, na geruchten over de dood van haar vader. Maar  Nebukadnessar is niet dood, hij leeft! Wil naast koning ook graag god zijn. Hoog in de bol! Hij wordt voor straf door een bliksemschicht getroffen (nooit onder een boom gaan staan bij bliksem!)  en Abigaille is weer aan zet. Zij dringt er nadrukkelijk bij Pa op aan het doodvonnis van Fenena te tekenen.

Bij de oevers van de Eufraat betreuren de Hebreeën hun ballingschap, maar Zaccaria voorspelt de vernietiging van Babylon. Nebukadnessar doet een schietgebedje: graag mens sana in corpore sano terug, Heer, als het even kan, dan kan ik weer aan de slag. “Dan gaan we dat regelen,” zegt de Heer. Abigaille neemt vergif in en smeekt om vergiffenis als ze sterft. En in Daniël 4:36 (pakt u de Statenbijbel er even bij?) verklaart Nebukadnessar: “Ter zelfder tijd kwam mijn verstand weder in mij; ook kwam de heerlijkheid mijns koninkrijks, mijn majesteit en mijn glans weder op mij; en mijn raadsheren en mijn geweldigen zochten mij, en ik werd in mijn koninkrijk bevestigd; en mij werd groter heerlijkheid toegevoegd.”  – Goed bezig!

Babylon, Nebukadnezar, Hebreeën, het genoemde citaat uit de Statenbijbel…. U bekruipt een vaag vermoeden dat deze opera zich wel eens in Bijbelse tijden zou kunnen afspelen. En dat klopt, het verhaal speelt zich af zo rond 550 voor Christus.

Nabucco
Foto: ©2020 Martin Walz

Het Dartboard der Geschiedenis

Dat kwam regisseur Homoki (de regime change binnen De Nationale Opera beweegt zich van de Libanese naar de Zwitsers-Hongaarse invloedssfeer) niet slecht uit. Hoe langer geleden het verhaal van de opera zich afspeelt, des te meer keus in periodes waarnaar de opera verplaatst gaat worden. Want verplaatst zal er worden! Dus pakte Homoki zijn Dartboard der Geschiedenis, en de blind gegooide pijl trof het jaartal 1850. En daarmee was het lot van deze uitvoering bezegeld. “1850” gecombineerd met een Italiaanse opera: kat-in-‘t-bakkie! Die opera gaat spelen ten tijde van het Risorgimento, de periode van de eenmaking van Italië (1820-1870). En was Verdi immers niet ook een vurig nationalist die op de revolutionaire barricaden Het Slavenkoor stond te dirigeren ?!

Makkie voor regisseur Homoki: de onderdrukte Hebreeën, dat zijn natuurlijk de onderdrukte Italianen. En was Het Slavenkoor “Va pensiero” niet de hymne van de Italiaanse 19e-eeuwse vrijheidsstrijders? Verdi, de componist-revolutionair!

Utter bullshit, dames en heren.

Ten tijde van de première (1842) had Verdi te kampen met allerlei persoonlijke sores, en het laatste wat hem bezighield was de Italiaanse vrijheidsstrijd. Het libretto was eerst aangeboden aan Otto Nicolai, die er feestelijk voor bedankte, en na veel wikken en wegen besloot Verdi zich er toch maar aan te wagen. Niet uit verheven revolutionaire strijdlust, maar eerder uit de overweging “ik moet toch wát”.


No, pagliaccio non son

Pas in 1848, zes jaar later, begon Verdi zich zo’n beetje voor de politiek te interesseren. Niet eerder dan rond 1850 kwam Verdi, republikein, tot de conclusie dat de Italiaanse eenwording het best gediend zou zijn wanneer men zich rond de koning van Piemonte zou scharen. In 1861 werd Verdi nog verkozen als volksvertegenwoordiger; hij zat zijn termijn keurig maar met frisse tegenzin uit, en wist in 1865 niet hoe snel hij de plaat moest poetsen.

Hoe dan ook, de regisseur heeft “zijn” Nabucco naar een andere tijd verplaatst, en daar gaat het toch maar om. Weten de mensen veel! De beroemde Homoki op het affiche, dat is ook fijn voor De Nationale Opera. Pierre Audi was altijd maar al te graag bereid om zijn verliefdheid op het Regietheater te verdedigen. Gebrek aan respect voor de bedoelingen van de componist en librettist en het ontbreken van enig historisch benul zijn meestal wel voldoende om een “stuk eigentijds muziektheater neer te zetten”. Opera is immers geen museum?

Dirigenten staan voor schut, de gelijkgeschakelde pers bestaat voornamelijk uit fellow travellers en de kritische pers wordt buiten de deur gehouden. En de zangers? Die ergeren zich natuurlijk ook een ongeluk, maar zij vrezen voor hun toekomstige engagementen en kijken wel uit om zich te verzetten tegen de banaliteiten van de productie waarvoor ze zijn ingehuurd.


Nadeel hep voordeel

Wat in Homoki’s onzinnige situering  in de tijd van het Risorgimento plezierig is voor het oog, zijn de fraaie kostuums: uit de tijd van….. het Risorgimento. Zo hep elk nadeel z’n voordeel. Het toneelbeeld van schuivende panelen, of beter gezegd van één schuivend paneel (de tempel, schatten wij in) was niet bovenmate storend, de bespottelijke danspasjes en “stills” van het koor waren dat wel.   Nog één prachtig staaltje hupsafladder in het blad Odeon. Take this:
“Voor regisseur Andreas  Homoki gaat Nabucco over  een familie in tijden van grote verandering. Abigaille probeert de oude macht te bewaken, terwijl Fenena door heeft dat deze niet meer te redden valt, en met haar tijd mee gaat. Uiteindelijk ziet ook Nabucco deze onvermijdelijke omslag  en breekt met het oude systeem. Zoals vaker het geval is bij Verdi wordt de familie  verscheurd door grote politieke verwikkelingen.”

Een opera over een “familie in tijden van grote verandering”, daar kennen we er nog een paar honderd van. En Fenena die in 500 voor Christus “met haar tijd meegaat” en breekt met “het oude systeem”, daar houden wij het ook niet droog bij. Waarom de Italiaanse nationalisten van Homoki zich intensief lijken bezig te houden met “Hebreeën”, “Jehova”, “Babylon” en “Baal” vergt nader historisch onderzoek. “Kom hier, Leviet, breng mij de Tafelen der Wet” lijkt mij geen strijdkreet uit de 19e-eeuwse Italiaanse eenheidsbeweging. In onze tijd van opkomend antisemitisme was niets “actueler” geweest dan eenvoudigweg het originele libretto te respecteren. Deze regiedwaling is exemplarisch voor de domheid, onwetendheid en zelfingenomenheid van een groot aantal “toonaangevende” moderne regisseurs. In deze productie werd het publiek ook weer eens grotelijks belazerd door in de boventiteling “il brando” (het zwaard) te vertalen met “het pistool”. Intens treurig.

Pirozzi, Pirozzi, Pirozzi

Nuff said. Let there be music. Eigenlijk zouden wij het ‘t liefst uitsluitend willen hebben over de buitencategorie sopraan Anna Pirozzi. De duivels moeilijke rol van Abigaille, die zingt men niet zo 1-2-3 even weg. De rol is even lastig als ontspannen vakantie vieren in een hotel vol Russen. De soprano drammatico die deze rol op zich neemt, moet over een gigantisch bereik beschikken, van lage tot hoge C.

Gelukkig hebben we Anna Pirozzi nog.

Bij Pirozzi (hadden wij haar maar als de Lady gehad in de DNO-mislukking Macbeth) lijkt van geen enkele moeilijkheid enige sprake, zij verslindt haar duivelse partij met een koninklijk timbre. Middelhoge en lagere noten zijn met luxe velours bekleed, en haar hoge, superieur beheerste noten staan als een huis. In de tweede acte volgt de ultieme test voor elke Abigaille, de aria “Ben io t’invenni…Anch’io dischiuso un giorno”. Op onderstaand amateurfilmpje zingt Pirozzi deze aria concertant met het Orchestre et chœurs de l’Opéra de Lyon onder leiding van Daniele Rustioni. Let vooral op de onovertroffen dynamische schakeringen.

De Roemeense George Petean vertolkte de rol van Nabucco. Petean doet veel, heel veel Verdi-rollen, men zou hem de eretitel “Verdi-bariton” kunnen toekennen, zonder hem nu meteen op één lijn te stellen met grootheden als Ettore Bastianini, Piero Cappuccilli, Robert Merrill e tutti quanti. Verdi-specialist Petean lijkt dus de juiste man op de juiste plaats. Zou men denken! Ware het niet, o paradox, dat de rol van Nabucco geen Verdi-bariton, maar een zwaar dramatische bariton verlangt, een heldenbariton. George Petean mag dan met zijn volle, solide stem een indrukwekkende Giorgio Germont in huis hebben, voor de rol van Nabucco is een lagere tessituur nodig; een echte heldenbariton is Petean niet, zoals meteen al bij zijn opkomst in de eerste acte (“Si finga, e l’ira mia”) blijkt.

De excellente Engelse tenor Freddie de Tommaso maakte indruk als Ismael, die verliefd is op Fenena mede omdat zij vroeger zijn leven heeft gered in Babylon. De Tommaso beschikt over een fraaie volle, ronde tenor, voorzien van een prachtige, ingehouden Italiaanse snik. Fenena zelf werd vertolkt door de Russische mezzo Alisa Kolosova: vocale kwaliteit te over, maar wellicht iets te eendimensionaal, vooral in haar aria uit de vierde acte “Oh, dischiuso è il firmamento”.

Dmitry Belosselskiy, met zijn rijke, fraai resonerende bas, is als Zaccaria wél de juiste man op de juiste plaats. Ereplaats achter Pirozzi. Hij switcht met schijnbaar gemak van de laagste naar de hogere tonen, bijvoorbeeld in zijn aria uit de tweede acte “Tu sol labbro”. Zaccaria is een signature role van Belosselskiy; hij vertolkt Zaccaria van de Metropolitan Opera tot Verona, van Bologna tot Wenen en van het Bolshoi tot de Scala. In operakringen staat Belosselskiy dan ook bekend als “The Zack”. Dit laatste verzinnen wij, maar het hád zo kunnen zijn.

Nabucco
Foto: ©2020 Martin Walz

Nabucco is vooral ook een kooropera. En welk koor kan je dan beter hebben dan…. Juist, het Koor van DNO. Het verhaal wordt op een prettige manier eentonig, maar de dames en heren koorleden deden de Verdi-liefhebber weer een intens genoegen.

做得好 ! En dat menen wij uit de grond van ons hart.

Dirigent Maurizio Benini is specialist op het gebied van belcanto en het Verdi-repertoire, en dat is te horen. Wij kennen hem van zijn Il trovatore en het tragische dieptepunt van ongein, Il barbiere di Siviglia, bij DNO. Hij leidde het fantastisch articulerende Residentie Orkest (bravo trompettist 1, die door Benini vergeten werd bij het afzonderlijk bedanken van de orkestleden) met onmiskenbare autoriteit, puntig en met grote precisie. Helaas moest hij gedoe op het toneel toestaan tijdens de ouverture, die een fantastisch stuk muziek op zichzelf is en onverdeelde aandacht verdient.

Een van de fraaiste opera’s aller tijden, een hemelse sopraan, een dommig regieconcept dat visueel goed uitpakt en een voortreffelijk orkest. Wat wil de hardwerkende Nederlander nog meer?

Olivier Keegel
(28-01-2020)


0 0 stem
Artikelbeoordeling
Olivier Keegel
Olivier Keegel

CHIEF EDITOR AND REVIEWER

Bellini, Donizetti. Tito Schipa, Fritz Wunderlich, Ileana Cotrubas. Stefano Mazzonis di Pralafera, Laurence Dale. Certified unmasker of directors’ humbug.

Abonneer
Laat het weten als er
guest
20 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Jan de Jong
Jan de Jong
6 maanden geleden

Lekker om te lezen. Mag zelf nog gaan. Nabucco is inderdaad een hele lekkere opera. Fijn om te vernemen dat de regie de zang niet teveel in weg zit (we zijn al snel tevreden tegenwoordig). Maar waarom toch nog steeds dat eeuwige Calimero-gedrag: “en de kritische pers wordt buiten de deur gehouden.” Het is gewoon niet waar. Ten eerste zijn niet alle recensenten onkritisch, ten tweede wordt u niet buitengehouden. Dit verslag is daarvan het bewijs. Hoe La Bohème een voorbeeld kan zijn van ““Verdi doen we niet, en als we het doen, doen we het slecht.” is mij een… Lees verder »

Jan de Jong
Jan de Jong
5 maanden geleden
Antwoord aan  Olivier Keegel

Liefde maakt blind en zelfs een beetje doof, althans daar lijkt het sterk op, nu ik bovenstaande herlees na bezoek aan de opera. U houdt blijkbaar zoveel van Nabucco dat u in een gebaar van ongeëvenaarde mildheid de hand over het hart strijkt en deze mismaakte Nabucco met de mantel der liefde bedekt en nog twee-en-een halve ster voor de regie geeft. Maar ook muzikaal bent u te mild. Voor iemand die suggereert de opera goed te kennen, snap ik niet dat u de bizarre muzikale coupure in de finale van het eerste bedrijf over het hoofd ziet en nog… Lees verder »

G.A.C.H. Blenderman
G.A.C.H. Blenderman
6 maanden geleden

Hij is weer geweldig, deze recensie. Ook al zou je het er niet mee eens zijn, en dat zijn we voor 100% wel, is het al een lust om te lezen. We hebben genoten met alle restricties die je aangeeft.

Ad Middendorp
Ad Middendorp
6 maanden geleden

Nabuco, met als hoogtepunt het Va Pensiero, ja daar kan zelfs ik over meepraten.
Met afstand mijn favoriete opera.
Weer een prachtig stukje recensie. Af en toe een beetje zurig, maar dat maakt het juist zo leuk.
Heb er via het onvolprezen youtube weer opnieuw van genoten.

Willem
Willem
6 maanden geleden

Olivier, heerlijk om te lezen en dank voor de aanvulling, ik ben een fan van Alisa, 16 feb ga ik deze opera bewonderen.
Groetjes
Willem 🌷🌷🌷🌷

Irma Deutekom
Irma Deutekom
6 maanden geleden

Je recensie is weer lekker compleet.
Met kanttekeningen, opmerkingen, muzieksleutels, snedigheden, veel weetjes en voor ons bovenal een leidraad voor: “gaan we wel of gaan we niet”!
We hebben nog twee kaarten kunnen bemachtigen.

Odette
Odette
6 maanden geleden

Geweldige recensie

Thea Derks
6 maanden geleden

Prachtartikel weer Olivier, geestig, snedig, bijzonder uitgebreid en informatief.
Over de regie zijn we het helemaal eens, over de uitvoering minder…
https://www.theaterkrant.nl/recensie/nabucco/de-nationale-opera/

Anneke Molenaar.
Anneke Molenaar.
6 maanden geleden

Weer heerlijk om te lezen:
Geestig en informatief

Pieter K. de Haan
Pieter K. de Haan
6 maanden geleden

Ik ben naar de matinee van zondag 02-02-2020 geweest. Over de enscenering zijn we het grosso modo wel eens en ik begrijp werkelijk niet hoe een gerenommeerde Nederlandse operakenner en -recensent die “overtuigend” kan vinden. Muzikaal vond ik het een sterke voorstelling. Een paar kanttekeningen heb ik daarbij wél. De vertolking van Anna Pirozzi stond als een huis. Ik vraag me echter af hoe lang haar stem deze wijze van zingen doorstaat. Ik moet daarbij onwillekeurig denken aan wijlen Elena Suliotis, die zich op deze rol kapot gezongen heeft. Voorts zag ik Dmitry Belosselskiy door diezelfde recensent afgeschilderd als een… Lees verder »

A. Minis
A. Minis
5 maanden geleden

Mooie recensie weer, heer Keegel! Uw kritiek op de regie is wel terecht, maar ach, in opera'”s van Verdi hebben we als publiek van DNO wel erger meegemaakt. Ik dacht dat het accent lag op de moeilijke verhouding tussen vader en dochter(s), zoals wel vaker bij Verdi, en ik vond dat niet slecht. “Familie in tijd van verandering”” zou ik er niet uit hebben gehaald.Inderdaad een merkwaardig hersenspinsel. Afgezien van die dansjes was er weinig op aan te merken, wat mij betreft. Ook niet op de kostuums, , zelfs u had er vrede mee. Ze waren erg mooi om te… Lees verder »

A. Minis
A. Minis
5 maanden geleden
Antwoord aan  Olivier Keegel

Ik ben met stomheid geslagen. Onbegrijpelijk dat een dirigent zoiets accepteert.

trackback

[…] mit Inszenierungen an den Opernhäusern in Köln, Hamburg, Genf, Lyon, Leipzig, Basel, Berlin, Amsterdam und München tätig. 1996 Debut  an der Komischen Oper Berlin mit Verdis Falstaff, es folgten dort […]