De Nationale Opera AmsterdamOpera van Engelbert Humperdinck op een libretto van Adelheid Wette. Gecreëerd in het Hoftheater te Weimar op 23 december 1893. Première van deze productie door de Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 3 december 2015. Bijgewoonde voorstelling op 6 december 2015.

 

Hänsel und Gretel – Lenneke Ruiten (Gretel) en Kate Lindsey (Hänsel) (Foto: De Nationale Opera)Bij “Hänsel und Gretel” van Engelbert Humperdinck moet ik altijd weer denken aan een van de fraaiste producties die er in het Amsterdamse Muziektheater te zien zijn geweest. In 1990 nam De Nederlandse Opera de productie over van de English National Opera, een poëtische versie onder regie van David Pountney, met solisten als Felicity Palmer en Henk Smit. Een prachtige uitvoering die op pijnlijke wijze contrasteert met de platte, geforceerde productie die op 3 december j.l. in Amsterdam in première ging.

 

Het moet een moment van lucide zelfreflectie zijn geweest toen regisseur Lotte de Beer, het jongste talent aan het door regisseurswaanzin vervuilde firmament van De Nationale Opera te Amsterdam, besloot haar “Hänsel und Gretel” naar een vuilnisbelt te “verplaatsen”. Want “verplaatst” moet er altijd worden, om redenen die meestal van politieke of modieuze, maar zelden van artistieke aard zijn. Verplaatsing is de Heilige Graal, de conditio sine qua non voor de moderne operaregisseur. Verplaatsen we niet naar een vluchtelingenkamp, dan verplaatsen we wel naar de Eerste of Tweede Wereldoorlog. En zo werden Hans en Grietje dit keer naar een Braziliaanse vuilnisbelt verbannen en zou een titel als “Die märchenhafte Müllkippe” toepasselijker zijn geweest. De vuilnisbelt-situering vloekt enorm bij de elegante, licht-Wagneriaanse muziek van Humperdinck, maar lijkt voor deze productie als geheel een passende kwalificatie.

 

Hänsel und Gretel – Charlotte Margiono (moeder Gertrud) en Thomas Oliemans (vader Peter) (Foto: De Nationale Opera)”Hänsel und Gretel” is een sprookje. Kan het simpeler, zou je zeggen. Maar simpel mag niet in Amsterdam, dus er moest aan gesleuteld worden. Plaats van handeling kan dan overal zijn, maar uiteraard NIET de setting van het libretto. Een libretto-getrouwe regie is volstrekt uit den boze. Dus ging het bij de Nationale Opera in de regie van Konwitschny-adept Lotte de Beer niet over een heks en een huisje, maar over “armoede en verwaarlozing, vanuit een niet-westers perspectief verteld”. Interessantdoenerij van de meest bedenkelijke soort.

 

“Geen donker woud of peperkoekhuisjes vormen het decor in deze nieuwe variant van het universele verhaal van Hans en Grietje”, meldt DNO triomfantelijk, “we verplaatsen ons in deze voorstelling naar een Braziliaanse vuilnisbelt die tot leven wordt gewekt door tussen de rommel spelende kinderen. Is met een beetje fantasie immers niet alles bruikbaar om een andere wereld te creëren, een wereld waarin je ‘lang en gelukkig’ leeft?”

 

We herkennen niet zozeer het “universele” (?) verhaal van Hans en Grietje, maar wel het universele geklets van het regietheater. Hoezo is alles bruikbaar “om een andere wereld te creëren, een wereld waarin je ‘lang en gelukkig’ leeft…”? Het betekent niets, het is klinkklare onzin, deze tenenkrommend mislukte poging om de link naar het sprookje te leggen. Maar ook regisseur Lotte de Beer zelf bedient zich royaal van het regisseurs-dieventaaltje waarmee je in Amsterdam hoge ogen gooit. Lotte de Beer: “In mijn regie van Hänsel und Gretel is het de kracht van de fantasie van kinderen die hen uit de vreselijke situaties redt. Het geeft een uitweg, een mogelijkheid om even te vluchten van de realiteit. Dat maakt kinderen zo sterk.” Zoals u leest, mevrouw De Beer is niet van de straat en heeft het vereiste jargon volledig onder de knie. En wij, eenvoudige operagangers, altijd maar denken -net als componist Engelbert Humperdinck trouwens- dat Hansje en Grietje gaat over snoepen van een huisje, over een heks die in een oven belandt, over parels en over nog “Lang en Gelukkig”. Sprookjes bevatten natuurlijk wel een impliciete moraal, maar daar heeft regisseur De Beer geen boodschap aan. Zij zou het ons, operabezoekers met een verstandelijke beperking, allemaal wel eens uitleggen.

 

Hänsel und Gretel – Hendrickje van Kerckhove (Sandmännchen/Taumännchen. (Foto: De Nationale Opera)En dus zaten wij te kijken naar een “raamvertelling”, op zichzelf al een mislukt en volstrekt onnodig experiment, waarin de tekst voortdurend pijnlijk conflicteerde met het toneelbeeld. Ook de elegante muziek van Humperdinck, waarin we invloeden herkennen van Wagner, Strauss, Brahms en zelfs Mendelssohn, moest het afleggen tegen het “moderne” toneelbeeld. De Beer is een adept van de inmiddels geheel in zijn eigen belevingswereld verstrikt geraakte regisseur Peter Konwitschny en deze laatste kan trots zijn op zijn leerling: de verplichte obsceniteiten ontbraken niet. Een parende vader en moeder (waren die in de familiematinee van 6 december weggecensureerd ?), de heks die van kannibaal in de oorspronkelijke versie opgewaardeerd was tot pedoseksueel met jarretelles (voor De Beer zijn pedofielen en travestieten blijkbaar één pot nat) en het onvermijdelijke fallussymbool; het zijn de treurige kenmerken van het regietheater en De Beer doet haar uiterste best om in dit opzicht ferm te scoren.

 

Vocaal en muzikaal was het allemaal redelijk in orde, vooral DNO-chef Marc Albrecht ontlokte fraaie klanken aan het Nederlands Philharmonisch Orkest. De door de solisten gedragen maskers en het voor het toneel gespannen gaasdoek (gaasdoek! bijna een klassieker, die in dit geval met de niet aflatende projecties op den duur behoorlijk storend werd) kwamen de zang niet ten goede en maakten het geheel tot een bloedeloze en onpersoonlijke exercitie. Met name het schitterende duet ‘Abends will ich schlafen gehn’ viel hopeloos in het water en werd op bleke, onmachtige wijze ten gehore gebracht door Lenneke Ruiten als Gretel en Kate Lindsey als Hänsel. Ronduit irritant was de aanstellerig, maar niet overtuigend zingende tenor Peter Hoare, geen heks maar eerder het zwakbegaafde broertje van Freddy Mercury, aan wie de rol van Knusperhexe was toebedeeld. Ook het decor werkte akoestisch tegen in de toch al beroerde akoestiek van het Amsterdamse Muziektheater. Was er dan niet toch één lichtpuntje? Toch wel, de Belgische sopraan Hendrickje van Kerckhove, die de rollen van Sandmännchen en Taumännchen vertolkte, zong helder en prachtig.

 

Hänsel und Gretel – Charlotte Margiono (moeder Gertrud), Thomas Oliemans (vader Peter), Kate Lindsey (Hänsel), Lenneke Ruiten (Gretel) en Kathedrale Koorschool Utrecht. (Foto: De Nationale Opera)En zo hebben we dus in de maand december in Amsterdam een sprookjesopera waar je niet met goed fatsoen met je kinderen naartoe kan. Een sprookje dat geen sprookje is maar een politiek “Gutmensch-statement”. Ten bewijze hiervan wordt er na de voorstelling ook nog gecollecteerd voor “Kids Rights”, waarschijnlijk in het kader van de veronderstelde “maatschappelijke relevantie” van de kunstvorm opera. Als dit een gewoonte wordt, kunnen wij na de volgende “La Bohème” een collecte voor de voedselbank verwachten.

 

Na de grandioos mislukte “Macbeth” is dit binnen korte tijd het volgende wangedrocht dat het Amsterdamse operapubliek in het Muziektheater wordt voorgezet. Intendant Pierre Audi is nu 28 (!) jaar aan het bewind. Het wordt hoog tijd dat er in Amsterdam een geheel andere wind gaat waaien.

 

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 7/12/2015)

Olivier Keegel
Olivier Keegel

Chief editor and reviewer

Bellini, Donizetti. Tito Schipa, Fritz Wunderlich, Ileana Cotrubas. Stefano Mazzonis di Pralafera, Laurence Dale. Certified unmasker of directors’ humbug.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op