Foto’s: Clärchen & Matthias Baus

Rigoletto, Opera van Giuseppe Verdi op een libretto van Francesco Maria Piave naar “Le Roi s’amuse”van Victor Hugo. Wereldpremière op 11 maart 1851 in het Teatro La Fenice te Venetie. Bijgewoonde première door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 9 mei 2017.

Il duca di Mantova: Saimir Pirgu
Rigoletto: Luca Salsi
Gilda: Lisette Oropesa
Sparafucile: Rafal Siwek
Maddalena: Annalisa Stroppa
Giovanna: Cornelia Oncioiu
Il Conte di Monterone: Carlo Cigni

Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor van De Nationale Opera
Muzikale leiding: Carlo Rizzi
Regie: Damiano Michieletto

 

In 1850 ontving Verdi een opdracht van de onder Oostenrijks bewind staande  stadstaat Venetië om een opera voor de Teatro La Fenice te maken. Hij koos voor een toneelstuk van Victor Hugo, Le Roi s’amuse. Toen Verdi zijn plan voorstelde aan de Venetiaanse librettist Francesco-Maria Piave reageerde deze enthousiast. Piave was Verdi’s favoriete librettist, omdat deze al eerder had blijk gegeven (o.m. in Ernani, I due Foscari en Attila) dat hij als geen ander Verdi’s expliciete instructies in het libretto kon verwerken. U moet weten, expliciete instructies van de componist werden in die tijd serieus genomen.  “De nar is een van de grootste dramatische creaties aller tijden,” aldus Piave. Het libretto moest echter nog talloze malen herschreven worden voordat het bij de Oostenrijkse censuur door de beugel kon. De koning in het toneelstuk werd een hertog en de setting werd verplaatst van Frankrijk naar Italië.

De eerste hofnar in Rigoletto was, in 1851, bariton Felice Varesi. Bij die eerste voorstelling op 11 maart 1851 schaamde Varesi zich zo voor zijn narrenkostuum, dat hij het toneel niet op durfde. Een fikse schop onder de kont door Verdi himself  deed Varesi over het toneel buitelen. Het publiek ging uit zijn dak bij het zien van zulk spectaculair acteerwerk.

Ook tijdens de première in het Amsterdamse Muziekheater  was er enthousiaste bijval voor de voortreffelijke hofnar en boegeroep gemixt met applaus voor regisseur Damiano Michieletto .

De Albanese tenor Saimir Pirgu vertolkt de Hertog uitstekend en is een ééndimensionale proleet, maar eigenlijk net niet proleterig genoeg. Niet de bankovervaller zelf maar de chauffeur van de get-away car die niet evenredig in de buit mag delen maar een fooi krijgt toegestopt. Pirgu beschikt over fraaie topnoten, maar op zijn frasering van “È il sol dell’anima”  is nog wel iets aan te merken evenals op het ontbreken van vileine elegantie. “Parmi veder le lagrime” was overtuigend en het godzijdank sober gebrachte, want ons zo langzamerhand de keel uithangende  “La donna è mobile” (een canzone, geen aria, zo liet dirigent Rizzi ons tijdens de persbijeenkomst nog even weten) was een verademing. Fijn ”klein” gezongen. Saimir Pirgu als Hertog loopt niet over van charisma, en waarom Gilda voor deze kantoorklerk-op-vrijersvoeten valt, is niet op voorhand duidelijk. De hemeltergend klungelige seksscènes (regisseur Michieletto lust er wel pap van: he is mad but there is some system in his madness) waren pijnlijk.

De rol van Gilda was bij Lisette Oropesa, een Amerikaanse coloratuursopraan met schitterende topnoten, in goede, tedere handen. In de beste handen, eigenlijk:  zij was de werkelijke ster van de avond. Haar soepele sopraan en alerte podiumprésence maakten grote indruk, en haar “Caro nome” was de beste die ik ooit gehoord heb. Van een andere wereld! Alleen al om Lisette Oropesa is deze Rigoletto de moeite van het bezoeken waard. Een fonkelende parel!

Luca Salsi maakte pas in 2012 zijn officiële debuut in de rol van Rigoletto en is nu een van de belangrijkste vertolkers. Met zijn grote volume en donker timbre is deze  Verdi-bariton een prima Rigoletto. Helaas deze keer uiteraard zonder narrenmuts met belletjes, want “zo willen we het anno 2017 niet meer”. Wél met bult, maar veel te klein, de bult leek meer op een verkeerd gestreken vouw in de schouder van zijn overhemd.  De complexe psychologie van nar en tedere vader zijn de acteertalenten van Salsi wel toevertrouwd. Hij maakte, vooral in het tweede en derde bedrijf, grote vocale indruk  en als acteur blijft hij tot in detail in zijn rol: ook buiten de overbekende scenes geeft hij een geraffineerde betekenis aan zijn teksten. Een volbloed Rigoletto dus, hoewel zijn soepele bariton misschien iets te weinig rauw was wanneer het moment daarom vroeg.

Het Nederlands Philharmonisch Orkest en dirigent Carlo Rizzi hebben een langdurige band die ook op deze avond tot een voortreffelijk resultaat leidde. De zaal werd gevuld met een aangename hoeveelheid soms wel wat snel erdoorheen gejaste “italienità”.  In de bijrollen maakte Rafal Siwek met zijn vervaarlijke lage tonen een voortreffelijke indruk als de met zonnebril (want slecht karakter!)  uitgeruste moordenaar Sparafucile. Eigenlijk een te fraaie stem voor zo’n relatief kleine rol. Wij zouden hem graag eens in Lucia di Lammermoor horen.

Nog even terug naar de inhoud van Rigoletto. Het verhaal is overbekend. De  Hertog van Mantua is niet vies van de vrouwtjes. Met lastige echtgenoten en vaders rekent hij meedogenloos af.  In zijn tamelijk vrouwonvriendelijke levenswandel wordt hij gesteund door de hofnar Rigoletto, die de bedrogen echtgenoten en ontdochterde vaders met een pittige Youp van ’t Heck behandeling nog een flinke trap nageeft. Maar Rigoletto heeft een dubbele moraal, privé is het een liefhebbende, enigszins overprotectieve vader van zijn in het geheim opgegroeide dochter. Maar de hofnar heeft nog nooit gehoord van het spreekwoord “wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet”. Onwetend werkt hij mee aan de ontvoering en dood van zijn eigen dochter Gilda. Hij wijdt de ongelukkige samenloop van omstandigheden  aan de vloek (La Maledizione!) die Graaf Monterone over hem heeft uitgesproken. Maar wij weten wel beter: een simpel geval van Boontje komt om zijn loontje!

Verdi en Piave (u weet wel, die librettist die als geen ander Verdi’s expliciete instructies in het libretto kon verwerken; zie hierboven) hadden het zo gedacht: Akte I, een zaal in het paleis van de Hertog. Akte II, een salon in het paleis van de Hertog. Akte III, Aan de oever van de rivier de Mincio. Het huis van moordenaar Sparafucile.

DNatO had de kaarten uit de bak met vernieuwende regisseurs (een andere kaartenbak hebben ze niet) eens door elkaar gehusseld en traditiegetrouw mocht dramaturg Klaus Bertisch daar blind een kaart uit trekken. Uit de bus kwam de “jonge, (40 jaar?) veelbelovende  en vernieuwende” regisseur Damiano Michieletto, die in 2015 al eens onder luid boegeroep met pek en veren Londen was uitgebonjourd  vanwege zijn onsmakelijke regie van Rossini’s Guillaume Tell in Covent Garden. Nar #2!  Damiano Michieletto! Die moeten we hebben!

In tegenstelling  tot librettist Piave slaagde Michieletto er niet geheel in Verdi’s expliciete instructies in zijn regie te verwerken. Akte I, de zaal in het paleis van de Hertog werd een sanatorium. Akte II, een salon in het paleis van de Hertog, was een sanatorium. Akte III, Aan de oever van de rivier de Mincio. Het huis van moordenaar Sparafucile, was een sanatorium met een gat in de grond. Dit heet een visie, ook wel concept: qua overbodige nikserigheid en irritatiefactor een kruising tussen dieetwater van 3 Euro per fles en een frauduleuze slowjuicer. Een warmbloedig drama in een naargeestig klinisch jasje. Een decor waarbij vergeleken winkelcentrum  Brinkhorst in het Groningse Haren een centrum van aanstekelijke levendigheid is.  Er was veel dat over deze productie “uitgelegd” moest worden om er iets van te begrijpen, en die uitleg zal ik u besparen. Humbug voor de zelfbenoemde artistieke en intellectuele happy few. De grootste flauwekul voor de Verdi-liefhebber die graag Verdi’s opera  Rigoletto had gezien.

Deze “klinische omgeving” waarin Rigoletto terechtkwam was dus de bijzondere duiding van regisseur Damiano Michieletto. Iedereen met een diploma Ambachtsschool Zwakstroom op zak die het oorspronkelijke libretto tot zich neemt, begrijpt dat Rigoletto psychisch niet helemaal tof in elkaar zit. Michieletto heeft echter zo weinig vertrouwen in en zoveel minachting voor zijn publiek dat wij in zijn ziekelijke (pun intended) en oersaaie regie een desolate Funny Farm krijgen voorgeschoteld. Opdat men wete: Rigoletto is malle Jodokus van de Tempelberg!  Mocht Michieletto ooit nog eens de regie van een gedramatiseerde Matthäus Passion in handen krijgen, dan verandert hij Jezus’ laatste woorden van “Eli, Eli, lema sabachtani?” ongetwijfeld in “Au! Au! Au!”.

Het was weer eens het oude liedje in het Amsterdamse Muziektheater. Muzikaal dik in orde, visueel rijp voor herinvoering van blindenplaatsen.

Olivier Keegel (gepubliceerd op 10/5/2017)

Olivier Keegel
Olivier Keegel

Chief editor and reviewer

Bellini, Donizetti. Tito Schipa, Fritz Wunderlich, Ileana Cotrubas. Stefano Mazzonis di Pralafera, Laurence Dale. Certified unmasker of directors’ humbug.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op